Alsof de uitdaging van een verplaatsing naar Anderlecht nog niet zwaar genoeg was, kreeg Yannick Thoelen ook nog eens rood vlak voor de rust, toen hij in allerijl uit zijn doel moest komen om Francis Amuzu af te stoppen. Op die manier werd Wouter Vrancken meteen verplicht om nog voor de eerste helft voorbij was, een tweede wissel door te voeren. Zijn geluk? Vrancken kreeg vrijwel onmiddellijk vijftien minuutjes de kans om een plan uit te dokteren waarmee zijn mannen 45 minuten in staat moesten zijn om ondanks die numerieke minderheid de dominantie van de thuisploeg te doorstaan.

De coach van KV Mechelen is iemand die snel analyseert en dat goed doet. Gewoonlijk plooit een ploeg die op die manier een pion verliest terug op een 4-4-1. Daarbij rekent ze op compactheid tussen de twee lijnen van vier, om de tegenstanders zo weinig mogelijk offensieve oplossingen te gunnen. Maar dit Anderlecht is geen rivaal als een ander. Door middel van opbouw via de as door Vincent Kompany en Philippe Sandler proberen de Brusselaars in het hart van het spel het verschil te maken en Michel Vlap of Samir Nasri te bereiken. Om die reden stelde Vrancken zijn troepen na de pauze op in een 4-3-1-1, waarbij aan Nikola Storm werd opgedragen om de ruimte achter de centrumspits te veroveren. Storm is de man van het begin van het seizoen bij de Mechelaars. Dat hadden ze ook bij Anderlecht gezien, want tegenover de buitenspeler plaatste Kompany de aalvlugge Killian Sardella. Hij moest de infiltraties opvangen.

Omdat Mechelen in de as zeer compact bleef staan, werd Anderlecht naar de buitenkanten gedwongen. Daar eindigden de dribbels van Amuzu en Jérémy Doku steevast op een voorzet die belandde in een centrum waar steeds meer volk van de bezoekers stond dan van de thuisploeg. Op die manier kon Mechelen perfect de Brusselse aanvalsgolven opvangen. Het duurde dan ook meer dan twintig minuten in de tweede helft, voor Sofiane Bouzian een eerste redding moest doen. In 45 minuten gaf Malinwa amper een doelkans weg (0,59 expected goals). En de ploeg werd niet eens écht in de loopgraven geduwd (slechts 11 fouten over een hele match).

Aan de bal was het moeilijker om even gedurfd of spectaculair te zijn als tijdens de eerste twee speeldagen. Als je lijnen opent om te counteren, riskeer je immers Anderlecht ruimte te geven voor een snelle tegenaanval. Dat gebeurde tijdens de run van Amuzu die leidde tot de rode kaart van de doelman. Daarom verkoos KV Mechelen balbezit, rekenend op de precieze voeten van Onur Kaya, die zijn team stuurde. Eens in balbezit vond de beste passer van onze competitie ruimte op de zijkant. Zijn balbezit stelde de ploeg van Vrancken in staat om even op adem te komen. In het slot was er nog wel wat onrust, maar uiteindelijk verliet de nieuwkomer Brussel met een punt, meer veroverd op basis van verdienste dan van pijn.

Alsof de uitdaging van een verplaatsing naar Anderlecht nog niet zwaar genoeg was, kreeg Yannick Thoelen ook nog eens rood vlak voor de rust, toen hij in allerijl uit zijn doel moest komen om Francis Amuzu af te stoppen. Op die manier werd Wouter Vrancken meteen verplicht om nog voor de eerste helft voorbij was, een tweede wissel door te voeren. Zijn geluk? Vrancken kreeg vrijwel onmiddellijk vijftien minuutjes de kans om een plan uit te dokteren waarmee zijn mannen 45 minuten in staat moesten zijn om ondanks die numerieke minderheid de dominantie van de thuisploeg te doorstaan. De coach van KV Mechelen is iemand die snel analyseert en dat goed doet. Gewoonlijk plooit een ploeg die op die manier een pion verliest terug op een 4-4-1. Daarbij rekent ze op compactheid tussen de twee lijnen van vier, om de tegenstanders zo weinig mogelijk offensieve oplossingen te gunnen. Maar dit Anderlecht is geen rivaal als een ander. Door middel van opbouw via de as door Vincent Kompany en Philippe Sandler proberen de Brusselaars in het hart van het spel het verschil te maken en Michel Vlap of Samir Nasri te bereiken. Om die reden stelde Vrancken zijn troepen na de pauze op in een 4-3-1-1, waarbij aan Nikola Storm werd opgedragen om de ruimte achter de centrumspits te veroveren. Storm is de man van het begin van het seizoen bij de Mechelaars. Dat hadden ze ook bij Anderlecht gezien, want tegenover de buitenspeler plaatste Kompany de aalvlugge Killian Sardella. Hij moest de infiltraties opvangen. Omdat Mechelen in de as zeer compact bleef staan, werd Anderlecht naar de buitenkanten gedwongen. Daar eindigden de dribbels van Amuzu en Jérémy Doku steevast op een voorzet die belandde in een centrum waar steeds meer volk van de bezoekers stond dan van de thuisploeg. Op die manier kon Mechelen perfect de Brusselse aanvalsgolven opvangen. Het duurde dan ook meer dan twintig minuten in de tweede helft, voor Sofiane Bouzian een eerste redding moest doen. In 45 minuten gaf Malinwa amper een doelkans weg (0,59 expected goals). En de ploeg werd niet eens écht in de loopgraven geduwd (slechts 11 fouten over een hele match). Aan de bal was het moeilijker om even gedurfd of spectaculair te zijn als tijdens de eerste twee speeldagen. Als je lijnen opent om te counteren, riskeer je immers Anderlecht ruimte te geven voor een snelle tegenaanval. Dat gebeurde tijdens de run van Amuzu die leidde tot de rode kaart van de doelman. Daarom verkoos KV Mechelen balbezit, rekenend op de precieze voeten van Onur Kaya, die zijn team stuurde. Eens in balbezit vond de beste passer van onze competitie ruimte op de zijkant. Zijn balbezit stelde de ploeg van Vrancken in staat om even op adem te komen. In het slot was er nog wel wat onrust, maar uiteindelijk verliet de nieuwkomer Brussel met een punt, meer veroverd op basis van verdienste dan van pijn.