Een paar jaar geleden, terwijl 200 miljoen Brazilianen in een roes naar het WK toeleven, laat sportminister Aldo Rebelo tijdens een werkbezoek aan Estádio do Maracanã enkele journalisten in zijn ziel kijken. Daar, in een van de meest mythische voetbalstadions ter wereld, dompelde een kleine Uruguyaanse winger - Alcides Ghiggia - de natie op 16 juli 1950 in een diepe rouw, toen hij in de laatste match van het WK de 1-2 voorbij doelman Moacir Barbosa schoot. "Een tragedie...", zei Rebelo meer dan zestig jaar later.
...

Een paar jaar geleden, terwijl 200 miljoen Brazilianen in een roes naar het WK toeleven, laat sportminister Aldo Rebelo tijdens een werkbezoek aan Estádio do Maracanã enkele journalisten in zijn ziel kijken. Daar, in een van de meest mythische voetbalstadions ter wereld, dompelde een kleine Uruguyaanse winger - Alcides Ghiggia - de natie op 16 juli 1950 in een diepe rouw, toen hij in de laatste match van het WK de 1-2 voorbij doelman Moacir Barbosa schoot. "Een tragedie...", zei Rebelo meer dan zestig jaar later. De journalisten herinneren de minister, lid van de Communistische Partij, aan een quote van Karl Marx: "De geschiedenis herhaalt zich. Eerst als tragedie en daarna als een klucht." Waren de woorden van een Duitse filosoof uit de negentiende eeuw van toepassing op het Braziliaanse elftal dat straks naar zijn zesde wereldtitel op zoek gaat? Als 1950 een tragedie was, zou 2014 dan een klucht worden? "Onmogelijk", zei Rebelo zelfverzekerd. "We rekenen op een overwinning. We spelen thuis en hebben de beste spelers ter wereld. Onze stijl is gebaseerd op techniek, creativiteit en improvisatie van onze artiesten, terwijl 'de Europeanen' vooral tactisch gedisciplineerd spelen en van hun collectieve kracht uitgaan. Als we die stijl proberen te kopiëren, dan redden we het niet." Twee jaar later blijkt het woord 'klucht' nog te braaf om de 1-7-vernedering van de Seleção in de halve finale tegen Duitsland te omschrijven. Het bloedbad in Belo Horizonte was vernederend, watchers konden zich zelfs niet van de indruk ontdoen dat Die Mansschaft bij momenten op de rem ging staan, dat het medelijden met de voetbalgekke natie had. "Brazilië had een mindere dag", klinkt het na de grootste afgang in de geschiedenis van de Goddelijke Kanaries, en ook "de afwezigheid van Neymar en organisator ThiagoSilva had een belangrijke rol gespeeld". Maar vier dagen erna, met Silva wél in de basis, verliest Brazilië ook tegen Nederland kansloos. 3-0, uitgerekend tegen een ploeg die tegen Costa Rica en Argentinië in 240 minuten niet kon scoren. Klucht na klucht, vernedering na vernedering van een matige ploeg, die in de loop van het toernooi steeds meer sympathie verloor. Een beperkt elftal dat vooral speculeerde op stilstaande fases en tegenaanvallen en er niet voor terugschrok om met gemene overtredingen het tempo uit de wedstrijd te halen. Waar waren de stylisten die ooit de harten van de internationale voetbalwereld veroverden? Midden de jaren tachtig, toen Brazilië er na zijn derde wereldtitel in 1970 vier keer op rij niet meer was in geslaagd om de finale te bereiken, maakten de beleidsmakers de balans op. In het internationale voetbal, zo luidde het, is het atletisch vermogen en de fysieke kracht van de spelers steeds belangrijker, waardoor combinatievoetbal een anachronisme zal worden. Maar het is vooral die conclusie die de volgende decennia verouderd zal blijken, zeker na de successen van de Spaanse school - La Roja én Barcelona - en haar invloed op de Duitse wereldkampioen, die zich in Belo Horizonte vrolijk door de Braziliaanse verdediging voetbalde. De Seleção leek gevangen tussen het slechtste van twee werelden, iets wat anderen al eerder hadden