Van Hombeek zijn ze, de Defours. Vader Jacques en moeder Gaby, Steven (25) en zijn twee jaar jongere zusje Jessie, na wat omzwervingen langs andere sporten inmiddels ook voetbalster. Niet het talent van haar broer, wél het karakter. Iets opvliegender zelfs, ze kan nóg slechter tegen haar verlies dan Steven. Ze heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt door voor dezelfde sport te kiezen als haar bekende broer, maar zo zijn ze, de Defours: een beetje koppig, eigengereid.
...

Van Hombeek zijn ze, de Defours. Vader Jacques en moeder Gaby, Steven (25) en zijn twee jaar jongere zusje Jessie, na wat omzwervingen langs andere sporten inmiddels ook voetbalster. Niet het talent van haar broer, wél het karakter. Iets opvliegender zelfs, ze kan nóg slechter tegen haar verlies dan Steven. Ze heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt door voor dezelfde sport te kiezen als haar bekende broer, maar zo zijn ze, de Defours: een beetje koppig, eigengereid. Dat Steven zou gaan voetballen, stond haast in de sterren geschreven. Als hij thuis uit het raam keek, zag hij altijd een voetbalveldje. Daar liepen zijn vriendjes, de wijk waarin ze woonden zat vol met jonge gezinnen. En dus was het na school altijd hetzelfde: snel, snel huiswerk maken (verplicht), dan boekentas in de hoek en naar het speelpleintje om te sjotten. "Ik kan me zelfs van de kleuterklas amper iets anders herinneren dan dat we op de speelplaats aan het sjotten waren", legt hij in zijn biografie uit. Als gastauteur Luc Martens daar met Steven aan begint te werken, is die pas 23. Er is dan al genoeg stof voor een biografie van ruim 200 pagina's. Wat een ventje. Hij maakt de droom van vader Jacques waar. Ex-voetballer van onder meer Crossing Schaarbeek, maar voortijdig moeten stoppen met voetballen vanwege een meniscusletsel. Als Steven later bekend wordt, doet plots een verhaal over hem de ronde. Jacques heeft nog samen gespeeld met Georges Leekens. Dat blijkt een fabel. Het is Bram,Brammeke, zijn beste vriend in de wijk, die hem meetroont naar een échte club. Zijn eerste. Zennester Hombeek. Zennester Wombeek schrijven ze nog in Het Belang van Limburg, na zijn debuut voor RC Genk in eerste klasse, een debuut dat eindigde met een applauswissel. Zo klein en onbekend was het ploegje. Maar zo groot werd de voetballer: 'Le petit Prince de Genk' titelt La Dernière Heure na dat debuut. Nu zweert hij bij Nike's, maar zijn eerste voetbalschoenen waren Adidasjes. Hij weet nog goed wanneer hij ze kreeg. Na school ging hij bij de onthaalmoeder tot zijn ouders gedaan hadden met werken. Daar stonden ze op een dag, met in hun handen een geschenk. Voetbalschoentjes. Zijn eerste. Meteen wist hij dat hij mocht voetballen van zijn ouders. Er was maar één probleem: hij was slechts vier. Pas vanaf zes mag je competitiewedstrijden spelen. Twee jaar amuseerde hij zich dan maar op training. Hij ontdekt er het leven in de kleedkamer en krijgt zelfs een jaar training van... zijn pa. Een kleedkamer waarin hij zich stil houdt, op de achtergrond. Een beetje zijn karakter. Een leider, maar nooit de stem verheffend. En buiten de kleedkamer: rustig, wat timide zelfs. De gesprekspartner zelden recht in de ogen kijkend, alsof hij zijn verhaal elders moet plukken, ergens in de lucht. Als Steven zeven is, gaan zijn ouders uit elkaar. Ma verhuist naar Boom, de kinderen blijven bij pa wonen in Hombeek. Steven wil zijn vriendjes niet achterlaten. Zennester Hombeek verliest al snel zijn kleine Defour aan de buren van KV Mechelen. Een test in Lier loopt slecht af. Afgewezen. Een test bij Anderlecht ook. De trainer die de test afneemt, spreekt alleen Frans en al is zijn pa tweetalig, thuis wordt altijd Nederlands gesproken. Dus verstaat Steven niet meer dan oui en nonmonsieur, kijkt