Het verouderen heeft hem altijd moeite gekost. Dat proces probeert Roger De Vlaeminck tegen te gaan. Is het daarom dat zijn vrouw 25 jaar jonger is? Hij lacht als iemand hem die vraag stelt. De Vlaeminck verzorgt zijn lichaam. Hij gaat bijvoorbeeld elke dag lopen, hij wil zijn gewicht onder controle houden. De wielersport volgt hij nog op de voet. Vanuit zijn boerderij in Kaprijke, in een schilderachtig decor en omringd door de landerijen van het Meetjesland, geeft hij soms nog eens zijn mening. Ongezouten, zoals we dat van hem gewend zijn. Over renners die te weinig hun nek uitsteken bijvoorbeeld, over de braafheid en grijsheid in het peloton.
...

Het verouderen heeft hem altijd moeite gekost. Dat proces probeert Roger De Vlaeminck tegen te gaan. Is het daarom dat zijn vrouw 25 jaar jonger is? Hij lacht als iemand hem die vraag stelt. De Vlaeminck verzorgt zijn lichaam. Hij gaat bijvoorbeeld elke dag lopen, hij wil zijn gewicht onder controle houden. De wielersport volgt hij nog op de voet. Vanuit zijn boerderij in Kaprijke, in een schilderachtig decor en omringd door de landerijen van het Meetjesland, geeft hij soms nog eens zijn mening. Ongezouten, zoals we dat van hem gewend zijn. Over renners die te weinig hun nek uitsteken bijvoorbeeld, over de braafheid en grijsheid in het peloton. Zestien seizoenen was De Vlaeminckactief als wielrenner. Hij gold als een vrijgevochten kampioen en droeg het hart op de tong. De Vlaeminck was niet bang van stekelige uitspraken, door zijn houding werd hij zowel aanbeden als verguisd. Soms zei hij ook wel eens iets positiefs, maar dat viel nooit op. De Vlaeminck, kind van kermisvolk, werd als een eenzaat beschouwd, als le Gitan, de zigeuner. In feite was De Vlaeminck een kastanje: hard en vaak stekelig naar buiten, warm en donzig binnenin. Hij verborg zijn gevoelens vaak achter stoerheid en sterke uitspraken, maar er was niet veel nodig om hem tot in het diepste van zijn ziel te treffen. Nu nog kan hij maar moeilijk naar een sentimentele film kijken zonder zijn tranen te bedwingen. Roger De Vlaeminck wilde altijd winnen. Slechts één enkele keer in een lange carrière, in 1983, sloot hij een seizoen af zonder overwinning. In de andere vijftien seizoenen fietste hij op de weg 271 zeges bij elkaar. Daarvan elf klassiekers hors catégorie, twee nationale kampioenschappen, elf rittenwedstrijden en 92 ritzeges. Bovendien werd hij nog twee keer wereldkampioen veldrijden (1968 bij de amateurs en 1975 bij de profs) en pakte hij vijf nationale titels in die specialiteit, waarvan drie bij de beroepsrenners. Hij won 112 veldritten en 26 wedstrijden op de baan. Het hele leven van Roger De Vlaeminck is een koers. In wat dan ook. Zijn eerzucht bleek niet te stillen. Ooit liet hij twee veldritten aan zijn broer Eric. Dat beklaagt hij zich nu nog altijd. Woede was voor De Vlaeminck een brandstof om boven zichzelf uit te stijgen. Zoals bijvoorbeeld in de Ronde van Zwitserland 1975. Zijn in een dopingaffaire verwikkelde broer Eric was toen net gearresteerd en voor de start van de eerste etappe duwde Eddy Merckx hem een krantenartikel onder de neus. Op de eerste pagina stond een foto van Eric die geboeid werd weggeleid. Roger dacht dat de aarde onder zijn voeten weggleed. Maar op hetzelfde moment kwam er een dusdanig gevoel van kwaadheid in hem op dat hij in die rit, die nochtans over een aantal cols voerde, iedereen naar huis reed. Het was een van zijn zes etappeoverwinningen. De Vlaeminck won die Ronde van Zwitserland met veel overmacht en beschouwt dat als het hoogtepunt