Op de vraag wat voor iemand Lucas Biglia is, is het antwoord vaak: een eenvoudige jongen. Zo eenvoudig dat hij als tiener op de treinrit van zijn geboorteplaats Mercedes naar de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires verwonderd is over de bedelaars, de verlaten kinderen en de dronken mensen die hij in de coupés aantreft. Zo eenvoudig dat hij tijdens zijn eerste weken in Brussel niet weet hoe hij een bankkaart moet gebruiken. Zo eenvoudig dat hij er bij Anderlecht geen problemen mee heeft om zich weg te cijferen voor de 'vedetten' van de ploeg. En die eenvoud siert hem. Die eenvoud maakt hem ook gerespecteerd in de paars-witte kleedkamer. Die eenvoud typeert bovendien zijn voetbal: een balletje breed als het moet, een balletje diep als het kan. Nooit veel franje in zijn spel, geen tierlantijntjes, maar functioneel en in het belang van het collectief. De verschroeiende versnelling die hij mist in de benen, heeft hij wel in het hoofd: hij weet al waar de bal naartoe moet nog voor hij hem krijgt. Hij heeft de scherpe blik van een indiaan op de Argentijnse pampa, een vista die menig voetballer hem benijdt. Zijn statistieken qua assists en doelpunten in zeven seizoenen Anderlecht mogen dan niet zo indrukwekkend ogen (zie kader), hij speelde in zijn paars-witte periode toch maar mooi ruim tachtig procent van alle competitiewedstrijden. Dat coach John van den Brom niet chagrijnig werd van de 'migrainige' Biglia in januari maar hem integendeel onmiddellijk weer in de basiself zette en hem zelfs zijn kapiteinsband liet houden, was een niet mis te verstane boodschap. Namelijk: Biglia is heel belangrijk voor Anderlecht. Niet zo verwonderlijk, want Van den Brom had in december al verkondigd: "Als ik één speler wil houden, is het Biglia."
...

Op de vraag wat voor iemand Lucas Biglia is, is het antwoord vaak: een eenvoudige jongen. Zo eenvoudig dat hij als tiener op de treinrit van zijn geboorteplaats Mercedes naar de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires verwonderd is over de bedelaars, de verlaten kinderen en de dronken mensen die hij in de coupés aantreft. Zo eenvoudig dat hij tijdens zijn eerste weken in Brussel niet weet hoe hij een bankkaart moet gebruiken. Zo eenvoudig dat hij er bij Anderlecht geen problemen mee heeft om zich weg te cijferen voor de 'vedetten' van de ploeg. En die eenvoud siert hem. Die eenvoud maakt hem ook gerespecteerd in de paars-witte kleedkamer. Die eenvoud typeert bovendien zijn voetbal: een balletje breed als het moet, een balletje diep als het kan. Nooit veel franje in zijn spel, geen tierlantijntjes, maar functioneel en in het belang van het collectief. De verschroeiende versnelling die hij mist in de benen, heeft hij wel in het hoofd: hij weet al waar de bal naartoe moet nog voor hij hem krijgt. Hij heeft de scherpe blik van een indiaan op de Argentijnse pampa, een vista die menig voetballer hem benijdt. Zijn statistieken qua assists en doelpunten in zeven seizoenen Anderlecht mogen dan niet zo indrukwekkend ogen (zie kader), hij speelde in zijn paars-witte periode toch maar mooi ruim tachtig procent van alle competitiewedstrijden. Dat coach John van den Brom niet chagrijnig werd van de 'migrainige' Biglia in januari maar hem integendeel onmiddellijk weer in de basiself zette en hem zelfs zijn kapiteinsband liet houden, was een niet mis te verstane boodschap. Namelijk: Biglia is heel belangrijk voor Anderlecht. Niet zo verwonderlijk, want Van den Brom had in december al verkondigd: "Als ik één speler wil houden, is