In het kader van de zopas gerealiseerde inkomende transfers had Marc Degryse het de voorbije weken uitdrukkelijk over dienende en creatieve spelers. Het zijn begrippen die de laatste jaren in Brugge wat in onbruik zijn geraakt. Binnen de visie van Trond Sollied zijn alle spelers namelijk dienende spelers en wordt de term creatief louter in de collectieve zin gebruikt, in de betekenis van sámen creatief zijn, zoals hij de kwalificatie artiest ook nog maar enkel gebruikte met betrekking tot podiumkunstenaars als Bono, Elvis of Madonna. Openingen maken en ballen recupereren, het wordt altijd in blok betracht. Iedereen moet meedoen. Taakbewust. Systematisch. Idealistisch. Maar voortaan wordt er in Brugge dus blijkbaar weer gesproken van dienende en andere spelers, althans volgens de sportleider. Of niet ?
...

In het kader van de zopas gerealiseerde inkomende transfers had Marc Degryse het de voorbije weken uitdrukkelijk over dienende en creatieve spelers. Het zijn begrippen die de laatste jaren in Brugge wat in onbruik zijn geraakt. Binnen de visie van Trond Sollied zijn alle spelers namelijk dienende spelers en wordt de term creatief louter in de collectieve zin gebruikt, in de betekenis van sámen creatief zijn, zoals hij de kwalificatie artiest ook nog maar enkel gebruikte met betrekking tot podiumkunstenaars als Bono, Elvis of Madonna. Openingen maken en ballen recupereren, het wordt altijd in blok betracht. Iedereen moet meedoen. Taakbewust. Systematisch. Idealistisch. Maar voortaan wordt er in Brugge dus blijkbaar weer gesproken van dienende en andere spelers, althans volgens de sportleider. Of niet ? "Ach," zegt Trond Sollied, "wat is een creatieve speler ? Wat het voor mij betekent ? Ik weet alleen wat ik nodig heb. Dat is een man die kan dribbelen, maar ook een goeie pass kan geven, want alleen kan niemand iets doen. Zonder ploegmaats gaat het in voetbal niet. Hoe beter de spelers die je hebt, hoe sterker je zult zijn. Zo simpel is dat. Maar op de transfermarkt krijg je niet altijd wat je wil. Soms moet je de next step nemen, want je moet ook naar de financiële situatie kijken. Ik zie dat de kranten spreken over de stempel van Marc Degryse, maar daar zit geen logica achter. We hebben Balaban al gescout voor hij naar Aston Villa ging, toen Marc nog bij GBA voetbalde, en ook Blondel volgen we al lang. Elk van de drie transfers is in de sportieve staf besproken. Geen enkele speler komt zonder goedkeuring van de trainers. Zo werken wij hier. Wat zouden zogenaamde creatieve spelers mijn types niet zijn ? De beste speler waar ik ooit mee werkte, is Fadiga. Toen ik hier toekwam, zei iedereen dat hij geen goal kon maken. Vijf, zes wedstrijden ver was hij topschutter en werd hij voor veel geld verkocht." Maar toch. Steeds vaker vraag je je af of het verschil in visie tussen Trond Sollied en zijn nieuwe bazen wel werkbaar is. Als een geschreven overeenkomst het enige is dat de club nog aan Trond Sollied bindt, dan is dat geen gezonde basis om te werken. Dat binnen de club niet iedereen zijn contractverlenging van drie jaar van afgelopen zomer een even goed idee vindt, is inmiddels wel duidelijk. Welke insider lanceert er bijvoorbeeld de bedragen over de hoogte van zijn contract en wat is daar de bedoeling van ? Behoort dat ook tot de nieuwe cultuur ? Vermoedelijk niet, maar blijkbaar hoort het bij de omwenteling die er in Brugge gaande is. "Over zulke dingen denk ik echt niet zoveel na, hoor", aldus Trond Sollied. "Ik tekende een contract voor drie jaar en iedereen ging ermee akkoord, ook de voorzitter. That's it. Veel is er voor ons niet veranderd. De administratie zit nu op een andere plaats. Er is wat verschuiving gekomen in het organigram, om mensen verantwoordelijkheid te geven voor elk departement. Maar wij als technische leiders zien niet zo'n grote verandering. Marc ken ik van zijn carrière als speler en hij zit heel goed in de technische staf. Michel D'Hooghe is een