van zijn carrière. Ook die gevoeligheid typeert hem. Roger De Vlaeminck is altijd een man van uitersten geweest. Hij kon zo radicaal reageren dat hij alle zin voor realiteit verloor. Dat hij toen in die Ronde van Zwitserland Eddy Merckx achter zich liet gaf hem extra voldoening. Diens aanwezigheid duwde hem naar een hoger niveau. Niets schonk De Vlaeminck meer voldoening dan Merckx te kloppen. Die rivaliteit vond hij het mooiste in de sport in de sport, het botsen van karakters, het duel man tegen man. Precies die overwinning in de Ronde van Zwitserland sterkte De Vlaeminck in de overtuiging dat hij in grote rittenwedstrijden veel meer had kunnen bereiken. Maar hij kon zich moeilijk op grote rondes concentreren en dacht wat dat betreft te egoïstisch. Naar de Tour ging hij liever niet, omdat hij zich stoorde aan het chauvinisme van de Fransen. Hij startte maar drie keer in de Ronde van Frankrijk en gaf drie keer voortijdig op. En hij won maar één etappe. Dat misstaat op zijn palmares. Maar Roger De Vlaeminck bereidde zich dan ook nooit op grote rondes voor en ging bijvoorbeeld nooit bergritten verkennen. Hij dacht later nog vaak terug aan de gemiste kansen. Over De Vlaeminck bestond het idee dat hij niet kon klimmen. Terwijl hij in de Ronde van Italië 1975 zeven ritten won, waaronder een etappe met vijf cols en een rit over de Stelvio. In het eindklassement finishte hij toen als vierde. In de Giro was De Vlaeminck ontembaar: hij won in totaal 22 ritten en pakte drie keer het puntenklassement. Hoe weinig hij naar de grote rondes toeleefde, zo intensief prepareerde Roger De Vlaeminck zich op de klassiekers. Trainingen van 380 kilometer waren voor hem geen uitzondering. In weerwil met zijn imago kon De Vlaeminck zich een spartaans trainingsregime opleggen. Het gebeurde vaak dat hij 's ochtends om negen uur al 120 kilometer had getraind. Hij vond het schitterend om de dag te zien ontwaken, om de dauw op te snuiven die over de weilanden hangt. Hij trok zich op aan die vroege trainingen, in de wetenschap dat de andere renners dan nog sliepen. Hij vond dat hij zo een voorsprong verwierf tegenover de concurrentie. Ook tijdens de wintermaanden spaarde Roger De Vlaeminck zichzelf niet. Hij werkte een heel programma af, samen met Roger Debbaut, de kinesist die hem begeleidde. Tussen begin oktober en eind januari gingen ze trainen in het bos. Ze fietsten niet veel maar trainden het hart en de longen. Tot er zo'n conditie was opgebouwd dat je je alleen nog moest aanpassen aan de fiets. Parijs-Roubaix is onherroepelijk verbonden met de carrière van Roger De Vlaeminck. Terwijl hij eigenlijk veel liever Milaan-Sanremo reed, de klassieker die hij drie keer won en die hem aansprak wegens de grote uitbundigheid en het onmetelijke geluk van zijn Italiaanse bazen na een overwinning. Daarom was een zege op de Via Roma voor hem het mooiste wat er bestaat. Ook al voelde hij zich helemaal leeggezogen na een hele dag wringen, trekken en oppassen. Ook de Ronde van Vlaanderen charmeerde De Vlaeminck, maar het zat hem daarin niet mee. Over die ene zege die hij in 1977 behaalde, toen Freddy Maertens al bij voorbaat wist dat hij gediskwalificeerd zou worden omdat hij van materiaal wisselde op de Koppenberg, wil hij liever niet praten. Het is een vlek op zijn carrière. Want De Vlaeminck wilde vooral niet herinnerd worden als een renner die won op het zweet van een ander. Maar de vier overwinningen in Parijs-Roubaix zijn natuurlijk sieraden. Die ene zege in 1975 bijvoorbeeld toen hij met Eddy Merckx, Marc Demeyer en