vastgesteld. Toen Barcelona op het wereldkampioenschap voor clubs in 2011 met verbluffend gemak Santos van het veld veegde (4-0), concludeerde PepGuardiola dat zijn spelers de bal hadden rond getikt zoals, zo herinnerde hij uit de verhalen van zijn grootvaders, de Braziliaanse ploeg dat vroeger deed. De woorden van Guardiola waren drie jaar voor de start van het WK even een item, maar er werd niet ingegrepen. Na de Duitse vernedering laaide de discussie opnieuw op en stelde CésarLuisMenotti, de invloedrijke ex-bondscoach van Argentinië, dat hij voor dit scenario al jaren geleden had gewaarschuwd. "Brazilië heeft zijn voetbal gedecultiveerd. Sinds het op de WK's van 1982 (tweede ronde, nvdr) en 1986 (kwartfinale, nvdr) niet kreeg waar het recht op had, heeft het zijn stijl verloochend." Andre Kfouri, tv-journalist en columnist van de gezaghebbende sportkrant LANCE!, ging nog een stap verder. "Niets is erger dan je eigen identiteit de rug toekeren. Deze spelers kijken vol misprijzen naar de bal, passes geven vinden ze overbodig... Alles waar we vroeger voor bewonderd werden, vindt dit elftal onbelangrijk. Waarom waren onze bestuurders zo dom om te concluderen dat níét meer voetballen de oplossing was?" Een van de wereldkampioenen van 1970 en een gerespecteerd voetbalkenner, Tostão, pleitte voor een terugkeer naar de oude waarden. "We moeten terug naar onze roots. Een proces van lange adem, maar het is de enige weg." Een paar dagen later, wanneer Dunga als nieuwe bondscoach was aangesteld, noemde Tostão zich "verrast en geschokt". En, voegde hij eraan toe: "Ik begrijp hier helemaal niets van." Na de klucht, een absurde remedie. Dunga, kapitein van de ploeg die in 1994 wereldkampioen werd, mocht aan zijn tweede ambtstermijn beginnen. Acht jaar geleden, na het WK in 2006, verbaasde de voetbalfederatie toen het de genadeloze middenvelder zonder enige ervaring als coach als opvolger van Carlos Alberto Parreira aanstelde. De statistieken van Dunga, die Brazilië naar de Copa América (2007) en de Confederations Cup (2009) leidde, waren nochtans behoorlijk, maar de Brazilianen lustten het team niet. Aaibaarheidsfactor nul komma nul. Hóé er werd gewonnen, interesseerde de nukkige bondscoach niet. Gevat counteren, speculeren op stilstaande fases en 'professionele' fouten maken. Zoals in de finale van de Copa América tegen Argentinië: 37 overtredingen! Dunga, een speler gevoed door woede. Toen hij in 1994 in het Rose Bowl Stadium van Pasadena de wereldbeker in de lucht stak, beschouwde de kapitein dat als de ultieme wraak op al diegenen die zijn ploeg in twijfel hadden getrokken. Geen blijdschap, geen tranen van geluk, alleen maar boosheid. Op het WK van 2010 in Zuid-Afrika liet hij zich ook als trainer door een scala van negatieve emoties leiden. Tijdens persconferenties kregen kritische volgers een tsunami van scheldwoorden over zich heen, maar ook aan de zijlijn slaagde hij er nooit in zichzelf onder controle te houden. Toen zijn ploeg in de kwartfinale tegen Nederland na de rust volledig in elkaar stortte, ging de 47-jarige coach als een gek tekeer tegen de scheidsrechter en koelde hij zijn woede op de dug-out. Exit Dunga. Vier jaar erna staat de ex-kapitein opnieuw aan het roer. Alsof de Confederação Brasileira de Futebol de afgang tijdens het WK vooral aan de mentaliteit, en niet aan het voetbalconcept, toeschrijft. "Het team", zo klinkt het, "had beter op de blessure van Neymar moeten reageren." En: het land de wereldbeker beloven, was een vergissing van de coach en technisch directeur Carlos Alberto Parreira, die in mei al orakelde dat Brazilië "de beker met één hand vasthad". Inschattingsfouten die Dunga, met zijn pleidooien voor "meer toewijding", niet