Het heeft flink geregend op de avond van 5 maart 1983, de avond waarop Lutz Eigendorf zijn eigen dood tegemoet rijdt. Het asfalt glimt ervan. De speler van Eintracht Braunschweig heeft net de Cockpit Bar verlaten en is nu op weg naar huis. Het is iets na elven wanneer hij met zijn Alfa Romeo de Braunschweiger Forststrasse oprijdt. Daar, in een flauwe bocht naar rechts, gebeurt het. Hij verliest de controle over zijn stuur, vliegt uit de bocht en knalt frontaal op een boom. Wanneer de politie arriveert, treffen ze de voetballer bewusteloos aan. Zijn benen zijn in een vreemde hoek gevouwen, zijn hoofd rust op het stuur. In de auto zit verder alles onder het bloed. Ambulancepersoneel bekommert zich om het roerloze lichaam. Polizeiobermeister Höpper laat intussen een bloedproef afnemen. Daarna wordt Lutz Eigendorf op een brancard gebonden en weggevoerd. Eenmaal in het ziekenhuis van Braunschweig volgt de diagnose: schedelbasisfractuur, schedelbreuken en veel inwendige bloedingen. Het grote talent Lutz Eigendorf, ooit 'de Beckenbauer van de DDR' genoemd, is in een diep coma wanneer hij naar de afdeling intensive care wordt gebracht, waar hij anderhalve dag later, om kwart over negen in de ochtend en helemaal alleen, alsnog sterft aan zijn verwondingen. Hij is dan 26 jaar oud.
...

Het heeft flink geregend op de avond van 5 maart 1983, de avond waarop Lutz Eigendorf zijn eigen dood tegemoet rijdt. Het asfalt glimt ervan. De speler van Eintracht Braunschweig heeft net de Cockpit Bar verlaten en is nu op weg naar huis. Het is iets na elven wanneer hij met zijn Alfa Romeo de Braunschweiger Forststrasse oprijdt. Daar, in een flauwe bocht naar rechts, gebeurt het. Hij verliest de controle over zijn stuur, vliegt uit de bocht en knalt frontaal op een boom. Wanneer de politie arriveert, treffen ze de voetballer bewusteloos aan. Zijn benen zijn in een vreemde hoek gevouwen, zijn hoofd rust op het stuur. In de auto zit verder alles onder het bloed. Ambulancepersoneel bekommert zich om het roerloze lichaam. Polizeiobermeister Höpper laat intussen een bloedproef afnemen. Daarna wordt Lutz Eigendorf op een brancard gebonden en weggevoerd. Eenmaal in het ziekenhuis van Braunschweig volgt de diagnose: schedelbasisfractuur, schedelbreuken en veel inwendige bloedingen. Het grote talent Lutz Eigendorf, ooit 'de Beckenbauer van de DDR' genoemd, is in een diep coma wanneer hij naar de afdeling intensive care wordt gebracht, waar hij anderhalve dag later, om kwart over negen in de ochtend en helemaal alleen, alsnog sterft aan zijn verwondingen. Hij is dan 26 jaar oud. Diezelfde avond, in de Zechliner Strasse in Oost-Berlijn, zet Gabriele Homman haar zwart-wittelevisie aan. Ze kijkt naar Tagesthemen op de ARD. Het is haar blik op de wereld aan de andere kant van de Muur. Er verschijnt een foto van haar voormalige echtgenoot in beeld. Op gedragen toon brengt de omroeper het nieuws. Lutz Eigendorf, zesvoudig international van de DDR, de vader van haar dochtertje Sandy, is dood. Ter illustratie wordt een foto van het autowrak getoond. De Alfa Romeo lijkt nog het meest op een ruw opengewrikt sardineblikje. Vijf jaar eerder, op een gewone ochtend in maart 1979, hebben Gabriele en Lutz Eigendorf elkaar voor het laatst gezien. De voetballer trekt dan aan de Zechliner Strasse de voordeur achter zich dicht en stuurt zijn Trabant naar het stadion van Dynamo Berlin. Daar is de selectie zich al twee dagen aan het voorbereiden op een uitwedstrijd tegen de 1. FC Kaiserslautern. Niemand weet het op dat moment nog, maar Eigendorf zal nooit meer in Berlijn terugkeren. Het zijn de hoogdagen van het regime van Erich Honecker. Hoewel het maar om een vriendschappelijke wedstrijd gaat, wordt het uitstapje naar West-Duitsland door de DDR-autoriteiten bloedserieus genomen. Sport is een uitstekende manier om de kracht van de heilstaat te onderstrepen en