hij even hulpeloos naar de kant, hangt hij er achteraan in het groepje maar wat bij te bengelen en is zijn conclusie: naar die ploeg ga ik niet. Later, als KV failliet gaat, zullen ze weer aankloppen, allemaal. Ook Lierse, ook Anderlecht. Herhaaldelijk zelfs. "Allee, toe, laat dat manneke voor ons tekenen." Maar daar is geen sprake van, Steven Defour maakt zijn eigen keuze. Het is soms haasten om tijdig na school op KV te zijn, ook al verhuist de familie na een tijdje naar de stad. Dan moet hij zich omkleden in de auto. Frank Vercauteren is er een tijdje jeugdcoördinator en hij kijkt, vanuit de gang, streng toe op laatkomers. In die periode krijgt Defour ook eens een negatieve evaluatie. Te klein, vinden ze. Het is Ivica Kanacki die, na samenspraak met zijn jeugdtrainer Vincent Stevens, Steven alsnog aanboord weet te houden. "Dat manneke had zo'n goeie dribbel en vista dat we dat negatieve advies naast ons neerlegden." Zijn droom is profvoetballer worden. Als hij van een leraar op school de opdracht krijgt om een opstel te schrijven met als thema 'Wat wil je later worden?' vloeit het antwoord vlotjes uit zijn pen. Hij uit zelfs half verontwaardigd kritiek op de titel. Wat hem betreft moet het niet zijn: wat wil je later worden, maar: wat ga je later worden. Het antwoord? Een makkie. Profvoetballer. Steven blinkt in die periode niet uit bij deMalinwa. Goeie techniek, maar te weinig body. Aanvoerder van zijn ploeg is David Hubert. Ergens slingert op KV nog een filmpje rond van een wedstrijd tegen Lierse. Allemaal grote, krachtige jongens. De kleine Defour raakt in die finale geen twee ballen. Weggeblazen. Neen, dan is Marvin Ogunjimi, leeftijd- en ploeggenoot, van een ander kaliber. Die heeft kracht te koop en scoort als preminiem op een dag vanaf de eigen speelhelft tegen Club Brugge. Maar ook hij wordt een keer 'weggeëvalueerd', talentdetectie is niet altijd eenvoudig. Al rond zijn twaalfde, dertiende wordt Steven zelfstandig. Thuis is het al voetbal wat de klok staat. Tv op de kamer: Eurosport. Tv in de living: FIFA PlayStation (als er geen livevoetbal is). Elk jaar het nieuwste spelletje, waarmee hij dan een eigen ploegje samenstelt. Op zijn twaalfde begint hij nog aan een 'klassieke' opleiding in de humaniora, maar na twee jaar moet hij vanwege allerlei sportverplichtingen overschakelen. De pas opgerichte topsportschool in Leuven biedt een uitweg. Als de kandidaten voor die school worden getest door Michel Bruyninckx, mag hij al na twee minuten weer naar binnen. Oei, denken zijn ouders die staan te kijken, dat loopt fout af. Maar neen, in die paar minuten heeft de coach voldoende gezien. Hij gaat in Leuven op internaat en wordt er snel zelfstandig. Dat zal bepalend zijn voor de rest van zijn carrière: Steven Defour is iemand die altijd, al heel jong, zijn eigen keuzes maakt, snel zelfstandig is. Op de topsportschool is Geert Deferm, ex-KVM, zijn trainer. Die looft zijn vista en zijn rust, maar ziet dan al één grote tekortkoming: het scorend vermogen. Hoewel hij tussen zijn dertiende en zestiende wél vlot scoort als hangende spits, zal het hem tot in Porto achtervolgen. In 2003 wordt het tijdstip van een nieuwe keuze hem opgedrongen. KV is failliet en de jeugd moet op zoek naar een alternatief. PSV meldt zich, maar te laat: Steven heeft zijn woord al aan Genk gegeven. Dat David Hubert en Marvin Ogunjimi, twee ploegmaats, mee verhuizen, is meegenomen. Steven dwingt zelfs af dat hij nog tijdens zijn Mechelse 'uitlooptijd' twee keer per week in Genk mag meetrainen. Kanacki is eerst tegen, maar bindt dan in. De opgang in Genk gaat gestaag. De club leert hem veel, hij krijgt er alle vertrouwen. En hij verdient er al wat centen: 250 euro per maand, zegt hij in zijn biografie, niet slecht voor een vijftienjarige. Als hij