Heeft er ooit een meisje of een vrouw tegen u gezegd dat ze mottig werd van uw parfum? ( lacht) "Neen. Wel herinner ik me dat mijn eerste er een van Azzaro was en dat mijn vrouw, die ik later leerde kennen, zei dat ik dat niet meer moest dragen.

"Ik begon pas parfum te kopen op het eind van mijn studie klassieke filologie. Ik was lang geen jongen die zich uitdoste. Niet dat ik rondliep als een hippie - dat zou moeilijk geweest zijn - maar het was perfect mogelijk dat er een gat in mijn broek zat en dat ik ervan uitging dat ik die broek zo toch nog kon dragen. Ik weet nog dat ik rondreed op een minifiets met een ongelooflijk hoog zadel. Dat was geen gezicht, maar aan zoiets stoorde ik mij niet. En mijn fiets is in Leuven tenminste nooit gepikt, dat kunnen er niet veel zeggen.

"Later kwam ik Koen Gonnissen tegen, die nu mental coach is in het wielrennen. Die zei: ' Martens, je moet je wat beter kleden.' Hij tunede mij om. Nu probeer ik een bepaalde stijl te hebben, relatief los maar toch klassevol. En om mijn kleren te kopen ga ik beredeneerd te werk. Twee keer per jaar trek ik een voormiddag uit om te winkelen. Dan hebben mijn vrouw en de verkoopster een paar uur om aan mij te besteden. Zo betaal je veel in één keer, maar dan is alles weer voor even geregeld, op een efficiënte manier."

Met wie zou u graag eens slowen op een kerstmarkt?

"Een vrouw die ik altijd stijlvol gekleed vind en die vlot communiceert, is minister Annemie Turtelboom. Ik kick niet op babes. Die doen mij niet dromen, om het zo te zeggen."

Aan wie las u uw mooiste nieuwsjaarsbrief ooit voor?

"Ooit schreef ik Stuart Smith eens een brief, mijn voorzitter bij de Britse tennisbond. Ik vond hem een ongelooflijk sterk man, iemand met een heel goede visie op zijn functie. Hij kon zijn managers inspireren en tegelijk zeggen: 'Jullie zijn de specialisten, doe maar.'

"Van de nieuwjaarsbrieven die ik als kleine jongen maakte, weet ik niet veel meer. Wel herinner ik me dat ik in die tijd al rad van tong was. Van jongs af zit ik er niet mee in om voor een publiek iets te brengen. Zo herinner ik me een act op het college in Lier. Telkens daar in de studiezaal de rapporten werden uitgedeeld, moesten we rechtstaan als de directeur en de prefect binnenkwamen. Dan hing er zo'n ijzige stilte. Toen we onze laatste honderd dagen vierden, bracht ik met klasgenoten voor de hele school een parodie op die militaire toestand. Omdat ik toen al een vrij kale kop had, mocht ik de directeur spelen. Ik werd binnengebracht op een draagstoel, omringd door een garde die gewapend was met kalasjnikovs."

Klopte u ooit met een hamer een spaarvarken kapot?

( lacht) "Neen. Ik herinner me ook niet dat ik ooit lang voor iets spaarde, maar wel dat ik eens erg naar iets smachtte. Ik was tennisser en wou een Snauwaert Junior, een chic, houten racket, een oranje. Mijn ouders zeiden dat ik eerst moest bewijzen dat ik het meende met dat tennis. Stiekem vroeg ik die Snauwaert dan maar aan een vriendin van mijn moeder. Maar dat racket kostte indertijd 460 frank. Mijn ma keek boos toen ze hoorde dat ik het via een omweg te pakken had gekregen.

"Ook vroeger al was het niet enkel tennis dat me boeide. Voetballen en fietsen vond ik ook tof. Tijdens de echte Ronde organiseerden wij in de wijk in Berlaar ook een Tour. Die won ik meermaals. En de winnaar mocht bij ons op de brievenbus staan, dat was zo'n gemetselde. Ernaast, iets lager, stond een muurtje, dat was de plaats voor de tweede. En de derde moest op de grond staan. De winnaar kreeg een bloemekee van de meisjes, die deden de logistieke ondersteuning en gingen bloemen plukken in de wei. En een gele trui hadden we ook, die stonk uren in de wind. En als er voor de echte renners een bergrit op het programma stond, reden wij de brug van Lier zeven keer op en af."

