Jean Trappeniers is een streekgenoot van mij. Ik was vroeger zelfs een beetje jaloers wanneer ik hem zag rondtoeren in zijn blitse sportwagen. Ik had nooit gedacht dat ik ooit met hem in het eerste elftal van Anderlecht zou spelen. De levensloop van de doelman van paars-wit vertoont veel gelijkenissen met de mijne. We gingen naar dezelfde school, speelden bij de jeugd van FC Vilvoorde, waren allebei meer dan tien jaar actief bij Anderlecht, werden voor onze grote mond uit de nationale ploeg geflikkerd en ook FC Peutie hebben we beiden gekend. 'Den Trap' nam nooit een blad voor zijn mond en dat is nog niet veranderd, zo blijkt uit dit gesprek.
...

Jean Trappeniers is een streekgenoot van mij. Ik was vroeger zelfs een beetje jaloers wanneer ik hem zag rondtoeren in zijn blitse sportwagen. Ik had nooit gedacht dat ik ooit met hem in het eerste elftal van Anderlecht zou spelen. De levensloop van de doelman van paars-wit vertoont veel gelijkenissen met de mijne. We gingen naar dezelfde school, speelden bij de jeugd van FC Vilvoorde, waren allebei meer dan tien jaar actief bij Anderlecht, werden voor onze grote mond uit de nationale ploeg geflikkerd en ook FC Peutie hebben we beiden gekend. 'Den Trap' nam nooit een blad voor zijn mond en dat is nog niet veranderd, zo blijkt uit dit gesprek. JEAN TRAPPENIERS: 'Ja, maar ik speelde midvoor en schijnbaar niet zo slecht. We moesten gaan spelen op Anderlecht. We wonnen en ik maakte drie doelpunten. Bij de terugwedstrijd vroeg de afgevaardigde van Anderlecht aan een bestuurslid van Vilvoorde waar die witte midvoor was gebleven? Die is nu keeper geworden, werd hem geantwoord.' (lacht) TRAPPENIERS: 'Onze keeper was geblesseerd. De trainer vroeg welke imbeciel in de goal wilde gaan staan? (lacht) Ik stak direct mijn hand op en riep: ikke! Vanaf dan ben ik doelman geworden en ook gebleven. Een jaar later ben ik als keeper naar het Astridpark gegaan, die waren mij waarschijnlijk blijven volgen. Op mijn achttiende speelde ik mijn eerste match in het eerste elftal van Anderlecht tegen Verviers.' TRAPPENIERS: 'Pierre Sinibaldi. Men had hem gehaald om een nieuwe, jonge ploeg te bouwen. Onder hem zijn onder meer Georges Heylens, Jean Cornelis, Laurent Verbiest, Wilfried Puis en Jean Plaskie in de ploeg gekomen. De oude garde - Felix Week, Jacques Culot, Pierre Gettemans - kon vertrekken. Ik nam de plaats in van Week. Sinibaldi was een joviale mens, vriendelijk, een echte gentleman. Hij had echter één nadeel: alleen zijn mening telde, met de rest hield hij geen rekening. Het was zo en niet anders. 'Voor de match in Madrid tegen Real vroeg Laurent Verbiest hem of het niet beter zou zijn dat we ons een beetje zouden aanpassen aan het spel van de Spanjaarden. Het kot was meteen te klein. 'Real Madrid moet zich maar aanpassen aan ons', riep Sinibaldi. En daarmee was de kous af. We verloren wel met 3-1. Real Madrid had zich in elk geval niet aangepast aan een flutploeg uit Brussel. (lacht) Vooral Europees zijn we door zijn naïviteit een paar keer tegen de lamp gelopen.' TRAPPENIERS: 'Dat is juist! Vooral in de thuiswedstrijden. Kreeg je vijf ballen per match, dan was dat veel. Ik herinner me een match tegen FC Luik op Anderlecht. De Luikenaars slaagden erin om precies eenmaal op doel te schieten tijdens de negentig minuten. Pardoes in de winkelhaak, onhoudbaar. Trappeniers had dan slecht gespeeld, natuurlijk. Later bij Union en Antwerp werd ik wekelijks gebombardeerd en kon ik tonen wat ik kon. Met andere woorden: ik ben veel te lang bij Anderlecht gebleven.' TRAPPENIERS: 'Ja, ze hebben mij enkele keren willen buitengooien, ze waren op zoek naar een nieuwe doelman. Zenko Vukasovic, Arpád Fazekas en Leen Barth werden binnengehaald. Het was altijd hetzelfde liedje: ze hielden het twee maanden vol en dan werd ik weer titularis.' TRAPPENIERS: 'Vergeet het maar. Ik herinner me een voorval met de Hongaarse trainer Andrés Béres. Voor een uitmatch tegen Daring Brussel kwam hij met hangende pootjes naar mij toe: 'Jean, gij niet in vorm, gij niet speel vandaag.' Aan de rust stond het onverwacht 3-0. In paniek kwam hij terug bij mij: 'Jean, gij opwarm, gij speel.' Waarop ik hem antwoordde: 