Een paar keer dit seizoen moest Antwerp zich, met een open brief op zijn website, verdedigen tegen 'aanvallen van buitenaf'. Een keer tijdens play-off 1 toen het pogingen ontwaarde om coach László Bölöni tegen eigenaar Paul Gheysens op te zetten. En nog een keer in de reguliere competitie, toen de 'negatiev...

Een paar keer dit seizoen moest Antwerp zich, met een open brief op zijn website, verdedigen tegen 'aanvallen van buitenaf'. Een keer tijdens play-off 1 toen het pogingen ontwaarde om coach László Bölöni tegen eigenaar Paul Gheysens op te zetten. En nog een keer in de reguliere competitie, toen de 'negatieve speelwijze' van Antwerp, met veel fysieke wapens en een verdedigende aanpak, op kritiek van de buitenwereld botste. Niet toevallig kwam een en ander altijd op een moment dat er een duel met Standard op de kalender stond. In Luik weten ze hoe ze de media moeten bespelen, gromden ze op de Bosuil. Nu, de statistieken spraken ook niet direct in het voordeel van Antwerp: weinig goals voor, weinig goals tegen, amper zes zeges in vijftien thuisduels. De Bosuil is mooi en bleef van het geweld van vroeger gespaard, maar er viel voor de fans meer vreugde te rapen op verplaatsing dan thuis. Club Brugge, Anderlecht, KAA Gent en Standard kwamen er weg met een gelijkspel, Anderlecht ging er (op een diefje) winnen. Maar toen was er 2 april en schudde Bölöni een klein aapje uit zijn mouw: Omar Govea moet zich nu niet beledigd voelen, we bedoelen het goed. De Roemeen had de Mexicaan al eens uitgetest op het einde van de reguliere competitie. Zonder veel succes. Maar in play-off 1 speelde hij een 70 minuten goed op Standard en kreeg hij thuis tegen KRC Genk een nieuwe kans. Hij bracht meer voetballend vermogen en Antwerp won. Dat deed het later ook nog eens tegen Standard. Van nul naar twee thuiszeges, de G5 lijkt een lid rijker.