zal maken, meent de Braziliaanse voetbalbond. De 51-jarige trainer, die bij zijn ex-club Internacional in oktober 2013 na amper tien maanden was ontslagen, figureerde nochtans op geen enkel lijstje van kandidaat-bondscoaches. Niemand leek met hem rekening te houden, tot zijn goede vriend Gilmar Rinaldi - reservedoelman bij de kampioensploeg van 1994 - als hoofd van de technische commissie werd aangesteld. Vijf dagen later leidde Dunga zijn eerste persconferentie... Een schertsvertoning. Hij bewierookt zijn werk bij Internacional, dat "bij zijn afscheid vijfde stond", terwijl hij in werkelijkheid was ontslagen toen het team naar de elfde plaats was weggezakt. Hij had genoten van zijn job als analist tijdens de wereldbeker, "aan de zijde van zijn goede vriend Enrico (sic) Sacchi, ex-bondscoach van Italië." En hij was, zo klonk het, onder de indruk van de Colombiaanse ster Gimenez (sic) - uitgerekend op de dag dat de man in kwestie, James Rodríguez, in Madrid aan de pers werd voorgesteld. De wereldbeker had zijn voetbalideeën bevestigd, bleef hij verbazen. Totale onzin, prikte Tostão: "Hij had gezien hoe de meeste ploegen zich diep lieten inzakken, waardoor ze ruimte voor de tegenaanval creëerden. Alsof hij zei: 'Op die manier voetballen mijn teams.' Hij ging compleet voorbij aan de échte kenmerken van Duitsland en Spanje, de laatste twee wereldkampioenen, én de beste clubelftallen ter wereld. Veel beweging, balbezit, uitmuntende passing en een compacte veldbezetting." Dat de voetbalbond meent dat Dunga hét antwoord op de zorgelijke toestand van het Braziliaanse voetbal is, is voor een groot deel toe te schrijven aan José Maria Marin. De 82-jarige bondsvoorzitter, ex-gouverneur van São Paulo, dweept nog altijd met het extreemrechtse gedachtegoed van Plínio Salgado, een Mussolini-imitator (met Hitlersnor). In Marins nationalistische leefwereld is het ondenkbaar dat een buitenlandse coach aan het roer van de Seleção staat. Dat gebeurde voor het laatst in 1965, toen de Argentijn Filpo Núñez de Goddelijke Kanaries... één wedstrijd leidde. In de herfst van 2012, wanneer de voetbalbond op zoek ging naar een opvolger voor de ontslagen Mano Menezes, citeerde Lance! een intimus van Pep Guardiola, die in New York van een sabbatical genoot. "Pep heeft me verteld dat hij alleen als bondscoach van Brazilië morgen zou willen herbeginnen." Een scenario waar de bondsvoorzitter van gruwelt, waarna hij de werkloze Scolari snel van stal haalde en na De Vernedering bij Dunga uitkwam. De kritiek op zijn aanstelling is, na zes overwinningen in evenveel oefenwedstrijden, even verstomd. "Hij doet het erg goed", zei ex-bondscoach Parreira onlangs aan FIFA.com. "We zijn er nog niet, maar de spelers hebben opnieuw vertrouwen." Of Dunga's pleidooien voor meer patriottisme en toewijding ervoor zal zorgen dat de nationale ploeg straks wél haar potentieel maximaal zal benutten, valt te betwijfelen. Halfslachtige ingrepen, zonder aan de kern van de malaise te raken, kunnen de echte problemen slechts eventjes verdoezelen. Dat beseften ze in Duitsland ook, toen Die Mansschaft - van oudsher als een ploeg van lopers en wroeters getypeerd - met één schamel puntje van Euro 2000 terugkeerde. Het Duits voetbalbestel werd vanaf de grond opnieuw opgebouwd, met talentsteunpunten en onafhankelijke jeugdacademies, waar het accent op techniek en tactiek werd gelegd. Zaaien om te oogsten. Want terwijl een voetbalgek land de tranen droogde, danste Duitsland de samba. DOOR TIM VICKERY (WORLD SOCCER) EN CHRIS TETAERT"Alles waar we vroeger voor bewonderd werden, vindt dit elftal onbelangrijk." journalist Andre Kfouri "Dunga bondscoach? Ik begrijp er helemaal niets meer van." ex-international Tostão