'Gij kunt naar de kloot loop!' Uiteindelijk liet ik mij toch overhalen en we wonnen met 3-4.' TRAPPENIERS: 'Je zou voor minder. We moesten voor een uitmatch tegen Beerschot drie dagen in Huizingen op afzondering. De dag van de match was er een tactische bespreking. Hypoliet van den Bosch, die interim-trainer was, maakte het elftal bekend. Ik stond niet in de ploeg, ik zat zelfs niet op de bank. Waarom, dat weet ik nog altijd niet. Ik heb mijn voetbaltas gepakt en ben het afgetrapt. Nog maar net was ik thuis of er was al een telefoontje van Anderlecht. Ik moest zo vlug mogelijk mijn kast komen leegmaken in de kleedkamer, want ik was niet meer welkom op de club. Zo gezegd, zo gedaan. Ondertussen hadden we met 5-1 verloren op Beerschot. Een paar dagen later kreeg ik een nieuw telefoontje van Jean Padanga, een hielenlikker van Constant Vanden Stock. Ik moest zo vlug mogelijk naar de brouwerij komen want de voorzitter moest mij dringend spreken. Vanden Stock zei me dat er een persconferentie georganiseerd ging worden waarop ik moest verklaren dat alle plooien waren gladgestreken, dat ik een boete moest betalen en dat daarmee de kous af was, de spons erover! Ik stemde toe. Wat ik niet wist was dat Leen Barth geblesseerd was geraakt en ze geen keeper hadden om naar Standard te gaan. Ik speelde dus op Sclessin. We wonnen met 1-3 en ik keepte een wereldpartij. 'Ik had mijn kast juist weer gevuld toen ik het bericht kreeg dat ik ze weer mocht gaan leegmaken. Ik begreep er niets meer van. Enkele dagen voor het afsluiten van de transferperiode kreeg ik een aangetekend schrijven van Anderlecht in de bus met de mededeling dat ik kon vertrekken. Een beetje laat natuurlijk! Op het laatste moment raakte ik, dankzij mijn schoonvader, nog onder dak bij Union, voor een hongerloon van 3000 euro per jaar. Door mijn goede prestaties werd mijn salaris het tweede jaar gelukkig aangepast.' TRAPPENIERS: 'Ja, dat was niet mijn slimste zet. Het was na een match van de Rode Duivels tegen Noord-Ierland op Sclessin, met 2-3 verloren. Ik zat op de bank. Toen ik ging ontvangen na de wedstrijd kwam ik te weten dat Jef Jurion, die geblesseerd in de tribune had gezeten, 375 euro had gekregen. In mijn envelop stak maar 125 euro. Ik pikte dat niet en ging mijn beklag doen bij Constant. Zijn antwoord was: 'Ik betaal wat ik wil aan wie ik wil!' Ik zei dat ik dan liever thuisbleef in plaats van mijn tijd te komen verprutsen. Na dat voorval ben ik vier jaar niet meer opgeroepen geweest voor de nationale ploeg.' (lacht) TRAPPENIERS: 'Dat is juist. Ik heb hem toen gezegd dat hij blij mocht zijn dat zijn vader voor hem was geboren.' (lacht) TRAPPENIERS: 'Ik heb het daar moeilijk mee. Ze maken daar nu een wereldvedette van, maar buiten Anderlecht en een paar wedstrijden bij Ajax heeft hij nergens gespeeld. Waarom is een echte Europese topploeg hem nooit komen halen als hij toch zo goed was? Ik had niet zo veel contact met Mulder. Ik vond hem soms nogal arrogant, niets was goed genoeg. Hij had veel te danken aan Wilfried Puis. Hij scoorde veel op voorzetten van 'de Puzze', dat wordt nogal eens vergeten. Jan Mulder was een goede voetballer, maar het bleef een Hollander.' (lacht) TRAPPENIERS: 'Gelukkig maar. Voor het geld moest je niet naar Union gaan, want dat hadden ze niet. Ik heb er twee mooie jaren beleefd. De sfeer onder de spelers was er veel beter dan in Anderlecht. Het begon nochtans niet goed voor mij. In de eerste match tegen Seraing liet ik een bal door mijn benen glippen en we verloren. Later heb ik dat allemaal kunnen rechtzetten. Regelmatig stond ik in een schiettent en kon ik bewijzen wat ik kon, ik bloeide opnieuw op. Union is feitelijk de springplank geweest naar de ploeg waar ik mijn aangenaamste periode als speler heb meegemaakt: FC Antwerp. 'Guy Thys was trainer van Union in die tijd. Hij was geen tactisch genie, maar hij kon een ploeg samenhouden. Soms kon je met hem de gekste dingen meemaken. We gingen bijvoorbeeld met de trein naar Brugge waar we tegen Cercle moesten spelen. Het station lag nog op twee kilometer van het veld. Die afstand moesten we te voet afleggen en de spelers moesten de koffers met het materiaal helpen dragen. 