Het was Herbert Houben zelf die drie maanden geleden het proces op gang trok dat recent uitmondde in de beslissing om na dit seizoen afscheid te nemen van algemeen directeur Dirk Degraen. In een interview met Het Belang van Limburg liet de Genkvoorzitter zich eind januari uitermate scherp uit over zijn club. RC Genk was uit de winterstop gekomen met dubbel verlies in vier dagen tijd: uitgeschakeld (als regerend bekerwinnaar) in de kwartfinales van de beker van België tegen KV Oostende, en verloren met 1-0 bij Zulte Waregem. De Turkse zon had de crisis niet verdreven uit de Cristal Arena. Van kwaad naar erger ging het en Houben vond het hoog tijd om iedereen wakker te schudden. Volgens de voorzitter had de club te lang met het hoofd in de wolken gelopen, hadden de successen haar verblind en moest ze naast het veld opnieuw scherp worden. Zijn woorden gingen als een schokgolf door de eigen rangen. Zonder namen te noemen was voor iedereen duidelijk dat hij vooral zijn algemeen directeur viseerde. Dat had die zelf ook zo begrepen. Toen Degraen nog dezelfde dag verhaal ging halen bij Houben, kreeg hij te horen dat hij zich inderdaad aangesproken mocht voelen. Hard tegen onzacht ging het vervolgens in de vele heftige discussies die zich in de weken daarop binnenskamers voltrokken.
...

Het was Herbert Houben zelf die drie maanden geleden het proces op gang trok dat recent uitmondde in de beslissing om na dit seizoen afscheid te nemen van algemeen directeur Dirk Degraen. In een interview met Het Belang van Limburg liet de Genkvoorzitter zich eind januari uitermate scherp uit over zijn club. RC Genk was uit de winterstop gekomen met dubbel verlies in vier dagen tijd: uitgeschakeld (als regerend bekerwinnaar) in de kwartfinales van de beker van België tegen KV Oostende, en verloren met 1-0 bij Zulte Waregem. De Turkse zon had de crisis niet verdreven uit de Cristal Arena. Van kwaad naar erger ging het en Houben vond het hoog tijd om iedereen wakker te schudden. Volgens de voorzitter had de club te lang met het hoofd in de wolken gelopen, hadden de successen haar verblind en moest ze naast het veld opnieuw scherp worden. Zijn woorden gingen als een schokgolf door de eigen rangen. Zonder namen te noemen was voor iedereen duidelijk dat hij vooral zijn algemeen directeur viseerde. Dat had die zelf ook zo begrepen. Toen Degraen nog dezelfde dag verhaal ging halen bij Houben, kreeg hij te horen dat hij zich inderdaad aangesproken mocht voelen. Hard tegen onzacht ging het vervolgens in de vele heftige discussies die zich in de weken daarop binnenskamers voltrokken. De conclusie van al dat gepraat was dat er te weinig controle was op wat medewerkers in de club deden. Of dat er toch minstens een vorm van nonchalance in de werking was geslopen. Iedereen ging er gemakshalve van uit dat iedereen alles wel goed deed, maar dat was niet zo. Mensen waren steeds meer naast elkaar dan mét elkaar gaan werken. Niemand wist nog goed van de ander wat hij precies deed. De financieel directeur bijvoorbeeld wist niet meer wat de sportieve plannen waren en hoeveel budget hij daarvoor moest voorzien. En dus werden er zaken bijgestuurd. Met name werden er weer meer vaste overlegmomenten ingevoerd. Iets waarmee de trotse en voor kritiek uitermate gevoelige Degraen het moeilijk had. Want hoe je het ook draait of keert: een vorm van controle op zijn doen en laten was het wel. Daar kwam begin april ook nog de terugkeer van Jos Vaessen in de sportieve commissie bij. De oud-voorzitter zag met lede ogen zijn club niet alleen sportief afglijden, maar ook de band met haar supporters verliezen. Als man die liever handelt dan machteloos toekijkt, besloot hij zijn diensten weer aan te bieden. Na problemen met het vertrek van een CEO in een van zijn belangrijkste bedrijven had hij weer meer tijd en, zo merkte hij op, zijn grote ervaring zou de club van pas komen. Op zijn vraag of hij voortaan aanwezig kon zijn bij de sportieve vergaderingen, volgde snel een positief antwoord. Verrassend snel, want toen Vaessen zijn hand vier jaar geleden uitstak, werd ze tot zijn grote frustratie nog vastberaden afgewezen. Genk zat midden in een saneringsproces en de nieuwe bewindsploeg onder leiding van Herbert Houben was er alles aan gelegen om haar financiële onafhankelijkheid te bewaren. Vandaag is het verhaal anders, sportief en niet financieel van aard. Voor Degraen moet Vaessens terugkeer het