De zomer van 1986. De film Out Of Africa was een kassucces. Op onze redactie rijpte het idee om een reportage te wijden aan de voetballers van dat continent, die steeds talrijker werden in de Belgische competitie.
...

De zomer van 1986. De film Out Of Africa was een kassucces. Op onze redactie rijpte het idee om een reportage te wijden aan de voetballers van dat continent, die steeds talrijker werden in de Belgische competitie. Een van de geïnterviewden was Stephen Keshi, die op dat moment actief was bij Lokeren. Enfin, actief... De kapitein van de Nigeriaanse Super Eagles, in Afrika een even grote naam als de Kameroener Roger Milla, zat vaker dan hem lief was op de bank van Daknam. Net zoals die andere donkere speler, de Ivoriaan Maxime Onebo. Big Stef voelde zich misbegrepen door Aimé Anthuenis, dat seizoen de coach van de Waaslanders, en vroeg of we niemand kenden die hem kon helpen om een andere werkgever te vinden. Ik beloofde hem dat ik mijn netwerk zou aanspreken, zonder garantie evenwel dat ik hem uit de nood zou kunnen helpen. Nadat het artikel was verschenen, met daarin dus een stuk over hem, mocht Keshi voor het eerst zijn kunnen tonen als titularis in de wedstrijd tegen AA Gent. Het werd een klapper: zijn verdedigende onverzettelijkheid smukte hij nog op met een goal van hemelse schoonheid, met een hakje. Meer was er niet nodig om zijn reputatie te vestigen. Vanaf dat moment zou de stevige verdediger niet meer uit de basisploeg van Lokeren wijken. En een gelukje komt nooit alleen: een jaar later kreeg hij zijn transfer, naar Anderlecht. Hijzelf vertelde me dat nieuws destijds per telefoon, om halftwee 's ochtends, en hij bedankte me terloops voor mijn tussenkomt. Ik mocht hem zoveel ik wilde uitleggen dat ik aan zijn transfer geen enkele verdienste had en dat hij die alleen te danken had aan zijn prestaties, hij geloofde er geen woord van. Opeens was ik een vriend voor het leven geworden. Hij zou me ervoor bedanken en hij hield woord. Dankzij hem was ik altijd welkom wanneer de Super Eagles verzamelen bliezen. Zo kon ik stevige banden aanknopen met de oudere spelers als Daniel Amokachi of Samson Siasia en met de nieuwe garde met Victor Ikpeba en Sunday Oliseh. En dan tellen we nog niet alle Afrikaanse spelers mee voor wie hij als een tweede vader was. Zoals de Ghanees Nii Lamptey Odartey, die hij op een mooie dag meenam naar Anderlecht en voorstelde als zijn eigen zoon, Keshi Junior. Na zijn actieve carrière bleven we contact houden. Tijdens de Afrika Cup in 2002 in Mali, bijvoorbeeld, belde hij me op en vroeg hij me om hem een bijbel te brengen. Want de man had niet alleen kwaliteiten als speler of coach, hij was ook diepgelovig. Keshi verbleef beurtelings in zijn huis in Carmel (Californië) en in zijn geboorteland Nigeria. Mijn laatste contact met hem dateert van de Afrika Cup 2010 in Angola. Hij was bondscoach van de nationale ploeg van Mali en zorgde ervoor dat ik mijn eerste nacht in Luanda kon doorbrengen in hotel Presidente, waar hij met zijn selectie verbleef, vooraleer ik zou inchecken in het hoofdkwartier dat voor de pers was ingericht. Zoals gewoonlijk praatten we over van alles en nog wat, maar vooral over voetbal natuurlijk. Hij wou alle nieuwtjes weten over Mister Michel, over Fiel Laureys, die hem in Lokeren had opgevangen, en over RWDM, zijn laatste club in België. Hij maakte zich toen sterk dat hij de eerste zwarte trainer van een Belgische topclub zou worden. Zijn vroegtijdige dood, op amper 54 jaar, heeft er anders over beslist. DOOR BRUNO GOVERS - FOTO GF