Aan de basis van fusievoetbalclub Oud-Heverlee Leuven (OHL), liggen Trudo Dejonghe en ook een beetje Sport/Voetbal Magazine. September 2000 zette Dejonghe hier zijn stellingen over de economisch-geografische optimalisering van het Belgisch voetbal uiteen, waarop hij later dat jaar zou doctoreren. "Toen ik dat las, wist ik : dit is het !", zegt Chris Vandebroeck. "In zijn herschikte voetbalkaart kreeg Leuven een prominente plaats."
...

Aan de basis van fusievoetbalclub Oud-Heverlee Leuven (OHL), liggen Trudo Dejonghe en ook een beetje Sport/Voetbal Magazine. September 2000 zette Dejonghe hier zijn stellingen over de economisch-geografische optimalisering van het Belgisch voetbal uiteen, waarop hij later dat jaar zou doctoreren. "Toen ik dat las, wist ik : dit is het !", zegt Chris Vandebroeck. "In zijn herschikte voetbalkaart kreeg Leuven een prominente plaats." Vandebroeck (39), advocaat en inmiddels ondervoorzitter van OHL, maakte als rechtenstudent de steile op- en neergang van FC Assent mee. "Met mijn twee broers maakte ik het clubblad. Assent was een fenomeen, puur mecenaat, het typevoorbeeld van hoe het niét moet. Opgericht in 1974 stond het twaalf jaar later op de drempel van eerste klasse. In 1987 kwam de fusie met Diest. Daarover schreef ik toen een vlammend artikel, omdat het helemaal geen fusie was, maar een opslorping van Assent door Diest. Ik heb er nog een prijs mee gewonnen."Vandaar zijn begrip, zegt Vandebroeck, voor de supporters van Stade Leuven. "Stamnummer 18 zou vandaag 100 jaar bestaan hebben. Om dan na 99 jaar samen te gaan met twee andere clubs, dat ligt gevoelig." Hij kende de club een beetje, sinds Bart De Geyter hem een jaar of vijf geleden om juridisch advies vroeg toen hij met zijn bedrijf overwoog Stade te sponsoren. Bart is de broer van Paul De Geyter, samen met Dirk Degraen oprichter van het in de achtertuin van het Leuvens Sportcentrum gevestigde makelaarskantoor SEM, "Wij hebben samen gestudeerd," zegt Vandebroeck, "Dirk was toen al één van mijn beste vrienden." Met Assent, Dejonghe en wat interne keuken in het achterhoofd zocht Vandebroeck contact met Carl Devlies (CD&V), nadat die in januari 2001 schepen van Sport in Leuven was geworden. "Devlies is ook advocaat, ik heb bij hem mijn stage gedaan. Bleek dat hij al gesprekken had gevoerd over een fusie tussen provincialer Daring Leuven en Stade. Januari 2002 werd dat concreet. Ondertussen hoorde ik dat Oud-Hever- lee geen licentie voor tweede klasse had aangevraagd. Teken van een goede visie, maar ook van een club die aan haar plafond zat. Dus hebben we hen mee aan tafel uitgenodigd, al was Devlies aanvankelijk wat terughoudend. Bleek dat de burgemeester van Oud-Heverlee, Albert Vandezande (VLD), wel degelijk geïnteresseerd was. April 2002 is de fusie tussen de drie clubs officieel getekend. Supersnel dus. We zijn nu een jaar later en door het succes van de eindronde zijn de gevoeligheden al helemaal weg. Als enige in het directiecomité ben ik niet gelinkt aan één van de drie clubs, dat helpt soms. Dit is één van de best geslaagde fusies van de laatste jaren." Was Louis Tobback (SP.A) tot dan aan de zijlijn blijven toekijken, toen OHL begin mei Trudo Dejonghe uitnodigde op een sponsoravond, was de burgemeester van Leuven een opgemerkte gast. Dejonghe berekende het potentieel van de virtuele eersteklasser OHL op een gemiddelde tussen 6300 en 8500 toeschouwers, rekening houdend met de nabijheid van de taalgrens en het weinig op voetbal gestelde Brussel. Een stadion voor 10 à 12.000 kijkers, om de pieken tegen de topclubs op te vangen, leek hem realistisch. "Ik ben overtuigd dat er een gróter potentieel is", deed Louis Tobback er vanuit de zaal een schep bij. "Volgens mij moet een stadion voor 15.000 man kunnen. Ik zou Waals-Brabant toch niet verwaarlozen, als je ziet wat er van daar wekelijks naar de vrijdagmarkt in Leuven komt." OHL speelde afgelopen seizoen de eindronde van derde klasse, maar ver- loor de finale tegen Eendracht Aalst. "Vanuit organisatorisch oogpunt," zei Tobback op de persvoorstelling voor het nieuwe seizoen, "is het goed dat de promotie nog geen feit is, maar het moet nu ook weer niet te lang meer duren. Anders vrees ik dat de trein van het profvoetbal vertrokken is. Als je in tweede of eerste klasse speelt, ben je een bedrijf, dan is voetbal niet meer iets wat je voor je genoegen doet. Wij willen daar als stad heel graag aan meewerken."Als er een Beneliga komt, moet er voor OHL een plaats weggelegd zijn in de hoogste Belgische afdeling daaronder. Volgens Dejonghe is er haast bij : wil Leuven de braakliggende regio Aarschot-Diest-Scherpenheuvel voor zich winnen, moet het de concurrentie uit Westerlo en Sint-Truiden voor zijn. "Waar het om gaat," zegt Chris Vandebroeck, "is dat het Belgisch voetbal evolueert naar veertien clubs, en bij dat project moeten wij ons wagentje kunnen aanhaken. Als we ooit de kans krijgen om naar eerste te gaan, zullen we ze niet laten liggen. Maar altijd onder één grote voorwaarde : ons budget moet het toelaten !"