Hoe zelfingenomen moet je niet zijn ? Op het moment dat Duitsland afgelopen vrijdag aan de wedstrijd tegen Argentinië begon, trainde de vijfvoudige wereldkampioen in het Waldstadion van Frankfurt. De confrontatie van een mogelijke tegenstander later in het toernooi bleek niemand te interesseren. Het was een soort misprijzen. De Brazilianen geloven in hun eigen heerlijkheid, ze wanen zich zo superieur dat ze nooit een wedstrijd kunnen verliezen. Hooguit kan het gebeuren dat ze een match niet winnen. De Brazilianen zijn ongenaakbare iconen die eigenlijk maar één vijand hebben : hun zelfingenomenheid. Vooral daarover zijn ze tijdens dit WK uiteindelijk gevallen. De kwartfinale van afgelopen zaterdag tegen Frankrijk toonde dat de ploeg niet langer in staat is een hoog tempo te ontwikkelen. Maar vooral : dat Brazilië niet meer als team voetbalt, dat de jacht op de eigen glorie vanuit een misplaatst superioriteitsgevoel bij momenten de bovenhand neemt op het collectief.
...

Hoe zelfingenomen moet je niet zijn ? Op het moment dat Duitsland afgelopen vrijdag aan de wedstrijd tegen Argentinië begon, trainde de vijfvoudige wereldkampioen in het Waldstadion van Frankfurt. De confrontatie van een mogelijke tegenstander later in het toernooi bleek niemand te interesseren. Het was een soort misprijzen. De Brazilianen geloven in hun eigen heerlijkheid, ze wanen zich zo superieur dat ze nooit een wedstrijd kunnen verliezen. Hooguit kan het gebeuren dat ze een match niet winnen. De Brazilianen zijn ongenaakbare iconen die eigenlijk maar één vijand hebben : hun zelfingenomenheid. Vooral daarover zijn ze tijdens dit WK uiteindelijk gevallen. De kwartfinale van afgelopen zaterdag tegen Frankrijk toonde dat de ploeg niet langer in staat is een hoog tempo te ontwikkelen. Maar vooral : dat Brazilië niet meer als team voetbalt, dat de jacht op de eigen glorie vanuit een misplaatst superioriteitsgevoel bij momenten de bovenhand neemt op het collectief. Een scène uit de wedstrijd tussen Brazilië en Ghana, vier dagen voor de rampzalige uitschakeling. In het Westfalenstadion van Dortmund zitten 65.000 mensen. Brazilië trekt de trukendoos niet open maar staat 3-0 voor. Twee minuten voor het einde kapt Cafú zich aan de rechterkant vrij en stormt op doel af. Ronaldinho staat naast hem helemaal alleen, zwaait driftig met de armen, maar de rechtsachter schiet zelf, de bal stuit op het lichaam van doelman Richard Kingston. Ronaldinho kan zijn ergernis niet camoufleren. Een volle minuut lang blijft hij onbeweeglijk op het veld staan. Zijn gelaat versteent, de eeuwige glimlach is verdwenen. Hij schreeuwt Cafú iets toe en schudt mistroostig met het hoofd. Het was de eerste keer dat tijdens het toernooi op het veld bleek dat er achter het blije en onbekommerde imago veel egocentrisme schuilgaat. Een andere scène, twee dagen voor de kwartfinale tegen Frankrijk. Brazilië traint in Bergisch Gladbach. In een onderling partijtje moet Ronaldo plots voorstopper spelen. Hij staart verwonderd naar zijn trainer en denkt dat het om een misverstand gaat. Als dat niet zo blijkt te zijn, spuwen zijn ogen vuur. Een doelpuntenfabrikant die als verdediger moet fungeren, groter kan een vernedering niet zijn. Ronaldo kijkt hulpeloos naar zijn ploegmaats. Die lachen alleen maar. Op het gezicht van Parreira ontwaar je een grijns. Plots is het alsof Ronaldo heel alleen op de wereld staat, hij lijkt wel een paria, geïsoleerd en gepantserd in het nog altijd te zware lichaam. Dat hij uiteindelijk tegen Ghana zijn vijftiende WK-doelpunt maakt en daarmee het record van Gerd Müller breekt, kan die ergernis niet verbloemen. Brazilië zweefde tijdens het WK tussen blijheid en verwaandheid, tussen authenticiteit en commercialisering. Ergens is de vijfvoudige wereldkampioen een planeet, een soort gefabriceerde droom die zichzelf als een pakket verkoopt en dat kennelijk belangrijker vindt dan het voetbal op zich. Een trainingskamp in de Zwitserse bergen, een verblijf tijdens dit WK in Königstein en Bergisch Gladbach, Brazilië wilde zijn status verzilveren en trok zich niets aan van dat wat er rond hen gebeurt. In het Zwitserse Weggis moest een varkensslachter zijn driehonderd beesten tijdelijk verhuizen omdat de sterren anders wel eens te veel last zouden kunnen krijgen van stank. In Königstein is de burgemeester nog altijd niet te spreken over de attitude van de goochelaars. Niet één keer lieten ze zich in het stadje zien, de burgemeester moest zelfs een gouden boek naar het oefenveld sleuren omdat de heren absoluut geen tijd vonden om naar het gemeentehuis te komen. Ook