Spandoeken als steunbetuiging aan de weggestuurde Víctor Fernández waren er tegen RC Genk niet, zondag in de Ghelamco Arena. Maar toen de speaker bij de wedstrijdopstellingen de achternaam van Mircea Rednic wilde laten scanderen door de eigen aanhang, ging dat moeizaam. Op het veld konden de spelers slechts 55 minuten het fysieke engagement tonen dat de Roemeense trainer wil zien. Daarna zakten de Buffalo's volledig weg. Een schokeffect bleef uit, Gent staat momenteel achtste en moet dringend punten pakken in de volgende match, de streekderby op Lokeren OV.
...

Spandoeken als steunbetuiging aan de weggestuurde Víctor Fernández waren er tegen RC Genk niet, zondag in de Ghelamco Arena. Maar toen de speaker bij de wedstrijdopstellingen de achternaam van Mircea Rednic wilde laten scanderen door de eigen aanhang, ging dat moeizaam. Op het veld konden de spelers slechts 55 minuten het fysieke engagement tonen dat de Roemeense trainer wil zien. Daarna zakten de Buffalo's volledig weg. Een schokeffect bleef uit, Gent staat momenteel achtste en moet dringend punten pakken in de volgende match, de streekderby op Lokeren OV. Toen Ivan De Witte op 1 juni 1999 voorzitter werd van AA Gent, speelden de Buffalo's hun thuismatchen gemiddeld voor 7000 toeschouwers en bedroeg het budget tien miljoen euro. Vandaag werkt Gent met een budget van 25 miljoen euro (het vierde hoogste in België) en trekt het in de Ghelamco Arena gemiddeld 17.500 toeschouwers. Vorig seizoen waren dat er slechts 10.040. AA Gent is niet meer de club die het in 1999 was. "Eigenlijk herken ik niets meer", zegt De Witte. "Met dat nieuwe stadion veranderde alles. Toen was de ambitie de club uit het moeras te trekken en tot een stabiele subtopper uit te bouwen. Dat is toch vrij goed gelukt, meen ik." Toen De Witte aantrad, was Gent net twee keer als achtste geëindigd. In die veertien jaar voorzitterschap finishte AA Gent negen keer in de top vijf. Ondertussen werd ook nog eens een financiële put van 23 miljoen euro weggewerkt en een nieuw, modern onderkomen uit het niets opgetrokken. Dat is niet mis. Ook dat moet mee in rekening gebracht worden wanneer een tussenbalans van zijn bewind wordt opgemaakt, vindt de voorzitter. Op sportief vlak was AA Gent niet bepaald een toonbeeld van stabiliteit, al werden van 2004 tot begin vorig seizoen acht jaar lang geen trainers ontslagen tijdens het seizoen. In die veertien jaar stelden De Witte en Louwagie wél zeventien keer een nieuwe trainer aan en werkten ze met dertien verschillende coaches, Rednic inbegrepen (Trond Sollied ging drie keer aan de slag en Herman Vermeulen vervulde drie interims). Van de huidige eersteklassers versleet in diezelfde periode alleen KV Mechelen (dat tussendoor ook in tweede en derde klasse voetbalde) meer (veertien) trainers. Ook Club, Standard en Lierse hadden dertien trainers, Anderlecht had er in dezelfde periode slechts zeven. De Witte tekent bezwaar aan tegen die naakte cijfers als evaluatie van zijn sportief beleid, omdat ze maar een deel van het verhaal vertellen. "Wie van tevoren kan inschatten of een trainer ergens zal aanslaan, moet het hier maar eens komen zeggen", vindt hij. "Er waren zo veel verschillende omstandigheden die bij al die wissels een rol speelden. Sollied ging zelf weg, Preud'homme ook. Dat moet je ook meenemen in je oordeel." Van de dertien verschillende trainers waren er maar vijf Belg. Een paar keer gaf De Witte onderweg aan dat hij op zoek ging naar coaches met nieuwe ideeën en een eigen methodiek. Op de Belgische markt vond hij lang niemand die een andere kijk op voetbal én een planmatige aanpak vertegenwoordigde. Zo kwam AA Gent bij Trond Sollied, Patrick Rémy, Jan Olde Riekerink en Víctor Fernándezterecht. Dat betekent niet dat De Witte a priori tegen Belgische trainers is. "Er waren er van wie we vonden dat ze bij ons zouden passen, maar het moment moet ook goed zijn", vindt hij. "Ze waren toen niet vrij." Vorige