'Ik ben echt doordrongen van rood en wit. De opbergtas van mijn pc is er eentje van de Great Old. Niet iedereen in de politiek weet dat te smaken, ( grijnst) maar ik kan moeilijk mijn band van meer dan veertig jaar met die mooie club verstoppen. Vanaf mijn tiende kwamen mijn vader en ik naar de Bosuil. Het was de periode van Guy Thys, toen we tweemaal vicekampioen werden en in 1975 de bekerfinale met 1-0 verloren van Anderlecht. Topjaren, waarbij we ook met veel belangstelling naar de Europese topduels kwamen.

Op de middenstip staan voor een vol stadion in een kolkende sfeer, dat vond ik bijzonder leuk.' Koen Van den Heuvel

'Antwerp is een volksclub bij uitstek met een authentiek karakter. Altijd stonden we achter het doel, met die houten palen, in die grote betonnen tribune. Ik herinner me zo een duel in november 1987 tegen Anderlecht, met doelpunten van Jan Poortvliet en Cisse Severeyns. Het stadion zat propvol, met 44.000 toeschouwers. Dit seizoen ervaar ik als een herneming van die succesperiode.

'De passie zit diep: ik heb twee tickets mee van die uitmuntende Europese campagne in de Europese beker der bekerwinnaars in 1993. Eentje die uiteindelijk tot de finale op Wembley leidde tegen Parma. Het zorgde voor een bepaalde roes. Ik was er ook bij in de halve finale thuis tegen Spartak Moskou, een ticket kostte toen omgerekend 25 euro per persoon. Nadien wilden we natuurlijk ook bij de absolute ontknoping zijn. Dat werd een onvergetelijke gebeurtenis, we waren in Londen met 15.000. Aan het Rivierenhof in Deurne vertrokken we met vijftig mensen in een bus. Met de boot staken we over van Calais naar Dover, samen met heel wat Italianen. Eenmaal in Londen kwamen we in het stadsverkeer terecht. Ter hoogte van Hyde Park geraakten we in de knoop. Ik had gelukkig een stadsplan bij me en besliste, samen met wat anderen, om af te stappen en de metro te nemen. Zo'n speciale match, daar mocht je gewoon niet te laat voor komen. Een half uurtje voor de aftrap zagen we dat de helft van Wembley rood-wit was gekleurd. Historisch.

'In het stadion leef ik sterk mee. Mijn jongste zoon, 21 nu, heeft ook een abonnement op tribune 2. We houden het beleefd, maar ik word dan opgeslorpt door de setting en durf dan wel eens te roepen. Zoals mijn partner het ooit zei: eenmaal ik de Bosuil binnenstap, valt alle ratio weg.

'Midden februari gaf ik de aftrap tegen Anderlecht. Samen met Marc Van der Linden, toch ook iemand die ik veel zag spelen en toejuichte. Een kippenvelmoment, dat geef ik grif toe. Op de middenstip staan voor een vol stadion in een kolkende sfeer, dat vond ik bijzonder leuk. Mijn kinderen koesterden dat moment ook.

'Het valt me telkens weer op hoe sterk deze club de mensen kan begeesteren. We kenden een boerenjaar, het budget blijft stijgen, de uitbreidingsplannen voor tribune 4 liggen klaar. Die sfeertribunes mogen niet verloren gaan. Antwerp moet een familieclub blijven. Onze ziel mogen we nooit verloren laten gaan. Dat sappig Antwerps dialect, die weinig objectieve commentaar, ik vind dat iets unieks. Je komt er bijna in een overtreffende trap van irrationaliteit terecht. Iemand als Guido Belcanto kan daar ook van genieten. Ik merk dat, want die zit niet ver van ons op die typische houten banken.

'Antwerp laat me nooit los. Een titel in 1A zou alles overstijgen. Nog nooit in mijn leven mochten we zo veel hoop koesteren op een prijs. Dat hoor je soms nu al vertellen op de tribunes: 'Wanneer ga je met mij eens naar de Champions League kijken op de Bosuil?' Die provocatieve taal, daar hou ik wel van.'