Genkse boek helemaal hebben dichtgeklapt. Dat beide mannen niet elkaars beste vrienden zijn, is een understatement. De oud-voorzitter kan Degraen niet luchten, ook al was hij het die hem vijf jaar geleden aanstelde als algemeen directeur. Een beslissing die voortvloeide uit de doorlichting die Sef Vergoossen van de club had gemaakt, ook al op last van Vaessen, maar waarvan die laatste al snel spijt kreeg. Volgens Vaessen hield Degraen zich met veel meer dan alleen de financiële afwikkeling van de transfers bezig en ging dat ten koste van zijn andere taken als algemeen directeur. Ook al maakte Degraen geen deel uit van de sportieve commissie, het stond in de sterren geschreven dat hij en Vaessen elkaar vaker dan hen lief was zouden treffen in transferdossiers. Onvermijdelijk zou dat leiden tot conflictsituaties, iets wat RC Genk kon missen als kiespijn. Houben echter houdt vol dat beide beslissingen - de terugkeer van Vaessen en het vertrek van Degraen - los staan van elkaar. "Beide hebben niets met elkaar te maken", aldus de voorzitter maandag. Degraens aanstelling was een van Vaessens laatste beleidsdaden. Met de creatie van een tot dan onbestaande functie in de Cristal Arena, die van algemeen directeur, hoopte RC Genk na drie magere jaren een nieuwe start te nemen. Vaessen zette kort nadien een stap opzij in de raad van bestuur en Houben, de benjamin van de bende, werd als zijn opvolger verkozen. Toen Harry Lemmens er enkele maanden later in het najaar ook de brui aan gaf als algemeen voorzitter, werd hij niet vervangen en bleef Houben als enige voorzitter over. Vorig jaar liet Houben zich, ondanks een moment van twijfel, herbevestigen in een nieuw vierjarig mandaat. Samen met Degraen leidde hij RC Genk de voorbije vijf jaar door een moeilijke, maar geslaagde saneringsoperatie. Medewerkers moesten inleveren op hun loon, bepaalde functies werden geschrapt en omdat er liquiditeitsproblemen waren op het eind van het eerste seizoen werd in de raad van bestuur voorzien in een lening van bestuurders aan de club. RC Genk evolueerde van een club die het moeilijk had naar een club met een eigen vermogen van ongeveer 45 miljoen euro. Ook op sportief vlak gebeurden er mooie dingen en met name in de prijzenkast konden er trofeeën worden bijgezet. In vijf jaar tijd won RC Genk een landstitel (2011) en een beker (2013), speelde het Champions League en overwinterde het twee keer in de Europa League. Toch was het parcours hobbelig. Een van de eerste beleidsdaden van het duo Houben-Degraen was het ontslag van trainer Hein Vanhaezebrouck. Onder zijn opvolger Frankie Vercauteren, die bij de Rode Duivels de assistent was geweest van Degraens goede vriend René Vandereycken, bemachtigde Genk in extremis via PO2 het laatste Europese ticket. De landstitel in het tweede seizoen was een huzarenstukje van Vercauteren. In volle bezuinigingsperiode maakte hij het onmogelijke waar met spelers als Thibaut Courtois, Kevin De Bruyne, Jelle Vossen en Marvin Ogunjimi, jonge jongens uit de eigen opleiding die door Degraen bij het begin van het seizoen nog bij half België waren aangeboden. De algemeen directeur, wiens kwaliteiten als gewiekste onderhandelaar buiten kijf staan, zou ze vervolgens allemaal - op Vossen na en inclusief Christian Benteke - voor vele miljoenen verkopen aan buitenlandse topclubs. Daarmee hielp hij er Genk financieel definitief bovenop, iets wat zijn positie intern aanvankelijk behoorlijk verstevigde. Amper was de titelroes verdreven of Vercauteren en Degraen geraakten op ramkoers en de club moest op zoek naar een nieuwe coach. Die vond ze in Mario Been. Been slaagde er pas in de laatste 45 minuten van het kampioenschap in om Genk te plaatsen voor PO1. Daar werd het derde. Vorig seizoen wonnen de Limburgers de beker van België, maar dienden ze in het kampioenschap vrede te nemen met een wat teleurstellende vijfde plaats. Ook dit seizoen stootte Genk pas in de laatste 45 minuten van de reguliere competitie door naar PO1, maar zonder uitzicht op een rol van betekenis dit keer. Toch is de sportieve evaluatie van de voorbije vijf seizoenen positief voor Houben: "Er heeft in dezelfde tijdspanne maar één ploeg méér prijzen gepakt en dat is Anderlecht. Daar moet je ook rekening mee houden. En ik heb nooit gezegd dat we een topclub zijn. Maar als ik kijk naar onze collega-clubs, dan denk ik wel dat ze ons zo beschouwen." De ambitie om structureel de stap