het Biglia." Niet voor niets is de blonde Argentijn immers de aanvoerder. Op zijn manier weliswaar. Tirades à la Jelle Van Damme moet je van hem niet verwachten. Hij is geen druk gesticulerende Nicolás Frutos die met het nodige kabaal de kleedkamer binnen wandelt, over van alles en nog wat zijn mening spuit en in de clinch gaat met de trainer. Biglia is een discrete leider die het goede voorbeeld geeft op het veld en die - vergis u niet - zegt wat er gezegd moet worden. Rustig. Een grote prater zal hij nooit worden, maar hij moedigt zijn ploegmaats wel aan, praat op hen in, niet alleen in het Spaans, ook het Frans en het Engels beheerst hij. Het juk van timiditeit dat op hem woog bij zijn komst naar Brussel tijdens de zomer van 2006 heeft hij allang van zich afgegooid. Van een onbeholpen jongeling is hij in ons land geëvolueerd naar een zelfbewuste man. Als je Mercedes intikt op Google, is het resultaat een resem links naar het prestigieuze Duitse automerk. Maar Mercedes is ook de plaatsnaam van een stadje met zo'n 60.000 inwoners vlak bij Buenos Aires, de hoofdstad van Argentinië. Lucas Biglia is er geboren en getogen, hij is een Mercedino en - toeval of niet - hij heeft iets met auto's. Zo is hij een grote fan van Ayrton Senna, de Braziliaan die drie keer wereldkampioen in de formule 1 werd en in 1994 een crash niet overleefde. "Ik heb bergen dvd's over formule 1 die ik soms bekijk om de professionele voorbereiding van Senna te bestuderen." In de kleedkamer van Anderlecht heeft hij met Guillaume Gillet een even grote autofreak gevonden met wie hij graag praat over sportwagens. Sinds hij in België voetbalt, heeft Biglia ook al een paar Porsches versleten. Nu, de voor de hand liggende vraag luidt dan: is de voetballer Biglia zelf een Porsche of eerder een Mercedes? Met andere woorden: kan hij mee bij de Europese (sub)top of moet hij tevreden zijn met een trapje lager? Diegenen die in het verleden al twijfelden aan de capaciteiten van de blonde Argentijn zijn niet de minsten: Enzo Scifo, Marc Degryse, Paul Van Himst, Jan Mulder... Je hoort dan vaak: Biglia speelt te veel lateraal, hij is een stap te traag op het hoogste niveau, hij maakt te weinig doelpunten, hij is niet beslissend genoeg. Maar er zijn ook andere stemmen: Matías Suárez vindt Biglia de beste voetballer van België, volgens de Argentijnse assistent-bondscoach Claudio Gugniali heeft hij het niveau voor Real Madrid en Lionel Messihimself vond het niet eens zo lang geleden gewoonweg logisch dat Biglia geselecteerd werd voor de nationale ploeg. Wat er ook van zij, feit is dat de nu 27-jarige middenvelder er in grote matchen zogoed als altijd staat. We hoeven er maar een paar willekeurige krantenknipsels bij te nemen om die stelling te staven: 31 augustus 2007: Anderlecht faalde tegen Fenerbahçe aan de poort van de Champions League, maar één man bewees dat hij het allerhoogste niveau aankan. Lucas Biglia was een zeldzame diamant in de paars-witte rangen. 18 december 2009: Anderlecht smeerde Ajax zijn eerste thuisnederlaag van het seizoen aan. Grote bezieler van het paars-witte succes was Lucas Biglia. 