week liet de voorzitter zich nog ontvallen dat de context van de Belgische competitie toch zeer specifiek is. "Ik hoor uw vraag al komen: waarom nam je dan geen Belgische trainer?", weerklinkt het wat geïrriteerd. "Het klopt dat Vercauteren en Jacobs vrij waren. Maar we dachten dat Rednic in deze omstandigheden beter bij ons zou passen." Aan Hein Vanhaezebrouck van KV Kortrijkdacht Gent niet meer. "Vorig jaar dachten we wél aan Hein en polsten we. Toen gaf hij aan te blijven omdat zijn contract nog niet ten einde was." Nu zou Vanhaezebrouck bij Kortrijk wél een ontsnappingsclausule hebben. "Maar wij oordeelden wat we geen trainer wilden weghalen bij een concurrent." Algemeen manager Michel Louwagie bevestigt dat: "Je kan als club niet altijd de trainer nemen die je het liefst wil nemen. Van-haezebrouck had zijn woord gegeven aan een bestuurslid dat hij zijn contract zou uitdoen. Ook nu wilden we dat niet forceren. Dat zou iets zijn als Georges Leekens weghalen bij de nationale ploeg: dat doen we niet." Zo kwam Gent wél bij Rednic uit, die vorig jaar ook al in beeld was. Toen AA Gent besloot dat het afscheid zou nemen van Solliedtipte spelersmakelaar Roger Henrotay,een bekende van Louwagie,dat de Roemeen een goeie keuze zou kunnen zijn. De Witte twijfelde: zou een trainer uit de Roemeense competitie de ideale man zijn om een Belgische eersteklasser uit het moeras te halen? "Ik aarzelde: meer vanwege het onbekende dan omdat ik vooroordelen tegen de man had", nuanceert hij vandaag. "Maar het klopt dat ik toen de boot heb afgehouden." Prompt profiteerde Standard van die aarzeling, en kreeg AA Gent al gauw een bevestigend antwoord op de vraag of Rednic in staat was om een zwalpende Belgische eersteklasser opnieuw aan het voetballen te krijgen. De eerste weken na de aanstelling van Víctor Fernández in januari waren De Witte en Louwagie lyrisch over de aanpak van de minzame Spaanse trainer en zijn methodiek, ondanks de taalbarrière. Wat gaf dan eigenlijk de doorslag bij het ontslag? "Je kan veel subjectieve verklaringen inroepen, maar de echte reden is dat we maar 13 op 27 haalden", zegt Louwagie. "We waren tot mei heel tevreden over zijn manier van werken, de speelwijze en de resultaten. Maar niet over wat het opleverde in de nieuwe competitie. Tijdens de winterstop werden er spelers gehaald door de club, in de zomer op voorspraak van de trainer." Louwagie was nochtans laaiend enthousiast na de kennismaking. "Elke trainer heeft een houdbaarheidsdatum die je niet van tevoren kan inschatten en die ook van de omstandigheden afhangt", zegt hij. "Is Fernández een goeie trainer? Ja, maar wat hij probeerde bij ons, pakte niet. Dan blijft de vraag: hoe lang wacht je? Tegenover onze stakeholders in dit nieuwe stadion vonden wij dat we niet nog een maand wilden wachten." De Witte: "Wat telt, is de vooruitgang die je in het spel ziet, of die je niet ziet. De tijd die er nodig was om het soort voetbal te brengen dat de trainer wilde, was er niet. Of beter: die wilden we niet meer geven." De onvrede die Fernández uitte over de transfers waarin hij niet gevolgd zou zijn, gaf niet de doorslag. "We lazen dat niet graag, maar daar is hij niet op afgerekend", oppert de voorzitter. Trainers bij Gent hebben overigens niet te klagen, vindt Louwagie. De club toont ze ook dat ze belangrijk zijn: "We gaan één keer per week met de trainer eten, geven hem veel ruimte. In dit geval is dat zeker gebeurd, misschien nog meer dan anders. Omdat we met de bouw bezig waren en weinig tijd hadden voor het sportieve, hebben we veel sportieve bevoegdheden in handen van Fernández gegeven. Tijd om op het vliegtuig te stappen en drie dagen weg te zijn om de financiële waarde van spelers te evalueren die door onze scouts getipt waren, had ik dit keer niet." Onder Fernández veranderde een en ander. Wedstrijdscouting gebeurde niet meer, alle analyses gebeurden op basis van videobanden. Nu vult Luc Sanders