Christian Leclerc (52) - tafeltennis 'Pingpong is voor mij een revanche op mijn kindertijd.'

Christian Leclerc: "In het begin speelde ik badminton. Ik won een stuk of tien medailles, maar omdat er op een bepaald moment onvoldoende tegenstanders te vinden waren, ben ik overgeschakeld op tafeltennis. Dat deed ik ook al van kleins af, maar het was voor mijn ouders destijds te duur om mij bij een club aan te sluiten.
...

Christian Leclerc: "In het begin speelde ik badminton. Ik won een stuk of tien medailles, maar omdat er op een bepaald moment onvoldoende tegenstanders te vinden waren, ben ik overgeschakeld op tafeltennis. Dat deed ik ook al van kleins af, maar het was voor mijn ouders destijds te duur om mij bij een club aan te sluiten. "Intussen behaalde ik ook al vijf gouden plakken in het pingpong. Ze slingeren zowat overal rond in huis, maar ze maken me heel trots. Al is het jammer genoeg geen écht goud, want dan waren mijn financiële zorgen direct van de baan. (lacht) "Mijn droom is om ooit zo goed te worden als Jean-Michel Saive. Onlangs heb ik zelfs tegen hem gespeeld. Hij waardeerde mijn stijl en moest zich zelfs fel inspannen. Saive is heel sympathiek, simpel en nederig gebleven. Helemaal anders dan sommige andere sportvedetten. Ik probeer zelf ook op mijn gedrag te letten, ook al ben ik kwaad na een nederlaag. "Toch wil ik altijd de beste zijn. Mijn club en mijn vrienden gaan er nu al van uit dat ik straks weer een gouden medaille win. Het komt er vooral op aan geen stress te tonen, want daarmee maak je de tegenstander sterker. Ook al ben ik wel nerveus, hoor. Zeker de 13e september, als de Olympics beginnen, zal de adrenaline toenemen. Zulke toernooien, daar doe je het voor. Ik hoop ooit nog eens in het buitenland te kunnen spelen. In China of de VS. Alhoewel, in China - hét tafeltennisland - zou ik misschien snel uitgeschakeld zijn. (lacht) "Pingpong is een tweede leven. Een revanche op wat ik als kind meegemaakt heb. Niet dat ik zo veel last had van mijn mentale handicap, maar tafeltennis en de Special Olympics zijn voor mij, en de andere atleten, een manier om te tonen wat wij in onze mars hebben." Mieke De Mot: "Ik zwem al sinds mijn achtste. Een tijdje combineerde ik het met muurklimmen, maar dat werd te veel. Aanvankelijk deed ik vooral de sprintnummers, maar nu concentreer ik me meer op de langere afstanden. Op de 400 meter crawl behaalde ik al eens goud op de Special Olympics in Shanghai (2007, nvdr). Ik zou nu graag opnieuw goud veroveren, maar je weet pas op de dag zelf wie en hoe sterk je tegenstanders zijn. Je wordt ook onderverdeeld in categorieën en ik zit altijd bij de beteren. "Dat de Olympics nu in eigen land plaatsvinden, maakt het allemaal specialer. Nu kunnen familie en vrienden komen kijken. Ik denk niet dat ik voor de wedstrijd naar hen ga loeren, want ik word nerveus als er supporters voor mij in de tribunes zitten. Ik zal misschien alleen eens zwaaien als ik uit het zwembad kom. "Ik heb al veel blessures gehad en in die periodes mis ik het zwemmen heel hard. Dan twijfel ik ook meer aan mezelf. Ik heb vaak de neiging te denken dat de anderen beter zijn. Of dan spookt het door mijn hoofd: zal dit wel lukken? "Door het zwemmen en de Special Olympics heb ik veel vrienden gemaakt. Zelfs een meisje met wie ik in het begin niet overeenkwam - zij zwemt sneller dan ik - is nu een goede vriendin. "Mijn droom is om volgend jaar naar de wereldspelen in de VS te gaan, want ik ben daar nog nooit geweest. Er mogen echter slechts vier zwemsters mee. En je wordt ook niet beoordeeld op je prestaties, belangrijker is dat je bewijst dat je daar je plan kan trekken. Ik heb al mijn ervaring van Sjanghai, misschien willen ze iemand anders eens een kans geven. Ach, we zien wel. Het heeft geen zin daar nu al mee bezig te zijn, eerst de Spelen in Antwerpen." Salwa: "Ik doe de balk, de sprong en de vloeroefeningen. Mijn favoriete onderdeel is de vloer, wegens de muziek." Mama van Salwa: "Vroeger beoefende Salwa dans, maar daar waren in Brussel amper geschikte scholen voor te vinden." Salwa: "Ik heb al veel medailles behaald. Elke zaterdag train ik. Dan krijg ik hulp van mijn coach, Brigitte, zij houdt me vast bij de sprong. Ik ben al vaak gevallen, maar gelukkig heb ik me nog nooit echt pijn gedaan. "Mijn medailles liggen allemaal thuis, soms doe ik ze nog eens aan als er foto's genomen worden. Op de Olympics in Athene in 2011 heb ik er drie veroverd: een gouden, op de balk, en twee bronzen. Ik was toen twaalf jaar en een van de jongste deelnemers. Het geeft een fijn gevoel om te winnen, hopelijk lukt dat nu weer in Antwerpen. Ik voel geen angst of stress en ben altijd kalm. Ook als mijn ouders en zussen in het publiek zitten. "Ik ging onlangs naar Griekenland om als ambassadeur van deze Spelen de vlam te