dus staat er veel prestige op het spel. Voor de zekerheid worden de spelers van Dynamo Berlin uitvoerig voorbereid op de confrontatie met de klassevijand. De bedoeling is hen elke lust tot vluchten te ontnemen. Het ministerie van Staatsveiligheid zorgt daarom voor toespraken van hoge Stasi-officieren, waarin nog maar eens wordt gewezen op de verderfelijke aard van het kapitalisme. Vervolgens herhaalt delegatieleider Manfred Kirste de belangrijkste regel die op vijandelijk grondgebied voor de Oost-Duitse spelers zal gelden: géén contact met westerlingen. Als Lutz Eigendorf met Dynamo Berlin uiteindelijk op 20 maart 1979 zijn wedstrijd tegen de 1. FC Kaisers-lautern speelt, zit de eretribune vol Stasi-medewerkers. Zij zien tot hun ergernis hoe hun landgenoten worden afgedroogd. De eindstand is 4-1 voor de kapitalisten. Lutz Eigendorf speelt een kleurloze wedstrijd. Hij lijkt er met zijn gedachten niet helemaal bij. Net als de andere spelers van Dynamo Berlin trekt Eigendorf zich na afloop terug in Hotel Savoy. Ook daar is de Stasi streng. Voor de zekerheid zijn alle telefoons op de kamers van de spelers onklaar gemaakt. Toch ontgaat het hun dat Lutz Eigendorf midden in de nacht de hotelbar opzoekt. Het is dan halftwee. Het hotel is uitgestorven. De enige persoon die hij treft, is de scheidsrechtersbegeleider van de 1. FC Kaiserslautern. Samen zetten ze het op een drinken. Eigendorf wordt steeds openhartiger. Hij twijfelt openlijk of de privileges die hij als voetballer in de DDR geniet, zoals voorrang bij de aanschaf van een Trabant, nog wel opwegen tegen de bezwaren. Hij laat doorschemeren dat hij het beklemmende karakter van zijn vaderland steeds vaker zat is. De twee mannen praten tot het vijf uur in de ochtend is. Bij het vertrek geeft de scheidsrechtersbegeleider zijn visitekaartje. De volgende dag reist Dynamo Berlin in alle vroegte per bus terug naar Berlijn. Om negen uur wordt gestopt in het plaatsje Giessen. Daar volgt het hoogtepunt van de trip: er mogen, zij het onder strikte begeleiding van de geheime dienst, inkopen worden gedaan. Twee uur lang vergapen de Oost-Duitse voetballers zich aan de westerse weelde. Maar om elf uur, bij het verzamelen voor de terugtocht, ontbreekt een speler. Het is Lutz Eigendorf. Hij is gevlucht. De paniek bij de delegatieleiders is groot. De Dynamospelers worden weer twee aan twee de stad ingestuurd om te gaan zoeken. Tevergeefs. Delegatieleider Kirste rijdt uiteindelijk met lood in de schoenen naar de DDR-ambassade in Bonn om verslag uit te brengen, de rest van het gezelschap gaat terug naar Berlijn. Zonder Eigendorf. Die zit dan allang op de achterbank van een West-Duitse taxi, met in zijn handen het adres van de enige man die hij aan deze kant van de Muur kent: de scheidsrechtersbegeleider van de 1. FC Kaiserslautern. Wanneer het nieuws over Lutz Eigendorfs verdwijning Erich Mielke bereikt, reageert de gevreesde Stasi-chef zoals verwacht: ziedend. De bus uit Giessen is die middag dan ook nog maar amper teruggekeerd uit het westen, of aan de Zechliner Strasse 3 wordt al aangebeld. Drie medewerkers van het ministerie van Staatsveiligheid. Ze nemen Gabriele Eigendorf mee naar het hoofdkwartier in de Keibelstrasse. Er volgt een verhoor dat de hele nacht duurt. Haar tweejarige dochter Sandy blijft achter bij een vrouwelijke Stasi-medewerkster, die intussen het hele huis overhoop haalt. Maar er wordt geen belastend materiaal gevonden. Eigendorf is niet de eerste DDR-voetballer die vlucht. Ook niet de laatste. Tussen 1950 en 1989 bereiken in totaal meer dan zeshonderd sporters het westen. Dat Mielke toch zo fel reageert, komt omdat Eigendorf het boegbeeld is van Dynamo Berlin. En dat is niet alleen de club van de politie, maar vooral van Erich Mielke. Die elf Schweine, zo wordt het Stasi-team in de DDR achter hun rug genoemd. Dynamo Berlin is het meest gehate elftal