Het plan leek recht uit de Nederlandse structuur te komen, waar een 4-3-3-veldbezetting bijna even vanzelfsprekend is als de dijken en de fietsen. Het lijkt dan ook normaal dat coach Fred Rutten het meest oranje spelsysteem op de grasmat van Anderlecht probeert te toveren.
...

Het plan leek recht uit de Nederlandse structuur te komen, waar een 4-3-3-veldbezetting bijna even vanzelfsprekend is als de dijken en de fietsen. Het lijkt dan ook normaal dat coach Fred Rutten het meest oranje spelsysteem op de grasmat van Anderlecht probeert te toveren. De Brusselaars hebben de bal, maar zoeken naar oplossingen. Het matchbegin vertelt het voetbalverhaal dat Anderlecht wil uittekenen. Eén minuut lang balbezit, lateraal en geduldig, die nooit wordt onderbroken door de goed gegroepeerde troepen van coach Claude Makélélé. En dan, op het einde daarvan, een lange bal van Kara, in de richting van het aanvallende trio maar meteen aankomend in de handen van Eupendoelman Hendrik Van Crombrugge. Die ziet ze zo graag komen. Het is vaak de Senegalees die de diagonale lange cross hanteert om een einde te maken aan de trage en horizontale opbouw. Zijn mikpunt is vaak Zakaria Bakkali. Aan de overkant is het dan weer vooral centrale middenvelder Sven Kums die een kruispass verstuurt naar de zijlijn, waar rechterflankspeler Alexis Saelemaekers geduldig wacht. Van zodra de vleugels worden gevonden, kan de actie echt op gang worden gebracht. Het probleem is echter dat alles stopt in de daaropvolgende seconden. Omdat Bakkali maar rondjes maakt en de korte kapbeweging van Saelemaekers naar binnen toe er enkel voor zorgt dat hij op zijn minder goede voet uitkomt. Na de rust gaat het allemaal veel sneller. Door het debuut van Peter Zulj belandt Bakkali op de bank en wordt de jonge belofte Yari Verschaeren op de linkerflank geposteerd. De Oostenrijkse speler van het jaar en het amper zeventienjarige talent brengen minder voorspelbare acties op die kant, met de hulp van Kums. Ook de altijd aanwezige Ivan Obradovic brengt graag in herinnering dat Anderlecht zijn technische superioriteit móét opdringen aan een tegenstander. Die vier mannen laten de bal het werk doen en met een versnelling in het spel schotelen ze de gelijkmaker voor aan Verschaeren. Het is een actie in de buurt van de zestien meter die ze in het Constant Vanden Stockstadion al lang niet meer zagen. Enkele minuten later stelt Zulj dan weer Verschaeren en Kums in staat om uit te pakken met een een-tweetje die via Van Crombrugge en Obradovic terechtkomt op het hoofd van Ivan Santini. Het verhaal van een patroon, waarin niet zozeer de ideeën maar de spelers belangrijk zijn.