Voor René Peeters, geboren en getogen in de Brusselse wijk Bon Air, op wandelafstand van het paars-witte trainingscomplex in Neerpede, is de 'mini-Champions League' een hoogtepunt in veertien jaar trainerschap bij de paars-witte jeugd. Na de 0-0 tegen Barcelona vielen hem de uitdrukkelijke felicitaties van algemeen clubmanager Herman Van Holsbeeck te beurt. Met dat tweede gelijkspel slaagden de Anderlechtse U19 er opnieuw in van zich te doen spreken. Als enige ploeg blijven zij ongeslagen tegen hun leeftijdsgenoten uit het wereldvermaarde opleidingscentrum La Masía. Dit keer met een clean sheet bovendien.
...

Voor René Peeters, geboren en getogen in de Brusselse wijk Bon Air, op wandelafstand van het paars-witte trainingscomplex in Neerpede, is de 'mini-Champions League' een hoogtepunt in veertien jaar trainerschap bij de paars-witte jeugd. Na de 0-0 tegen Barcelona vielen hem de uitdrukkelijke felicitaties van algemeen clubmanager Herman Van Holsbeeck te beurt. Met dat tweede gelijkspel slaagden de Anderlechtse U19 er opnieuw in van zich te doen spreken. Als enige ploeg blijven zij ongeslagen tegen hun leeftijdsgenoten uit het wereldvermaarde opleidingscentrum La Masía. Dit keer met een clean sheet bovendien. De wedstrijd werd gespeeld vorige week woensdag in het Constant Vanden Stockstadion voor ruim 8500 toeschouwers. Onder hen de voltallige, door John van den Brom aangevoerde technische staf van de A-kern en clubicoon Paul Van Himst. Zij zagen een gretige Massimo Bruno, die hemel en aarde had bewogen om toch maar in de selectie te worden opgenomen. Tegen zo veel jeugdig enthousiasme was Van den Brom niet opgewassen en hij gaf zijn aanvaller vrij, tot grote tevredenheid van René Peeters. Die zag er het mooiste bewijs in van de waarde die de spelers zelf hechten aan dit nieuwe Europese jeugdtoernooi. Veel opwinding viel er niet te beleven in het duel tussen beide talentverzamelingen. Barcelona eiste de bal op, maar zette dat balbezit amper om in doelkansen. De grootste dreiging kwam er nog van Bruno en Nathan Kabasele, die op weg naar het Spaanse doel tegen de grond werd getrokken, waarna Barcelona met zijn tienen verder moest. Illustratief voor de Anderlechtse onmacht was dat zijn kansen telkens ontstonden in de omschakeling en niet het resultaat waren van fraaie combinaties. De thuisploeg hield voortdurend minimaal zes spelers achter de bal. Kabasele beleefde een ondankbare avond eenzaam in de spits. Maar, zo benadrukt René Peeters graag na een nachtje slapen, standhouden tegen een sterkere tegenstander is ook een kwaliteit. "We hadden ons daar bewust ook wat op ingesteld. Ik had Barcelona aan het werk gezien in Tottenham en in Wolfsburg, waar ze met 0-2 en 0-5 wonnen. Dan wil je vooral niet hetzelfde meemaken. In de breedte moesten we door omstandigheden ook nog eens zes jongens missen. We wisten dus dat het moeilijk ging worden, maar dat maakt ook deel uit van het package in de ontwikkeling van die jongens. Opleiding is mooi, maar hun volgende stap is toch de A-kern. Dan moet je stilaan een resultaat kunnen spelen ook. Tegen Wolfsburg waren we dominant, maar viel het resultaat tegen. Het puntje tegen Barcelona was dan weer geflatteerd gezien het wedstrijdbeeld." Voor de paars-witte talenten was het weer een belangrijk leermoment. "Wat ik hieruit onthoud? Dat de spelers nu zelf hebben ervaren wat ik hen altijd voorhoud: topvoetbal is snelheid, snelheid van uitvoering en juiste keuzes maken. In dit toernooi worden onze spelers in omstandigheden gebracht waarbij ze dat ook