'Zorg maar dat mijn voeten er niet op staan', krijgt de fotograaf een vriendelijke maar duidelijke instructie. Een van de laatste trainingen voor de afreis naar het WK is pas afgelopen en de bondscoach van de Belgische volleybalmannen heeft zijn sportschoenen - zo vermoeden we toch - ingeruild voor een comfortabel maar niet bepaald elegant paar badslippers. Andrea Anastasi (51) lijkt niet alleen op George Clooney, net als de Amerikaanse filmster is hij een man met stijl en wil hij ook op die manier geportretteerd worden.
...

'Zorg maar dat mijn voeten er niet op staan', krijgt de fotograaf een vriendelijke maar duidelijke instructie. Een van de laatste trainingen voor de afreis naar het WK is pas afgelopen en de bondscoach van de Belgische volleybalmannen heeft zijn sportschoenen - zo vermoeden we toch - ingeruild voor een comfortabel maar niet bepaald elegant paar badslippers. Andrea Anastasi (51) lijkt niet alleen op George Clooney, net als de Amerikaanse filmster is hij een man met stijl en wil hij ook op die manier geportretteerd worden. Over kaskrakers en Nespresso willen we het met de sportieve baas van de Red Dragons niet hebben. Volleybal en coaching, daar kent hij ongetwijfeld meer van. Het indrukwekkende palmares van de opvolger van Vital Heynen spreekt boekdelen. Als speler werd de 141-voudige international Europees kampioen in 1989 en wereldkampioen een jaar later. Op zijn erelijst als coach staan onder meer drie World Leagues en twee Europese titels, behaald met drie verschillende landen. Vanavond staat Anastasi voor zijn eerste echte examen met de Red Dragons. Op het WK, nota bene in zijn eigen vaderland Italië, moet hij België voorbij Argentinië zien te coachen. Een best gevaarlijke eerste poulewedstrijd, want de Argentijnen (7e) staan op de FIVB-ranking hoger dan de Belgen (15e). Maar net als in het voetbal zegt de wereldranglijst niet alles. 'Toch is het geen eenvoudige openingsmatch', meent Anastasi. 'Argentinië kon net als Japan ( ook in de poule van België, nvdr) de volledige zomer in een topcompetitie, de Nations League, aantreden en zich meten met de beste volleyballanden ter wereld.' Sportief had/heeft België ook zijn plaats in de Nations League, maar commerciële factoren beslisten over welke ploegen mochten deelnemen aan de opvolger van de World League... Andrea Anastasi: ( pikt in) 'En dat is jammer. De beste manier om te groeien, is tegen sterke tegenstanders volleyballen. Op dat vlak hebben drie van onze vijf tegenstanders een voordeel. Ook Slovenië is een te duchten tegenstander, een team dat al vijf jaar met nagenoeg dezelfde spelers werkt en een coach die er ook al een paar jaar aan de slag is.' Akkoord, maar België werd wel vierde op het EK vorig jaar. Die prestatie schept verwachtingen voor het WK. Anastasi: 'Dat begrijp ik. Ik koos ook voor deze job omdat ik geloof in de mogelijkheden van deze spelersgroep. We hebben de kwaliteiten om te wedijveren met al onze tegenstander, zelfs met Italië ( 4e op de FIVB-ranking, nvdr), dat met Zaytsev en Juantorena er ditmaal bij, ontegensprekelijk favoriet is in onze poule. Maar ik weet nog niet hoe mijn team zal reageren in moeilijke omstandigheden tijdens een belangrijk toernooi. Nu, vier van de zes ploegen gaan door naar de volgende ronde. Die bereiken is voor ons een absolute must, maar we zouden graag beter doen dan de vierde plaats om verderop in het toernooi nog een kans te maken.' In plaats van de Nations League speelden jullie in mei en juni de veel minder interessante - want minder wedstrijden en minder sterke tegenstanders - Golden European League. Naast viermaal winst was er ook tweemaal verlies, namelijk tegen Estland en Zweden, twee landen die veel lager aangeschreven staan dan België. Wat zegt dat over de voorbereiding op dit WK? Anastasi: 'Niet zoveel, want er zijn verschillende verklaringen voor