1985 JAN CEULEMANS (goud) Club Brugge - 313 punten PHILIPPE DESMET (zilver) KSV Waregem - 232 punten

De hard wroetende spits Philippe Desmet, altijd herkenbaar omdat zijn kousen laag waren gezakt en hij kleine scheenlappen droeg, had er een wonderjaar op zitten toen hij in 1985 als tweede eindigde. 'Ik vernam het nieuws via de radio, na de training, want toen was er helemaal nog geen sprake van een gala-avond in een casino of een rechtstreekse tv-uitzending', zegt Desmet, nu eigenaar van café Sint Arnoldus 'Bij Smetje' in Tiegem (Anzegem). 'Het was een kort bericht zelfs: Ceulemans eerste, Desmet tweede. Niks meer. Zo ging dat toen. Voor mij was dat geen ontgoocheling. De Caje was onaantastbaar in België. Jaloers of rancuneus was ik nooit. Ik was al blij in het gezelschap te vertoeven van een absolute topper als Jan Ceulemans.' De tweede plaats had volgens Desmet geen invloed op zijn latere loopbaan, al verhuisde hij in de zomer van 1986 naar het Noord-Franse Lille OSC, waar hij tot 1989 speelde. 'Ik kwam dat jaar in de nationale ploeg en die overgang naar Rijsel stond al langer in de steigers. De Gouden Schoen winnen zou ook niet hebben geleid tot een transfer naar een echte topclub. De tijden zijn duidelijk veranderd. Nu speel je amper vijf wedstrijden en ben je al snel honderd miljoen waard. Begrijp je? Het is allemaal te veel commercie tegenwoordig. Alles moet draaien, hé, net zoals mijn café. Altijd welkom trouwens.'
...

De hard wroetende spits Philippe Desmet, altijd herkenbaar omdat zijn kousen laag waren gezakt en hij kleine scheenlappen droeg, had er een wonderjaar op zitten toen hij in 1985 als tweede eindigde. 'Ik vernam het nieuws via de radio, na de training, want toen was er helemaal nog geen sprake van een gala-avond in een casino of een rechtstreekse tv-uitzending', zegt Desmet, nu eigenaar van café Sint Arnoldus 'Bij Smetje' in Tiegem (Anzegem). 'Het was een kort bericht zelfs: Ceulemans eerste, Desmet tweede. Niks meer. Zo ging dat toen. Voor mij was dat geen ontgoocheling. De Caje was onaantastbaar in België. Jaloers of rancuneus was ik nooit. Ik was al blij in het gezelschap te vertoeven van een absolute topper als Jan Ceulemans.' De tweede plaats had volgens Desmet geen invloed op zijn latere loopbaan, al verhuisde hij in de zomer van 1986 naar het Noord-Franse Lille OSC, waar hij tot 1989 speelde. 'Ik kwam dat jaar in de nationale ploeg en die overgang naar Rijsel stond al langer in de steigers. De Gouden Schoen winnen zou ook niet hebben geleid tot een transfer naar een echte topclub. De tijden zijn duidelijk veranderd. Nu speel je amper vijf wedstrijden en ben je al snel honderd miljoen waard. Begrijp je? Het is allemaal te veel commercie tegenwoordig. Alles moet draaien, hé, net zoals mijn café. Altijd welkom trouwens.'Frans van Rooij kwam in november 1986 als groot talent van PSV naar België om er bij FC Antwerp meer speelminuten bijeen te voetballen. Aanvankelijk op uitleenbasis, maar enkele maanden later zetten Antwerpsupporters al geldinzamelacties op touw om de Nederlandse spelmaker met de gouden linkervoet definitief aan zich te binden. Van Rooij over zijn tweede plaats: 'Ik kan mij niet herinneren dat ik het als een nederlaag beschouwde. Integendeel, we zaten met Antwerp in een positieve flow en er heerste sowieso euforie in onze ploeg. Voor mij was ook alles nieuw: de competitie, de club, de media. Ik had geen idee wat die Gouden Schoen betekende, elke krant had wel een referendum', aldus Van Rooij (54), die nog steeds in België (Lommel) woont en er de kost verdient als chauffeur bij een koerierbedrijf. 