Verbijsterd keek Genktrainer Hannes Wolf zaterdag bij de rust in Oostende zijn spelers aan, na een onwaarschijnlijke non-vertoning, met het meeste balbezit (69 procent), maar zonder kansen en ook zonder tempo. Alsof de Genkse spelers net de 208 kilometer vanuit de Luminus Arena in een geforceerde mars hadden afgelegd. 'Zo kunnen we hier toch niet verliezen?', vroeg hij ongelovig. 'We hadden niet eens geprobeerd om te voetballen', gaf hij na de wedstrijd aan. Zijn verzoeknummer aan zijn spelers voor de tweede helft? Simpel: ' Play fast, more speed.'

Genk zou na Standard de eerste kampioen kunnen zijn die play-off 1 niet haalt sinds de invoering van het play-offsysteem.

Drie kwartier later oogde hij opgelucht, omdat zijn team met nog één wedstrijd te gaan het lot nog in eigen handen heeft. 'Ik zie er misschien niet zo uit, maar ik ben wel erg gelukkig.' Rekenen moet Genk zondag tegen KV Mechelen alvast niet. Alleen winnen volstaat.

Ongeacht de afloop staan een aantal zaken nu al vast. Ook als Genk play-off 1 niet haalt, zal Hannes Wolf trainer blijven, omdat hij erop hamert dat de lat hoog moet liggen, iets wat ook de rest van de club voortaan wil. Ook werkt Dimitri de Condé naarstig voort als technisch directeur. Zijn taak de komende weken is een nuchtere analyse te maken van de spelers die goed zijn en diegenen die te kort komen. Kortom: het kaf van het koren scheiden. En vermijden dat de resterende jonge sterkhouders van vorig seizoen vertrekken. Aan de top van de club blijft, ongeacht de afloop, ook Peter Croonen aan als voorzitter.

Een nieuw hart

Toen Genk eind november afscheid nam van Felice Mazzu stond het negende, met 20 punten uit 14 wedstrijden: gemiddeld 1,4 punten per match. In 15 matchen behaalde Hannes Wolf 24 punten, gemiddeld 1,6 per wedstrijd, waarmee Genk naar de zevende plaats opschoof.

Wel verloor Wolf onderweg nog drie spelers van het al uitgedunde kampioenenteam. Na één match viel Bryan Heynen geblesseerd uit en in januari vertrokken Ally Samatta en Sander Berge naar de Premier League. De ploeg die op Oostende aantrad was, invallers inbegrepen, gemiddeld 23,3 jaar jong. Het elftal dat de wedstrijd beëindigde na een sterke ommekeer (2-4) had een gemiddelde leeftijd van 23 jaar. Kortom: dit KRC Genk is work in progress.

Om uiteenlopende redenen haalden de drie belangrijkste vervangers die in de zomer werden gehaald hun niveau niet. 'Van Patrik Hrosovsky, Paul Onuachu en Théo Bongonda verwacht ik dat ze onmiddellijk een meerwaarde brengen', hoopte De Condé begin oktober. Onuachu bloeide pas open na het vertrek van Samatta, op de beste Hrosovsky (zaterdag startte hij opnieuw op de bank) is het nog wachten en Bongonda die geblesseerd aan de competitie begon toonde zich na een paar betere prestaties op Oostende eindelijk de speler die Genk voor veel geld bij Zulte Waregem kocht: voortdurend dreigend en acties makend. De voorbije maanden liep hij vooral met de kop tussen de schouders, zaterdag was hij de laatste die het veld af stapte, omdat hij er maar geen genoeg van kreeg met de supporters te vieren. Het zegt alles over zijn wedergeboorte, mét dank aan Wolf, met wie het, net als bij veel andere spelers, klikt. Het maakte wel dat Genk zijn hart, het middenveld, kwijt was. Met de inbreng van de loopsterke Noren Mats Møller Daehli en Kristian Thorstvedt én het ontluiken van Bongonda groeit er stilaan een nieuw hart.

De Europese wortel

Vorige week zat Dimitri de Condé nog samen met voorzitter Croonen om de nabije toekomst uit te tekenen. In vergelijking met vroeger zit Genk door een aantal lucratieve uitgaande transfers en de vetpotten van de Champions League financieel in een situatie waarin het niet langer hoeft te verkopen. Alleen is het mee het slachtoffer van zijn businessmodel: jonge talenten uit het buitenland halen die dan de stap naar een topcompetitie zetten, maar dit keer zonder de Champions League als wortel om hen nog een extra jaar in Genk te houden.

