De Genkenaar is het er niet helemaal mee eens, maar als je als buitenstaander in Genk komt, heb je de indruk dat deze stad geen centrum heeft. Het lijkt eerder een verzameling van wijken, dorpen zo u wil, die weliswaar nooit apart bestonden, maar evenmin een hecht geheel vormden. Zwartberg, Waterschei, Winterslag met Bokrijk bengelend aan de rand. Ooit was er de idee om naar Bokrijk consequent te verwijzen als Bokrijk-Genk, maar dat gebeurde uiteindelijk niet. Tussen de dorpen door heb je nog wat andere woonkernen, ontstaan rond sociale woonprojecten. Onze gesprekspartners snappen die subjectieve vaststelling, maar een centrum is er wel degelijk, benadrukken ze: de buurt van Shopping 1 (de eerste in Vlaanderen, vandaar de naam). De Place Misère noemt Erik Gerits het, algemeen directeur van KRC. 'En dat is niet omdat ik er woon.'
...

De Genkenaar is het er niet helemaal mee eens, maar als je als buitenstaander in Genk komt, heb je de indruk dat deze stad geen centrum heeft. Het lijkt eerder een verzameling van wijken, dorpen zo u wil, die weliswaar nooit apart bestonden, maar evenmin een hecht geheel vormden. Zwartberg, Waterschei, Winterslag met Bokrijk bengelend aan de rand. Ooit was er de idee om naar Bokrijk consequent te verwijzen als Bokrijk-Genk, maar dat gebeurde uiteindelijk niet. Tussen de dorpen door heb je nog wat andere woonkernen, ontstaan rond sociale woonprojecten. Onze gesprekspartners snappen die subjectieve vaststelling, maar een centrum is er wel degelijk, benadrukken ze: de buurt van Shopping 1 (de eerste in Vlaanderen, vandaar de naam). De Place Misère noemt Erik Gerits het, algemeen directeur van KRC. 'En dat is niet omdat ik er woon.' Om de hoek van die Place wordt druk gebouwd aan Portavida, de Genkse welzijnscampus. Hier houdt Karine Lycops kantoor. Lycops is directeur 'mens en samenleving', verantwoordelijk voor alles wat met welzijn heeft te maken binnen stad en OCMW. Het was Jos Vaessen die haar in zijn tijd als voorzitter van KRC kwam vinden. Dat zijn club heel veel kreeg van de samenleving, vond die. Een stadion, steun. En dat het tijd werd dat het voetbal wat terug deed. Het voetbal wist alleen niet waar te beginnen en vroeg om ideeën. 'Iemand moest de pen van Jos vasthouden', lacht Lycops, die er zelf nog niet had over nagedacht. 'Tot dan was voetbal voor ons vooral plezant, we hadden nooit de link gelegd of voetbal ook meer voor de gemeenschap zou kunnen betekenen dan wat vrijkaarten uitdelen voor wedstrijden.' Lycops stapte af op Marc Hardy, die binnen het OCMW al wat projecten had begeleid. Ze brainstormden en dienden een voorstel in. Marc werd gedetacheerd naar de club, om de verbinding tussen de twee werelden te verzorgen. Hardy: 'Ik had me voorgenomen om het vijf jaar te doen, maar het aanbod is hier zo breed, dat je er niet op uitgekeken raakt. En zo zijn we inmiddels zo'n elf jaar verder en zit ik er nog.' Lycops: 'En als ik uit die periode één conclusie mag trekken is dat deze: dat ik ongelooflijk onderschat heb wat de meerwaarde van voetbal betekende bij het inzetten voor welzijn. Opeens ging er een poort open. Een heel stom voorbeeld: wanneer je jonge gasten van 16 die schoolmoe zijn les laat volgen in een gewoon schoollokaal, of in de loge van KRC, weet ik wanneer ze er allemaal zijn en wanneer niet. Dat alleen al typeert het hele communityverhaal. Wijkvoetbal was ook een heel mooi project, omdat je daar heel sterk de jeugd bij kon betrekken. De ploeg van BrankoStrupar tegen die van Wesley Sonck, die aan die mannen vertelden dat zij er ook niet zomaar kwamen. Grote affiches van hun 'idolen' die een boodschap meegaven rond fair play... Dat had veel meer waarde dan als wij zoiets zouden zeggen.' De mijnen zijn verdwenen, Ford ook, maar de wijken en hun arbeiders bleven. De bevolking is uiterst divers, net als de kern van KRC. Gerits, in een vorig leven schepen: 'Meer dan 100 nationaliteiten hebben we in Genk.' En die hebben het niet allemaal even goed. Lycops: 'Met ons mijn-, Ford- en sociale woonwijkverleden scoren we niet zo sterk op armoedecijfers of risicosituaties. Ook niet op vroege schooluitval, wat