die tegenvallende resultaten. Ik arriveerde hier pas enkele dagen voor de start van die competitie, aangezien ik ook nog clubcoach ben. Het is onbegrijpelijk dat de Europese volleybalbond een landentoernooi organiseert amper één week na de Final Four van de Champions League. Spelers krijgen onvoldoende rust en onvoldoende tijd om zich voor te bereiden. Bovendien moest een aantal jongens nog studeren voor hun examens aan de universiteit. Daar heb ik enerzijds natuurlijk begrip voor, maar anderzijds moet je je met een statuut als topsporter ook zo kunnen organiseren dat de combinatie studie en volleybal mogelijk is. De nationale ploeg moet een prioriteit zijn. Tot slot waren er enkele fysieke ongemakken en heb ik veel gewisseld. Kortom, het resultaat in de Nations League was totaal ondergeschikt aan wat ik kon leren met het oog op het WK.' Wat heb je geleerd? Anastasi: 'Veel. Ten eerste heb ik de kwaliteiten kunnen inschatten van een aantal jonge spelers die ik voordien niet kende - ik had niet de tijd, noch de nodige informatie om dat vooraf grondig te doen. Ten tweede heb ik tijdens de voorbereiding op het WK geleerd hoe Belgische topvolleyballers hun leven organiseren. Op dat vlak is België, met zijn kleine oppervlakte, een specifiek land. De spelers gaan telkens wanneer ze dat kunnen naar huis, ze slapen thuis. In Italië, Spanje of Polen is dat anders.' Sam Deroo is een van de spelers die je uiteraard wel al kende, je ziet hem in Polen, waar je ook nog Trefl Gdansk coacht, geregeld aan het werk. Hoe belangrijk is hij voor het team? Anastasi: 'Heel belangrijk, want Sam is niet alleen onze beste speler, hij heeft ook een voorbeeldige mentaliteit. Als kapitein neemt hij een leidersrol op in de groep. We beschikken trouwens over meerdere spelers die het team met hun enthousiasme vooruit stuwen.' Servicecontrole was een van de sleutelwoorden voor de vorige bondscoach Vital Heynen. We merkten al dat jij kiest voor meer risico's bij de opslag. Welke andere accenten wil je nog leggen? Met andere woorden: welk soort volleybal wil je brengen met de Red Dragons? Anastasi: 'De vorige bondscoach koos inderdaad voor een voorzichtigere aanpak. Volleybal, sport in het algemeen, gaat gepaard met fouten maken. Als je niet accepteert dat je fouten maakt, dan accepteer je niet dat je aan sport doet. Net als in tennis - ik ben een groot tennisliefhebber - is het in volleybal ook belangrijk om de bal dicht tegen de lijn te slaan. Blok-verdediging is essentieel - en daar werken we ook hard aan - maar de opslag is in mijn ogen de belangrijkste vaardigheid in het hedendaagse volleybal. Alle ploegen die een toernooi winnen, beschikken over een sterke opslag. Wat is de grootste kwaliteit van Zaytsev of van Juantorena? De service. Zij halen met hun opslag meer dan 120 kilometer per uur. Wij gebruikten tijdens de voorbereiding dagelijks een speedgun om de opslagsnelheid te meten. Bram ( Van den Dries, nvdr) en Hendrik ( Tuerlinckx, nvdr) waren op dat vlak de beste Red Dragons met 110 kilometer per uur, maar dat halen zij niet altijd. Natuurlijk mag de foutenlast niet te hoog oplopen, maar je moet de spelers wel leren om zowel een heel stevige sprongopslag te hebben als een zekerder alternatief. Je moet de juiste service op het juiste moment slaan. 