'Het tweede seizoen zijn we naar tweede klasse gezakt. We hadden slechts 17 goals binnengekregen in 30 wedstrijden, maar scoren was moeilijk, zeer moeilijk: amper 22 keer.' TRAPPENIERS: 'Antwerp was geïnteresseerd in mij. Ik had een afspraak met de voorzitter van Antwerp in een café op de Grote Markt van Antwerpen. Hij pakte twee bierkaartjes, gaf er één aan mij en hield het andere voor zichzelf. Hij zei: 'Schrijf eens op wat je wil verdienen en ik zal opschrijven wat ik wil betalen.' Ik was een beetje verrast en wist niet goed wat doen en besloot mijn salaris van een jaar te vermenigvuldigen met vijf. Bij Anderlecht verdiende ik - als we alles wonnen - 11.000 euro per jaar. Maal vijf was dat 55.000 euro. Ik schreef die som op en overhandigde hem het bierkaartje. Hij bekeek het, stak het in zijn zak en zei: 'Het is in orde!' Wat er op zijn bierkaartje stond heb ik nooit geweten, waarschijnlijk meer, anders had hij niet zo vlug toegehapt. 'Paul Van Himst had gehoord dat ik naar Antwerp ging en belde me op. Hij vertelde mij dat Urbain Braems, de toenmalige trainer van de Great Old, naar Anderlecht kwam en dat ze in Antwerpen op zoek waren naar een nieuwe trainer. Terug op Union ben ik naar Guy Thys gestapt en heb ik hem gezegd dat hij zich kandidaat moest stellen bij Antwerp, wat hij dan ook heeft gedaan. Zo werd hij de nieuwe trainer van rood-wit.' TRAPPENIERS: 'Ik had een goede verstandhouding met hem. Men had mij nochtans verwittigd. Hij zou keihard zijn op zakelijk gebied. Daar heb ik niets van gemerkt, met mij is hij altijd zeer correct geweest. 'Na een thuismatch zei hij op de receptie eens tegen mij: 'Nu je bij Antwerp speelt, zou het me veel plezier doen mocht je nog eens opgeroepen worden voor de nationale ploeg. Ik wil daar zelfs nog iets voor betalen, erbij zijn is genoeg, je hoeft daarom nog niet te spelen.' Het toeval wilde dat ik een tijdje daarna geselecteerd werd voor de Rode Duivels. Het was de laatste keer dat dit gebeurde. Wel, vanaf dan kreeg ik elke maand, in de zes jaar dat ik nog bij Antwerp speelde, 250 euro boven op mijn wedde!' TRAPPENIERS: 'Veel speelde hij niet mee met ons. We moesten uit tegen Aston Villa voetballen. Hij stapte op Guy Thys af en zei: 'Als je mij laatste man laat spelen dan winnen we tegen die Engelsen.' Thys antwoordde: 'Maar je kunt niet lopen Louis, je bent te traag!' 'Het moest nu juist lukken dat Robert Geens, onze vaste libero, geblesseerd raakte op training. Guy heeft Van Gaal waarschijnlijk dan maar opgesteld om van zijn gezaag af te zijn. Het strafste was dat we die wedstrijd wonnen met 1-4. Louis wist wel dat hij niet snel was. Hij speelde, als een veldheer, dertig meter achter zijn verdediging.' (lacht) TRAPPENIERS: 'Ja, daar is alles misgelopen wat kon mislopen! Ik had zeven van de acht kwalificatiewedstrijden gespeeld. Ik vernam juist voor ons vertrek dat ik tweede keeper zou zijn. Christian Piot werd de eerste doelman. Daardoor had ik al geen goesting meer om mee te gaan. 'Om te wennen aan de hoogte moesten we een maand voor het begin van het toernooi ter plaatse zijn. Waar we direct aan gewend waren, was de verveling. Het was zelfs verboden te zwemmen. Bij een temperatuur van veertig graden was dat niet makkelijk, dat was het ergste, want verder was er daar niets te beleven. Ik weet dat Jacky Beurlet, Johan Devrindt en Léon Jeck na een week al van plan waren terug te keren naar Brussel. Gelukkig heeft Roger Petit van Standard het hen uit het hoofd kunnen praten. Jeck heeft zich dan maar in de alcohol gestort. Voor mij was het ook niet gemakkelijk. Ik had geen doel. Als tweede keeper moest je normaal toch niet spelen. Ik was misschien met die drie mee naar huis gegaan, dan konden we tenminste kaarten in het vliegtuig!' (lacht) DOOR GILLE VAN BINST - FOTO'S BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS'Van Jan Mulder maken ze nu een wereldvedette, maar buiten Anderlecht en Ajax heeft hij nergens gespeeld.' JEAN TRAPPENIERS 'Eddy Wauters nam een bierkaartje en zei: schrijf eens op wat je wil verdienen.' JEAN TRAPPENIERS 'Van Gaal wist dat hij niet snel was. Daarom speelde hij dertig meter achter zijn verdediging.' JEAN TRAPPENIERS