In deze rubriek komen dit seizoen Belgische sportfiguren uit verschillende disciplines aan bod.

KRISTOF DE RYCK

"Ik begon pas parfum te kopen op het eind van mijn studie klassieke filologie. Ik was lang geen jongen die zich uitdoste. Niet dat ik rondliep als een hippie - dat zou moeilijk geweest zijn - maar het was perfect mogelijk dat er een gat in mijn broek zat en dat ik ervan uitging dat ik die broek zo toch nog kon dragen. Ik weet nog dat ik rondreed op een minifiets met een ongelooflijk hoog zadel. Dat was geen gezicht, maar aan zoiets stoorde ik mij niet. En mijn fiets is in Leuven tenminste nooit gepikt, dat kunnen er niet veel zeggen. "Later kwam ik Koen Gonnissen tegen, die nu mental coach is in het wielrennen. Die zei: ' Martens, je moet je wat beter kleden.' Hij tunede mij om. Nu probeer ik een bepaalde stijl te hebben, relatief los maar toch klassevol. En om mijn kleren te kopen ga ik beredeneerd te werk. Twee keer per jaar trek ik een voormiddag uit om te winkelen. Dan hebben mijn vrouw en de verkoopster een paar uur om aan mij te besteden. Zo betaal je veel in één keer, maar dan is alles weer voor even geregeld, op een efficiënte manier." "Een vrouw die ik altijd stijlvol gekleed vind en die vlot communiceert, is minister Annemie Turtelboom. Ik kick niet op babes. Die doen mij niet dromen, om het zo te zeggen." "Ooit schreef ik Stuart Smith eens een brief, mijn voorzitter bij de Britse tennisbond. Ik vond hem een ongelooflijk sterk man, iemand met een heel goede visie op zijn functie. Hij kon zijn managers inspireren en tegelijk zeggen: 'Jullie zijn de specialisten, doe maar.' "Van de nieuwjaarsbrieven die ik als kleine jongen maakte, weet ik niet veel meer. Wel herinner ik me dat ik in die tijd al rad van tong was. Van jongs af zit ik er niet mee in om voor een publiek iets te brengen. Zo herinner ik me een act op het college in Lier. Telkens daar in de studiezaal de rapporten werden uitgedeeld, moesten we rechtstaan als de directeur en de prefect binnenkwamen. Dan hing er zo'n ijzige stilte. Toen we onze laatste honderd dagen vierden, bracht ik met klasgenoten voor de hele school een parodie op die militaire toestand. Omdat ik toen al een vrij kale kop had, mocht ik de directeur spelen. Ik werd binnengebracht op een draagstoel, omringd door een garde die gewapend was met kalasjnikovs." ( lacht) "Neen. Ik herinner me ook niet dat ik ooit lang voor iets spaarde, maar wel dat ik eens erg naar iets smachtte. Ik was tennisser en wou een Snauwaert Junior, een chic, houten racket, een oranje. Mijn ouders zeiden dat ik eerst moest bewijzen dat ik het meende met dat tennis. Stiekem vroeg ik die Snauwaert dan maar aan een vriendin van mijn moeder. Maar dat racket kostte indertijd 460 frank. Mijn ma keek boos toen ze hoorde dat ik het via een omweg te pakken had gekregen. "Ook vroeger al was het niet enkel tennis dat me boeide. Voetballen en fietsen vond ik ook tof. Tijdens de echte Ronde organiseerden wij in de wijk in Berlaar ook een Tour. Die won ik meermaals. En de winnaar mocht bij ons op de brievenbus staan, dat was zo'n gemetselde. Ernaast, iets lager, stond een muurtje, dat was de plaats voor de tweede. En de derde moest op de grond staan. De winnaar kreeg een bloemekee van de meisjes, die deden de logistieke ondersteuning en gingen bloemen plukken in de wei. En een gele trui hadden we ook, die stonk uren in de wind. En als er voor de echte renners een bergrit op het programma stond, reden wij de brug van Lier zeven keer op en af." In deze rubriek komen dit seizoen Belgische sportfiguren uit verschillende disciplines aan bod. KRISTOF DE RYCK