Het zou voor de groei niet goed zijn indien deze zomer opnieuw twee of drie sterkhouders vertrekken, weet De Condé. Hij wil hen overtuigen dat dit niet het ideale moment is om te gaan, noch voor de club, noch voor hun eigen carrière. Ten eerste omdat dat de sportieve planning van de club verstoort, die graag zijn sterkhouders drie seizoenen samenhoudt (een jaar om in te passen, een jaar om te roderen, een jaar om te oogsten). Ten tweede omdat de spelers die in de buitenlandse belangstelling staan dit seizoen slechts bij momenten vlagen van hun klasse toonden en soms zelfs flink wat steken lieten vallen. De manier waarop Joakim Maehle zaterdag aan de kust een paar blunders beging, zijn fases waar ze bij elke club uit de vijf toonaangevende competities van gruwen. Ook centraal verdediger Jhon Lucumí, nog altijd maar 21, is een heerlijke voetballer, maar hij schaaft het best nog een jaar aan zijn uitvoetballen vooraleer hij rijp is voor een topcompetitie. Nadat hij het sportieve plan bij de vorige vertrekkers tot een goed einde bracht, is de geloofwaardigheid van De Condé bij de spelers alleen maar vergroot.

Ook daarom haalt Genk het liefst play-off 1, en nog liever Europees voetbal, een bühne waar de veelbelovende talenten zich kunnen tonen en zich versneld ontwikkelen. Zo maar een beetje aanmodderen in het schaduwland van play-off 2 en/of een jaar zonder Europees voetbal is geen vooruitzicht waar Maehle, Lucumí of Junya Ito naar uitkijken.

De schijnwerpers van play-off 1 is waar de club en de spelers nood aan hebben. 'Elke dag vragen de spelers zich hier af: zit ik hier nog wel op mijn plaats, word ik hier beter?', omschreef voorzitter Peter Croonen een maand geleden wat een voetballer bij Genk bezighoudt. Als Genk zondag niet wint, zou het na Standard de eerste kampioen sinds de invoering van het play-offsysteem zijn die play-off 1 niet haalt. De Rouches werden in 2008/09 kampioen in het laatste reguliere seizoen met achttien clubs, en plaatsten zich als regerend kampioen het volgende jaar niet voor de allereerste play-offs, evenmin als Genk trouwens.

Niet het soort geschiedenis waar je later trots op bent, en dus absoluut te vermijden.