10 november 2012: Lucas Biglia was tegen Zenit weer de vormgever van Anderlecht. Enzovoort, enzoverder. Hoeft het dan te verwonderen dat de blonde middenvelder bijna elk seizoen droomt van meer (zie kader)? Nicolás Pareja, Jan Polák, Romelu Lukaku, Jonathan Legear, Mbark Boussoufa... Biglia zag hen allemaal vertrekken. Hij bleef achter, voor eeuwig - zo lijkt het wel - gebrandmerkt met het stigma 'de kleine prins van het Astridpark'. Hoewel dat in zijn hoofd een rol gespeeld moet hebben, liet hij dat niet merken in de kleedkamer. Neen, met zijn transferperikelen valt hij zijn ploegmaats nooit lastig. Zelfs toen hij gelinkt werd aan Real Madrid en Manchester United trainde hij gewoon door alsof er niets aan de hand was. Dat kadert in zijn karakter: hij houdt er nu eenmaal niet van om op de voorgrond te treden. "Mijn vader vond dat als ik voor het voetbal wilde gaan, dat ik dat voor honderd procent moest doen. En dat ik me nooit moest laten leiden door het geld, dat ik op de lange termijn moest denken. Zijn raad zal ik nooit vergeten. Hij zei me altijd: 'Op de dag dat ik er niet meer ben, ga je heel wat dingen beseffen.' En dat klopt. Pas nu besef ik dat hij in de discussies die we soms hadden, heel vaak gelijk had, terwijl ik dat toen nog niet inzag. Ik heb geleerd de dingen vanuit een ander standpunt te bekijken. En ik ben me er nu ook als geen ander van bewust hoe snel het kan gaan in het leven." Lucas Biglia sprak deze woorden in februari 2009, een half jaar nadat hij zijn vader Miguel verloor aan een hartinfarct. Dat is, samen met de geboorte van zijn dochter Allegra, zonder twijfel de meest ingrijpende gebeurtenis in zijn leven, want zijn vader was zijn soms dwingende kompas. Hij was het die Lucas' leven richting gaf en zijn karakter vormde. Streng maar rechtvaardig. Kattenkwaad uithalen was uit den boze, de studie stond voorop, voetballen mocht in de vrije tijd. Lucas gehoorzaamde gedwee. Ook later, toen zijn vrienden van het uitgaansleven begonnen te proeven. "Het was uitgaan of voetballen, zei mijn papa. Ik moest de keuze maken. Een kort wandelingetje 's avonds was het maximum." Op voetbalvlak was vader Biglia ook veeleisend. "Als het goed ging, was het nooit goed genoeg. Heeft dat me geholpen in mijn carrière? Wellicht wel. Maar als jonge kerel nooit horen dat het goed was, dat is niet prettig." Nadat vader Biglia een bod van Boca Juniors voor zijn zoon afwees, gaat Lucas op twaalfjarige leeftijd voor Argentinos Juniors voetballen. Dat is niet zomaar een hobbyclubje, want ook Maradona, Riquelme, Redondo en Cambiasso passeerden er de revue. In 2004 debuteert Biglia er in de eerste ploeg en vanaf dan gaat het snel. Independiente plukt hem er weg in januari 2005. In de daaropvolgende zomer strijkt hij met de Argentijnse nationale U20 in het gezelschap van latere toppers zoals Lionel Messi, Sergio Agüero en Pablo Zabaleta neer in Nederland voor het WK U20. Daar kloppen de Argentijnen Spanje (met onder anderen Cesc Fàbregas en David Silva) in de kwartfinales, in de halve finales gaat Brazilië (met Rafinha en Diego Alves) voor de bijl en in de finale blijkt Argentinië te sterk voor Nigeria, met in de rangen ene John Obi Mikel. Het wordt 2-1, twee doelpunten van de toen net achttien geworden... Lionel Messi. Biglia speelt op het toernooi een paar wedstrijden en mag in de finale in de 72e minuut invallen. Een grote carrière lijkt dan al in de maak. Dat Anderlecht het uitzonderlijke talent in de zomer van 2006 voor drie miljoen euro kan strikken, dankt het in grote mate aan de aanwezigheid van Nicolás Frutos, die op dat moment al een seizoen aan de slag is in Brussel en zijn landgenoot overhaalt om naar België te komen. De vraag was destijds alleen hoe lang Anderlecht Lucas Biglia zou kunnen houden... DOOR PIERRE DANVOYE & STEVE VAN HERPE - BEELDEN: IMAGEGLOBEToen hij gelinkt werd aan Real Madrid en Manchester United, trainde hij gewoon door alsof er niets aan de hand was.