In mei dit jaar, toen Club Brugge30 jaar na de finale van de Europa-cup 1 alle oud-spelers uit die periode verzamelde, vertelde Rita Bastijns moedig over de ziekte van haar man. Fons zat thuis, in de Brugse deelgemeente Assebroek, hij kon haast niet meer praten, hij kwam niet meer buiten. Hij wist dat hij niet kon genezen, hij was zich heel goed bewust van wat er hem te wachten stond. Maar medelijden wilde Fons niet. Het typeerde hem.
...

In mei dit jaar, toen Club Brugge30 jaar na de finale van de Europa-cup 1 alle oud-spelers uit die periode verzamelde, vertelde Rita Bastijns moedig over de ziekte van haar man. Fons zat thuis, in de Brugse deelgemeente Assebroek, hij kon haast niet meer praten, hij kwam niet meer buiten. Hij wist dat hij niet kon genezen, hij was zich heel goed bewust van wat er hem te wachten stond. Maar medelijden wilde Fons niet. Het typeerde hem. Een klager is Fons Bastijns ook in zijn carrière nooit geweest. Hij was sober op en naast het veld. Plichtbewustheid liep als een rode draad door een carrière die werd bepaald door toevallig-heden. De uit het Kempense Meer afkomstige Bastijns voetbalde als aanvaller voor Racing White, dat op het einde van het seizoen 1966/67 zijn contract niet wilde verlengen. Hij werd door de toenmalige trainer van de Brusselaars, Norberto Höfling, naar Club Brugge meegetroond. Het gul met miljoenen gooiende Club maakte zich toen op voor de Hollandse periode. De topspelers werden in peperdure villa's in het Zoute gevestigd en gingen als 'de heren van Knokke' door het leven. Bastijns, stil en bedeesd, moest met veel minder tevreden zijn. Recht van spreken had hij op dat moment niet. Hij woonde in een klein appartement. Fons Bastijns had het aanvankelijk moeilijk bij Club Brugge. Tot zijn carrière pas helemaal een onverwachte wending kreeg: na de tragische zelfmoord van de Engelse rechtsachter Brian Hill kwam hij op die positie terecht. Hij bleef er veertien seizoenen staan en maakte onder Ernst Happel de meest memorabele periode mee uit de geschiedenis van Club Brugge. In totaal won Bastijns vijf titels, drie bekers en speelde hij twee Europese finales. Fons Bastijns, die nimmer aan zelfoverschatting leed, was een toonbeeld van regelmaat en efficiency. Hij hoorde nooit bij de uitblinkers, maar speelde ook nooit een slechte wedstrijd. Of het zou die ene keer geweest moeten zijn dat Standard met 1-7 op Club Brugge won en hij gedold werd door Simon Tahamata. Anticipatie was het sterkste wapen van Bastijns: op intuïtie koos hij het juiste moment om een duel aan te gaan. Omdat hij verdedigde met verstand raakte Bastijns nooit geblesseerd. Pas na zijn carrière constateerde de Kempenaar dat hij wellicht iets had gemist om hogerop te raken: agressiviteit. Al zou dat hebben gebotst met zijn zachtaardige karakter. Onder Ernst Happel beleefde Bastijns, die drie A-interlands speelde en werd geremd door Gille Van Binst en vooral Erik Gerets, zijn topperiode. Clubs suprematie ten spijt was het voor hem niet gemakkelijk voetballen. Omdat blauw-zwart altijd op de helft van de tegenstander opereerde, moest hij bij balverlies nogal wat terrein afleggen om weer achteraan te raken. Dat kostte verschrikkelijk veel kracht. Bastijns, die inmiddels aanvoerder was geworden, sakkerde er niet over. Hij voelde zich goed binnen de familiale verbondenheid van Club, waarvoor hij 374 competitiematchen en 50 Europacupwedstrijden speelde. Hij genoot van de enorme wil en de grote mentale kracht waarmee iedereen naar hetzelfde doel toe werkte. Slechts één enkele keer, vertelde Bastijns later, had hij clanvorming geconstateerd. Toen Rob Rensenbrink bij Club Brugge arriveerde en door sommigen zo werd geboycot dat hij nauwelijks ballen kreeg. In veertien seizoenen werd Bastijns niet één keer door een andere vereniging benaderd. Dat vond hij normaal. Backs hoorde je volgens hem niet te kopen maar zelf op te leiden. Los daarvan zou Bastijns op geen enkel voorstel ingegaan zijn. Hij was loyaal. En collegiaal. Toen Jos Volders eens in een competitiewedstrijd op Lierse een ongelukkig gebaar maakte omdat hij door Happel werd vervangen, kwam Bastijns in opstand omdat Volders dreigde gesanctioneerd te worden. Happel wilde de linksachter drie dagen later niet meenemen naar de Europese wedstrijd op Juventus. Voor de eerste en enige keer verhief Bastijns toen zijn stem. Hij zei dat de hele ploeg in dat geval thuis zou blijven. Uiteindelijk moest Happel, die dreigde met de junioren te vertrekken, na een tussenkomst van het bestuur inbinden. Hoewel Bastijns nooit met gespierde uitspraken uitpakte, had hij binnen de vereniging wel degelijk invloed. Toen Club Brugge tijdens het seizoen 1977/78 eens met 6-1 op Anderlecht verloor en Happel riep voortaan met mandekking te spelen, praatte hij de eigenwijze trainer om. Fons Bastijns was intelligent en sociaal. Hij beschikte over een meer dan behoorlijke techniek, was snel, speelde goed een bal in en probeerde met finesse te voetballen. Maar als het moest, kon hij ook bikkelen. Eigenlijk voelde Bastijns zich geremd omdat hij als flankverdediger maar één kant uit kon. Zijn voorkeur ging uit naar het middenveld, maar persoonlijke overwegingen telden voor hem nooit. Bastijns verliet Club Brugge op zijn 34ste. Hij bouwde zijn carrière af in de anonimiteit van het Franse Duinkerke en stampte na een mislukt avontuur als manager van KV Mechelen een goed draaiend verzekeringskantoor uit de grond. Vanaf dat moment wist de boerenzoon dat er voor hem een nieuw leven begon. Sentiment was niet aan Fons Bastijns besteed. Nadat hij Club in 1981 verliet, voelde hij nauwelijks de behoefte om naar wedstrijden te gaan. Veel liever trapte hij zelf een balletje, met ex-collega's, ten voordele van een of ander goed doel. Een zwart gat is er voor Fons Bastijns na zijn carrière nooit geweest. Hij had zich maatschappelijk gesetteld en sleet een rustig leven. Soms kwamen we hem nog eens tegen in Brugge, maar hij praatte nooit over vroeger. In zijn fraaie villa herinnerde trouwens niets aan zijn carrière: geen foto, geen beker, geen wimpel. Fons Bastijns had een andere levensopgave gevonden. Hij engageerde zich helemaal voor zijn job. Tot de fatale ziekte toesloeg. Sdoor jacques sys