'Ik ben in shock', schreeuwde Dalilah Muhammad, toen ze naar het scorebord keek. 52.17 seconden. Die tijd werd uiteindelijk nog gecorrigeerd naar 52.20, nog altijd 14 honderdsten sneller dan het wereldrecord van Joelia Petsjonkina, die in 2003 over de tien horden naar 52.34 liep en twee jaar erna in Helsinki het goud pakte op de 400 meter horden én de 400 vlak. 'Dit is slechts het begin', analyseerde Muhammad de tijden van de Amerikaanse trials. Zij een nieuw wereldrecord, 52.88 voor de amper 19-jarige Sydney McLaughlin en 53.11 voor Ashley Spencer. 'Met zo'n deelnemersveld moeten we onder de 52 seconden kunnen duiken.'

De vierde Amerikaanse hordenloopster, Kori Carter, kreeg als wereldkampioene een rechtstreeks WK-ticket en keek in de tribunes toe. Twee jaar geleden liep Carter in Londen naar 53.07, waarmee ze bijna vijf tienden sneller was dan Muhammad, die met zilver genoegen moest nemen. 'Een wake-upcall.'

Op de Amerikaanse trials was ze verbluffend op het eerste rechte stuk, waar ze al onder de tijd van Petsjonkina bleef. In de laatste veertig meter hoorde ze de stem van haar coach, Lawrence Johnson, die zichzelf steeds herhaalde: ' Execute!' Uitvoeren waar ze jaren hard op getraind hadden: de armen laag houden. En ze verpulverde haar vorige besttijd, 52.64 in 2017.

Een verrassing? Toch wel. Veertien dagen voor de trials in Des Moines was ze tijdens een training op haar hoofd gevallen en had daarbij een lichte hersenschudding opgelopen. De drie dagen verplichte rust, dacht ze, was misschien dé verklaring voor haar nieuw toptijd, net als in Rio gelopen op een kletsnatte baan.

Muhammad is een laatbloeier. In haar laatste jaar op de University of Southern California, toen ze zich nog op de hordensprint (60 en 100 meter) toelegde, werd ze op de universiteitskampioenschappen pas vijfde op de 400 meter horden en op de olympische trials slechts zesde in haar reeks. Haar tijd? Zes seconden trager dan het nieuwe wereldrecord. Maar de New Yorkse beet ook zonder sponsors door. Ze werd financieel gesteund door haar moeder, een specialiste in kinderbescherming, en haar vader, moslimaalmoezenier in het gevangeniswezen en adjunct-professor aan het New York Theological Seminary.

In 2013 volgde de déclic. Ze verbeterde haar tijd van 56.04 naar 53.83, werd Amerikaans kampioene en pakte op het WK in Moskou zilver, waarna Nike haar in de armen sloot. De aanloop naar de Spelen was moeilijk - een ongeval met een quad, een aanslepende hamstringblessure en een coachwissel - maar ze maakte haar favorietenrol toch waar. Het volgende grote doel, het wereldrecord van Petsjonkina, leek lange tijd onbereikbaar, ook omdat insiders vorig jaar de piepjonge McLaughlin meer kansen gaven. 'Ik voelde mij een underdog. Dat ik uitgerekend in een race tegen haar het record pak, maakt het nog mooier.'

'Ik ben in shock', schreeuwde Dalilah Muhammad, toen ze naar het scorebord keek. 52.17 seconden. Die tijd werd uiteindelijk nog gecorrigeerd naar 52.20, nog altijd 14 honderdsten sneller dan het wereldrecord van Joelia Petsjonkina, die in 2003 over de tien horden naar 52.34 liep en twee jaar erna in Helsinki het goud pakte op de 400 meter horden én de 400 vlak. 'Dit is slechts het begin', analyseerde Muhammad de tijden van de Amerikaanse trials. Zij een nieuw wereldrecord, 52.88 voor de amper 19-jarige Sydney McLaughlin en 53.11 voor Ashley Spencer. 'Met zo'n deelnemersveld moeten we onder de 52 seconden kunnen duiken.' De vierde Amerikaanse hordenloopster, Kori Carter, kreeg als wereldkampioene een rechtstreeks WK-ticket en keek in de tribunes toe. Twee jaar geleden liep Carter in Londen naar 53.07, waarmee ze bijna vijf tienden sneller was dan Muhammad, die met zilver genoegen moest nemen. 'Een wake-upcall.' Op de Amerikaanse trials was ze verbluffend op het eerste rechte stuk, waar ze al onder de tijd van Petsjonkina bleef. In de laatste veertig meter hoorde ze de stem van haar coach, Lawrence Johnson, die zichzelf steeds herhaalde: ' Execute!' Uitvoeren waar ze jaren hard op getraind hadden: de armen laag houden. En ze verpulverde haar vorige besttijd, 52.64 in 2017. Een verrassing? Toch wel. Veertien dagen voor de trials in Des Moines was ze tijdens een training op haar hoofd gevallen en had daarbij een lichte hersenschudding opgelopen. De drie dagen verplichte rust, dacht ze, was misschien dé verklaring voor haar nieuw toptijd, net als in Rio gelopen op een kletsnatte baan. Muhammad is een laatbloeier. In haar laatste jaar op de University of Southern California, toen ze zich nog op de hordensprint (60 en 100 meter) toelegde, werd ze op de universiteitskampioenschappen pas vijfde op de 400 meter horden en op de olympische trials slechts zesde in haar reeks. Haar tijd? Zes seconden trager dan het nieuwe wereldrecord. Maar de New Yorkse beet ook zonder sponsors door. Ze werd financieel gesteund door haar moeder, een specialiste in kinderbescherming, en haar vader, moslimaalmoezenier in het gevangeniswezen en adjunct-professor aan het New York Theological Seminary. In 2013 volgde de déclic. Ze verbeterde haar tijd van 56.04 naar 53.83, werd Amerikaans kampioene en pakte op het WK in Moskou zilver, waarna Nike haar in de armen sloot. De aanloop naar de Spelen was moeilijk - een ongeval met een quad, een aanslepende hamstringblessure en een coachwissel - maar ze maakte haar favorietenrol toch waar. Het volgende grote doel, het wereldrecord van Petsjonkina, leek lange tijd onbereikbaar, ook omdat insiders vorig jaar de piepjonge McLaughlin meer kansen gaven. 'Ik voelde mij een underdog. Dat ik uitgerekend in een race tegen haar het record pak, maakt het nog mooier.'