M ichel Verschueren heeft weer de strijd aangebonden met de wet van 24 februari 1978. Die laat beroepsvoetballers toe om een lopend contract onder bepaalde voorwaarden te verbreken. België is het enige land met zo'n wet en dus, vindt Verschueren, benadeelt ze Belgische clubs ten opzichte van de concurrentie uit andere Europese competities. Wegens zijn Europese dimensie een geknipt dossier voor Roland Duchâtelet, lijkt het. De sterke man van Sint-Truiden was het afgelopen weekend namens VLD-Vivant immers kandidaat bij de Europese verkiezingen. "Maar," be...

M ichel Verschueren heeft weer de strijd aangebonden met de wet van 24 februari 1978. Die laat beroepsvoetballers toe om een lopend contract onder bepaalde voorwaarden te verbreken. België is het enige land met zo'n wet en dus, vindt Verschueren, benadeelt ze Belgische clubs ten opzichte van de concurrentie uit andere Europese competities. Wegens zijn Europese dimensie een geknipt dossier voor Roland Duchâtelet, lijkt het. De sterke man van Sint-Truiden was het afgelopen weekend namens VLD-Vivant immers kandidaat bij de Europese verkiezingen. "Maar," bekent hij, "ik heb me daar nog niet in verdiept. Natuurlijk moet een werknemer beschermd worden, maar een topsporter bevindt zich toch in een iets andere arbeidssituatie. Verschueren heeft gelijk, denk ik : we moeten een gezond evenwicht vinden tussen de investeringen van een club in een speler en de belangen van die speler." Maar Duchâtelet wil vooral "een andere anomalie" dringend aangepakt zien, die in zijn ogen een nog grotere bedreiging vormt voor het Belgisch voetbal : het gunsttarief voor buitenlanders, voor wie Belgische clubs slechts 18 procent afdragen aan de sociale zekerheid en de belastingen. "De tendens daardoor is," zegt hij, "dat clubs eerder buitenlandse dan Belgische spelers aantrekken. Dat is niet goed." Ook Sint-Truiden ontsnapt er niet aan. Het trok ondertussen drie Afrikaanse spelers aan : de Kongolese aanvallers Papy Kimoto en Merlin Kikeba Mpiana (die het al langer dan de komst van sportief directeur Marc Wilmots kende) en de Kameroenese aanvallende middenvelder Guy Bertrand Ngon A Mamoun. "We moeten het niet onder stoelen of banken steken", zegt commercieel verantwoordelijke Geert Smets, "die 18 procentregel heeft daarbij een rol gespeeld. Voor Belgische spelers is ze enorm discriminerend. Ik begrijp niet dat de politici daar niets aan doen. Anderzijds was onze tweede ronde vorig seizoen, toen we met negen Haspengouwers speelden, niet goed. FC Haspengouw kwam net iets tekort. Onze bekommernis is dat we weer kwaliteit brengen. Het is nog altijd de bedoeling dat we dat met eigen jeugd doen, maar als de ervaring ontbreekt, moeten we ook elders durven zoeken. De wereld is ons dorp, weet je wel, en met Marc Wilmots hebben we iemand met internationale relaties." Duchâtelet wil het voordelig fiscaal statuut uitbreiden naar de Belgische voetballers, maar het tegelijk ook iets dichter in de buurt van het gewone belastingstarief brengen. Afschaffen is uit den boze, want dan zijn de Belgische clubs even ver van huis. "De carrière van een topsporter is kort", legt hij uit. "In die korte periode verdient hij veel geld, zodat hij automatisch in een hoge belastingsschaal terechtkomt. Het is verantwoord dat we ervoor zorgen dat dit niét zo is, aangezien die sporter na zijn carrière vaak terugvalt op een heel laag inkomen. Het is nu zaak om de publieke opinie daarvan te overtuigen."door Jan Hauspie'De 18-procentregel is een bedreiging voor het Belgisch voetbal.'