'Ik wil dat we slim spelen, gevarieerde oplossingen vinden voor diverse wedstrijdsituaties. Cruciaal daarbij is dat een team tijdens een wedstrijd het ritme kan veranderen. Soms moet je even de voet van het gaspedaal kunnen halen om vervolgens opnieuw vol door te duwen en weer vaart in de match te brengen. Als coach is het mijn taak om de juiste oplossing aan te bieden. Een coach is als een leerkracht, waarbij ik het geluk heb veel ervaring te kunnen overbrengen. Maar net zoals in het onderwijs is de leerling, in dit geval de speler, zelf in se de belangrijkste leerkracht/coach, in die zin dat hij de motivatie en de wil om bij te leren vooral uit zichzelf moet halen.' In jou schuilde altijd al een coach blijkbaar, want als jonge speler begon je al trainingsoefeningen op te schrijven in een notitieboekje. Anastasi: 'Ja, ik doe dat al sinds 1980, mijn eerste jaar bij Modena onder Gian Paolo Guidetti. Van alle trainers die ik nadien had, schreef ik dingen op. Het was altijd al mijn bedoeling om zelf coach te worden. In mijn laatste jaren als speler volgde ik verscheidene cursussen en hoewel ik nog een contractvoorstel kreeg om te blijven spelen, zette ik in 1993 een punt achter mijn spelerscarrière omdat ik elders kon beginnen als coach.' Je bent en blijft ook clubcoach van het Poolse Gdansk. Wat zie je als voor- en wat als nadelen van de combinatie van beide jobs? Anastasi: 'Een nadeel is dat je nauwelijks tijd hebt om het hoofd helemaal leeg te maken, om te ontspannen. Daartegenover staat dat ik constant met volleybal bezig ben en de praktijk, de touch, niet zal verliezen. Als ik een keuze moet maken, dan kies ik voor het bondscoachschap. Dit is in totaal mijn dertiende jaar als bondscoach, die functie gaf mij het meeste voldoening en de mooiste resultaten.' In je eerste interview op Belgische bodem als bondscoach van de Red Dragons, midden mei in Volley Magazine, stelde je dat je nog niet wist of de organisatie vanuit de federatie wel beantwoordde aan het professionalisme dat nodig is om goed te kunnen werken. Wat kan je daar ondertussen over zeggen? Anastasi: 'Dat de werkomstandigheden goed zijn. Het enige echte minpunt was de hitte in juli. 36 graden buiten en snikheet in de zaal, mamma mia. Globaal gezien ben ik heel tevreden over de organisatie en de structuur, maar uiteraard is er altijd ruimte voor verbetering.' Zoals? Anastasi: 'De uitstraling en het belang van de nationale ploeg binnen het Belgische volleybal moet nog verhogen. De clubs moeten inzien dat het positief is als hun spelers deel uitmaken van de Red Dragons. Als je wilt uitgroeien tot een belangrijk volleyballand, dan moeten de federatie en de clubs op een constructieve manier samenwerken. De nationale ploeg moet het uithangbord, hét voornaamste team zijn. Overal waar ik werkte - in Italië, Polen, Spanje - was dat zo. Daar moet België ook naartoe. Je hoort de nationale vlag niet alleen figuurlijk op je borst te dragen, ook letterlijk in je hart.' Na de goede prestaties de voorbije jaren droomt deze generatie Red Dragons van de Olympische Spelen. Hoe schat je die kansen in? Anastasi: 'Om die droom waar te maken, presteren we best al goed op dit WK en voorál volgend seizoen. Dan moeten we de Golden European League niet meer aanvatten als voorbereiding, maar echt met als doel die competitie te winnen om vervolgens ook op het EK te scoren. We moeten hoe dan ook nog een enorme stap vooruit zetten om Tokio te halen, vooral op fysiek vlak. Daarnaast moeten we ook het geluk kennen dat onze sleutelspelers honderd procent fit zijn en hun topniveau halen. Je kwalificeren voor de Olympische Spelen is sowieso erg moeilijk als Europees land, maar onmogelijk is het niet.' Met Italië won je het EK in 1999 en de World League in 1999 en 2000, met Spanje het EK in 2007 en met Polen de World League in 2012. Kortom, als bondscoach pakte je met elk land een belangrijke gouden medaille. Het ziet er goed uit voor de Red Dragons. Anastasi: ( lacht) 'Het zou mooi zijn om ook met België een internationaal toernooi te winnen. Toen we in 2000 met Italië derde werden op de Olympische Spelen, maakte ik de grootste fout in mijn carrière door die bronzen medaille niet te vieren. Ik was zo boos en gefrustreerd omdat in die tijd voor mij alleen winnen telde. Pas in de loop der jaren begon ik te beseffen dat we a great result neerzetten. Ik heb een belangrijke les geleerd: als we íets bereiken, dan moeten we vieren.'