'Bonjour, je m'appelle Françoise.' 'Bonjouw, jon m'oppel Sejad.' Sejad, stoppelbaardje en afrokapsel, stelt zich voor aan zijn lerares en medeleerlingen. Hij lijkt wat onder de indruk van de omstandigheden. Net als zijn vier Afghaanse kameraden doet hij zijn best om het Frans onder de knie te krijgen, maar met de uitspraak lukt het nog niet zo goed. Ze moeten er zelf om lachen. Allemaal schrijven ze de woorden die ze horen fonetisch op, maar wanneer Sejad het lijstje voetbaltermen moet opsommen, draait de jongen naast hem het blad om, met een kwajongensglimlach op de lippen.
...

'Bonjour, je m'appelle Françoise.' 'Bonjouw, jon m'oppel Sejad.' Sejad, stoppelbaardje en afrokapsel, stelt zich voor aan zijn lerares en medeleerlingen. Hij lijkt wat onder de indruk van de omstandigheden. Net als zijn vier Afghaanse kameraden doet hij zijn best om het Frans onder de knie te krijgen, maar met de uitspraak lukt het nog niet zo goed. Ze moeten er zelf om lachen. Allemaal schrijven ze de woorden die ze horen fonetisch op, maar wanneer Sejad het lijstje voetbaltermen moet opsommen, draait de jongen naast hem het blad om, met een kwajongensglimlach op de lippen. In de kantine van Kraainem Football Club, een behoorlijk modern gebouw gelegen tussen de twee grasvelden van de club, loopt een tiental jongeren heen en weer in afwachting van hun training. Er heerst een levendige sfeer. Eén kind zit rustig aan een tafeltje tekeningen te maken, tekeningen van zaken die Sejad en zijn vrienden nog lang niet in het Frans kunnen uitspreken. De meeste van Sejads 'lotgenoten' zijn hier pas sinds vorige maand en kennen nog maar heel weinig Franse woorden. Hoewel de officiële taal in deze faciliteitengemeente Nederlands is, krijgen de nieuwkomers bij Kraainem Frans. Voor Khaled is Frans spreken geen probleem. De potige veertiger werkt als vrijwilliger voor de club en bedient vandaag zijn klanten vanachter de toog. Hij eet snel zijn stuk cake op en geeft zijn hond nog een koekje voor hij ons te woord staat. 'Het is een plezier om al die jongeren te zien lachen', zegt hij. 'Ze amuseren zich, maar tegelijkertijd zijn ze echt wel gemotiveerd, want ze willen Frans leren. Ik heb de indruk dat ze hun problemen vergeten dankzij de mogelijkheden die ze hier krijgen.' Met 'mogelijkheden' doelt Khaled op het project dat Kraainem Football Club opstartte om migrantenjongeren uit het asielcentrum van Sint-Pieters-Woluwe voetbaltraining én lessen Frans aan te bieden. 'Het gaat eigenlijk eerder om alfabetisering dan om echte taallessen', aldus Elise, communicatieverantwoordelijke bij de club. 'In een eerste fase moeten ze zichzelf leren voorstellen en een aantal gemakkelijke woorden gebruiken. En daarnaast moeten ze uiteraard ook de belangrijkste voetbaltermen kennen. Ze krijgen ook een beetje huiswerk mee, maar het valt nog af te wachten of ze dat zullen maken.' Wanneer het echt nodig is, kent bij elke groep altijd wel een van de jongeren voldoende Engels om voor een vertaling te zorgen. 'Gisteren gebruikte ik nog een mix van Engels, Frans en Arabisch om met hen te communiceren', lacht Khaled. 'En ik gebruikte ook gebarentaal, dat verstaat uiteindelijk iedereen.' Aan het tafeltje met migranten zit Sahak Ahmad Shah. Hij is zestien en kwam midden vorige maand in België aan. Zoals zo veel van zijn landgenoten ontvluchtte hij de burgeroorlog in Afghanistan en hoopt hij in Europa stabiliteit en rust te vinden. 'Ik vertrok te voet uit Afghanistan', vertelt hij licht gegeneerd, 'en kreeg daarna een lift met de auto en nam soms ook de trein. Ik kwam via Iran en Turkije Europa binnen.' Wekelijks maakt Sahak met negentien andere jongeren gebruik van de taal-voetbalsessies die Kraainem Football Club aanbiedt. 'Je zou de deuren nog meer kunnen openzetten,' zegt Laurent Thieule, voorzitter van de club, 'maar je moet rekening houden met de realiteit. We hebben ons gefocust op twintig jongeren per week, opgedeeld in groepjes van vijf. Dat is het meest efficiënte voor de taalcursus en het zorgt er ook voor dat ze niet in de massa wegzinken.' In een eerste fase zal het project drie maanden duren, legt hij uit. 