Jugoslav Lazic: "Elke keer ik in mijn auto kruip om naar de training te rijden, ben ik gelukkig en denk ik: de volgende match speel ik. Met dat idee leef ik een hele week naar de wedstrijd toe. Niemand begrijpt dat, maar ik geloof het echt, zelfs diep in mij. En dan komt het weekend en staat Copa weer onder de lat. Dat is niet leuk, maar dan denk ik: oké, morgen is er een nieuwe dag. En dan begin ik weer te geloven dat de trainer de volgende wedstrijd voor mij zal kiezen. In mijn hoofd ben ik altijd klaar om te spelen.

"Serviërs zijn vechters. Ik ben mentaal sterk. En ik lach. Ik kijk op een positieve manier naar de wereld. Hopen op een blessure of een rode kaart voor Copa doe ik niet. Ik wens nooit iemand iets slechts toe. Ik geloof dat zulke gedachten als een boemerang in je gezicht kletsen. Als ik mij positief opstel, zullen er positieve dingen naar mij komen. Ik wil mijn plaats onder de lat op een sportieve manier verdienen.

"Op de bank heb ik meer stress dan op het veld. Ik wil mijn vrienden helpen, maar vanaf de zijlijn gaat dat niet. Ik presteerde het al eens om als bankzitter geel te krijgen. Ik stond te schreeuwen naar een ploegmaat en de vierde scheidsrechter vroeg me weer naar mijn plaats te gaan. Ik had dat niet gehoord. Meestal is het Rudi Cossey die zegt: 'Rustig, Laza, ga zitten.'

"Vorig jaar speelde ik enkele weken toen Copa zich geblesseerd had. Op 12 december, mijn verjaardag, moesten we naar Anderlecht. Copa was net terug fit. Een dag voor de wedstrijd riepen de trainer en de keeperstrainer mij bij zich. Ik dacht dat ik zou mogen blijven staan, ik had het goed gedaan, iedereen was tevreden. Peter Maes zei ook dat ik het goed gedaan had, maar Copa zou toch terug spelen. Ik antwoordde: 'Oké, jij bent de baas, jij beslist.' Maar dat zei ik met mijn hoofd. Mijn hart bloedde. Op zo'n moment weet je dat je weer van voor af aan moet beginnen.

"Ik snap dat sommigen denken dat ik tevreden ben met mijn statuut van tweede keeper, maar dat is helemaal niet zo. Ik wil werken. Ik ben zot van werken. Ik wil dat iedereen ziet dat ik niet content ben op de bank. Dat ik wil spelen. Als ik niet meer zou geloven dat ik de trainer aan het twijfelen kan brengen, zou ik stoppen. Als je geen ambitie meer hebt, waarvoor leef je dan nog?

"Natuurlijk ben ik niet zo goed gezind als ik thuiskom op een dag zoals die 11e december vorig jaar. Maar als ik dan mijn kindjes zie, Mila en Luka, vergeet ik de rest. Voor hen doe ik alles. Ik ben een gelukkig man, denk ik. Als ik niet naar België was gekomen, had ik mijn vrouw niet leren kennen en zou ik dit mooie gezinnetje niet gehad hebben.

"Ik weet niet of ik nog wel zit te wachten op een andere club waar ik eerste keeper kan zijn. Als ik hier ooit moet vertrekken, moet het, maar liever niet. Het zou moeilijk zijn. Ik ben bijna acht jaar in Lokeren en misschien kan ik hier na mijn spelerscarrière keeperstrainer worden of een functie krijgen bij de jeugd. Lokeren is mijn tweede thuis geworden. Ik doe altijd een babbeltje met de mensen die zich voor de club inzetten, met de mannen die het terrein verzorgen, met de vrouw die kookt. Ik wil hiér spelen. Toen enkele jaren geleden een andere Belgische club interesse in me had, praatte ik daarover met de voorzitter, maar die wou dat ik bleef. Dat was voor mij genoeg om te zeggen: 'Oké, dan blijf ik.' De voorzitter is een goed mens, hij doet alles voor zijn spelers en voor de club. Dat maakt het niet evident om mijn rug te keren. Als iemand in mijn hart komt, geraakt die er moeilijk nog uit."

