Met 14 waren ze, de Italianen die aan de start van de Ronde 2019 stonden. Nog één minder dan in 2018 en het laagste aantal in de 21e eeuw. Ter vergelijking: toen Gianluca Bortolami in 2001 won, namen er 54 landgenoten van hem deel aan Il Giro delle Fiandre. Toen Alessandro Ballan in 2007 Leif Hoste een kater bezorgde, waren dat er nog 23.
...

Met 14 waren ze, de Italianen die aan de start van de Ronde 2019 stonden. Nog één minder dan in 2018 en het laagste aantal in de 21e eeuw. Ter vergelijking: toen Gianluca Bortolami in 2001 won, namen er 54 landgenoten van hem deel aan Il Giro delle Fiandre. Toen Alessandro Ballan in 2007 Leif Hoste een kater bezorgde, waren dat er nog 23. Verklaring: sinds 2017 heeft Italië, nochtans een van de traditionele wielerlanden, na het opdoeken van Lampre geen WorldTourteam meer. En de laatste twee jaar kreeg ook geen enkele procontinentale ploeg een wildcard voor de Ronde - wegens niet interessant genoeg. Evenredig met de daling van het aantal deelnemers waren immers ook de resultaten van de Italiaanse corridori in de kasseimonumenten: de laatste winnaar van de Ronde was, tot voor zondag, Ballan in 2007. Van Parijs-Roubaix is dat nog steeds Andrea Tafi in 1999. Sinds Ballans triomf raakten enkel hij en de wispelturige Filippo Pozzato nog op het podium in Vlaanderen of Roubaix - de laatste keer in 2012, na Tom Boonen. Ouderdomsdeken Luca Paolini kon daarna wel eens schitteren in de Omloop (2013) en Gent-Wevelgem (2015), maar that's it. De jongste jaren zetten jongeren als Matteo Trentin, Sonny Colbrelli en Gianni Moscon zich in de etalage van de eendagskoersen, maar meer dan zeges in Parijs-Tours en het EK (Trentin) en de Brabantse Pijl/Italiaanse semiklassiekers (Colbrelli) konden zij (nog) niet verkopen. De tijd van Ballerini, Baldato, Bortolami en Tafi (Vlaamse klassiekers) en van Michele Bartoli, Paolo Bettini en Damiano Cunego (klimklassiekers - al won Bartoli ook in Vlaanderen) leek een verre herinnering. Alleen allrounder Vincenzo Nibali kon de Italiaanse Laars met sublieme zeges in Lombardije (2017, 2015) en Milaan-Sanremo (2018) opblinken. Tot dus vorige zondag. Toen dark horse Alberto Bettiol zo snel galoppeerde op de Oude Kwaremont dat alle grote favorieten moesten passen. De Toscaan die als idool Paolo Bettini, een kennis en streekgenoot, had. En bij de beloften voor het Mastromarco Team reed, waar ook Vincenzo Nibali uit voortkomt. Niet toevallig, want een van de nog weinige opleidingsploegen in Italië - mede de reden voor het verval van de laatste jaren. Bettiol, met zijn 25 jaar en 170 dagen de jongste Rondewinnaar sinds Boonen in 2005, moet nu de nieuwe vaandeldrager van het (kleine) Italiaanse leger eendagscoureurs worden. Of hij, zoals wordt geopperd, zich tot de 'nieuwe Bettini' (die weliswaar nooit een Vlaamse koers won) zal kunnen ontpoppen, valt nog te bezien. De Ronde van Vlaanderen, zijn allereerste profzege, won Bettiol intussen wel (en verdiend). Dat kan je van de actieve Belgische renners, op 'oudjes' Stijn Devolder en Philippe Gilbert na, niet zeggen. Nochtans stonden ze zondag met 53 aan de start, het mééste in deze eeuw. Met 9 eindigden ze zelfs tussen plaats 7 en 20. Maar winnen, dat is al het hele voorjaar zo moeilijk. Zondag dan maar in Parijs-Roubaix? De laatste kans allicht, voor wondertalent Mathieu van der Poel de volgende jaren alle Jasper Stuyvens zal wegblazen. Op Wout van Aert na misschien.