dan weer de rest hypothekeert.' Veel werk op de plank voor Marc Hardy, die het voorbije decennium een pak projecten opzette en van de club alle medewerking krijgt. Naast het uitnodigen - hij noemt het 'in de bloemetjes zetten' - van mensen die dat verdienen (zoals mensen uit de pleegzorg of de noodcentrale), kunnen dat ook onverwachte initiatieven zijn. De fietsvriendinnen, bijvoorbeeld. Vrouwen uit de buurt leren fietsen; de vele nieuwkomers hadden het immers niet onder de knie en werden bij het aanleren liever niet gezien. Ze leerden het op de weg die rond het stadion loopt. Er was het homelessteam, dat van KRC de spelersbus mocht lenen voor uitwedstrijden. Uit het wandelvoetbal voor senioren (Hardy: 'Heel belangrijk in de valpreventie en om vereenzaming te voorkomen') groeide een senior army, een project waarmee ze de zestigplussers bereiken. Hardy ( lacht): 'Met een competitie zijn we gestopt, het liep de spuigaten uit. Sommigen dachten dat ze de Europa League gingen spelen.' Ze spelen wel nog vriendenmatchen, maar petanquen ook samen, doen culturele uitstappen, of kijken uitwedstrijden van KRC samen in een cultureel centrum. De welzijnscup noemt Hardy zijn mooiste project. Een voetbaltornooi voor jongeren uit de bijzondere jeugdzorg die over heel Limburg in instellingen verblijven. De winnaar krijgt een kleine beker, de ploeg die de fairplaytrofee wint, een veel grotere. In september komen die jongeren naar Genk waar ze een contract tekenen met trainer en club. Net echt. Daarin beloven ze de waarden en normen van KRC te respecteren. Hun instelling wordt gebruikt in hun begeleiding: wie 'zondigt', krijgt voetbalverbod. In 2013 kregen ze een ECA-award als best social community project in Europa voor de welzijnscup. Een ander project loopt in samenwerking met Nike en kreeg al koninklijke aandacht. Net als elke stad heeft ook Genk een aantal jongeren met een strafregister. Hardy: 'Na een tijd komt de bewustwording: wat heb ik in mijn leven gedaan, ik vind geen werk meer...' Die jongens vangen ze op. Eerst komen ze drie maanden voor KRC werken. Tonen ze zich gemotiveerd kunnen ze een aantal competenties voorleggen nodig om aan het werk te kunnen, dan doorlopen ze een sollicitatiemoment bij een uitzendkantoor en mogen ze drie maanden op proef bij Nike. Vaak moet het OCMW voor mobiliteit zorgen, want Laakdal ligt een eindje weg. Lukt ook dat, dan krijgen ze er een vast contract. Hardy: 'De methodiek voetbal is op veel dingen van toepassing. Leren samenspelen en -werken, discipline, opdrachten respecteren, structuur in hun leven brengen, er terug bij horen... Karine Lycops: 'We hebben iemand die daar ondertussen al acht jaar werkt en nu ploegbaas is. Een pittige gast. Toen de koning en de koningin naar Genk kwamen, hebben we die jongen uitgenodigd om zijn verhaal te doen. ( lacht) Eerst mocht dat niet, omdat de beveiliging zijn strafblad niet interessant vond. Maar dat is juist het traject en we hebben volgehouden. Die jongen zei: 'Ik had geen status, zat zelf in een crimineel midden waar ik binnen mijn gemeenschap ook op werd afgerekend. Nu ben ik terug iemand, tel ik mee.' Lycops noemt Genk een stad zonder stedelijk karakter. 'Dat is onze sterkte, maar ook onze zwakte, vanwege de risicofactoren, soms gebonden aan het feit dat mensen hier misschien minder inschatten dat studeren zo belangrijk is.' Ze broeden er daarom nu op een vorm van voetbalclinics in kansarme wijken. Niet die jeugd naar KRC brengen - je kan je niet aansluiten bij de jeugd van KRC, daarvoor moet je worden gevraagd - maar KRC naar hun scholen. Lycops: 'Maar pas vanaf 17 uur. Op die manier moeten kinderen tussen 16 uur en 17 uur op school blijven en daar hun huiswerk maken. Dan werk je ook op attitude, studie en inzet. Voetballers brengen een andere wereld in de wijken. We merken wel: hoe beter het voetbal gaat, hoe meer we van hen kunnen vragen. Als KRC kampioen speelt, straalt Genk.' Gelukkig is het economisch weefsel in de regio terug aan het versterken. Dat merk je, als je door Genk rijdt of doorsteekt naar buurgemeente Oudsbergen, de nieuwe fusiegemeente na het samensmelten