Tijdens een bezoek aan het NAC-museum, gelegen aan de achterkant van het Rat Verlegh Stadion, kreeg Tom Van den Abbeele een tijdje geleden het heroïsche verhaal te horen van de 0-4 zege in een oefenmatch tegen Real Madrid op 1 januari 1920. De dag erna kwamen de Spaanse journalisten woorden tekort om te beschrijven wat ze hadden gezien. Los muchachos del Breda, maestros del futbol. Letterlijk vertaald: de jongens uit Breda zijn de meesters van het voetbal. 'Meneer Santiago Bernabéu voetbalde op dat moment nog en hij raakte zo gefrustreerd dat hij geel of rood pakte voor natrappen', zegt Van Den Abbeele met een monkellach. 'Tot op heden is NAC nog altijd ongeslagen tegen Real Madrid. En dat zal wellicht nog een tijdje zo blijven...'
...

Tijdens een bezoek aan het NAC-museum, gelegen aan de achterkant van het Rat Verlegh Stadion, kreeg Tom Van den Abbeele een tijdje geleden het heroïsche verhaal te horen van de 0-4 zege in een oefenmatch tegen Real Madrid op 1 januari 1920. De dag erna kwamen de Spaanse journalisten woorden tekort om te beschrijven wat ze hadden gezien. Los muchachos del Breda, maestros del futbol. Letterlijk vertaald: de jongens uit Breda zijn de meesters van het voetbal. 'Meneer Santiago Bernabéu voetbalde op dat moment nog en hij raakte zo gefrustreerd dat hij geel of rood pakte voor natrappen', zegt Van Den Abbeele met een monkellach. 'Tot op heden is NAC nog altijd ongeslagen tegen Real Madrid. En dat zal wellicht nog een tijdje zo blijven...' Van Den Abbeele viel bij NAC Breda met zijn gat in de boter. Bij STVV liep de voormalig General Manager of Sports tegen een aantal 'moeilijkheden' aan zoals hij het enkele maanden geleden zelf verwoordde, terwijl hij als technisch directeur van NAC carte blanche krijgt. De enige aan wie hij verantwoording moet afleggen, is algemeen directeur Luuc Eisenga, die ook eind maart werd aangesteld bij NAC. In de praktijk wordt de Parel van het Zuiden dus geleid door een Fries en een Belg. 'Volgens mij heeft de club er alle baat bij dat Luc en ik met een objectieve blik, dus zonder vooroordelen en voorkennis, aan dit verhaal zijn begonnen', aldus Van Den Abbeele. De club is er niet goed aan toe en ondanks de degradatie naar de Keuken Kampioen Divisie zaten jullie vorige week aan bijna 13.000 verkochte seizoenskaarten. TOM VAN DEN ABBEELE: 'Onze target was aanvankelijk 10.000 abonnementen, maar het zou mooi zijn als we net als vorig seizoen 15.000 seizoenkaarten verkopen. Deze club heeft zoveel potentieel. Als ik NAC moet vergelijken met een Belgische club dan is het KV Mechelen. Daar blijft het publiek ook achter de club staan ondanks sportieve dieptepunten. Dat was voor mij een enorme trigger om voor NAC te kiezen. De mensen in Breda verdienen het gewoon om een club te hebben in de Eredivisie.' Je kan het enthousiasme van de achterban ook naïef noemen. Ze blijven hopen dat het op een dag goedkomt met hun club. VAN DEN ABBEELE: 'Ik zat in de tribune toen we mathematisch zeker waren van de degradatie. Weet je wat ik zag? Supporters die maar bleven zingen. Op het einde van het seizoen was er ook een serieuze portie gelatenheid bij, hoor. Dan worden ze cynisch - dat kan ook niet anders na een desastreus seizoen - en kunnen ze zich tegen een aantal spelers keren. Maar ze blijven in alle omstandigheden achter de club staan. En ze kunnen als de beste bier drinken. Ik zie er een grote uitdaging in om het bourgondische karakter van de club, dat deel uitmaakt van het cultureel erfgoed, te verenigen met de topsportcultuur die ik wil installeren.' Van NAC wordt gezegd dat het een onrustige club is. Heb je daar al iets van gemerkt? VAN DEN ABBEELE: 'Het is een levendige club. Er is de voorbije jaren net iets te veel gebeurd - degradaties, promoties, directeurs die midden in het seizoen ontslag nemen - om een toonbeeld te zijn van stabiliteit. Maar dat schrikt mij niet af. Als de resultaten een beetje meezitten, loopt iedereen hier happy rond.' Het transferbudget van NAC stelde niet veel voor. Hoe moeilijk was het om een ploeg samen te stellen die kan meestrijden voor het kampioenschap? VAN DEN ABBEELE: 'Welk budget? Er was geen budget. ( lacht) Een degradatie is altijd nefast voor de financiën van een club. Mijn algemeen directeur heeft mij een ding geleerd: steek geen energie in zaken waar je geen invloed op hebt. Het feit dat er geen geld was, heeft mijn zoektocht makkelijker gemaakt want ik kon een heleboel spelers meteen uitsluiten. Ik ben dus uitgekomen bij transfervrije spelers en jongens waar geen opleidingsvergoeding aan vast hing. Daarnaast moest het aantal contractspelers teruggeschroefd worden van 46 naar 25. Gelukkig kon ik 16 spelers die in hun laatste contractjaar zaten of op huurbasis bij ons speelden onmiddellijk van de loonlijst halen.' Je transferpolitiek is duidelijk: je wil geen spelers halen die ouder dan dertig jaar zijn. Dat is toch een