door kristof de ryck

Jugoslav Lazic: "Elke keer ik in mijn auto kruip om naar de training te rijden, ben ik gelukkig en denk ik: de volgende match speel ik. Met dat idee leef ik een hele week naar de wedstrijd toe. Niemand begrijpt dat, maar ik geloof het echt, zelfs diep in mij. En dan komt het weekend en staat Copa weer onder de lat. Dat is niet leuk, maar dan denk ik: oké, morgen is er een nieuwe dag. En dan begin ik weer te geloven dat de trainer de volgende wedstrijd voor mij zal kiezen. In mijn hoofd ben ik altijd klaar om te spelen. "Serviërs zijn vechters. Ik ben mentaal sterk. En ik lach. Ik kijk op een positieve manier naar de wereld. Hopen op een blessure of een rode kaart voor Copa doe ik niet. Ik wens nooit iemand iets slechts toe. Ik geloof dat zulke gedachten als een boemerang in je gezicht kletsen. Als ik mij positief opstel, zullen er positieve dingen naar mij komen. Ik wil mijn plaats onder de lat op een sportieve manier verdienen. "Op de bank heb ik meer stress dan op het veld. Ik wil mijn vrienden helpen, maar vanaf de zijlijn gaat dat niet. Ik presteerde het al eens om als bankzitter geel te krijgen. Ik stond te schreeuwen naar een ploegmaat en de vierde scheidsrechter vroeg me weer naar mijn plaats te gaan. Ik had dat niet gehoord. Meestal is het Rudi Cossey die zegt: 'Rustig, Laza, ga zitten.' "Vorig jaar speelde ik enkele weken toen Copa zich geblesseerd had. Op 12 december, mijn verjaardag, moesten we naar Anderlecht. Copa was net terug fit. Een dag voor de wedstrijd riepen de trainer en de keeperstrainer mij bij zich. Ik dacht dat ik zou mogen blijven staan, ik had het goed gedaan, iedereen was tevreden. Peter Maes zei ook dat ik het goed gedaan had, maar Copa zou toch terug spelen. Ik antwoordde: 'Oké, jij bent de baas, jij beslist.' Maar dat zei ik met mijn hoofd. Mijn hart bloedde. Op zo'n moment weet je dat je weer van voor af aan moet beginnen. "Ik snap dat sommigen denken dat ik tevreden ben met mijn statuut van tweede keeper, maar dat is helemaal niet zo. Ik wil werken. Ik ben zot van werken. Ik wil dat iedereen ziet dat ik niet content ben op de bank. Dat ik wil spelen. Als ik niet meer zou geloven dat ik de trainer aan het twijfelen kan brengen, zou ik stoppen. Als je geen ambitie meer hebt, waarvoor leef je dan nog? "Natuurlijk ben ik niet zo goed gezind als ik thuiskom op een dag zoals die 11e december vorig jaar. Maar als ik dan mijn kindjes zie, Mila en Luka, vergeet ik de rest. Voor hen doe ik alles. Ik ben een gelukkig man, denk ik. Als ik niet naar België was gekomen, had ik mijn vrouw niet leren kennen en zou ik dit mooie gezinnetje niet gehad hebben. "Ik weet niet of ik nog wel zit te wachten op een andere club waar ik eerste keeper kan zijn. Als ik hier ooit moet vertrekken, moet het, maar liever niet. Het zou moeilijk zijn. Ik ben bijna acht jaar in Lokeren en misschien kan ik hier na mijn spelerscarrière keeperstrainer worden of een functie krijgen bij de jeugd. Lokeren is mijn tweede thuis geworden. Ik doe altijd een babbeltje met de mensen die zich voor de club inzetten, met de mannen die het terrein verzorgen, met de vrouw die kookt. Ik wil hiér spelen. Toen enkele jaren geleden een andere Belgische club interesse in me had, praatte ik daarover met de voorzitter, maar die wou dat ik bleef. Dat was voor mij genoeg om te zeggen: 'Oké, dan blijf ik.' De voorzitter is een goed mens, hij doet alles voor zijn spelers en voor de club. Dat maakt het niet evident om mijn rug te keren. Als iemand in mijn hart komt, geraakt die er moeilijk nog uit." door kristof de ryck