van Opglabbeek en Meeuwen-Gruitrode. In de industriezone noord ligt daar niet alleen het Europese hoofdkwartier van Scania Parts maar ook het bouwbedrijf van Mathieu Gijbels. Herman Verwimp is er directeur marketing en human resources en bestuurder. Bij KRC is hij een van de voortrekkers en denkers rond de sociale rol van de club in de gemeenschap. Verwimp: 'De geboorte van KRC was geen vlotte maar er is wel iets stabiels uitgekomen, misschien wel het meest geslaagde reconversieproject van Limburg. Een project waarop mensen fier konden zijn, waarrond mensen zich verzamelden en je terug kon geloven in winnen - dat je terug succes kon hebben. KRC heeft al een basis gelegd, maar in de toekomst moeten de fundamenten nog sterker worden. Onze vruchtbare grond kan je door sociale projecten terug bemesten en zelfs versterken.' Hij verbeeldt het mooi door zijn club te omschrijven als 'een sterke nonkel die wat kracht heeft gekregen door zijn goeie werking en nu zorgt voor de rest van de familie, die onder zijn vleugels kan groeien. Een familie die ziet: 'Wat een interessante nonkel, als die wat voor mij wil doen, ben ik misschien wel de moeite waard.'' FRZA Racing, met een aantal kernwaarden. Verwimp: 'De communitywerking kreeg extra aandacht na de sluiting van Ford en de naweeën ervan. Traumatisch. Je kan dan twee dingen doen: slaag krijgen, met 3-0 verliezen bij Barcelona, om het in Liverpooltermen te zeggen, of zoals MoSalah reageren met: Never give up. We draaien het om.'' De sluiting van de mijnen noemt hij een zegen voor Limburg. Verwimp: 'Vroeger had je in Limburg - zwart-wit gesteld - de agrarische sector naast de mijnbouw. De mijnen zijn gesloten en dat heeft kansen gecreëerd voor andere bedrijven. Daar zijn grote ondernemingen uit gegroeid, die zorgen voor een diversificatie en een minder grote afhankelijkheid van één economische sector. De sluiting van Ford was dramatisch voor de stad Genk en Limburg, heel veel inkomens gingen verloren, maar ook dat zal op termijn een positief effect geven.' En dan moeten club en die bedrijfswereld de handen in mekaar slaan. Verwimp, bevlogen: 'Hoe meer bedrijven je kan meetrekken in dat communityverhaal, hoe sterker die band wordt. En dan gaat in een deel van de maatschappij nog meer sympathie voor het voetbal ontstaan. Nu is er Nike, morgen misschien Essers, of Mathieu Gijbels of Cegeka. De relevantie van het voetbal gaat zo veel verder dan het spel over 90 minuten, een titel of een beker.' Bont-blauw, naar het beeld van de diverse gemeenschap die Genk is. Alle kleuren, maar vooral blauw. Bont-blauw is ook klappen hebben gekregen, maar terug recht veren. Verwimp: 'Ja. Tuurlijk. Allemaal hebben we in ons leven al klappen gekregen. Maar wij zijn er als sterke nonkel om mensen duidelijk te maken wat er nodig is om terug recht te krabbelen. Kevin De Bruyne kan ongelooflijk goed voetballen, maar heeft ook een geweldige attitude. Om tot dat succes te komen, is hard werk nodig.' Erik Gerits: 'De komende jaren moeten we de handen in mekaar slaan en iedereen samen brengen om het probleem van de kinderarmoede aan te pakken. Als club kunnen we dat niet alleen, als stad evenmin. Zelfs de staatssecretaris van armoede kan het niet en de service clubs evenmin, ook al verzamelen ze veel geld. Maar samen kunnen we die uitdaging misschien wél aan. Je kan 500 boekentassen kopen, maar ik wil iets structureels doen. Sensibiliseren, proberen mensen samen aan projecten te binden. Onze thuiswedstrijden zijn om de veertien dagen het grootste netwerkevent van Limburg. We hebben tussen de 500 à 600 bedrijven met seats, die zelf ook nog bedrijven uitnodigen, mensen uit de politiek of andere organisaties. De kunst is dat die mensen mekaar versterken.' En net daarom blijft KRC een vzw. Gerits: 'Wij zijn de club van het volk, niemand kan hier tien spelers verkopen en het geld in zijn zak steken, of zich dividenden laten uitkeren. Het geld dat we hier verdienen met hard, professioneel werken, moet geherinvesteerd worden. In de sportieve werking en de infrastructuur, maar ook in de gemeenschap. Daarom ook: KRC Genk is van ons allemaal.'