belemmerende factor om de ploeg te versterken? VAN DEN ABBEELE: 'Het was een bewuste keuze en het maakt deel uit van het nieuwe beleidsplan van de club. Wij moeten financiële waarde creëren via onze spelers en dat doe je niet met jongens van boven de dertig. Maar als ik een dertiger kan halen die er gegarandeerd 35 binnentrapt en betaalbaar is, dan wil ik daar twee keer over nadenken.' Met het netwerk dat je in België hebt opgebouwd, zou het niet onlogisch zijn mocht je enkele spelers bij Belgische clubs weghalen. VAN DEN ABBEELE: 'Ik heb nog altijd het gevoel dat het voor een jonge voetballer moeilijk is om in België door te breken en daar moeten wij van profiteren. En ik weet dat jonge Belgen staan te springen om naar Nederland te komen.' Je hebt je ook niet populair gemaakt door aan te geven dat sommige spelers uit de eigen jeugd hun contract niet verdienden. VAN DEN ABBEELE: 'Ik heb toen gewoon de waarheid gezegd. In het verleden werden er te snel contracten uitgedeeld en overbodige kosten gemaakt. We moeten een jeugdspeler pas een contract geven als wij ervan overtuigd zijn dat hij op Eredivisieniveau NAC 1 kan halen. Je kan maar een goed beeld van zo'n jongen krijgen door veel met hem te werken. Zo hebben we het ook bij STVV gedaan.' Bij de jeugd wil je dus professioneler werken. Hoe rijm je dat met het feit dat je geen beroep meer doet op de psycholoog en de voedingsconsulente die vorig seizoen aan de club verbonden waren? VAN DEN ABBEELE: 'Je moet ergens bezuinigen en je kan nu eenmaal niet zonder trainers... De procentjes die we kwijt zijn met het verlies van de psycholoog en voedingskundige zullen we recupereren door meer te trainen. Vroeger werd er amper getraind na de middag, nu worden er minstens acht trainingen per week ingepland.' Je bent sinds eind maart op post bij NAC. Wat heb je al kunnen verwezenlijken? VAN DEN ABBEELE: 'Mijn eerste maanden kan ik kort samenvatten: kijken, observeren, analyseren en conclusies trekken. Daarna heb ik stilaan het sportieve departement naar mij toe getrokken en in alle zaken die ik heb voorgesteld - geen jongens halen ouder dan dertig, de oprichting van een performance cel, de reorganisatie van de scouting - is de club mij gevolgd. Maar ik hou mij ook bezig met details. Ik heb de kantine een andere indeling gegeven en mensen die er nu binnenwandelen zeggen mij: het ziet er veel beter uit. Met beperkte middelen kan je ook goede dingen voortbrengen.' Heb je de indruk dat er professioneler gewerkt wordt dan in België? VAN DEN ABBEELE: 'In Nederland is alles heel netjes afgelijnd. Je hebt aandeelhouders, die geld in de club geïnvesteerd hebben en een return verwachten. Daaronder zetelt een raad van commissarissen die het beleidsplan goed- of afkeurt en toezicht houdt. En ten slotte heb je de directeurs die het dagelijkse beleid uitstippelen en uitvoeren. In België zijn de lijntjes veel korter. Daar zit je wel met het gegeven dat mensen die geld in de club hebben gestoken puur vanuit hun emoties handelen. Met het Nederlandse stelsel voorkom je dergelijke zaken.' De Nederlandse structuur lijkt log en omslachtig. VAN DEN ABBEELE: 'Absoluut niet. Een uur na een meeting staat er iets op papier en twee uur later is alles getekend. De procedures zijn duidelijk en er wordt snel gehandeld. Ik vind het een verademing om zo te kunnen werken. Nederlanders zijn veel opener en directer. Iedereen kan en mag zijn mening formuleren. In België zwijgen de mensen en krijg je pas achteraf via via te horen wat ze echt denken.' Kortom: de bedrijfscultuur is anders? VAN DEN ABBEELE: 'De insteek is verschillend. Bij een Belgische club gaat doorgaans zeventig tot tachtig procent van de begroting naar het functioneren van het eerste elftal, in Nederland is dat dertig procent. Al de rest gaat naar de dagelijkse werking, de jeugd en de infrastructuur. Het budget dat aan spelers gespendeerd wordt is kleiner, maar bij NAC en andere Nederlandse clubs is er helemaal geen intentie om te evolueren naar een vijftig-vijftigverdeling.' In België is vorig seizoen veel ophef ontstaan door de dubieuze rol die enkele makelaars hebben gespeeld. Is het probleem in Nederland kleiner? VAN DEN ABBEELE: 'Dat soort figuren lopen in Nederland ook rond. Maar hier is alles strikt georganiseerd. Wil een makelaar niet mee dan stopt het en worden er andere paden bewandeld. Ik heb al enkele transfers gedaan en alles werd op een propere manier afgehandeld. Het is mij ook opgevallen dat ik nog geen enkele Nederlandse speler aangeboden heb gekregen via verschillende kanalen. In België is mij dat vaak overkomen... Clubs en makelaars werken hier ook met vertegenwoordigingscontracten die voor twee jaar gelden én bindend zijn. Je geraakt niet zomaar onder het contract uit en zo hoort het. In België stelt zo'n overeenkomst niets voor. Met een simpel aangetekend schrijven kan je op een dag van makelaar veranderen.'