Op 29 oktober van vorig jaar werd hij ontslagen bij Waasland-Beveren. Sindsdien werd er nog maar weinig van Glen De Boeck (42) vernomen. Behoudens enkele berichtjes in de marge: geopereerd aan een cyste rond enkele ruggenwervels, veroordeeld voor het autorijden met 2,7 promille alcohol in het bloed én gevraagd om de vrouwelijke BV's van de Bunny All Stars te coachen in hun wedstrijd voor de Meneer Konijn Cup tegen de Mothersjotters.
...

Op 29 oktober van vorig jaar werd hij ontslagen bij Waasland-Beveren. Sindsdien werd er nog maar weinig van Glen De Boeck (42) vernomen. Behoudens enkele berichtjes in de marge: geopereerd aan een cyste rond enkele ruggenwervels, veroordeeld voor het autorijden met 2,7 promille alcohol in het bloed én gevraagd om de vrouwelijke BV's van de Bunny All Stars te coachen in hun wedstrijd voor de Meneer Konijn Cup tegen de Mothersjotters. Zijn kandidatuur om trainer te worden van KV Mechelen bijvoorbeeld werd niet in aanmerking genomen. Alweer niet, want het was niet de eerste keer dat hij tevergeefs door een tussenpersoon was aangeboden bij de voetbalvereniging waar hij als speler zijn debuut in de eerste klasse maakte en drie seizoenen later een transfer naar Anderlecht versierde. Voorzitter Johan Timmermans zei daar toen in dit magazine over dat zijn attitude niet aansluit bij de filosofie van de club en dat hij op communicatief vlak niet past bij het familiale karakter van Malinwa. Hoe is het zover kunnen komen? In de zomer van 2007 begint Glen De Boeck bij Cercle Brugge aan zijn carrière van hoofdtrainer. Die stap volgt op een pijnlijke dubbele scheiding: die van zijn echtgenote en moeder van zijn twee dochters; en die van Anderlecht, de topclub waar hij dertien jaar in het eerste elftal voetbalde en waar hij na twee seizoenen als assistent-trainer van Frank Vercauteren zeer tegen zijn zin de plaats moet ruimen voor Ariël Jacobs. Cerclevoorzitter Frans Schotte raakt in een gesprek gecharmeerd van De Boecks drive, zijn klare taal, zijn kennis van de spelersgroep en zijn belangstelling voor de mens achter de voetballer; én hij geeft hem een kans. Het wordt een succesverhaal. De Boeck is een revelatie en zal snel tot technisch directeur promoveren. Vanaf dag één is er chemie met zijn spelersgroep. Hij weet wat hij wil en op welke manier hij dat procesgewijs kan creëren. Hij is duidelijk, zelfverzekerd en veeleisend; en zowat in alle geledingen van de vereniging wakkert hij de ambitie en de beleving aan. Cercle eindigt op de vierde plaats, maakt de meeste doelpunten van alle eersteklassers en zijn coach wordt genomineerd voor de titel van Trainer van het Jaar. Maar De Boeck lonkt naar meer en beter. In zijn tweede seizoen praat hij met Racing Genk. Zodra hij verneemt dat hij niet de enige kandidaat is en voelt dat Hein Vanhaezebrouck de voorkeur zal krijgen, trekt hij zich terug én schiet hij met scherp: hij heeft het over ontrouw van mensen van een ander niveau dan wat hij bij Cercle Brugge gewoon is. Daar tekent hij in zijn derde seizoen een nieuw contract tot 2014. Maar amper zes weken later, vijf dagen na de kansloos verloren bekerfinale tegen AA Gent, laat hij op een causerieavond van Business Kring 12 weten dat hij naar Germinal Beerschot gaat. 's Anderendaags al wordt hij op het Kiel voorgesteld. De door hem zo vaak geprezen Cerclevoorzitter zal de manier waarop hij vertrekt degoutant noemen. Maar zelf is hij zich op dat moment van geen kwaad bewust. De Boeck roept familiale redenen in voor zijn vertrek: hij wil zijn dochters, die bij zijn ex-vrouw in Antwerpen wonen, vaker zien, en werkgelegenheid in Antwerpen biedt hem daartoe veel meer de kans. Maar zonder het defect aan zijn grasmaaier was hij bij Cercle gebleven, vertelt hij op zijn persvoorstelling voor waarheid. Want dat was hoe hij in gesprek was geraakt met Herman Kesters, voorzitter van Germinal Beerschot en beroepshalve handelaar in onder meer grasmaaiers. Dat hij uiteindelijk zo via een bliksemoperatie bij de club was binnengeglipt waar technisch directeur Gunther Hofmans, schoonzoon