Soms tonen cijfers op een schrijnende manier hoe de tijden zijn veranderd. Veertig jaar geleden maakte Eddy Merckx zich in het grauwe Roubaix op voor zijn eerste Ronde van Frankrijk. Tussen donkere arbeidershuizen stonden er dertien ploegen en in totaal 130 renners aan de start. Ze kwamen uit negen (Europese) landen. Onder de deelnemers waren er meer Belgische renners dan Franse: 37 tegenover 36. Twee ploegen (Mann-Grundig en Flandria) stelden alleen Belgen op, Merckx opteerde voor zijn Faemateam voor acht Belgische en één Italiaanse ( Pietro Scandelli) ploegmaat.
...

Soms tonen cijfers op een schrijnende manier hoe de tijden zijn veranderd. Veertig jaar geleden maakte Eddy Merckx zich in het grauwe Roubaix op voor zijn eerste Ronde van Frankrijk. Tussen donkere arbeidershuizen stonden er dertien ploegen en in totaal 130 renners aan de start. Ze kwamen uit negen (Europese) landen. Onder de deelnemers waren er meer Belgische renners dan Franse: 37 tegenover 36. Twee ploegen (Mann-Grundig en Flandria) stelden alleen Belgen op, Merckx opteerde voor zijn Faemateam voor acht Belgische en één Italiaanse ( Pietro Scandelli) ploegmaat. Eén week voor de Tour werd Roger De Vlaeminck in Mettet nationaal kampioen. Het was de tijd dat iedereen gebiologeerd was door deze koers, door de magie van de driekleur. Fier stond De Vlaeminck aan de start. Hij riep dat Merckx het niet gemakkelijk zou krijgen om de Tour te winnen. Het was de tijd dat de wielersport leefde van emotie en commotie, van strijd en tweestrijd, van provocatief gedrag en snoeverige uitspraken, van tweespalt onder de supporters. Tweeëntwintig dagen en 4110 kilometer zou de Ronde van Frankrijk worden geterroriseerd door Eddy Merckx. Er werd zo hard gereden en zo vaak gedemarreerd dat slechts twee etappes op een massaspurt eindigden. Merckx won zes ritten en alle nevenklassementen. In Parijs had hij een ware ravage aangericht: amper twaalf renners eindigden binnen het uur, 33 op minder dan twee uur. Tussen de jetset begint de Ronde van Frankrijk zaterdag in Monaco met een 15,5 kilometer lange tijdrit. Langs de Middellandse Zee, met pronkerige jachten als achtergrond, in een opgefokt sfeertje, voor het oog van veel beau monde: ook de Tour moet mee met zijn tijd. De Tour 2009 lijkt een van de lichtste uit de geschiedenis. Er zijn geen epische tochten door de woeste Pyreneeën, dat mythische cols als de Aspin en vooral de Tourmalet op respectievelijk 100 en 70 kilometer van de aankomst liggen, ontneemt de Tour veel van zijn grandeur en pathetiek. De koninginnenrit in de Alpen staat pas op 22 juli geprogrammeerd, vier dagen voor het einde en daags voor een 40,5 kilometer lange tijdrit. De langste klim, de Mont Ventoux, wordt pas op de voorlaatste dag aangesneden. Dat gegeven dreigt de Tour te verlammen. Bij vele renners zal het afwachten en cijferen zijn, wachten op de laatste dagen, op die ene ultieme inspanning, zoals Carlos Sastre die vorig jaar op weg naar Alpe d'Huez leverde. De komende Tour lijkt deze van de berekening te worden. Met veel massaspurten en met verschillen die aanvankelijk alleen in de tijdritten gemaakt zullen worden. Tenzij ... De kardinale vraag in deze Tour is wie het rond Alberto Contador en Lance Armstrong gemetselde blok van Astana gaat breken? Die rol is op maat geknipt voor het Team Saxo Bank van Bjarne Riis, die ook vorig jaar, toen met Carlos Sastre als speerpunt, vaak voor vuurwerk zorgde. Met Fabian Cancellara, de gebroeders Schleck en de onverslijtbare Jens Voigt beschikt dit team over een stel onvervalste hardrijders. Andy Schleck is een potentiële Tourwinnaar al mist hij voorlopig dat wat Alberto Contador kenmerkt: explosiviteit in de bergen. Precies aan die versnelling ontbreekt het ook de horkerige Cadel Evans. En hoe fris zit Denis Menchov nog na een zware Giro. En tot wat is Carlos Sastre in staat? Vragen waarrond een mystieke sluier hangt. Maar misschien komt het in deze Tour vooral tot een interne strijd. Tussen Alberto Contador en Lance Armstrong. Dat vooral de kaart van de Spanjaard wordt getrokken, valt te relativeren: met Contadors wens om zijn vriend Benjamin Noval in de ploeg op te nemen, werd geen rekening gehouden. En de Belgen? Weer spreken cijfers boekdelen. In de dezer dagen zo uitvoerig belichte Tour van Eddy Merckx in 1969 wonnen ze dertien ritten en finishten 26 keer in de eerste drie. Zeven Belgen eindigden in de top 30. Afhankelijk van de laatste ontwikkelingen staan er straks in Monaco een twaalftal Belgen aan de start. Het zal een groot succes zijn als er een rit wordt gewonnen. door JACQUES SYS