van het land. Iedereen kan zien dat het aan alle kanten wordt bevoordeeld. Dankzij clubvoorzitter Mielke is alles beter in het Berlijnse Friedrich Ludwig Jahnstadion: de spelers, de faciliteiten, de artsen en zelfs de scheidsrechters. Niet alleen worden de beste voetballers van het land gedwongen om in Oost-Berlijn te spelen, zoals in de jaren vijftig het complete elftal van Dynamo Dresden of later het grote talent Thomas Doll van Hansa Rostock, ook krijgt de ploeg opvallend vaak in moeilijke fases een strafschop toegewezen. "Vandaag fluiten er drie scheidsrechters", fluisteren de supporters van de tegenstander wanneer ze in het Jahnstadion zijn, waar Stasi-officials de ene tribune bevolken en militairen de andere, omdat de grijze kolos bijna tegen de Berlijnse Muur is aangebouwd en daardoor nogal vluchtgevaarlijk. Ze bedoelen er Erich Honecker en Erich Mielke mee, leiders van de DDR, het land waar tussen 1979 en 1988 Dynamo Berlin plotseling tien keer achtereen kampioen wordt. Uit het niets. Als jeugdvoetballer is Lutz Eigendorf, de ster in de opleiding van BSG Moto Süd Brandenburg, ook zo'n talent dat gedwongen wordt te spelen voor Dynamo Berlin. Op zijn veertiende wordt hij al ingelijfd. Bij zijn debuut in het eerste maakt hij gelijk indruk. Hij is 22 jaar wanneer hij wordt geselecteerd voor de nationale ploeg. In zijn eerste wedstrijd wordt het 2-2 tegen Bulgarije. Eigendorf maakt beide goals. Het volgende duel staat hij in de basis. De eerste tegenslag komt pas aan het einde van het jaar in Rotterdam. Daar krijgt Eigendorf tijdens Nederland-DDR (3-0) te maken met Johan Neeskens. Het Oost-Duitse talent wordt halverwege de tweede helft gewisseld. Na zijn vlucht naar het westen is Eigendorf door de UEFA een seizoen geschorst geweest. Daarna is hij opgenomen in de selectie van de 1. FC Kaiserslautern. Hij heeft het moeilijk in de Bundesliga, maar probeert zich zo goed mogelijk aan te passen. Contact met thuis is er dan nauwelijks meer. Hij schrijft één keer een brief aan Gabriele en telefoneert een paar keer met zijn vader. In beide gevallen leest en luistert de geheime dienst geïnteresseerd mee. Nu Mielke de vlucht van Eigendorf heeft opgevat als een persoonlijke belediging, worden er geen halve maatregelen genomen om erger te voorkomen. De staat moet er niet aan denken dat de rest van de familie het voorbeeld van de voetballer volgt. Operatie Rose wordt opgestart om Gabriele te schaduwen en Operatie Verräter om de ouders van de middenvelder in de gaten te houden. Ze worden permanent afgeluisterd. Wanneer ze weg zijn, worden hun huizen doorzocht en minutieus gefotografeerd. Alle post wordt gelezen, zowel inkomend als uitgaand. Familie en vrienden worden verhoord. Neven, buurtbewoners, collega's, zelfs de huisarts leveren informatie. De Stasi streeft naar totale controle en wil alle banden tussen de achterblijvers en de gevluchte voetballer verbreken. In mei 1979 krijgt Gabriele Eigendorf opeens bezoek van haar oude jeugdvriend Peter Homman. Ze wordt door hem verleid. Al een maand later krijgt Homman de sleutel van het huis overhandigd. Eenmaal samen dringt hij met succes aan op een scheiding van Lutz Eigendorf. Daarna vraagt hij haar ten huwelijk. Gabriele zegt 'ja'. Niet veel later is ze zwanger. Jaren later, als de Muur gevallen is en de Stasi-dossiers opengaan, komt Gabriele pas te weten dat haar tweede man in werkelijkheid een Stasi-medewerker was, speciaal ingehuurd om haar los te weken van Eigendorf en door middel van een kind voorgoed aan de DDR te binden. De voetballoopbaan van Lutz Eigendorf bij de de 1. FC Kaiserslautern verloopt intussen met horten en stoten. In 1982 verhuist hij naar Eintracht Braunschweig, maar ook daar zit hij vaker op de bank dan hem lief is. Toch blijft hij interessant voor de media. Al is het alleen maar omdat Eigendorf nooit 'nee' zegt tegen een interview. Jörg Berger, de