'Was er een gala? Wacht, even aan de chef vragen hier in huis. (verdwijnt even) Ah ja, blijkbaar was er iets in het casino van Middelkerke. Kijk, daar weet ik dus niets meer van, hé. Het enige wat me altijd bij zal blijven, is de deugddoende erkenning die ik voelde van bij de start in België. In het begin werd er gelachen met mijn keuze voor Antwerp, maar enkele maanden later wilde PSV me terug. Ik had het echter prima naar mijn zin bij Antwerp.' Van Rooij speelde er vijf jaar en verhuisde in 1991 naar Standard, waar hij drie seizoenen actief was. In 1996 beëindigde hij zijn carrière bij Westerlo. In 1989 pakte KV Mechelen de landstitel en bereikte het de halve finale in zowel de beker als de UEFA Cup. De favorieten voor de Gouden Schoen dat jaar kwamen dan ook allemaal uit dat kamp. Marc Emmers kreeg na de heenronde de meeste stemmen achter zijn naam. Toch was het Michel Preud'homme die uiteindelijk voor de tweede maal in zijn carrière bekroond werd. De dan 23-jarige Emmers eindigde op meer dan 150 punten van zijn doelman, maar een trauma is het niet. 'Ik ben nooit een speler geweest die daar veel mee bezig was', vertelt de voormalige middenvelder. 'Wij hadden ook een zeer goeie groep, waarin we elkaar het succes gunden. Ik herinner me wel dat een aantal bestuurders me nadien bij wijze van troost vertelde dat ik nog jong was en dat ik hem later zeker zou winnen.' Dat gebeurde uiteindelijk niet. Marc Emmers vertrok in 1992 naar Anderlecht maar knieperikelen hielden hem daar van zijn beste niveau uit de Mechelse gloriedagen. 'Ik beschouw het niet als een gemis, uiteindelijk werd ik in 1989 wel verkozen tot Profvoetballer van het Jaar. De Gouden Schoen kreeg toen al meer aandacht, maar in mijn ogen had die titel van Profvoetballer van het Jaar meer waarde aangezien die van collega's kwam. Als aandenken kreeg ik een beeldje van een doel met daarin een voetbal, allemaal in edelmetaal. Toch ook redelijk wat geld waard, denk ik.' Sport 90, de voorloper van Sport/Voetbalmagazine, titelde: Zonder discussie. Franky Van der Elst behaalde 110 punten meer dan zijn eerste achtervolger, Luis Oliveira. Het moet wel gezegd dat de Belgische Braziliaan zijn 203 punten behaalde in alleen de tweede stemronde. Hij is ook het slachtoffer van een slechte gewoonte: de bestuurders van de KBVB, die ook deelnemen aan de stemming, gaven in die tijd nooit punten aan buitenlandse spelers of voetballers van buitenlandse origine... Oliveira hoort de uitslag aan met de glimlach en veel fair play: 'Ik zou al tevreden geweest zijn met een plaats bij de eerste vijf, zelfs met de vijfde plaats. Dus die tweede stek is heel goed. Mocht ik Van der Elst geklopt hebben, zou ik dat vervelend gevonden hebben. Van alle spelers in de competitie is hij diegene die het verdiende, punt aan de lijn.' Mogelijk was Oliveira ook het slachtoffer van de versnippering van de punten: Luc Nilis eindigde als derde en men weet dat nogal wat stemgerechtigden vaak aarzelen om twee spelers van dezelfde club in hun top drie te zetten. Van der Elst profiteerde ook van het feit dat Club Brugge de titel gewonnen had en dat hij met de Rode Duivels naar het WK in de Verenigde Staten ging. Op 9 januari 1993 werd in het Casino van Knokke de Gouden Schoen van 1992 uitgereikt. Thuis voor de buis zat Dany Verlinden, de doelman van de kampioen die in het najaar ook had deelgenomen aan de allereerste Champions League. Tot zijn verrassing zag hij vanuit zijn zetel dat hij