'Ik ben echt doordrongen van rood en wit. De opbergtas van mijn pc is er eentje van de Great Old. Niet iedereen in de politiek weet dat te smaken, ( grijnst) maar ik kan moeilijk mijn band van meer dan veertig jaar met die mooie club verstoppen. Vanaf mijn tiende kwamen mijn vader en ik naar de Bosuil. Het was de periode van Guy Thys, toen we tweemaal vicekampioen werden en in 1975 de bekerfinale met 1-0 verloren van Anderlecht. Topjaren, waarbij we ook met veel belangstelling naar de Europese topduels kwamen. 'Antwerp is een volksclub bij uitstek met een authentiek karakter. Altijd stonden we achter het doel, met die houten palen, in die grote betonnen tribune. Ik herinner me zo een duel in november 1987 tegen Anderlecht, met doelpunten van Jan Poortvliet en Cisse Severeyns. Het stadion zat propvol, met 44.000 toeschouwers. Dit seizoen ervaar ik als een herneming van die succesperiode. 'De passie zit diep: ik heb twee tickets mee van die uitmuntende Europese campagne in de Europese beker der bekerwinnaars in 1993. Eentje die uiteindelijk tot de finale op Wembley leidde tegen Parma. Het zorgde voor een bepaalde roes. Ik was er ook bij in de halve finale thuis tegen Spartak Moskou, een ticket kostte toen omgerekend 25 euro per persoon. Nadien wilden we natuurlijk ook bij de absolute ontknoping zijn. Dat werd een onvergetelijke gebeurtenis, we waren in Londen met 15.000. Aan het Rivierenhof in Deurne vertrokken we met vijftig mensen in een bus. Met de boot staken we over van Calais naar Dover, samen met heel wat Italianen. Eenmaal in Londen kwamen we in het stadsverkeer terecht. Ter hoogte van Hyde Park geraakten we in de knoop. Ik had gelukkig een stadsplan bij me en besliste, samen met wat anderen, om af te stappen en de metro te nemen. Zo'n speciale match, daar mocht je gewoon niet te laat voor komen. Een half uurtje voor de aftrap zagen we dat de helft van Wembley rood-wit was gekleurd. Historisch. 'In het stadion leef ik sterk mee. Mijn jongste zoon, 21 nu, heeft ook een abonnement op tribune 2. We houden het beleefd, maar ik word dan opgeslorpt door de setting en durf dan wel eens te roepen. Zoals mijn partner het ooit zei: eenmaal ik de Bosuil binnenstap, valt alle ratio weg. 'Midden februari gaf ik de aftrap tegen Anderlecht. Samen met Marc Van der Linden, toch ook iemand die ik veel zag spelen en toejuichte. Een kippenvelmoment, dat geef ik grif toe. Op de middenstip staan voor een vol stadion in een kolkende sfeer, dat vond ik bijzonder leuk. Mijn kinderen koesterden dat moment ook. 'Het valt me telkens weer op hoe sterk deze club de mensen kan begeesteren. We kenden een boerenjaar, het budget blijft stijgen, de uitbreidingsplannen voor tribune 4 liggen klaar. Die sfeertribunes mogen niet verloren gaan. Antwerp moet een familieclub blijven. Onze ziel mogen we nooit verloren laten gaan. Dat sappig Antwerps dialect, die weinig objectieve commentaar, ik vind dat iets unieks. Je komt er bijna in een overtreffende trap van irrationaliteit terecht. Iemand als Guido Belcanto kan daar ook van genieten. Ik merk dat, want die zit niet ver van ons op die typische houten banken. 'Antwerp laat me nooit los. Een titel in 1A zou alles overstijgen. Nog nooit in mijn leven mochten we zo veel hoop koesteren op een prijs. Dat hoor je soms nu al vertellen op de tribunes: 'Wanneer ga je met mij eens naar de Champions League kijken op de Bosuil?' Die provocatieve taal, daar hou ik wel van.'