trainer die zelf kort na Eigendorf uit de DDR is gevlucht, vindt dat onverstandig. Hij heeft zijn landgenoot al een paar keer gewaarschuwd. "Hou je in," adviseert hij, "zeker bij interviews die Mielke zouden kunnen bereiken." Maar daar denkt Lutz Eigendorf niet aan wanneer hij op 21 februari 1983 het ARD-programma Kontraste te woord staat. Het is dan een paar dagen voordat Dynamo Berlin weer eens naar West-Duitsland komt, dit keer voor een wedstrijd tegen VfB Stuttgart. Met de Berlijnse Muur op de achtergrond levert Eigendorf harde kritiek op zijn vaderland. Ook prijst hij de Bundesliga de hemel in. In zijn hoofdkwartier in Oost-Berlijn denkt Erich Mielke een ogenblik dat hij gek van woede wordt. Twee weken later krijgt Lutz Eigendorf zijn ongeluk. Hoewel getuigen hebben gezien dat hij niet dronken achter het stuur stapte, staat in het politierapport iets anders. Onderzoek van het bloedmonster wijst uit dat de voetballer een promillage had van 2,2 procent. Dat is gelijk aan zeven halve liters bier. De 'map-Eigendorf' kan gelijk worden opgeborgen. Hij was dronken. Zaak gesloten. Lutz Eigendorf wordt in Kaiserslautern begraven. Zijn ouders Jörg en Ingeborg zijn met toestemming van de staat bij de plechtigheid aanwezig. Ze keren nooit meer terug naar de DDR. In de socialistische heilstaat gaat het leven al snel weer zijn gangetje. Ook in de Oberliga. De Stasi regeert er als vanouds in de kleedkamers, waar trainers hun spelers bespioneren en andersom. Af en toe vlucht er een voetballer naar het vrije westen, maar van geen van hen wordt nog zo veel werk gemaakt als destijds van Lutz Eigendorf. Verder krijgt Dynamo Berlin nog steeds op de meest wonderlijke momenten een strafschop toegewezen. Dan wordt het 1989. Eerst valt de Muur. Daarna gaan ook de Stasi-dossiers open en blijkt het allemaal nog veel erger dan gedacht. In minutieus bijgehouden rapporten valt te lezen dat de inwoners van de DDR jarenlang hebben gefigureerd in een kafkaiaans drama. Een waarin iedereen onbewust iedereen in de gaten hield en de Stasi hulp blijkt te hebben gehad van zo'n 180.000 'Inofficiële Medewerkers', kortweg IM'ers. Een van hen heet Karl-Heinz Felgner. Onder de schuilnaam Klaus Schlosseris hij begin jaren tachtig voor de Stasi actief in West-Duitsland. De ex-bokser en portier is extreem gewelddadig. Hij zat in de jaren zestig al eens vier jaar vast in Leipzig. Hij is de man die in Braunschweig Eigendorf moet bespioneren. Dat lukt goed. Hij weet snel het vertrouwen te winnen en logeert zelfs een paar keer bij de voetballer thuis. Daarna rapporteert hij trouw alles aan de Stasi: dagindeling, uitspraken, gewoontes, contacten, telefoonnummers van medespelers, eigenaardigheden, uitstapjes, alles. Schlosser beschrijft uitgebreid en zeer gedetailleerd. Daardoor valt in de vrijgekomen dossiers niet alleen te lezen dat Eigendorf bij het ontbijt opvallend veel koffie drinkt (vier koppen), maar ook wat zijn lievelingsmerk is (Jakobs). Al blijkt het hoofdkwartier vooral geïnteresseerd in de vaste routes die hij rijdt, welke auto hij bestuurt en de rijstijl die hij daarbij hanteert. Ook valt op dat altijd wordt vermeld of Eigendorf zijn portier wel of niet afsluit. Dat blijkt allemaal wanneer Sigrid Kretschmer en Roberto Welzel in opdracht van de Duitse regering in de jaren negentig de Stasi-archieven doorploegen. Samen met de Duitse historicus en onderzoeksjournalist Heribert Schwan concentreren zij zich op de zaak-Eigendorf. Wat dan boven water komt, roept veel vragen op. Waarom stond Schlosser bijvoorbeeld vlak voor het ongeluk opeens veelvuldig in contact met zijn superieur in Oost-Berlijn, terwijl ze elkaar daarna nooit meer spraken? Waarom kregen Schlosser en zijn superieur op de dag van Lutz Eigendorfs dood een geldbedrag overgemaakt? Hoe kan het eigenlijk dat de voetballer een hoog alcoholpromillage had, terwijl uit dezelfde