'Daarna verblijven ze wellicht niet meer in het asielcentrum omdat ze geregulariseerd zijn. Dan is het dus niet zeker dat ze nog hier in de buurt wonen.' In afwachting van een mogelijke regularisatie vecht (figuurlijk welteverstaan) het zestigtal jongeren uit het asielcentrum in Sint-Pieters-Woluwe voor een plaatsje bij Kraainem Football Club. Het is ook een 'strijd' tussen nationaliteiten, want de onderverdeling in groepjes is gebaseerd op afkomst. Na ruim 40 minuten 'Ballow de foutball' (ballon de football, voetbal), 'Cardien de boute' (gardien de but, doelman) en andere woorden uit het rijke voetbaljargon zit de taalles erop. Elise is tevreden: 'Dit was een sterke groep. Ze hebben geleerd om zich voor te stellen, ze hebben de belangrijkste voetbaltermen geoefend en ze kunnen tot tien tellen.' Lerares Françoise, vrijwilligster net als haar collega's, merkt op dat de oudste jongeren er hun aandacht het best bij houden. 'Tijdens de vorige les zat er een jongen van een jaar of dertien bij die altijd maar naar een voetbalwedstrijd op televisie zat te kijken. Maar ik begrijp dat wel, hij is het niet gewoon om zich te concentreren op een les. Françoise is onderwijzeres in het lager onderwijs, maar dit soort lessen geven is toch iets anders, beaamt ze. De meeste jongeren zijn wel leergierig. 'Ze beseffen dat we hen een kans bieden die anderen niet krijgen. Ze zijn dan ook vragende partij om veel bij te leren. Ik heb al heel wat ideetjes voor de volgende lessen', glimlacht ze. Françoise geeft les in een school in Kraainem en moet het voetbalveld maar oversteken om in de kantine bij haar 'nieuwe leerlingen' te zijn. 'Ze heeft haar collega's al uitgenodigd om haar een handje te helpen en ook een les te geven bij onze club', zegt voorzitter Laurent Thieule. 'De tamtam doet zijn werk.' (lachje) Na de theorie is het tijd voor de praktijk. De jonge asielzoekers gaan samen met Khaled naar de kleedkamer om hun voetbaluitrusting te ontvangen. 'We hebben aan de ouders van onze leden gevraagd of ze nog schoenen en voetbalkleren hadden om aan de nieuwkomers te geven. Gisteren was er bijvoorbeeld een Afghaan bij die volledig als Italiaans international gekleed was. Het probleem is dat we vooral veel uitrustingen verzamelden voor kleine kinderen, terwijl we er voor jongeren van 15, 16 jaar nodig hebben. Als het moet, zal ik mijn eigen schoenen afgeven.' (lacht) De ouders hebben een essentiële rol te vervullen in het hele project, zegt Laurent Thieule. Ze hebben van bij het begin inspraak gehad. 'Onze club heeft een multicultureel karakter. Onze 300 jongeren hebben 42 verschillende nationaliteiten. Toen we het project bedachten, belegden we een vergadering met alle ouders en iedereen toonde zich meteen bereid om deel te nemen. Dat helpt uiteraard om de integratie te vergemakkelijken.' Als ze in de kleedkamer aankomen, geven de jonge Afghanen de andere jongeren van de club een hand. Hoewel ze wat onwennig zijn, is de begroeting oprecht beleefd. Misschien wel voor het eerst ontdekken deze adolescenten uit het Midden-Oosten de geur van een voetbalkleedkamer, een mengeling van zweet, slijk en deodorant. Ondanks de regen is Sahak heel blij dat hij met zijn nieuwe ploegmaats aan de slag kan. 'De laatste keer dat ik voetbalde, was in Afghanistan, maar ik heb al gemerkt dat ze hier veel meer bewegen op het veld.' Sahak moet ditmaal in jeans spelen, maar gelukkig zal hij geen 90 minuten moeten lopen. 'Ze doen de volledige training mee,' weet Khaled, 'maar het is niet de bedoeling dat we ze fysiek afmatten.' Die jeans mag Sahak binnenkort trouwens inruilen voor een echte voetbalplunje. Er is immers een akkoord met een sponsor, die de kosten van nieuwe schoenen en een uitrusting voor de asielzoekers wil financieren. Patricia is een van de coördinatrices van het project. Het is niet de eerste keer dat ze zich bezighoudt met jongeren die een andere taal spreken. Kraainem Football Club organiseert elke zomer taal- en voetbalstages voor adolescenten. Het enige verschil is dat Patricia met de vijf Afghanen bijna de rol van engelbewaarder moet spelen. 