van de hoofdaandeelhouder Jos Verhaegen, voor de opvolging van hoofdtrainer Jos Daerden een afspraak had gemaakt met Hugo Broos, daar maakte hij zich geen zorgen over. Veertien dagen later legt Glen De Boeck bij hem thuis uit waarom hij ervan overtuigd is dat bij Germinal Beerschot alles in orde zal komen. Hij weet dat hij met zijn manoeuvre niet de gemakkelijkste weg koos, maar hij vindt het juist een leuke uitdaging om in zo'n moeilijke club iedereen op dezelfde lijn te krijgen. Het stond in de sterren geschreven dat hij ooit trainer zou worden op het Kiel, zegt hij, daar waar hij als kleine jongen vaak met zijn vader was gaan kijken. Naar zijn gevoel was dat momentum aangebroken en daarom liet hij het niet onbenut. Hij was al volop gesprekken aan het voeren, elke dag. Daarvoor annuleerde hij zelfs een vakantie in Amerika, vertelde hij, want alles draait om communicatie. Antwerpen verdiende een grote ploeg en wie de verwezenlijking daarvan zou tegenwerken, zou met hem botsen. De Boeck was overtuigd dat hij sterk en invloedrijk genoeg was om daar alles naar zijn hand te zetten. Maar de realiteit slaat hem snel in het gezicht. De eerste zege komt er pas na zes speeldagen en hij raakt van het ene conflict in het andere verzeild: met spelers, met een assistent, met de dokter, met de sportief directeur en vooral met hoofdaandeelhouder en erevoorzitter Jos Verhaegen, die hij in kranteninterviews ronduit een leugenaar noemt - hetzelfde verwijt trouwens dat hijzelf bij zijn vertrek bij Cercle kreeg. Na zijn ontslag eind november, 'bij de club van zijn hart', zegt hij gesloopt, opgebrand, ziek te zijn. Hij vindt dat hij het slachtoffer is geworden van een bestuurlijke machtsstrijd waarin hij zichzelf in boosheid verloor. Blijkbaar onderschatte hij de situatie en/of overschatte hij zichzelf. De daaropvolgende zomer ligt de nieuwe werkplaats van Glen De Boeck in het buitenland: de Nederlandse eersteklasser VVV bezorgt hem een heel goed gevoel. Het is, legt hij uit, een goed georganiseerde club met de intrinsieke kwaliteit om beter te doen dan de strijd om het behoud tot de laatste minuut zoals het voorbije seizoen. Bovendien tekent hij er een tweejarig contract waarvan hij zegt dat er in België geen vijf trainers zijn die zo veel verdienen. De Boeck moet in Venlo stabiliteit brengen. Hij drukt meteen zijn stempel, zoals hij dat al overal deed. Bij de goed georganiseerde club moet onder zijn leiding van alles professioneler worden. Zo palmt hij de perszaal in als persoonlijke kantoorruimte. Maar na vijftien speeldagen in de Eredivisie telt zijn ploeg amper zeven punten. Begin december houdt hij het in de week na een 7-0-nederlaag tegen Heracles Almelo midden in een training voor bekeken. Hij voelt dat hij zijn impact op de groep aan het verliezen is. Er is een probleem in de kleedkamer, zal hij verklaren: één speler verziekt de sfeer en hij wil die eruit zetten. Maar dat gaat niet, omdat het een speler is in wie de voorzitter investeerde. VVV blijkt structureel nog niet klaar voor De Boeck en zijn manier van werken, concludeert de afscheid nemende trainer. In contractbesprekingen zal hij voortaan nog veeleisender zijn, duidelijker afspraken maken en een aantal bindende voorwaarden laten opnemen. Zijn opvolger, Ton Lokhoff, houdt de Venlose Voetbal Vereniging in de Eredivisie. Eind oktober 2012 is Glen De Boeck in beeld om bij Cercle Brugge Bob Peeters op te volgen, maar enkele bestuurders stellen hun veto: de degoutante manier waarop hij bij 'de vereniging' is vertrokken, is hem nog niet door iedereen vergeven. Enkele weken later volgt hij bij Waasland-Beveren Dirk Geeraerd op. Eén wedstrijd ver in de terugronde is de ploeg na een 2-6-nederlaag tegen Club Brugge naar de laatste plaats gezakt. Maar de uitdaging spreekt hem aan, want zijn analyse is dat er meer in de groep zit dan er al is uitgekomen. Hij drukt meteen zijn stempel op de organisatie, de speelwijze en de selectiepolitiek. Twaalf speeldagen later is de reddingsoperatie voltooid. Waasland-Beveren (13e) eindigt met