André Dierickx voorop reed. Op tien kilometer van de meet reed Merckx lek, De Vlaeminck zorgde vooraan voor een strak tempo. Merckx kwam langzaam maar zeker terug, sloot aan en demarreerde onmiddellijk. Dat had De Vlaeminck voorzien. Hij sprong als een kat in zijn wiel en ging er niet meer uit. Om in de spurt gemakkelijk te winnen. Er doen veel verhalen de ronde over de fascinatie van De Vlaeminck voor Parijs-Roubaix. Dat hij de avond voor de wedstrijd altijd zijn fiets op zijn hotelkamer zette bijvoorbeeld. Dat klopte inderdaad. Alleen deed hij dat voor de andere klassiekers ook, het hoorde bij een bepaald ritueel. Voor Parijs-Roubaix stelde hij alleen de fiets op een iets andere manier af, een hoger oplopend frame, een wat schuine vork, om de stenen beter te verwerken. Hij gebruikte tubes die al een jaar of vier bij hem thuis in een droge ruimte gestald lagen. Maar daarmee alleen won De Vlaeminck niet. Hij startte in de Helletocht altijd met een gevoel dat niets hem kon overkomen. Tien jaar lang had hij nooit pech. Pas toen later de twijfel begon te knagen, kreeg hij drie bandbreuken. De voorbereiding op Parijs-Roubaix had voor De Vlaeminck een apart karakter. Hij startte vier dagen voordien in Gent-Wevelgem en pakte er nadien nog een training van 150 kilometer bij. Dat was samen zo'n 400 kilometer. Een Italiaanse dokter had hem verteld dat het heel goed voor je gestel is om een paar dagen voor zo'n wedstrijd tot op de bodem te gaan. Op voorwaarde dat je je energieverbruik tegenging door de daaropvolgende dagen zoveel mogelijk suikers op te stapelen. De Vlaeminck liet dan telkens een hele lading verse gebakjes aanrukken. Er waren in Parijs-Roubaix meer overwinningen mogelijk geweest voor Roger De Vlaeminck. Toen hij met Francesco Moser in dezelfde ploeg reed, tot twee keer toe, werd hij vaak gegijzeld. Twee kopmannen onder hetzelfde dak, vaak was het een kwestie dat je als eerste moest zien te demarreren. Al heeft hij van Moser veel geleerd. Bijvoorbeeld hoe je met een hartslagmeter moest werken. Trainen met een houvast, het gaf De Vlaeminck een apart gevoel. Al was hij toen al 37 jaar. De aanpak loonde wel: tot half april verloor hij geen enkele massaspurt. Uitzonderlijke dingen deed Roger De Vlaeminck al in het begin van zijn carrière. Hij won in 1969 zijn allereerste wedstrijd bij de profs, de Omloop Het Volk. De Vlaeminck had nog nooit een koers van meer dan 200 kilometer gereden. Hij maakte deel uit van een kopgroep van vijftien renners en nestelde zich voor de spurt in het wiel van Patrick Sercu omdat hij dacht dat die ging winnen. Maar Sercu viel stil en De Vlaeminck won. De dag nadien nam hij deel aan een veldrit in Overboelare en werd tweede na zijn broer Eric. Iedereen was stomverbaasd. Goed twee maanden later werd hij in Namen voor de eerste keer Belgisch kampioen. Op twee kilometer van het einde stoof hij weg uit het peloton. Roger De Vlaeminck is een van de compleetste renners aller tijden. Ooit stapte hij van het veld over naar de Ronde van Mallorca die hij won om meteen daarop met Patrick Sercu aan te treden in de zesdaagse van Antwerpen en weer te winnen. De Vlaeminck bezat ongemeen veel explosiviteit. Niemand kon zo vlug een gat tussen twee groepen dichtrijden als hij. Dat hij zoveel koerste, kaderde in zijn liefde voor de fiets. Daarom is hij ook teruggekomen nadat hij eigenlijk was gestopt. Het had ook te maken met zijn drang naar aandacht. Roger De Vlaeminck kon het applaus maar moeilijk missen, maar hij moest ervaren dat het beste eraf was. Je hoefde nooit op De