'Ik begeleid ze overal, behalve in de kleedkamer natuurlijk. Ik waak er wel over dat ik geregeld vergezeld word van een man, uit respect voor hun godsdienst.' Op het einde van de taallessen blijft Patricia in de kantine, waar ze de magie van het voetbal kan gadeslaan. 'Dit project is een hulpmiddel in het integratieproces van de asielzoekers', meent voorzitter Thieule. 'Ze leren de taal (in dit geval het Frans, hoewel Kraainem officieel een Vlaamse gemeente is, nvdr), doen aan sport, leven in een gemeenschap, leren zelfstandig te worden, enzovoort.' Het idee van integratie via de sport haalde Thieule uit de denktank Sport et Citoyenneté, die hij zelf voorzit. 'Elke drie maanden richten we onze aandacht op een ander thema, bijvoorbeeld sport en vrouwen, sport en gokschandalen, doping in de sport. Momenteel bekijken we wat er in verschillende landen gedaan wordt qua integratie. Kraainem is als het ware mijn laboratorium.' Als voorzitter van Kraainem Football Club (sinds 2009) dacht Thieule uiteraard onmiddellijk aan het voetbal als integratiesport. Hij heeft er geen spijt van. 'Voetbal is een universele taal. In het professionele voetbal vind je tweespalt en ademen de tribunes niet meteen tolerantie uit, maar bij amateurs is voetbal in de eerste plaats een bindende factor. Jongeren in een club integreren kan hen alleen maar helpen. Ik wil dat deze club symbool staat voor wederzijds respect en aanvaarding.' Khaled vult aan. 'Als kind, in de jaren zeventig, ging ik vaak met mijn ouders naar Noord- Afrika op vakantie. Ik speelde er samen met de andere jongeren blootsvoets. We voetbalden met een bal die gemaakt was van kousen. Voor mij moeten alle sporten een rol spelen bij de integratie, maar ze zijn daarvoor niet allemaal even geschikt. Tennis is dat bijvoorbeeld minder dan voetbal. Voetbal leent er zich perfect voor. En trouwens, wat is de bekendste sport ter wereld?' Een transferfilosofie moeten we niet zien achter het project van Kraainem. 'Die spelers echt laten aansluiten is moeilijk', stelt Thieule. 'Het is ook niet onze bedoeling om er kampioenen van te maken. De meesten zijn trouwens niet zo getalenteerd.' De voorzitter stortte zich in dit avontuur om sociale redenen en uit waardering voor ons land. 'Ik respecteer elke mening als het gaat over migratie, maar ik vind dat België heel gastvrij en tolerant is. Wij aanvaarden diversiteit. Elkaars verschillen accepteren is essentieel in deze wereld. Sport kan daarbij heel belangrijk zijn als middel om tot integratie te komen.' De jongeren van het asielcentrum in Sint-Pieters-Woluwe krijgen naast de combinatie taal en voetbal ook de mogelijkheid om uitstappen te maken. Zo kunnen ze het Atomium bezoeken of een wedstrijd van Anderlecht bijwonen. In totaal zijn er zeventien asielcentra in België. Laurent Thieule hoopt dat ze ooit allemaal samenwerken met één of meerdere voetbalclubs, maar het initiatief mag niet enkel van de clubs komen, vindt hij. 'Ik vind het jammer dat de voetbalbond zo'n passieve houding aanneemt. Zij zouden acties die de solidariteit in het land verhogen, moeten aanmoedigen. Europa zal de komende jaren miljoenen vluchtelingen moeten opvangen. Daarbij is het aan alle beleidsniveaus om voor een goede spreiding en een vlotte integratie te zorgen.' In het geheel van de vluchtelingenproblematiek is het project van Kraainem Football Club maar kleinschalig, maar, zo besluit Sahak, het is bijzonder waardevol. 'Voor ons is het een grote steun om hier te mogen komen.' DOOR EMILIEN HOFMAN - FOTO'S BELGAIMAGE - JASPER JACOBS'Onze club heeft een multicultureel karakter. Onze 300 jongeren hebben 42 verschillende nationaliteiten.' VOORZITTER LAURENT THIEULE