Het was Ludovic Capelle zelf die Luc Misson en Johnny Maeschalck samenbracht in hun eerste gezamenlijke dopingzaak. Meteen nadat hij was betrapt op epo (juni 2005), besliste de 29-jarige Waalse renner dat hij door de beste Franstalige én de beste Nederlandstalige advocaat zou worden verdedigd : Misson schafte met voetballer Jean-Marc Bosman het transfersysteem in de Europese Unie af, Maeschalck zette met triatleet Rutger Beke de epotest op de helling. Misson, meer een specialist in Europees recht dan in sportrecht, doet zelden een dopingzaak : atleet ...

Het was Ludovic Capelle zelf die Luc Misson en Johnny Maeschalck samenbracht in hun eerste gezamenlijke dopingzaak. Meteen nadat hij was betrapt op epo (juni 2005), besliste de 29-jarige Waalse renner dat hij door de beste Franstalige én de beste Nederlandstalige advocaat zou worden verdedigd : Misson schafte met voetballer Jean-Marc Bosman het transfersysteem in de Europese Unie af, Maeschalck zette met triatleet Rutger Beke de epotest op de helling. Misson, meer een specialist in Europees recht dan in sportrecht, doet zelden een dopingzaak : atleet Mohamed Mourhit was zijn bekendste cliënt, overigens zonder succes. Maeschalck heeft een imponerende reputatie als verdediger van dopingzondaars : alleen al in 2005 bekwam hij zes vrijspraken. "Achter elk dossier zit een mens. Ik verdedig de dader, niet de daad", vat hij graag zijn strijd tegen "de demagogie van de bonden" samen. Met Capelle schreef de samenwerkende vennootschap Misson & Maeschalck meteen een primeur op haar naam : nooit eerder raakte een dopingzaak tot bij de Raad van State, het hoogste administratieve rechtsorgaan in België. Die volgde het positieve advies van de auditeur om de schorsing van de Vlaamse Gemeenschap bij hoogdringendheid op te schorten. Misson legde de basis van de verdediging met de stelling dat dopingcontroles een schending van de privacy zijn (zie de 3de aanklacht), waarna Maeschalck de voorzet binnentrapte. Als Capelle straks ook ten gronde gelijk krijgt op dit punt, hoeft de verdediging niet eens nog de zes andere pijlen op haar boog uit te spelen, waaronder naar verluidt "een bommetje en enkele torpedo's". Welke dat zijn, komen we wellicht nooit te weten : de Vlaamse Gemeenschap kent ze en zal er beslist op anticiperen door haar dopingdecreet tijdig bij te sturen. Maeschalck is het inhoudelijk in grote lijnen eens met Missons kritiek op de dopingstrijd. Eén van zijn laatste vrijspraken betrof die van Jan Kuyckx, tegen wie wegens een positieve efedrinetest twee jaar schorsing was geëist. Uiteindelijk bleek, na eigen onderzoek door de verdediging, dat de renner van Davitamon-Lotto drie producten had genomen die níét op de verboden dopinglijst staan, maar waar wel (het verboden) efedrine in zit. Hij ging vrijuit. Maeschalck : "Opnieuw heeft hier de sportbeoefenaar het bewijs van zijn onschuld moeten leveren" (zie de 2de aanklacht van Misson). De ploegdokter van Davitamon-Lotto betwistte nooit dat hij de producten zelf had toegediend. Toch werd de verantwoordelijkheid voor de gevonden efedrine uitsluitend bij Kuyckx gelegd. Pleit Misson in deze voor een grotere aansprakelijkheid van de medici (zie het voorbeeld van de Franse schermster), Maeschalck wil vooral dat de organisatoren en de bonden voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst. "Sinds 1991 is doping in Vlaanderen uit het strafrecht gehaald," zegt hij, "althans voor de sportbeoefenaar : zijn omgeving kan wél nog correctioneel worden gestraft. Maar wat zie ik ? Dat het een trend wordt om uitgerekend de sportbeoefenaars, van Frank Vandenbroucke tot zeer recentelijk Ben Berden, correctioneel door te verwijzen. Het is meer dan ooit tijd dat naast de minister, de sportleiders en de dopinglabo's, ook de vierde hoeksteen in het dopingdebat, de sporter, wordt gehoord."