een ruime puntenmarge vóór Beerschot (15e) en Cercle Brugge (16e), noodlijdende ex-clubs van zijn hoofdtrainer. De gewonnen degradatiestrijd is een succes voor De Boeck en hij krijgt een nieuw contract van een jaar. Maar op 29 oktober wordt hij ontslagen wegens tegenvallende resultaten: slechts één zege in twaalf competitiewedstrijden. Hijzelf noemt het ontslag unfair. Hij vindt dat hij meer tijd verdiende en verwijst naar de twintig nieuwe spelers die er in de zomer zijn gekomen, ondanks het negatieve advies dat hij voor een aantal van hen gaf, voegt hij eraan toe. Zijn conclusie is: geslachtofferd door een algemeen directeur die graag spelers verhandelt en met wie het nooit klikte, omdat hij zijn politieke spelletjes niet meespeelde en voor hem niet de juiste spelers opstelde. Bob Peeters volgt De Boeck op en volbrengt de reddingsoperatie op de slotdag van de reguliere competitie. Opvallend: sinds Glen De Boeck in 2010 Cercle Brugge verliet, deed hij in vier jaar niet één keer meer een heel seizoen bij dezelfde club uit. Ofwel werd hij ontslagen (bij Germinal Beerschot en bij Waasland-Beveren) ofwel besliste hij er zelf mee op te houden (VVV). Dat gebeurde telkens al in de herfst. Nochtans begon hij er iedere keer met een goed gevoel aan. Misleidt zijn gevoel hem of blijft zijn gevoel hem naar dezelfde situaties leiden tot hij er anders mee leert omgaan? Opmerkelijk is ook dat hij achteraf telkens het eigen gelijk claimde. Het failliet van Beerschot twee en een half jaar later, de degradatie van VVV anderhalf jaar na zijn vertrek: hij zag het als een bewijs dat het probleem - destijds - niet bij hem lag. Het waren de omstandigheden waarin hij moest werken die hem beletten om te renderen en voor die omstandigheden was hij niet verantwoordelijk. Hij is nu eenmaal een gevoelsmens, verklaarde hij al enkele keren, en hij kan niet functioneren in een klimaat waarin hij zich niet goed voelt. Voor een trainer die, zoals hij, snel vooruit wil en de top ambieert, dringt zich de vraag op: welk gevoel blokkeert hem - is het trots? - en hoe kan hij dat deblokkeren? Want 'garantie op goed gevoel' is niet iets wat contractueel afdwingbaar is, evenmin als garantie op controle over alles wat er in een club gebeurt. Het werkveld ligt in de realiteit. Die vergt realiteitszin, standvastigheid, maar ook almaar meer flexibiliteit. Dat beseft De Boeck ook. Af en toe laat hij flarden van dat besef in interviews achter. Dan laat hij blijken zich er bewust van te zijn dat hij niet overal waar hij aankomt telkens meteen per se van alles moet willen veranderen. Dat hij geduldiger moet bijsturen en opbouwen, en minder moet forceren. Dat hij minder van boven af moet opleggen en meer vanuit zijn spelers zelf moet laten komen. Dat hij niet altijd alles strak in de hand moet willen houden, dat hij hoofdzaken van bijzaken moet scheiden en dat hij meer moet loslaten. Hij leest boeken over psychologie en leiderschap, hij volgde een cursus peoplemanagement om zichzelf bij te schaven in het leiden van een spelersgroep, hij laat zich adviseren door specialisten, schrijft zijn ervaringen op, maakt analyses en syntheses van zijn conflicten, leest ze en herleest ze. Van al die 'tegenslagen' is hij innerlijk rustiger geworden, zegt hij. Bovendien, herhaalde hij al vaak, heeft hij vijf jaar voorsprong in ervaring op zijn aanvankelijke carrièreplanning - én op veel andere trainers. Door zijn gedwongen vertrek als assistent-trainer bij Anderlecht werd hij al op zijn vijfendertigste hoofdtrainer, terwijl hij dat maar op zijn veertigste wou worden - bij Anderlecht, vermoedelijk. Maar nu zit hij dus weer thuis met al zijn waardevolle extra ervaring. Brandend van ambitie, vol ideeën en klaar voor eender wat, liet hij al weten. Alleen is de vraag: wie durft hem nog een kans geven, en tegen welke prijs? DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE - BEELDEN: BELGAIMAGEVan de beleving van 'tegenslagen' is hij innerlijk rustiger geworden, zegt hij. Opmerkelijk is dat hij achteraf telkens het eigen gelijk claimde.