De zandloper van het leven stopt voor niemand, maar als je de levensvreugde van Guy Dardenne ziet, zou je toch beginnen te twijfelen. Hij belooft dat hij op een dag zijn weelderige kerstbaard zal afscheren. Zestig is de ex-voetballer ondertussen. Tussen 1974 en 1987 was de fijnbesnaarde spelverdeler te bewonderen in eerste klasse bij Standard, La Louvière, Lokeren, RWDM, Club Brugge en Seraing. En bij de Rode Duivels veroverde hij elf caps. Precies op tijd meldt hij zich aan in de brasserie van het station van Namen, de plaats van onze afspraak.
...

De zandloper van het leven stopt voor niemand, maar als je de levensvreugde van Guy Dardenne ziet, zou je toch beginnen te twijfelen. Hij belooft dat hij op een dag zijn weelderige kerstbaard zal afscheren. Zestig is de ex-voetballer ondertussen. Tussen 1974 en 1987 was de fijnbesnaarde spelverdeler te bewonderen in eerste klasse bij Standard, La Louvière, Lokeren, RWDM, Club Brugge en Seraing. En bij de Rode Duivels veroverde hij elf caps. Precies op tijd meldt hij zich aan in de brasserie van het station van Namen, de plaats van onze afspraak. "Ik ben nu al twintig jaar ambtenaar", steekt hij van wal. "Tot mijn veertigste heb ik een aantal clubs uit Namen en in de Ardennen getraind, maar toen vond ik dat het tijd was voor een regelmatiger leven. Ik ben onder meer coach geweest in derde klasse, en op dat niveau bestaat er een soort druk die niet strookt met mijn karakter. Ik hou te veel van mijn vrijheid en van echte vriendschap, die je nog vaak terugvindt in kleine clubs, maar niet aan de top van de piramide. Bij US Beauraing ben ik beginnen te voetballen en daar ben ik ook gestopt als trainer. De cirkel was dus rond." Bij het vredegerecht van Rochefort en later bij de arbeidsrechtbank van Namen bestaat zijn taak er nu in om magistraten bij te staan. "Op voorspraak van de oud-voorzitter van JS Rochefort, Jacques Hutin, ben ik aan die job begonnen. Sommigen dachten dat het ambtenarenleven me niet zou afgaan. In het begin was het ook moeilijk, want als trainer van kleine clubs klopte ik niet bepaald lange dagen: drie trainingen per week, 's avonds, en een wedstrijd in het weekend. Daar had ik niet echt mijn handen mee vol." In Famenne, aan de rand van het Ardens massief, is de Dardenneclan bijna even bekend als de maagd Maria die er in 1932 verscheen. De ouders van Guy hadden zes kinderen, die bijna allemaal in de streek wonen. Zelf is hij vader van Grégory en Carine en opa van Thomas en Lucie. De kleinkinderen kunnen uren luisteren naar de verhalen van Guy, die bij elke club waar hij gepasseerd is vrienden heeft gemaakt. "Bij La Louvière heb ik me het meest geamuseerd", zegt hij. "Een eersteklasser die werd gerund als een provincialer. Het was carnaval na elke overwinning, daar hield ik van. Ik heb met erg goede voetballers gespeeld: Wilfried Van Moer, Asgeir Sigurvinsson, Johan Boskamp ... Maar één iemand stak erboven uit: Wlodek Lubanski, de Poolse vedette aan wiens zijde ik voetbalde bij Lokeren." Zijn mooiste seizoenen waren dan weer die bij Club Brugge (1981-1984). "Het eerste seizoen was niet makkelijk, we vermeden maar nipt de degradatie", herinnert hij zich. "Blauw-zwart had omgerekend 200.000 euro voor me betaald aan RWDM. Dat was destijds een mooie som. Ik was international, maar de nieuwe coach, Spitz Kohn, kende me niet. Tijdens de eerste training vroeg hij: 'En jij, op welke plaats speel jij?' Ik was verbijsterd. Een beetje later stond de legendarische Rik Coppens aan het roer. Hij legde erg gedetailleerd de opdrachten van elke speler uit aan het zwarte bord. Op een gegeven moment merkte Jan Ceulemans op: 'Er staan twaalf spelers op het bord...' Coppens nam snel een spons en veegde een naam weg. De mijne, spijtig genoeg. George Kessler, dat was pas een échte trainer. Hij lanceerde Club opnieuw, ik ben er te snel vertrokken." Zijn kleinkinderen kunnen gerust zijn, opa heeft nog genoeg mooie anekdotes in zijn mouw zitten. DOOR PIERRE BILIC