in Bergisch Gladbach ervaarden ze dat Brazilië in een cocon leefde, verschanst van de hele wereld. Het in de buurt van Keulen gelegen stadje merkte wat het is om de Goddelijke Kanaries te ontvangen : er vinden volksverhuizingen plaats en er ontstaan verkeersinfarcten. Brazilië afficheert zich als een soort sterrenensemble, dat op tijd en wijle een vertoning opvoert. Het Duitse weekblad Der Spiegel noemde het treffend een soort Holiday on Grass. Maar tijdens dit WK blijkt dat de glans van weleer is vervaagd. Toen Brazilië met wedstrijden tegen Kroatië en Australië aan het toernooi begon, hing er een grauwe sluier over het spel. Pas tegen Japan werd er gewerveld. Helemaal niets ook viel er van het streven naar schoonheid te zien in de achtste finale tegen Ghana. Toen reageerde Carlos Alberto Parreira nog geïrriteerd op de vraag wanneer er eindelijk mooi voetbal te zien zou zijn. "In de geschiedenis van zo'n toernooi wordt er niet over mooi voetbal gesproken", monkelde hij. "De geschiedenis spreekt alleen van overwinningen."Na de wedstrijd van zaterdag wist de bondscoach het ook niet meer : Brazilië slofte in Frankfurt lusteloos over het veld. Er was geen beleving, geen samenhang, geen snelheid. "Het probleem van Brazilië", zei Jorginho, de rechtsachter uit de ploeg van 1994 eerder op de Duitse televisie, "is dat het geen fysiek heeft." Wie tijdens dit WK enkele trainingssessies van de ploeg volgde, vroeg zich af hoe die conditie werd onderhouden. Tijdens die oefensessies werd er in onderlinge partijtjes alleen maar gepingeld, door voetballers die zich gedroegen als jolende kinderen die na een lange schoolvakantie mekaar terugzagen. Dat gebrek aan fysieke paraatheid is vreemd, want bondscoach Parreira is een gediplomeerde conditietrainer. En hij rekende op de zelfdiscipline van de spelers die hij geen programma meegaf toen ze na de competitie op vakantie vertrokken. Maar in de loop van het toernooi, zo weten insiders, ontwaarde Parreira wel degelijk tekenen van egoïsme, al probeerde hij constant op verbondenheid te hameren. Maar hoe moet je dat doen in een land waar tijdens een wedstrijd van de nationale ploeg de financiële markten dichtgaan, de universiteiten sluiten en het overheidspersoneel een halve dag vrij krijgt ? Steeds meer in de loop van dit toernooi werd Carlos Alberto Parreira echter als een pragmaticus afgeschilderd, als een trainer die zekerheid boven alles verkiest. Dat imago botst radicaal met het elftal dat hij aanvankelijk het veld op stuurde. Een trainer die voor het magisch vierkant Ronaldinho- Kaká-Ronaldo- Adriano kiest, kan geen manco aan offensieve ideeën worden ontzegd. Maar de passie ontbrak, de betovering bleef op de wedstrijd tegen Japan na uit. Zo schakelde Parreira voor de match tegen Frankrijk over naar een andere veldbezetting. Hij haalde de logge Adriano uit de ploeg, versterkte het middenveld en liet Ronaldo alleen vooraan lopen. De spits was negentig minuten lang een karikatuur van zichzelf. En beleefde een absoluut dieptepunt toen hij op een gegeven moment over zijn eigen benen struikelde. Al even onopvallend speelde Ronaldinho, die binnen het resultaatgerichte voetbal van Parreira vijf wedstrijden lang naar ruimte zocht. Hij zag zich verplicht naar de flanken uit te wijken om met dribbels te kunnen uitpakken. Ronaldinho had niet dezelfde vrijheden als bij Barcelona, waar het spel helemaal rond hem draait. Het lag niet in zijn aard om daar een polemiek over te beginnen. Al bij herhaling zei Ronaldinho tijdens het toernooi dat hij doet wat de trainer hem vraagt : de defensie steunen en zorgen voor de toevoer naar de aanvallers. Maar Ronaldinho miste tijdens dit WK vooral snelle en beweeglijke aanvallers, spitsen en aanspeelpunten zoals hij die bij Barcelona met Eto'o en Giuly wel heeft. Het is in die zin verrassend dat Carlos Alberto Parreira ook afgelopen zaterdag de dartele Robinho zolang op de bank hield. Het is een van de zaken waarvoor hij verantwoording zal moeten afleggen. Net zoals zaterdag ook al de vraag weerklonk waarom Parreira zolang aan zijn oude garde vasthield en niet tot een generatiewissel durfde over te gaan. Eén jaar geleden speelde Brazilië tijdens de finale van de Confederations Cup Argen- tinië van het veld. Dat gebeurde op hetzelfde veld in Frankfurt waar er nu een tragedie werd beleefd. Sinds die finale slaagde Ronaldinho er niet meer in een doelpunt te maken. Tien wedstrijden lang. Nu verstuurde hij tijdens dit WK vooral een festival aan korte voorzetten. Niets is meer tekenend voor de verkeerde opties die deze ploeg nam dan dat. JACQUES SYS