De komende kerstperiode neigt naar bezinning en reflectie, maar de voetbalcarrousel blijft haast onophoudelijk doordraaien. Woensdag staan de heenwedstrijden van de kwartfinale van de beker geprogrammeerd, op tweede kerstdag wordt de negentiende speeldag van de reguliere competitie afgewerkt. Zonder topmatchen. Het valt af te wachten hoeveel toeschouwers daarop afkomen, hoeveel mensen de behaaglijke warmte van de huiskamer willen ruilen voor een koud stadion.

Ook internationaal bleef het de afgelopen dagen maar doorgaan. Vorige week de laatste speeldag van de groepsfase in de Europa League, vrijdag de loting en de hoop dat Anderlecht, Club Brugge en Standard een vervolgstuk kunnen breien aan dit Europees avontuur. En afgelopen zondag was er in Japan de finale van het WK voor clubteams tussen Santos en Barcelona. In wezen een prachtige affiche, maar het hele toernooi speelde zich lang af in een haast beklemmende anonimiteit. Zo berichtte bijvoorbeeld de Duitse televisie afgelopen zaterdag vanuit Tokio uitgebreid over de positie van Sepp Blatter binnen de wereldvoetbalbond FIFA, maar werd er met geen woord gerept over de finale.

Verbeten probeert de FIFA dit evenement, dat al een paar jaar niet werd georganiseerd, wat grandeur te geven. Maar de timing is ongelukkig en de interesse van de winnaar van de Champions League klein. En net zoals voor de finale van de Europese supercup ligt niemand wakker van dit gebeuren. Terwijl het om een clash ging tussen de beste club van Europa en de meest prestigieuze Braziliaanse vereniging, de club waar Peléop zijn vijftiende debuteerde en waar het supertalent Neymar nu aan de weg timmert. Ook hij werd opgepeuzeld door de Catalaanse machine. Overigens was het Barcelona dat deze aanvaller wilde contracteren, maar hij bleef liever in eigen land waar de groeiende economie een weerslag heeft op het voetbal: Neymar zou rond de vijftien miljoen euro per jaar verdienen.

Andere werelden zijn het telkens als je het projecteert op de Belgische competitie. Zoals iedere voetballer die vanuit dit land over de grenzen trekt in een heel ander milieu wordt gekatapulteerd. Ivan Perisic ervaart het nu ook in Dortmund. Andere trainingen, een hoger ritme en tempo, meer verdedigende arbeid tijdens de wedstrijden, een snelle omschakeling die tot meer en een hogere mentale belasting leidt, steeds weer hoor je dezelfde verhalen.

Vreemd ook dat je in het buitenland nooit hoort klagen over een gebrek aan frisheid, terwijl daar doorgaans sneller en zeker niet minder wordt gevoetbald. Hier klinken de verhalen over vermoeidheid langzamerhand als een refrein. Ook Ariël Jacobs praatte er anderhalve week geleden over na het verlies van Anderlecht op YR KV Mechelen. Je vraagt je soms af of trainingen in dit land niet te vaak bezigheidstherapie zijn.

Het nam niet weg dat Anderlecht Europees een schitterend parcours aflegde. Net zoals Standard en Club Brugge. Maar wel op een Europees toneel dat verbleekt bij de magie van de Champions League.

Dat ook Standard, in volle restauratie, zich Europees handhaaft, is een schitterende prestatie. Het risico leek groot toen de Luikse club in het begin van het seizoen José Riga als trainer aantrok, al twijfelden velen niet aan zijn competentie. Alleen verricht Riga zijn werk in alle stilte en dan val je minder op dan de vele opgezwollen windverkopers die dit trainerswereldje bevolken.

Heel knap was het daarom van Peter Maes dat hij vorige week na de wedstrijd tussen Lokeren en Standard op de persconferentie Riga een compliment gaf voor de manier waarop hij bij de Luikse club nieuwe fundamenten legde. Dat soort collegialiteit blijft zeldzaam. Zeker bij trainers waar het puur om het overleven gaat. Riga genoot van het schouderklopje en ging de dag nadien weer aan het werk. In een stad die later door een brutale aanslag tot in het diepste van zijn ziel werd geraakt. En waar Standard altijd al een vlucht uit een soms sinistere werkelijkheid was.

DOOR JACQUES SYS

Ook onopvallende trainers kunnen goed werk leveren.