doorschuift, steeds hogerop, blijkt al snel dat de dagelijkse verplaatsingen vanuit Leuven, ook al gebeuren ze met een busje en de kameraden, zwaar wegen. De club vraagt aan de familie of hun zoon niet in Genk mag komen wonen. Ze stemmen in. Genk stelt veel vertrouwen in Defour. "Dat manneke zal niet snel zweven", zegt Roland Breugelmans wanneer dit blad een verhaal brengt met de nieuwe revelatie. "Misschien is Steven wel de nieuwe Josip Skoko die we zoeken." Willy Mraz wordt zijn Genkse pleegvader. Mraz is een man met Genks bloed, 31 jaar in het jeugdbestuur en opvangvader van zes jeugdproducten. Er wordt in dat huis een pak geplaagd. Mraz is supporter van Bayern. Voor een Duits team supporteren maakt je op dat moment bij de jeugd niet populair. Dan zit Steven met zijn favoriete ploeg beter: Real. Nu nog noemt hij Bernabéu zijn favoriete stadion. De school komt mettertijd op een laag pitje te staan, al haalt hij uiteindelijk wel zijn diploma. Steven is dan al samen met Irene, wiens vader ook al bij RC Genk betrokken is. Hij is zijn trainer bij de U17 en zijn dochter zit bij Steven in de klas. Tijdens de les aardrijkskunde zitten ze naast elkaar. Het zal uiteindelijk Hugo Broos worden die Defour lanceert bij het eerste elftal. Eerst in een rol op de flank. Op 1 maart 2006 - Steven is dan nog net geen achttien - geeft hij zijn eerste interview met dit blad. Daaruit deze quote: "Bij de meeste Belgische voetballers constateer ik een gebrek aan techniek. Het verschil is frappant als je tegen Nederlanders voetbalt. Technisch zijn die veel begaafder. In België moeten te veel spelers terugvallen op hun inzet en bij gebrek aan techniek hebben ze alle moeite om het spel te versnellen. Daarom is de Belgische competitie een vertraagde versie van alle andere Europese kampioenschappen." Slik. Een zeventienjarige die zich zo manifesteert in zijn eerste interview... Even verderop gaat het over zijn grinta: "Je moet op zijn minst strijdvaardig zijn. Daarom falen sommige jongeren. Ik probeer mij nooit te laten intimideren. 'Hei , kleine!', roepen ze. Terecht, het is de waarheid. Maar ik heb andere troeven." Intimideren kan niemand hem op de weg naar zelfstandigheid. Dat merken in het voorjaar van 2006 algauw alle partijen. Als Steven iets wil, gebeurt het, en wie daartegenin gaat, laat hij links liggen. Hij gaat al snel weg bij zijn gastgezin, want hij wil met Irene samenwonen. Eerst samen op een appartement, later bij de familie. Wie daar bezwaren tegen heeft, heeft pech. Steven drijft zijn zin door. Als er vervolgens belangstelling komt van Ajax, hoort hij plots andere cijfers. Tot dan heeft hij zich nooit wat van geld aangetrokken. Genk heeft hem na zijn doorbraak een verbeterd contract van vijf jaar gegeven, met daarin om te beginnen een maandloon van 5000 euro bruto en 625 euro per punt. Na anderhalf jaar stijgen die cijfers. Daar is hij meer dan tevreden mee. Tot Ajax belt. Daar kan hij 500.000 euro per seizoen verdienen. Het tienvoudige van Genk, waar hij het eerste seizoen afsluit met 1 goal en 6 assists in 25 wedstrijden. Het leidt tot een moeilijk voorjaar vol twisten. Binnen de familie, binnen RC Genk, binnen het makelaarswereldje, tussen club en ouders... Er komt een andere zaakwaarnemer, er komt bijna een proces wanneer Genk 6 miljoen euro als transfersom eist van Ajax, waarop Defour dreigt zijn contract te verbreken, waarna Ajax weer afhaakt... Uiteindelijk belandt hij niet in Amsterdam maar in Luik. Niet voor zes miljoen maar initieel voor 1,2 miljoen, een bedrag dat later via bonussen nog zal stijgen tot 1,8 à 1,9 miljoen. Het is Luciano D'Onofrio die de lachende derde is. Omdat de transfer bij nogal wat fans voor woede zorgt, gaat het jonge koppel in Houthalen wonen, weg uit het centrum van de stad. Schoonvader Costa verliest bij RC Genk zijn baan, een halfjaar later gaat 's nachts ook nog eens zijn auto in de fik. 