zelf eens ondervinden. Ze hebben nu kunnen zien dat niet alleen de spelers van het eerste elftal van Barcelona, Real of Málaga, maar ook hun eigen leeftijdsgenoten dit bij momenten op een schitterende manier kunnen brengen. We waren veel te snel de bal kwijt omdat we in situaties kwamen die we hier in België niet gewoon zijn. Barcelona zette voortdurend druk naar voren. Aan de bal staan die jongens duidelijk verder dan wij. Tactisch hebben we het goed aangepakt, maar onze balcirculatie was er niet. Dat is de volgende stap waaraan we moeten werken." De aanwezigheid van Anderlecht in de NextGen Series was een dubbeltje op zijn kant. De eerste editie met zestien ploegen vond plaats vorig seizoen. Het initiatief sloeg onmiddellijk aan en al snel werd besloten om het deelnemersveld een jaar later met acht ploegen uit te breiden. Herman Van Holsbeeck en technisch directeur jeugd Jean Kindermans belastten Bert Van der Auwera, hun Brand Manager & UEFA Liaison, met de opdracht Anderlecht aan boord te krijgen. Na elf maanden onderhandelen rondde hij zijn opdracht met succes af. Van der Auwera: "Voor die acht bijkomende plaatsen hadden 27 clubs zich gemeld. Wij konden het allerlaatste plaatsje grijpen." De opzet van de NextGen Series is vergelijkbaar met die van de Champions League en de Europa League. De internationale tegenstanders, het reizen, de mediabelangstelling, het voetballen in de grootste stadions en uiteraard het hogere niveau moeten de jonge spelers ervaringen bieden die hun ontwikkeling ten goede komen. René Peeters bevestigt: "De beleving van de groep naar zo'n wedstrijd is totaal anders dan in de nationale competitie. Je neemt het vliegtuig, zit op hotel, traint op andere velden - dat maakt het allemaal anders. De wedstrijden duren ook 90 minuten. In de meeste toernooien is dat niet zo. Daar duren de wedstrijden doorgaans twee keer 25 of 30 minuten. Vaak speel je dan ook twee wedstrijden op één dag. Zo stel je niet altijd je sterkste elftal op omdat je moet waken over de belasting. Dus laat je spelers rusten om te recupereren. In de NextGen Series speel je met je sterkste elftal en wissel je alleen met het oog op het resultaat." Anderlecht bouwde de voorbije jaren een prima reputatie op in diverse internationale jeugdtoernooien. Peeters: "Vorig jaar wonnen we met deze jongens onverwacht de Aegon Cup in Amsterdam. We slikten niet één tegendoelpunt en Dennis Praet werd uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. Dat was al een signaal dat we kwaliteit hadden." Behalve dat er een Champions Leaguecontext wordt gecreëerd, biedt de NextGen Series volgens Peeters nog een ander groot voordeel. "Dat je speelt tegen leeftijdsgenoten zorgt ervoor dat je kan vergelijken. Onze 19-jarigen spelen in België in de competitie van de U21. Behalve in de wedstrijden tegen Genk, Standard en Brugge laat het niveau weleens te wensen over. Vaak lopen er bij de tegenstanders spelers van alle leeftijden. Dan is het moeilijk de waardeverhoudingen juist in te schatten." De NextGen Series is een organisatie van Cycad Sports Management, opgericht door de Engelse ex-prof Mark Warburton en zijn uit de televisiewereld afkomstige landgenoot Justin Andrews. Warburton is voormalig hoofd jeugdopleiding van Watford FC en huidig sportief directeur van de Engelse derdeklasser Brentford FC. De gedachte achter hun geesteskind is dat de sterren van morgen zich nog meer kunnen ontwikkelen door deel te nemen aan deze topcompetitie. "Vóór de NextGen Series was er niets voor jonge spelers", zegt Justin Andrews