naar de top drie te zetten, werd evenwel niet waargemaakt. De resultaten bleven standvastigheid missen. "Het was inderdaad de bedoeling om toe te werken naar zo'n situatie", geeft Houben toe. "Maar eigenlijk was dit seizoen pas het eerste waarin we startten met de ambitie om de hele tijd mee te draaien in de top drie. Een paar seizoenen geleden was de ambitie louter: een Europees ticket afdwingen. En voordien wilden we dat Europese voetbal maar twee of drie keer op vijf jaar. Dit is het eerste jaar dat we onze ambitie niet halen." Op het vlak van communicatie schroefde Genk onder Degraen ook de openheid een pak terug. Van 'warme', 'gezellige' en 'toegankelijke' club evolueerde het naar een stugge, moeilijk toegankelijke burcht. Wie antwoorden zocht op de vraag hoe een toptransfer als die van Ilombe Mboyo zo de mist in kon gaan, werd zonder pardon wandelen gestuurd. Ook de Afrikanisering van de kern en de stokkende doorstroming uit de opleiding waren onbespreekbare thema's. Toen Sport/Voetbalmagazine eerder dit seizoen een interview maakte met Roland Breugelmans, het Genkse hoofd opleidingen, eiste de club dat de helft van het interview werd geschrapt. De hele passage over de doorstroming van eigen jeugdspelers naar het eerste elftal moest weg, iets waar ook Breugelmans zelf van schrok. Als tegemoetkoming stelde de club een interview met sportief directeur Gunter Jacob voor. Tegenover de supporters nam de club een gelijkaardige houding aan. Op 20 februari 2014 liet RC Genk op zijn website weten dat de club voortaan geen spandoeken meer zou toelaten in de Cristal Arena. Die beslissing kwam er "naar aanleiding van de feiten met spandoeken en Bengaals vuur tijdens de wedstrijd in Lier". De combinatie van die twee elementen had daar enkele dagen eerder voor een gevaarlijke situatie gezorgd. "Tegen elke inbreuk zal worden opgetreden", gooide de club er in haar mededeling ook nog achteraan. Een storm van protest stak op. De supporters voelden zich de mond gesnoerd door de drastische reactie van de club. Veel opschriften die ze voordien hadden getoond, waren gericht tegen het clubbeleid in het algemeen en tegen Degraen en Jacob in het bijzonder. De storm van protest deed de club een dag later al inbinden. Een nieuwe mededeling op de site begon als volgt: "Spandoeken. Ze horen bij het voetbal. Dragen bij tot de ziel van het spelletje en zijn onlosmakelijk verbonden met het voetbal." RC Genk probeerde uit te leggen dat de club enkel "opruiende taal en/of berichten die (on)rechtstreeks aanzetten tot agressief gedrag of normoverschrijdend vandalisme" wilde weren. Met zijn krampachtige en soms bruuskerende communicatie leek Genk zichzelf te verloochenen. Het haalde zich de toorn van zijn achterban op de hals. De supporters knapten af op de stijl van Degraen en Jacob, twee koppige Haspengouwers van wie het arrogante en cynische DNA niet leek te passen bij dat van de gemoedelijke Genkenaar. Met het vertrek van Degraen hoopt de club dat de gemoederen zullen bedaren. De beslissing werd vorige week genomen, in onderling overleg volgens Houben, en maandag bekendgemaakt. "Uit verscheidene gesprekken met de algemeen directeur was gebleken dat de club en hij een andere visie hadden over hoe de club moest worden geleid. We hebben afgesproken om hier niet dieper op in te gaan." Degraen, die een contract had tot midden 2015, zal nog tot februari 2015 namens Genk bepaalde dossiers opvolgen. De mogelijkheid is ook afgesproken dat de club op hem een beroep blijft doen als 'extern expert'. Volgens Houben zal Genk pas in september beslissen over een eventuele opvolger. Tot dan zullen zijn taken worden verdeeld over de voorzitter, financieel directeur Filip Aerden en Gunter Jacob, wiens vertrek níét aan de orde is. Jacob bood zich in de zomer van 2011 aan bij Degraen toen Genk na het plotse vertrek van Vercauteren in een sportieve impasse verzeilde. Na een proefperiode van enkele maanden werd hij in 2012 aangesteld als Genks nieuwe sportief directeur, met een contract van onbepaalde duur. "Hij blijft in de club", benadrukt Houben. "Hij heeft zelf aangegeven dat zijn positie onafhankelijk van die van de algemeen directeur moet worden gezien en dat hij graag in functie blijft." DOOR KRISTOF DE RYCK & JAN HAUSPIE"Gunter Jacob gaf zelf aan dat zijn positie onafhankelijk van die van de algemeen directeur moet worden gezien en dat hij graag in functie blijft." Herbert Houben