Het is maandagmorgen en het regent oude wijven. In een gemeentelijke loods langs de Havanastraat in de Antwerpse wijk Luchtbal heerst de dagdagelijkse drukte en is het opruimdag, de zoveelste al. "Want", zegt Bert Cluytens, die verantwoordelijk is voor de werkverdeling, "van januari tot oktober organiseerden we niet minder dan 5500 feesten." Dat zijn er meer dan tweeëntwintig per dag. "Helaas", voegt Cluytens er meteen aan toe, "vieren we zelf te weinig. De dienst waar ik werk, TL-BO (Techniek en logistiek-bijzondere opdrachten) staat in voor het leveren en plaatsen van tafels, stoelen, tribunes, podia en ook praalwagens."
...

Het is maandagmorgen en het regent oude wijven. In een gemeentelijke loods langs de Havanastraat in de Antwerpse wijk Luchtbal heerst de dagdagelijkse drukte en is het opruimdag, de zoveelste al. "Want", zegt Bert Cluytens, die verantwoordelijk is voor de werkverdeling, "van januari tot oktober organiseerden we niet minder dan 5500 feesten." Dat zijn er meer dan tweeëntwintig per dag. "Helaas", voegt Cluytens er meteen aan toe, "vieren we zelf te weinig. De dienst waar ik werk, TL-BO (Techniek en logistiek-bijzondere opdrachten) staat in voor het leveren en plaatsen van tafels, stoelen, tribunes, podia en ook praalwagens." Cluytens zit al bijna dertig jaar in het vak, waarmee hij begon in Hoboken, de gemeente waar hij opgroeide. De gevreesde flankspeler van weleer heeft altijd veel belang gehecht aan zekerheid in het leven. "En die is in het voetbal vaak ver te zoeken." Zo werd hij vorige maand na een één op zes de laan uitgestuurd als trainer van de Oost-Vlaamse tweedeprovincialer Laarne. Vervelend voor iemand die niet zonder voetbal kan. "Het is mijn leven. Een zondag zonder voetbal is geen zondag. Zo'n ontslag heeft ook niks meer met het sportieve te maken maar getuigt alleen maar van kortzichtigheid bij de bestuursleden van zo'n provinciaal clubje die familiale belangen boven ploegbelangen laten primeren."Bert Cluytens had de voorbije jaren als trainer wel wat naam gemaakt in de lagere reeksen van het Belgisch voetbal maar steekt niet weg dat hij het ooit wel hogerop wil wagen. Als speler uit de gouden jaren tachtig behoorde hij wél tot de top, al brak hij als Rode Duivel nooit door. "Mijn eigen schuld", bekent hij. "Ik was zo gefixeerd op die nationale ploeg dat ik het bij Anderlecht al na één jaar voor bekeken hield. Onder Tomislav Ivic, die niet meteen bekendstond om zijn aanvallend voetbal, werd ik steevast op de rechtsback uitgespeeld, terwijl ik meer middenvelder was. En bij de Rode Duivels was Eric Gerets als rechtsachter incontournable. Ik trok naar Antwerp waar ik meer de flanken kon aflopen maar het bleek een verkeerde keuze. Ik speelde wel diverse kwalificatiematchen onder Guy Thys zaliger, maar voor de twee grote toernooien werd ik niet geselecteerd. Bedrogen als het ware door mijn eigen keuze. Ik had Anderlecht nooit mogen verlaten." Mocht zijn transfer naar Straatsburg zijn doorgegaan, dan was er van een overgang naar Brussel bovendien nooit sprake geweest. "Persoonlijk was ik rond met de Franse eersteklasser, die net een nieuw stadion aan het bouwen was. Ik tekende er een overeenkomst voor drie jaar. Een uitdaging, niet alleen als voetballer maar ook als mens. Je wordt geconfronteerd met een andere taal en ondergedompeld in een toch wel andere levenswijze. En dat zag ik best zitten. Ik beschouwde het als een serieuze verrijking. Helaas kwamen beide clubs niet tot een akkoord. Straatsburg wilde de door Beveren gevraagde transfersom niet betalen en na een ruiloperatie met Ronny Martens versaste ik naar het Astridpark." Van het kleine Anderlecht, zoals Beveren in die tijd werd genoemd, naar het grote. "Dat had uiteraard alles te maken met onze speelwijze op de Freethiel. Het waren bovendien vooral de supporters van Anderlecht die ons zo noemden omdat wij in die tijd heerlijk voetbal op de mat brachten, met een ploeg die nu nog tot de verbeelding spreekt : Jean-Marie Pfaff, Paul Van Genechten, Freddy Buyl, Heinz Schönberger, Erwin Albert en noem maar op. We zaten zelfs bijna in de finale van de Europabeker voor bekerwinnaars nadat we tegen het grote FC Barcelona twee keer door een penalty de wedstrijd verloren. Beveren dat was eind jaren zeventig, begin tachtig de voetbalhoofdstad. Voor een doorsnee competitiewedstrijd zat er op de Freethiel twaalfduizend man." De mensen herkenden zich toen ook nog in hun spelers, zegt Cluytens. "Wij waren één van hen. Dat kan je nu niet meer zeggen. Na de wedstrijd zochten we zelf de supporters op in de kantine, business-seats waar de spelers zich nu vertonen op vraag van de sponsor, waren er niet. Wij hadden een kern van zestien spelers en iedereen ging werken overdag. Wij trainden vier keer in de week. Uiteraard kon niet iedereen tijdig op de training zijn. So what ? Dan begonnen we soms met zes of met acht. Daar werd geen drama van gemaakt. Het voetbal dat we brachten, leed er alvast niet onder. Integendeel. Wedstrijden de je tien, vijftien jaar geleden op onze eersteklassevelden zag, zie je vandaag de dag veel te weinig. De toppers van toen waren ook echt spektakelstukken. Dat kan nu lang niet van elke topper gezegd worden." door Stefan Van Loock'Ik heb altijd belang gehecht aan zekerheid in het leven. En die is in het voetbal vaak ver te zoeken.'