man met veel ervaring buitenshuis. We zien hem meer dan Van Maele, maar dat is ook een beetje logisch natuurlijk. Voor de rest proberen we het zo goed te doen als we kunnen. Hopelijk komen we er op het eind goed uit. Nederlandse les volgen ? Dat is niks nieuws, ik volg die al van het eerste jaar." Ondertussen lijkt het er met de stand van zaken in de rangschikking op alsof er zo ongeveer niks meer deugt aan de Trainer van het (vorige) Jaar. Te tolerant, te weinig enthousiast, te weinig betrokkenheid bij de club. Te weinig daadkrachtig, op het veld, maar vooral ook ernaast. Zoals D'Hooghe ooit zei : maken dat mensen zich happy voelen is ook een stuk van het succes. Trond Sollied ziet ook dat een tikje anders, weten we sedert zijn landing in België. Profvoetbal is overleven en hij is hoofdtrainer, geen kinderverzorgster. Zo blijft hij, ongehinderd door wat anderen ervan vinden, zijn eigen versie van de tao verkondigen. Maar als er wat aan de praktische uitvoering blijft schorten, zoals dit seizoen al iets te vaak, dan is hij niet te handhaven. De sportleider zei het bij de start van de terugronde al met klem : nu gelden er geen excuses meer. Het geldt voor de spelers, maar vooral ook voor de trainer - wie er in de komende maanden ook nog ten grave moge worden gedragen en welke energetische impact dat volgens hem ook kan hebben op de prestaties van zijn ploeg. Dat de voorzitter liet noteren dat hij al de volgende hoofdtrainer kent, is natuurlijk ook veelbetekend. "Dat de voorzitter zegt dat hij mijn opvolger al kent ( lacht) ? De voorzitter is de voorzitter en hij kan zeggen wat hij wil", zegt Trond Sollied. "Ik ben echt veel minder bezig met zulke dingen dan mensen denken, hoor. Het interesseert mij niet, het zijn mijn zaken niet. Hij is de voorzitter en hij moet zorgen dat de club in goeie handen is. Als hij mijn opvolger nu al kent, is hij er vroeg bij. Iedereen moet daar gelukkig mee zijn, denk ik, ook ik. Meer dan ons best kunnen we niet doen. Was het oorlog, dan ging het om leven en dood, maar dit is sport. Hopelijk zien mensen dat er dit seizoen rond Brugge omstandigheden waren die niet in ons voordeel hebben gespeeld. Excuses ? Dit zijn geen excuses, maar feiten. Ik excuseer niemand en mezelf nog het minst." Met de transfers van Balaban, Victor en Blondel gaf Club Brugge alleszins blijk van een grote slagkracht. Als het klopt dat alleen nog maar Jonathan Blondel 1,25 miljoen euro aan transferprijs kost, dan moet het van het seizoen van René Verheyen geleden zijn dat Club nog eens zoveel geld voor een speler uitgaf. Toen werd de riante verkoop van Eric Addo aan PSV Eindhoven aan Philippe Clement, Gaëtan Englebert, Jochen Janssen en Sandy Martens gespendeerd. Nu komt het geld van de kwalificatie voor en de puntenwinst in de Champions League, voor het eerst sedert tien jaar, twee keer opeenvolgend nog wel. De grote paradox is natuurlijk dat het juist nu gebeurt, met een spelersgroep die alle creativiteit zou missen, die zou zijn samengesteld uit geflopte transfers en geleid zou zijn door de foute trainer. Als het onder de sportieve leiding van Marc Degryse nog zoveel beter wordt, dan kan het niet anders of Club Brugge speelt op een dag nog eens een Europese bekerfinale. Maar zo ver is het nog niet. Vooralsnog is de enige zekerheid dat in de kleedkamer kennis van het Servo-Kroatisch nog aan belang heeft gewonnen en dat er voortaan drie leerlingen meer zullen zijn in de lessen Nederlands voor anderstaligen. Maar in de terugronde zou Club op het veld toch al wat sterker moeten zijn. Trond Sollied sprak vorig seizoen al van zijn Dream Team en ondertussen zijn er nog een half dozijn spelers bijgekomen. "Vroeg of laat zullen we slagen", besluit hij. "Als je halverwege het seizoen als enige club nog in drie competities actief bent, is het zo slecht ook nog niet natuurlijk. Het belangrijkste is dat de club volgend seizoen Europees speelt. Iedereen zegt : als tweede eindigen, dan