Verbijsterd keek Genktrainer Hannes Wolf zaterdag bij de rust in Oostende zijn spelers aan, na een onwaarschijnlijke non-vertoning, met het meeste balbezit (69 procent), maar zonder kansen en ook zonder tempo. Alsof de Genkse spelers net de 208 kilometer vanuit de Luminus Arena in een geforceerde mars hadden afgelegd. 'Zo kunnen we hier toch niet verliezen?', vroeg hij ongelovig. 'We hadden niet eens geprobeerd om te voetballen', gaf hij na de wedstrijd aan. Zijn verzoeknummer aan zijn spelers voor de tweede helft? Simpel: ' Play fast, more speed.' Drie kwartier later oogde hij opgelucht, omdat zijn team met nog één wedstrijd te gaan het lot nog in eigen handen heeft. 'Ik zie er misschien niet zo uit, maar ik ben wel erg gelukkig.' Rekenen moet Genk zondag tegen KV Mechelen alvast niet. Alleen winnen volstaat. Ongeacht de afloop staan een aantal zaken nu al vast. Ook als Genk play-off 1 niet haalt, zal Hannes Wolf trainer blijven, omdat hij erop hamert dat de lat hoog moet liggen, iets wat ook de rest van de club voortaan wil. Ook werkt Dimitri de Condé naarstig voort als technisch directeur. Zijn taak de komende weken is een nuchtere analyse te maken van de spelers die goed zijn en diegenen die te kort komen. Kortom: het kaf van het koren scheiden. En vermijden dat de resterende jonge sterkhouders van vorig seizoen vertrekken. Aan de top van de club blijft, ongeacht de afloop, ook Peter Croonen aan als voorzitter. Toen Genk eind november afscheid nam van Felice Mazzu stond het negende, met 20 punten uit 14 wedstrijden: gemiddeld 1,4 punten per match. In 15 matchen behaalde Hannes Wolf 24 punten, gemiddeld 1,6 per wedstrijd, waarmee Genk naar de zevende plaats opschoof. Wel verloor Wolf onderweg nog drie spelers van het al uitgedunde kampioenenteam. Na één match viel Bryan Heynen geblesseerd uit en in januari vertrokken Ally Samatta en Sander Berge naar de Premier League. De ploeg die op Oostende aantrad was, invallers inbegrepen, gemiddeld 23,3 jaar jong. Het elftal dat de wedstrijd beëindigde na een sterke ommekeer (2-4) had een gemiddelde leeftijd van 23 jaar. Kortom: dit KRC Genk is work in progress. Om uiteenlopende redenen haalden de drie belangrijkste vervangers die in de zomer werden gehaald hun niveau niet. 'Van Patrik Hrosovsky, Paul Onuachu en Théo Bongonda verwacht ik dat ze onmiddellijk een meerwaarde brengen', hoopte De Condé begin oktober. Onuachu bloeide pas open na het vertrek van Samatta, op de beste Hrosovsky (zaterdag startte hij opnieuw op de bank) is het nog wachten en Bongonda die geblesseerd aan de competitie begon toonde zich na een paar betere prestaties op Oostende eindelijk de speler die Genk voor veel geld bij Zulte Waregem kocht: voortdurend dreigend en acties makend. De voorbije maanden liep hij vooral met de kop tussen de schouders, zaterdag was hij de laatste die het veld af stapte, omdat hij er maar geen genoeg van kreeg met de supporters te vieren. Het zegt alles over zijn wedergeboorte, mét dank aan Wolf, met wie het, net als bij veel andere spelers, klikt. Het maakte wel dat Genk zijn hart, het middenveld, kwijt was. Met de inbreng van de loopsterke Noren Mats Møller Daehli en Kristian Thorstvedt én het ontluiken van Bongonda groeit er stilaan een nieuw hart. Vorige week zat Dimitri de Condé nog samen met voorzitter Croonen om de nabije toekomst uit te tekenen. In vergelijking met vroeger zit Genk door een aantal lucratieve uitgaande transfers en de vetpotten van de Champions League financieel in een situatie waarin het niet langer hoeft te verkopen. Alleen is het mee het slachtoffer van zijn businessmodel: jonge talenten uit het buitenland halen die dan de stap naar een topcompetitie zetten, maar dit keer zonder de Champions League als wortel om hen nog een extra jaar in Genk te houden. Het zou voor de groei niet goed zijn indien deze zomer opnieuw twee of drie sterkhouders vertrekken, weet De Condé. Hij wil hen overtuigen dat dit niet het ideale moment is om te gaan, noch voor de club, noch voor hun eigen carrière. Ten eerste omdat dat de sportieve planning van de club verstoort, die graag zijn sterkhouders drie seizoenen samenhoudt (een jaar om in te passen, een jaar om te roderen, een jaar om te oogsten). Ten tweede omdat de spelers die in de buitenlandse belangstelling staan dit seizoen slechts bij momenten vlagen van hun klasse toonden en soms zelfs flink wat steken lieten vallen. De manier waarop Joakim Maehle zaterdag aan de kust een paar blunders beging, zijn fases waar ze bij elke club uit de vijf toonaangevende competities van gruwen. Ook centraal verdediger Jhon Lucumí, nog altijd maar 21, is een heerlijke voetballer, maar hij schaaft het best nog een jaar aan zijn uitvoetballen vooraleer hij rijp is voor een topcompetitie. Nadat hij het sportieve plan bij de vorige vertrekkers tot een goed einde bracht, is de geloofwaardigheid van De Condé bij de spelers alleen maar vergroot. Ook daarom haalt Genk het liefst play-off 1, en nog liever Europees voetbal, een bühne waar de veelbelovende talenten zich kunnen tonen en zich versneld ontwikkelen. Zo maar een beetje aanmodderen in het schaduwland van play-off 2 en/of een jaar zonder Europees voetbal is geen vooruitzicht waar Maehle, Lucumí of Junya Ito naar uitkijken. De schijnwerpers van play-off 1 is waar de club en de spelers nood aan hebben. 'Elke dag vragen de spelers zich hier af: zit ik hier nog wel op mijn plaats, word ik hier beter?', omschreef voorzitter Peter Croonen een maand geleden wat een voetballer bij Genk bezighoudt. Als Genk zondag niet wint, zou het na Standard de eerste kampioen sinds de invoering van het play-offsysteem zijn die play-off 1 niet haalt. De Rouches werden in 2008/09 kampioen in het laatste reguliere seizoen met achttien clubs, en plaatsten zich als regerend kampioen het volgende jaar niet voor de allereerste play-offs, evenmin als Genk trouwens. Niet het soort geschiedenis waar je later trots op bent, en dus absoluut te vermijden.