die taak in, zoals Peter Balette dat bij Standard voor Rednic deed. Sportief coördinator Gunther Schepens stond door de taalbarrière niet dicht genoeg bij Fernández om te beoordelen of er nog voldoende chemie was tussen spelers en trainer. "Mijn communicatie met Fernández was niet zo evident. Ik kan me best voorstellen dat zoiets met sommige jongens ook voor afstand zorgde." Schepens bevestigt dat er onder Fernández minder rekening gehouden werd met de adviezen van de scoutingcel. "Ook omdat Víctor zijn eigen contacten had. Diogo is een geslaagde transfer. Wat Pirez betreft: de Argentijnse markt is voor ons in principe financieel niet haalbaar, zeker niet als daar nog de naam River Plate bij komt. Daar profiteerden we maximaal van Fernández' goeie contacten. Al zit Pirez bij ons nog niet op zijn top." Ook Pedersen kwam op vraag van Fernández. "Hij paste perfect in zijn combinatievoetbal", zegt Schepens. "Maar dan moet je hem wel optimaal gebruiken. En wij speelden iets te traag om hem perfect te laten renderen." Over de kwaliteiten van Brecht Dejaegere blijft Schepens positief: "Hij is niet de scorende nummer tien die Fernández zocht. De scoutingcel stond wel achter zijn komst, maar dacht dat hij vanaf rechts zou komen, zoals hij bij Kortrijk vaak deed. Bovendien is hij jong en Belgisch, en hadden wij dringend Belgische spelers nodig. Alleen moet zijn scorend vermogen omhoog." Kortom: "De trainer gaf zijn visie hoe hij wilde spelen, wij zorgden grotendeels voor de invulling van de namen. Vraag is nu of die spelers ook in een 4-4-2 kunnen functioneren, zoals Rednic wil, in plaats van in een 4-3-3 zoals het tot vorige week gebeurde. Het werk- en loopvolume van de spelers op de flanken zal serieus omhoog moeten, bij balverlies zullen ze diep terug moeten zakken, want Rednic wil blokvorming en een goeie verdedigende organisatie en een snelle omschakeling. Dat zijn dingen die Patrick Rémy tien jaar geleden al vroeg. Wij hadden de voorbije weken altijd het meeste balbezit, maar het tempo waarin we speelden, lag veel te laag. Zo kan je geen enkele tegenstander ontwrichten." Nu al gaf Rednic aan dat versterking in januari zich opdringt. Er viel al een naam van een mogelijke Roemeense aanwinst. De Witte wil zich daar nog niet over uitspreken: "Een trainer niet volgen bij zijn desiderata is onmogelijk, want dan raakt hij gefrustreerd. Hem helemaal volgen, is ook niet goed. Tussen die twee moet je als club het evenwicht zoeken." Tussen de lijnen is al te horen dat Rednic op sportief vlak minder ruimte zal krijgen dan zijn voorganger: "Ook voor Rednics komst hadden wij als club al ideeën op welke posities we straks moeten bijsturen", zegt Louwagie. "De trainer mag posities aangeven die hij wil, wij zullen de namen invullen." Zonder de bouw van het nieuwe stadion was een en ander op sportief vlak waarschijnlijk anders gelopen, geven voorzitter en algemeen manager toe. "18.000 mensen, dat creëert een andere omgeving dan 6000 toeschouwers, niet alleen qua decibels, maar ook van alles wat er rondhangt", geeft De Witte aan. "Het combineren van bouwen én een goeie sportieve werking neerzetten, dat is ongelofelijk veeleisend. Je kan dat ook niet allemaal plannen. Zo'n nieuw stadion verandert de club helemaal. Dat zal straks nog meer blijken. Ik geef toe dat we de laatste twee jaar een aantal beleidsfouten gemaakt hebben, vooral op sportief vlak. Maar als je een balans van mijn voorzittersperiode wil opmaken, moet je alle gegevens meenemen, en niet alleen de sportieve wissels van de laatste twee jaar. Dat we de laatste twee jaar niet zo goed gewerkt hebben, mag je niet doen besluiten dat het de afgelopen veertien jaar niet goed geweest is." ?DOOR GEERT FOUTRÉ & FRÉDÉRIC VANHEULE - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Tijd om drie dagen weg te zijn om de financiële waarde van spelers te evalueren die door onze scouts getipt waren, had ik dit keer niet." Michel Louwagie