ben je zeker. Neen. Dan moet je je nog zien te kwalificeren voor de Champions League en dat is niet zo evident. Zie voor welke problemen Anderlecht werd gesteld tegen Rapid Boekarest. Hadden ze het niet gehaald, dan speelden ze dit seizoen geen Europees voetbal. Nochtans waren ze vorig seizoen als tweede geëindigd in de competitie. Vergeet dat niet."De koopwoede van Club Brugge is niet te stoppen. Vorige week werd na Bosko Balaban en Victor met de amper negentienjarige Jonathan Blondel nog een derde element aan de al uitgebreide kern toegevoegd. De Ploegsteertenaar - die voor vier en een half jaar tekende - werd door sportleider Marc Degryse voor 1,25 miljoen euro weggehaald bij Tottenham, waar hij wegkwijnde op de invallersbank. In juli 2002 was de middenvelder nog door voormalig Engels bondscoach Glenn Hoddle voor 1,5 miljoen euro weggeplukt bij Moeskroen. Maar verder dan een korte invalbeurt van tien minuten kwam de eenmalige Rode Duivel niet. Ook onder de leiding van David Pleat - die bij Sheffield Wednesday nog samenwerkte met Degryse - kreeg Blondel maar weinig speelgelegenheid. "Alhoewel we hoge verwachtingen koesterden, had Jona het heel moeilijk om zich aan te passen aan het Engelse voetbal. Dat vereist niet alleen een goede fysieke paraatheid, maar ook mentale weerbaarheid. Ik had de indruk dat hij de laatste maanden wat wegkwijnde, overmand werd door eenzaamheid. He was losing the battle. Ik stelde hem daarom voor om bij Burnley wat vertrouwen te gaan opdoen. Maar daar paste hij liever voor. Dan hebben we maar voor de meest menselijke oplossing gekozen. Hij zal ongetwijfeld kunnen profiteren van een vervroegde terugkeer naar huis", liet de director of football ons afgelopen zaterdag weten. Paul Newman, die wekelijks de verrichtingen van de Spurs voor The Daily Mail op de voet volgt, betreurt het afscheid van Blondel. "Vooral de supporters hadden het er moeilijk mee, want ze hielden wel van zijn stijl : onvermoeibaar, altijd maar bikkelend, tackelend en heel dribbelvaardig. Hij kreeg echter te weinig kansen. Hoddle noemde hem al snel een lichtgewicht, terwijl Pleat daar aanvankelijk anders over dacht. Hij testte Jonathan eens links op het middenveld, maar kwam snel tot dezelfde conclusie : not powerful enough for the Premier League. Maar ik ben ervan overtuigd dat hij een ster kan worden in het Belgische voetbal. Alleen heeft hij nog wat tijd nodig. Ze zullen bij Brugge geduldig moeten omspringen met hem." K oen De Vleeschauwer trainde en speelde bij Moes- kroen nog samen met Blondel. "In eerste instantie schrok ik een beetje van zijn transfer. Hij was bij Tottenham toch echt in de vergeethoek geraakt, hé. Brugge heeft hem een mooie reddingsboei toegeworpen, want hij dreigde te verdrinken. Eigenlijk verloor hij daar anderhalf jaar. Geld maakt niet altijd gelukkig, blijkt nog maar eens. Feit is dat hij nog alles moet bewijzen. Nog nooit speelde hij een seizoen lang op een hoog niveau. Daarom is het toch een zwaar risico. Tot nu toe verliep alles in een stroomversnelling : alles mocht, niks moest. Dat zal veranderen. Er worden prestaties verwacht." Aan zijn talent twijfelt De Vleeschauwer niet. "Een heel vinnig en kwiek baasje met het uiterlijk van een scholierke", herinnert hij zich. "Altijd in beweging, goed voor honderd procent overgave. Iemand die geen schrik heeft om zijn voet te zetten, die gezond agressief overkomt. Geen luiaard die op flitsen teert, maar die je wel moet waarschuwen dat hij niet te veel met zijn krachten woekert. Ook klein van gestalte, daarom wat vergelijkbaar met Marc Degryse, maar nog lang niet zo vernuftig. Hij is technisch sterk, kan heel goed kaatsen of in een tijd spelen. Zijn sterkste punt was dat hij al aan de tweede fase dacht, wat er diende te gebeuren na het inspelen van de bal. Een nadeel bleek zijn trap op doel van buiten de zestien meter. Daarover had ik het vaak met Francky Vandendriessche. Hij streelde eerder de bal op het