De komende kerstperiode neigt naar bezinning en reflectie, maar de voetbalcarrousel blijft haast onophoudelijk doordraaien. Woensdag staan de heenwedstrijden van de kwartfinale van de beker geprogrammeerd, op tweede kerstdag wordt de negentiende speeldag van de reguliere competitie afgewerkt. Zonder topmatchen. Het valt af te wachten hoeveel toeschouwers daarop afkomen, hoeveel mensen de behaaglijke warmte van de huiskamer willen ruilen voor een koud stadion. Ook internationaal bleef het de afgelopen dagen maar doorgaan. Vorige week de laatste speeldag van de groepsfase in de Europa League, vrijdag de loting en de hoop dat Anderlecht, Club Brugge en Standard een vervolgstuk kunnen breien aan dit Europees avontuur. En afgelopen zondag was er in Japan de finale van het WK voor clubteams tussen Santos en Barcelona. In wezen een prachtige affiche, maar het hele toernooi speelde zich lang af in een haast beklemmende anonimiteit. Zo berichtte bijvoorbeeld de Duitse televisie afgelopen zaterdag vanuit Tokio uitgebreid over de positie van Sepp Blatter binnen de wereldvoetbalbond FIFA, maar werd er met geen woord gerept over de finale. Verbeten probeert de FIFA dit evenement, dat al een paar jaar niet werd georganiseerd, wat grandeur te geven. Maar de timing is ongelukkig en de interesse van de winnaar van de Champions League klein. En net zoals voor de finale van de Europese supercup ligt niemand wakker van dit gebeuren. Terwijl het om een clash ging tussen de beste club van Europa en de meest prestigieuze Braziliaanse vereniging, de club waar Peléop zijn vijftiende debuteerde en waar het supertalent Neymar nu aan de weg timmert. Ook hij werd opgepeuzeld door de Catalaanse machine. Overigens was het Barcelona dat deze aanvaller wilde contracteren, maar hij bleef liever in eigen land waar de groeiende economie een weerslag heeft op het voetbal: Neymar zou rond de vijftien miljoen euro per jaar verdienen. Andere werelden zijn het telkens als je het projecteert op de Belgische competitie. Zoals iedere voetballer die vanuit dit land over de grenzen trekt in een heel ander milieu wordt gekatapulteerd. Ivan Perisic ervaart het nu ook in Dortmund. Andere trainingen, een hoger ritme en tempo, meer verdedigende arbeid tijdens de wedstrijden, een snelle omschakeling die tot meer en een hogere mentale belasting leidt, steeds weer hoor je dezelfde verhalen. Vreemd ook dat je in het buitenland nooit hoort klagen over een gebrek aan frisheid, terwijl daar doorgaans sneller en zeker niet minder wordt gevoetbald. Hier klinken de verhalen over vermoeidheid langzamerhand als een refrein. Ook Ariël Jacobs praatte er anderhalve week geleden over na het verlies van Anderlecht op YR KV Mechelen. Je vraagt je soms af of trainingen in dit land niet te vaak bezigheidstherapie zijn. Het nam niet weg dat Anderlecht Europees een schitterend parcours aflegde. Net zoals Standard en Club Brugge. Maar wel op een Europees toneel dat verbleekt bij de magie van de Champions League. Dat ook Standard, in volle restauratie, zich Europees handhaaft, is een schitterende prestatie. Het risico leek groot toen de Luikse club in het begin van het seizoen José Riga als trainer aantrok, al twijfelden velen niet aan zijn competentie. Alleen verricht Riga zijn werk in alle stilte en dan val je minder op dan de vele opgezwollen windverkopers die dit trainerswereldje bevolken. Heel knap was het daarom van Peter Maes dat hij vorige week na de wedstrijd tussen Lokeren en Standard op de persconferentie Riga een compliment gaf voor de manier waarop hij bij de Luikse club nieuwe fundamenten legde. Dat soort collegialiteit blijft zeldzaam. Zeker bij trainers waar het puur om het overleven gaat. Riga genoot van het schouderklopje en ging de dag nadien weer aan het werk. In een stad die later door een brutale aanslag tot in het diepste van zijn ziel werd geraakt. En waar Standard altijd al een vlucht uit een soms sinistere werkelijkheid was. DOOR JACQUES SYSOok onopvallende trainers kunnen goed werk leveren.