dossiers blijkt dat hij zelden dronk en getuigen bevestigen dat de voetballer die bewuste avond niet eens aangeschoten was? En hoe toevallig is het dat juist de pagina's die Schlossers jaren in Braunschweig beschrijven, tot op de dag van vandaag onvindbaar zijn? Keiharde bewijzen zijn het niet, maar voor Heribert Schwan is het voldoende. Hij begint een uitputtend onderzoek naar de zaak, die uiteindelijk moet leiden tot een documentaire en een boek. In 2000 is het zover en beweert de historicus genoeg aanwijzingen te hebben voor de theorie dat Lutz Eigendorf door de Stasi is vermoord. Volgens hem is het als volgt gegaan: de Stasi wilde kort voor de komst van Dynamo Berlin naar West-Duitsland een daad stellen. Iedereen met vluchtplannen zou moeten worden afgeschrikt. Al snel dacht Mielke aan Eigendorf. Met de afvallige Dynamoster had hij tenslotte nog een rekening te vereffenen. Het brutale interview op de West-Duitse televisie, nota bene met de Muur als achtergrond, vormde vervolgens de druppel. In opdracht van Mielke overmeesterde een lid van 'afdeling XXII', het moordcommando van de Stasi, de voetballer in zijn auto. Onder bedreiging werd hem alcohol en een langzaamwerkend gif ingespoten, dat vooral zijn reactievermogen zou moeten aantasten. Daarna zou hij zijn losgelaten en in doodsangst naar huis zijn gereden, om vervolgens vlak voor de bocht in Braunschweiger Forststrasse door een auto te zijn verblitzt, Stasi-jargon voor het verblinden van de tegenligger met een grote lamp, en zijn verongelukt. Het klinkt als een slecht James Bondscenario. Tot hij een handgeschreven document toont. Het is een rapport van Stasi-afdeling XXII, waarin de naam van de voetballer voorkomt. Het gaat over gifstoffen en dodelijke gassen. In alinea 9 staat de zin: 'bijvoorbeeld E., wat leidt in de kleine ruimte tot de dood?' Ook het woord verblitzen valt. De naam Eigendorf staat één keer voluit geschreven. Daaronder staat: 'narcosemiddel'. Veel resultaat levert dat niet op. Keihard bewijs wordt nooit gevonden. Het enige dat nog uitsluitsel lijkt te kunnen bieden, is het dossier van Lutz Eigendorf zelf. Maar dat is tot op de dag van vandaag nooit gevonden. Zo blijft de dood van de getalenteerde middenvelder ook twintig jaar na de val van de Muur wat hij nu al een kwarteeuw is: een mysterie. Erich Mielke leeft nog net lang genoeg om de totstandkoming van Schwans documentaire Tod dem Verräter mee te maken. Een paar jaar voor de première is hij wegens gezondheidsredenen vrijgelaten uit de gevangenis. Hij is dan 92 jaar en inmiddels veroordeeld voor een dubbele moord op twee politieagenten. De oude Stasi-chef is verbitterd. Van zijn levenswerk is weinig terechtgekomen. De Muur is afgebroken en van het gedroomde rode arbeidersparadijs is ook niets meer over. Zelfs Dynamo Berlin, zijn grootste liefde, is verschrompeld tot een zieltogende clubje in de Oberliga Nordost-Nord. Bij wat ooit de trots van de socialistische republiek moest zijn, worden de tribunes nu juist bevolkt door skinheads en neonazi's. Het verleden is vergeten en begraven bij wat ooit de meest succesvolle club van het land was. Zelfs het gevreesde Friedrich Ludwig Jahnstadion is verlaten. Gespeeld wordt tegenwoordig in het bouwvallige Sportforum. Nog maar een paar honderd buurtbewoners nemen af en toe de moeite de tribunes te beklimmen. Het onkruid tiert er welig. Soms zingen ze er de universele voetbalsong You'll Never Walk Alone. Niemand bij de voormalige Stasi-club die daar de ironie nog van inziet. De naam Lutz Eigendorf valt nooit meer. ( Volgende week: Matthias Sammer en Jürgen Sparwasser,de laatste en meest historische goal van de DDR)door michel van egmond - beelden: belgaAls de Muur gevallen is, komt Gabriele pas te weten dat haar tweede man in werkelijkheid een Stasi-medewerker was. Het Stasi-dossier van Eigendorf is tot op de dag van vandaag nooit gevonden.