tweede werd, met 152 punten, één punt meer dan Josip Weber. Verlinden: 'Philippe was de terechte winnaar. Josip verdiende tweede te zijn, ik denk dat hij dat jaar meer dan 20 keer scoorde. Maar goed, misschien was het wel de beloning die ik het jaar voordien had moeten krijgen. Dat seizoen presteerde ik sterker, vond ik.' Waarom zat hij thuis voor de buis? Verlinden: 'Omdat ik kwaad was. Zoals gezegd was ik het jaar voordien sterk. Zo sterk dat ze me zelfs in het lijstje der favorieten duwden. Daar werd dan wat publiciteit rond gemaakt. Oké, winnen moest ik niet (de winnaar werd Marc Degryse, nvdr), maar ik werd die avond niet eens vermeld. Achteraf, op de receptie, kwam er iemand naar me toe die zelf ook had gestemd. Straf hé, zei die, je had niet één punt. Dat was zo'n teleurstelling, dat ik het jaar erop thuis bleef.' Opslag kreeg hij niet na zijn tweede plaats, maar de erkenning vond hij wel fijn. Verlinden: 'Ik weet dat in zo'n lijstje alleen de winnaar telt, maar dat ik ooit eens tweede werd in de Gouden Schoen, daar ben ik toch fier op. Niet veel voetballers kunnen dat zeggen.'Een kleine aardbeving vond plaats die avond in 1995. Na de bekendmaking van de stemmen uit de eerste ronde was iedereen ervan overtuigd dat de Gouden Schoen niet meer kon ontsnappen aan doelman Gilbert Bodart. 'Voor de ceremonie hoopte ik er eigenlijk niet op', verklaart de gewezen international. 'Ik was er immers van overtuigd dat hij bestemd zou zijn voor een Vlaamse speler, maar na die eerste resultaten dacht ik dat de prijs mijn richting zou uitgaan.' Een verkeerde inschatting, want Paul Okon haalde alsnog de achterstand op. 'Wist je dat een specifieke match ervoor zorgde dat ik de zege misliep?', vertelt Bodart, verwijzend naar zijn allerlaatste interland voor de Rode Duivels. 'Het was tegen Denemarken, waarbij Gunther Schepens de bal per ongeluk uit mijn handen trapte en Michael Laudrup scoorde. Zo misliepen we de kwalificatie voor de EK-eindronde en die goal betaalde ik cash op het moment dat er moest worden gestemd voor de Gouden Schoen.' Enkele uren na de ceremonie trekt Bodart met Standard op verplaatsing naar Cercle. 'We winnen met 0-1 en ik stop een penalty in de allerlaatste minuut. Indien ik vandaag moet kiezen tussen die wedstrijd en de Gouden Schoen, dan ga ik voor die match. Ik had een compleet seizoen alles kapot gespeeld, maar ik kreeg er niet de juiste beloning voor.'In het seizoen 1997/98 speelden de grote favorieten voor de Gouden Schoen 1998 in hetzelfde team: Branko Strupar en Souleymane Oulare, spitsen van KRC Genk en beiden ontzettend belangrijk in de ploeg van Aimé Anthuenis, de ene met zijn traptechniek en de andere met zijn explosiviteit. Beiden verdienden ze de Schoen te winnen, vonden ze zelf ook, en beiden wilden ze hem ook absoluut winnen. Hoe dichterbij de verkiezing kwam, hoe meer de media op het 'duel' gingen focussen en hoe spannender het in de kleedkamer van Genk werd. Aimé Anthuenis, die met KRC in volle titelstrijd was, wou niet kiezen tussen zijn twee poulains en telkens als hij gevraagd werd wie volgens hem de Schoen verdiende te winnen, antwoordde hij: 'Strulare!' Het was Strupar die in de studio's van VTM als winnaar uit de bus kwam. Oulare eindigde als tweede en stuurde uit ontgoocheling zijn kat naar de verkiezing van de 'Profvoetballer van het Jaar' vier maanden later in het casino van Knokke. Maar daar bleek de uitslag net andersom te zijn: 1. Oulare; 2. Strupar. Zo was uiteindelijk toch iederéén tevreden na het seizoen waarin de Limburgse fusieclub voor het eerst landskampioen werd.Dat Wesley Sonck in 2001 als topschutter van KRC Genk zou winnen, was geen verrassing, ook niet voor Gert Verheyen. Het was niet met knikkende knieën dat de Clubspeler naar de uitreiking ging waar de Braziliaanse voetballegende Pelé Sonck zijn Gouden Schoen gaf. 