gevoel met zijn linkervoet, kon er niet echt kracht achter zetten. Misschien heeft hij dat in Engeland bijgeleerd. Dat zullen de komende maanden moeten uitwijzen. Hij trainde daar toch in het gezelschap van wat gerenommeerde voetballers. Als hij een beetje slim is, gaf hij zijn ogen de kost. Bij Moeskroen was het al een lefgozertje, zegt De Vleeschauwer. "Echt opkijken naar de routiniers deed hij niet. Dat is misschien wel een gave. Hij bekommerde zich liever om zijn eigen spel, was overtuigd van zichzelf. Maar het is daarom geen dikke nek. Eerder een schuchter type, bescheiden en vrij zelfstandig voor zijn leeftijd. Hij leerde daar in Londen waarschijnlijk wel opboksen tegen de eenzaamheid, keert mentaal gehard terug. Maar een ding staat vast : ik hoop dat hij naam en faam kan maken bij Club Brugge. Daar is elke voetballiefhebber mee gediend."Hugo Broos gaf Blondel zijn eerste speelkansen bij Moeskroen en kijkt heel benieuwd uit naar de vooruitgang die hij maakte in Engeland. "Ik herinner me een explosief baasje, een vechtertje dat een beslissende pass kan geven en gemakkelijk infiltreert. Alleen spraken zijn gestalte en het gebrek aan duelkracht in zijn nadeel. Ik had met Gil Vandenbrouck een specifiek programma uitgedokterd om daaraan te werken, maar we konden het nooit uitvoeren. Nu blijkt dat hij geen goede keuze maakte met Engeland. Frankrijk zou hem beter liggen. Engeland blijft fysiek enorm zwaar. Dat zijn wedstrijden tegen honderd per uur, iets waar hij alleen maar onderuit kon gaan. Ik zag wel dat hij iets volwassener overkomt, wat een goede evolutie is. Hij gooide zijn verlegenheid af, werd van kind een man. Maar vanuit zijn persoonlijkheid zal het nooit een leidinggevende voetballer worden. Dat is ook geen vereiste. Kijk maar naar Jan Ceulemans. " Assistent-bondscoach Eddy Snelders beschouwt Jona- than Blondel nog altijd als een aankomend talent van het Belgisch voetbal. "Hij is dan wel wat tenger van lichaamsbouw, maar heel sterk in zijn ritmeveranderingen. Daar heeft hij veel gemeen met Thomas Buffel, die toch iets gemakkelijker scoort. Tottenham was zeker niet goed voor zijn ontwikkeling. Ik denk dat hij qua kracht de impact van het Engels voetbal toch wat onderschatte. Er kan alleen maar een stagnatie zijn opgetreden, want daar kwam hij niet verder dan duels met de invallers en jeugdploegen. Ik zag hem wel aan het werk met de beloften tegen Bulgarije en daar speelde hij dan wel sterk. Het deed hem ongetwijfeld deugd dat hij onvoorwaardelijk kon rekenen op het vertrouwen van Jean-François de Sart. Ik onthield dat zijn spel vooral aanvallend gericht is. Achter hem moet je voldoende personen hebben om de verdedigende organisatie te bewaren. Hij doet wel veel meters, maar is niet echt de zuivere balrecuperator à la Philippe Clement." De keuze voor Brugge vindt Snelders goed. "Die jongen is van nature vrij timide, zal zeker geen grote mond opzetten. Hij keert nu terug naar zijn natuurlijke omgeving, dichter bij zijn ouders. Als hij nu eens bij de invallers moet spelen, zal de heimwee niet opspelen. Maar een basisplaats zal hij bij Trond Sollied niet op een presenteerblaadje krijgen aangeboden. Ik vrees toch een beetje voor zijn fragiliteit. Het spel van Club Brugge is momenteel nog altijd enorm gebaseerd op power, terwijl hij moet concurreren met Nastja Ceh en Alin Stoica. De concurrentieslag zal even groot zijn als bij Tottenham. Een surplus voor Blondel is dat hij met Marc Degryse binnen het bestuur kan rekenen op iemand die sterk in hem gelooft. Hij komt op een heel moeilijke positie terecht, waar je echt een begenadigd voetballer moet zijn om iedereen te overtuigen. Maar hij is nog jong en kan vrij snel operationeel gemaakt worden." 'door Christian Vandenabeele'Ik ben ervan overtuigd dat hij een ster kan worden in het Belgische voetbal.' (Paul Newman, The Daily Mail) 'Ik tekende een contract voor drie jaar en iedereen ging ermee akkoord, ook de voorzitter.'