vanuit Londen aan de telefoon. "Wel toernooien die enkele dagen of een week duurden. Wat wij wilden, was een toernooi dat over een heel seizoen liep." Een blik op het deelnemersveld van de eerste editie laat vermoeden dat de kwaliteit van de opleiding niet altijd het voornaamste toelatingscriterium was. Vijf clubs waren Brits, terwijl Groot-Brittannië toch niet bekendstaat om zijn goede opleiding. "We moesten ergens beginnen", geeft Andrews toe. "We zijn tenslotte een Engels bedrijf." Een aantal clubs zijn ook vertrouwde gezichten in de Champions League. Dus toch de grote namen, eerder dan de beste opleidingen? Andrews countert: "Sporting Lissabon heeft misschien wel de beste opleiding in Europa, maar speelt het elk jaar Champions League? Ik dacht het niet. Hetzelfde geldt voor PSV en Ajax. En we hebben toch Molde erbij?" Andrews erkent niettemin de spagaat waarin Cycad zich bevindt. "Wij zijn een privéorganisatie. Dan is het altijd zoeken naar een goed evenwicht tussen je principes en commerciële duurzaamheid. We zijn een toernooi dat met uitnodigingen werkt. We hebben de key brands nodig, dat is duidelijk. Maar het is ook onze bedoeling om volgend seizoen verder uit te breiden met nog eens acht ploegen. Daarvoor willen we ons baseren op de prestaties van ploegen in hun eigen nationale competities. Dan kom je niet noodzakelijk bij de grootste clubs terecht." Precies dat laatste is waar de UEFA nu wél op broedt. De Europese voetbalbond ziet het succes van de NextGen Series met lede ogen aan en koestert plannen om na dit seizoen zelf met een gelijkaardig initiatief van start te gaan. Niet met de beste jeugdacademies, maar met de U19 van de clubs die zich hebben geplaatst voor de groepsfase van de Champions League. Een echte 'Baby Champions League' dus. De jeugdselecties zouden zich dan samen met de A-ploeg verplaatsen en 's middags of de dag voordien hun wedstrijd afhaspelen. Niet in het hoofdstadion, maar op een bijveldje. Met name PSV en Ajax hebben zich al fel tegen het UEFA-plan gekant. Zij staan niet alleen met hun verzet. De meeste clubs zien deelname aan zowel de Baby Champions League als de NextGen Series niet zitten. Hun voorkeur gaat duidelijk uit naar de NextGen Series, vooral omdat ook kleinere clubs er zich met de top kunnen meten en er niet op achterafveldjes wordt gespeeld. Hun vrees is echter dat de UEFA geen neen tegen haar initiatief zal aanvaarden. Justin Andrews zegt geflatteerd te zijn dat het succes van de NextGen Series de UEFA wakker heeft gemaakt. Voor de clubs echter komt die interesse te laat. Toen zij vijf jaar geleden binnen de ECA (de vereniging van Europese clubs) vroegen om ook iets professioneels voor jonge spelers op te zetten, was de UEFA niet geïnteresseerd. Nu plots wel. Dat valt vooral te verklaren door de vrees van de bobo's in Zwitserland dat een privé-instantie als Cycad ook weleens met een alternatieve Champions League voor de grote jongens voor de dag zou kunnen komen. Cycad heeft al verklaard geen plannen in die zin te hebben. Jean Kindermans, Anderlechts technisch directeur jeugd, sluit zich aan bij de kritiek van PSV en Ajax. "Ik heb onze directie nog niet kunnen inlichten, maar ik kan alleen maar hopen dat zij zich hierbij aansluiten. Op de laatste vergadering in augustus in Londen waren we het er allemaal over eens dat het geen goed idee is zo'n U19-toernooi te linken aan de Champions League. Dat zou ten koste gaan van de belangstelling en de impact. Onze kansen om erbij te zijn zouden ook veel kleiner worden." DOOR JAN HAUSPIE