'De rebel van Genk.' 'Steven is Judas.' Zo gaat hij zijn eerste maanden bij Standard in. "Een stap vooruit", noemt hij het zelf. "In Genk had ik geen toekomst meer, er waren te veel zaken gebeurd." Meer zegt hij er niet over. Voetballen! Al op 19 augustus moet Standard naar Genk. Honderd extra agenten (een verdubbeling van wat normaal wordt ingezet) vanwege een international van achttien die in de aanloop naar de wedstrijd noch van bondscoach René Vandereycken noch van Standard mag praten met de pers. Hij praat dan maar met de voeten. De hele match wordt Defour uitgefloten en voor Judas uitgemaakt, maar hij bezwijkt niet. Slim als hij is, houdt hij die dag de meeste van zijn toetsen kort, te kort voor het publiek om op te reageren. De wedstrijd eindigt op 1-1. Met Defour op kop groeten de Rouches de meegereisde fans. Al snel merkt Defour dat hij bij Standard in een andere wereld is beland. Dit is het Standard waar Michel Preud'homme al snel Jan Boskamp is komen vervangen, de ploeg waar Marouane Fellaini doorbreekt en Axel Witsel staat te drummen om mee te spelen, waar Milan Rapaic lof oogst voor zijn verleden en waar Milan Jovanovic onrustig op de achtergrond loopt te wachten op de schijnwerpers, maar vooral het Standard waar Sérgio Conçeicão als kapitein de boel runt. Het is voor Defour eerst wat zoeken naar een plaats, even belandt hij zelfs op de bank. Op het veld krijgt hij (nog) geen vrije rol, die is voor meester Sérgio, al is die op de terugweg en moet er op het veld daarom soms wel worden geschipperd. Halverwege het seizoen vindt Defour zijn draai. Het eindigt bijna met een prijs. Standard speelt de bekerfinale, die het verliest van Club Brugge. De voorlopig laatste trofee van blauw-zwart, volgens Defour in zijn biografie te danken aan... een ander spelsysteem. "Michel dacht dat we in een andere veldbezetting nóg sterker zouden zijn tegen Club. Conçeicão verhuisde van de flank naar het centrum, waar hij met Igor De Camargo in steun van Jovanovic moest spelen. Daarachter zette hij drie verdedigende middenvelders, Witsel, Fellaini en mezelf op rechts. Het effect was totaal omgekeerd. Sérgio raakte geen bal en de rest van de ploeg vond nooit zijn draai." Het seizoen erop wordt het zijne. Conçeicão vertrekt en Defour wordt de nieuwe aanvoerder. Op zijn negentiende al. Straf. De jongste uit de clubgeschiedenis. De nieuwe Wilfried Van Moer. De oude heeft aanvankelijk nog zijn twijfels over deze zet en uit die ook. Maar leeftijd, zegt Michel Preud'homme, is op dit punt van geen enkel belang: "De aanvoerder moet een voorbeeld zijn. Hij moet zijn shirt natmaken als het nodig is en aanvaard worden door de hele groep." Blijkbaar voldoet Defour, die Engels, Frans en Nederlands spreekt, perfect aan die eisen. Als Steven Defour in juni 2009 terugblikt op twee jaar Sclessin, kan hij alleen een dikke sigaar roken van tevredenheid (een folieke dat hij zich bij elke titel veroorlooft): twee titels, één Gouden Schoen en een tweede al half om de voet. Hij wint die zomer met 143 punten overtuigend de eerste ronde, voor Dieumerci Mbokani (122), Bryan Ruiz (95), Mbark Boussoufa (69) en Milan Jovanovic (35). Wat hij die zomer op vakantie in Rhodos niet weet, is dat het vanaf nu lange tijd bergaf zal gaan. Everton doet die zomer nog een bod, maar na Fellaini wéér een Standardspeler naar Goodison laten gaan, wil D'Onofrio niet. Er komt nog wel iets beters, zo sust die de speler. Een tijdje later bellen Spaanse journalisten Defour voor een interview. Ze brengen hem op de cover van Marca, een Madrileens sportblad. Defour is plan B van Real als plan A, Xabi Alonso, niet doorgaat. Real... zijn droomclub! Hij is de koning te rijk. En in D'Onofrio