dragen. Een eer, maar ik vlieg niet graag. Het opstijgen en het landen vind ik niet zo leuk. Mama: "Het turnen heeft Salwa wel veel opener gemaakt, vroeger was ze héél timide." Salwa: "Meestal turn ik wel op mijn eentje, veel meisjes ken ik niet. Ik ben ook niet zo geïnteresseerd in andere sporten, daarom wil ik zo lang mogelijk artistiek turnen blijven beoefenen. En wie weet ooit ritmisch turnen, met muziek. En ook daarin medailles behalen. Dat is mijn grote droom." Micheline Vanhees: "Ik doe al dertig jaar mee aan de Special Olympics. In zowat alle sporten: turnen, bocce (een soort petanque, nvdr), fietsen en de voorbije jaren voornamelijk zwemmen. Ik ben ook hulpcoach geworden in het zwemmen en geef les aan de kleintjes. De Special Olympics zijn mijn tweede thuis, zonder dat heb ik niets meer. "Steun van familie heb ik nooit gehad. Mijn moeder is overleden. Ik heb wel twee broers en een zus, maar met hen heb ik amper contact. Niet alleen het grote publiek is belangrijk voor de ontplooiing van de specials, veel hangt ook af van de ouders. Zij moeten in de eerste plaats meewillen. Vaak zijn zij ook te beschermend ten opzichte van hun kinderen. "Vroeger ging ik naar gewone zwemclubs, maar daar werd ik niet aanvaard. Ik werd nooit geselecteerd voor wedstrijden, omdat ik het niveau niet haalde. Zo ben ik bij de Specials terechtgekomen. Mijn eerste toernooi was meteen in Nederland. Sindsdien ging ik al vaak naar het buitenland, dikwijls naar de VS. De leukste verplaatsingen, want de sfeer is er helemaal anders, ze doen er normaal tegen mensen met een beperking. Hier in België tellen alleen de Paralympics (voor atleten met onder meer een lichamelijke handicap, visuele beperking en/of hersenverlamming, nvdr) maar wij zijn Special Olympics (sporters met verstandelijke beperking, nvdr). Dat proberen we nu duidelijk te maken aan het grote publiek. Zodat er evenveel volk komt kijken als naar de toernooien in de VS. "De voorbije dertig jaar heb ik weinig evolutie gezien in de omgang met mentaal gehandicapten. Wij zijn ook maar gewone mensen, maar dan met een beperking. Onder de atleten van de Special Olympics maken wij ook geen onderscheid tussen de verschillende niveaus, we zijn één familie. Daarom is het zo belangrijk voor mij, ik zit in het bestuur van de Belgische en Europese Olympics, en ook in de atletencommissie. Het is mijn leven." Christof: "Club Brugge, Ferrari, Michael Schumacher en James Bond. (wijst naar de posters in zijn kamer, nvdr) Dat zijn mijn helden." Mama Christine: "Na het ongeval van Schumacher heeft Christof geweend. En voor de topper Club Brugge-Anderlecht waren verscheidene atleten van de Olympics uitgenodigd om voor de aftrap op het veld te komen. Een schitterende ervaring, de eerste keer dat hij in het stadion kwam. Christof: (toont trots een filmpje, nvdr) "Machtig! (wijst dan op Rob Vanoudenhoven, de peter van deze Special Olympics, die op Club de aftrap gaf, nvdr) Ah, dat is mijne maat!" Christine: "Wat wij de voorbije weken allemaal meemaakten door de campagne rond de Special Olympics, is ongelooflijk. Niet alleen voor Christof, ook voor ons, zijn ouders. Wij zijn maar simpele mensen, hebben geen geld te bieden, maar wat wij nu allemaal kunnen doen en de aandacht die we krijgen... Onbetaalbaar." Christof: "Maar veel medailles winnen is natuurlijk ook leuk. De bijzonderste is eentje die ik onlangs won tegen Koen." Christine: "Koen is in feite een beetje beter dan Christof. Hij heeft er nooit in geloofd dat hij hem kon kloppen, maar die knop heeft hij nu kunnen omdraaien." Christof: "Ik speel al tafeltennis sinds 2000. Daarvoor deed ik mee aan de Olympics als zwemmer, maar daar waren er te veel van." Christine: "Het voorstel was dat ze dan maar om de twee jaar konden deelnemen, in een soort beurtrol, maar dat was geen optie: de Specials zijn Christofs leven." Christof: "Ik heb veel moeten trainen voor de pingpong. In het begin was het moeilijk, maar nu gaat het beter. Ik mocht onlangs tegen Jean-Michel Saive spelen: geestig!" Christine: "Tafeltennis is niet makkelijk voor mensen met het syndroom van Down, er komt toch wat coördinatie en tactiek bij kijken. Links en rechts kent Christof bijvoorbeeld niet. Dat hebben we opgelost door op elke hoek van de tafel een voorwerp te leggen. Een boek of een handdoek bijvoorbeeld. Als wij nu in het publiek een teken maken of een object roepen, weet hij naar welke hoek hij moet mikken." Christof: "In Antwerpen wil ik een gouden medaille behalen en daarna blijven pingpongen... De rest van mijn leven."?De Special Olympics in Antwerpen lopen van 13 tot 20 september en zijn gratis bij te wonen. Meer info over locaties, de atleten en het programma vind je op www.so2014.com. Alle bovenstaande atleten staan met een filmpje op www.sportmagazine.be. DOOR MATTHIAS STOCKMANS