Vlaeminck in te praten. Soms was hij heel speels, maar dat bleek voor hem een manier op zich te ontspannen. Zijn leuze is altijd geweest: geef het lichaam wat het vraagt. Als De Vlaeminck zin had in frieten, dan at hij frieten. Maar vier, vijf maanden zonder seks, dat was voor hem geen uitzondering. Heel zijn carrière was Roger De Vlaeminck gefixeerd op zichzelf. Daarom kon hij zich later ook niet doorzetten als ploegleider. Voor deze job was hij te solistisch ingesteld. Het missen van de wereldtitel is de grote leemte op het palmares van De Vlaeminck. In Yvoir startte hij in 1975 als superfavoriet, maar toen Hennie Kuiper ontsnapte reed niemand het gat op de Nederlander dicht, iedereen keek naar De Vlaeminck. Die werd uiteindelijk tweede. Dat de andere Belgen niet voor hem werkten, had hij ook zichzelf toe te schrijven. Toen de dag voor de wedstrijd de ploeg aan tafel zat en iemand vroeg of alle elf renners aanwezig waren, zei De Vlaeminck dat er maar tien en een half waren omdat Lucien Van Impe erbij was. Hij maakte een grapje over de lengte van Van Impe. Maar die kon daarmee niet lachen. Die regenboogtrui pakte De Vlaeminck wel als veldrijder, een discipline die hem fascineerde vanwege de puurheid van deze sport. Hij kan tevreden zijn met zijn carrière, ook al kan hij in geen enkel interview een wrang gevoel onderdrukken. De spijt dat hij geen wereldtitel op de weg veroverde, dat niemand hem ooit aanzette om zich op een grote ronde te concentreren, het laat hem niet los. Anderzijds koos De Vlaeminck pas voor het wielrennen omdat hij het als voetballer niet kon maken. Een goede vriend had hem gevraagd om mee te gaan trainen en hij haalde toen de fiets van zijn broer Eric uit de stal. Even later reed hij in Loppem zijn eerste koers. Hij werd vierde. Toen hij later zag hoeveel premies er met het koersen te verdienen vielen was zijn keuze snel gemaakt. Ooit pakte hij bij de juniores alle premies. Inclusief die als je met drie minuten voorsprong won. Toch heeft Roger De Vlaeminck zichzelf nooit bewierookt. Hoogmoed past niet bij hem, ook al geeft hij, onder meer door zijn onbezonnenheid en attitude, wel eens een andere indruk. Met kritiek had hij het vaak moeilijk. Ooit werd De Vlaeminck eens in een ongunstig daglicht gesteld toen hij in de Ronde van Italië van 1976 drie dagen voor het einde opgaf en zijn ploegmaat Johan De Muynck niet mee aan de zege hielp. Jaloezie, werd er gezegd. Een complot, vonden anderen. Terwijl een hematoom op zijn bil de reden was van deze opgave. En terwijl het De Vlaeminck was die De Muynck naar Italië had meegenomen nadat er voor hem na een dubbele schedelbreuk amper nog toekomst was bij zijn vorige werkgever, Flandria. Zo heeft hij het altijd beweerd. De Vlaeminck begreep ook niet dat hij nooit werd uitgeroepen tot Sportman van het Jaar. Hij had toen negen veldritten en 44 wegkoersen gewonnen, waaronder Tirreno-Adriatico, Parijs-Roubaix en het Kampioenschap van Zürich. En hij was tweede op het WK en vierde in de Giro. Maar de journalisten kozen voor hoogspringer Bruno Brokken, De Vlaeminck werd tweede. Volgende week donderdag, op 24 augustus, wordt Roger De Vlaeminck 70 jaar. Het is twijfelachtig of hij een groot feest geeft. Lange tijd verlangde hij naar zijn gloriejaren. Dat is nu voorbij. Maar, zei hij ooit, als ze hem het hart zouden kunnen geven van iemand die twintig is, dan zou dat mooi zijn. Want dan kon hij zo weer koersen. DOOR JACQUES SYS - FOTO'S BELGAIMAGERoger De Vlaeminck heeft zichzelf nooit bewierookt, al deed zijn attitude dat anders uitschijnen.