heeft Defour een grenzeloos vertrouwen. Officieel is Paul Stefani zijn makelaar, maar achter de schermen beslist de boss van Standard. Als Defour een appartement in Luik wil, krijgt hij dat. Later krijgt hij er zelfs nog een groter, inclusief biljarttafel. Maar dan heeft het noodlot al toegeslagen. Uitgerekend tegen KV Mechelen, inmiddels terug in eerste klasse. Een week na die voor Marcin Wasilewski fatale Anderlecht-Standard ontvangen de Rouches KV. Rechtsachter Marcos Camozzato speelt daarin na twee minuten Defour aan met een hobbelbal. Die wil de bal in één tijd wegtrappen, zwaait met zijn voet door en raakt daarbij vol de onderkant van de schoen van Koen Persoons. Het resultaat is dramatisch: middenvoetsbeentje versplinterd, het begin van veel ellende. Geen transfer, geen Champions League om zich te tonen en in januari ook geen tweede Gouden Schoen. Milan Jovanovic wint overtuigend de tweede ronde, de geblesseerde Defour haalt maar drie puntjes meer en strandt als vierde. Het is in deze periode dat zijn biografie wordt genoteerd. Geen gemakkelijke bevalling, want een sporter die moet revalideren en die in de onzekerheid leeft of het allemaal nog wel goed komt, plooit op zichzelf terug. Defour blijkt die maanden heel getormenteerd, verliest zijn houvast (presteren in het weekend), verliest zijn greep en zijn discipline. Hij verlaat Houthalen, gaat in Luik wonen, laat zich wat gaan, wordt door D'Onofrio tot de orde geroepen, trekt terug naar Houthalen... Een moeilijke periode, op elk vlak. Even is de toekomst zeer onduidelijk. Gaat het nog allemaal lukken? Vanuit Manchester United komt er een brief. Getekend: SirAlex Ferguson. Hij wenst Defour goeie moed en vertrouwen om zijn lot in de handen van de fysiotherapeut te leggen. De brief, schrijft Ferguson nog, is er gekomen op vraag van een fan. Jean-Manuel Fontaine. "Bedank hem, dat hij de tijd nam om mij te schrijven." Zijn terugkeer is moeizaam, de pijn is nooit ver weg, zelfs niet als hij fit wordt verklaard. Hij gaat anders lopen en valt van het ene spierprobleem in het andere. Het zijn donkere tijden, de andere kant van de medaille. Verscheidene keren zet hij gespreksnamiddagen over zijn leven on hold. Nu even niet. En als het toch lukt, lijkt hij niet aanwezig. Alsof er een film voorbij rolt en hij daar commentaar bij geeft. Maar emotioneel, zoals op een veld, wordt hij niet. Zijn emoties legt hij op zijn huid, in de vorm van tatoeages. Die zeggen wat hij is, hoe hij is. In de zomer van 2012 komt de kentering. Sportief gaat het weer beter. Hij trouwt, spreekt met de nieuwe directie en krijgt groen licht voor een transfer. Even is er nog wat armworstelen met Pierre François, wanneer clubs uit Moskou belangstelling hebben en hij het gevoel krijgt dat Standard beslist en niet hij, maar uiteindelijk valt alles in de plooi wanneer FC Porto in de dans springt. Daar bouwt hij nu aan deel twee van zijn carrière. Privé heeft hij inmiddels een andere weg ingeslagen, de tiener is man geworden, en dat pad is niet altijd recht gelopen. Fysiek zijn de problemen achter de rug, in de kern van de nationale ploeg is hij altijd gebleven, alleen spelen is er minder bij dan hij altijd heeft verhoopt. Die dekselse Deferm had het destijds juist gezien: scoren lukt nog altijd niet zo goed. Dat speelt hem in Porto parten. Maar voor het overige doet Steven Defour er, met uitzicht op de Atlantische Oceaan, verder zoals hij gewend is: op zijn manier. Discreet. Zonder omkijken. DOOR PETER T'KINTAls Steven iets wil, gebeurt het, en wie daartegenin gaat, laat hij links liggen. Wat Defour in de zomer van 2009 op vakantie in Rhodos niet weet, is dat het vanaf dan lange tijd bergaf zal gaan. Zijn emoties legt Defour op zijn huid, in de vorm van tatoeages. Die zeggen wat hij is, hoe hij is.