'Ik had nooit veel punten gekregen de jaren daarvoor. Op mijn type spelers werd eenvoudigweg niet gestemd. Nu ligt dat een beetje anders, omdat er in onze competitie minder sierlijke voetballers met een individuele actie zijn dan vroeger. Doorgaans ging ik niet eens, zo'n uitreiking was niet mijn favoriete avondje uit. Toen ging ik wel, omdat ik wist dat ik voor één keer wat punten zou krijgen. Die score was gebaseerd op twee momenten: het belangrijke kwalificatieduel in de barrage tegen Tsjechië, waarin ik een belangrijke goal maakte, en de vier goals in één match die ik met Club tegen Charleroi scoorde.' Doorgaans weten spelers van tevoren wie zal winnen, meent Verheyen: 'Ik weet nu dat het JoséIzquierdo zal zijn. Als het iemand anders is, nodig ik je uit in een sterrenrestaurant naar keuze.'Er stond geen maat op de eindwinnaar, want de Ivoriaanse flankaanvaller Aruna Dindane won met 378 punten voorsprong op Walter Baseggio. 'Ik vertrok naar die gala-avond zonder een sprankeltje hoop', rakelt de gewezen middenvelder op. 'Dindane torende boven de rest uit, zo eenvoudig was het. Wanneer een spits zo veel doelpunten maakt, dan is het altijd eenvoudiger voor die speler om de Gouden Schoen te krijgen. En zeker in vergelijking met een speler die een positie lager in het veld staat. Ook dit jaar verwacht ik een dergelijk scenario met Lukasz Teodorczyk. Ik won de Gouden Schoen dan wel niet, toch ben ik heel fier driemaal in amper vier jaar tijd op het podium te hebben gestaan. Het was een bewijs van mijn regelmaat. Maar nog meer vereerd ben ik door de prijs van de Profvoetballer van het Jaar. Dat is een echte trofee, omdat je wordt gekozen door je ploeggenoten en tegenstanders. Er is daar geen vriendjespolitiek of gesjoemel mogelijk. Maar ik koester geen enkele wrok. Het zou geen verdere impact hebben gehad op de rest van mijn loopbaan.' Baseggio herinnert zich het feestje op Anderlecht de daaropvolgende dag. 'We trainden in het stadion, daarna trokken we naar de vipruimte waar er champagne en taart klaar stond. We moesten het wel rustig houden, want we hadden ook nog een wedstrijd dat weekend.'Het was een historische zege voor Vincent Kompany, die Luigi Pieroni op 403 punten achterstand zette. 'Een logische overwinning', moet de voormalige topschutter van Excelsior Mouscron er vandaag nog eens om lachen. 'Maar je mag niet uit het oog verliezen dat ik mijn totaal sprokkelde in de eerste stemronde, want ik speelde voor Auxerre toen de tweede stembeurt werd gehouden. Meer dan honderd punten in één ronde, dat is toch niet slecht, zeker voor iemand die pas kwam piepen op het hoogste niveau. Kompany had gewoon alles, en hij was nog erg jong.' Pieroni beleefde de avond op een heel speciale manier. 'Ik kende zelfs de datum van de uitreiking niet, echt waar. Als ik het goed voor heb, moest ik toen zelfs voetballen. Op het einde van de avond kreeg ik een telefoontje met de melding dat ik als tweede was geëindigd. Een complete verrassing, want ik had me nooit gefixeerd op die trofee. Mocht ik langer in de Belgische competitie zijn gebleven, dan zou ik misschien nog kans hebben gemaakt op die prijs. Maar ik ben het prototype van een voetballer die nooit spijt heeft van zijn keuzes. Het aanbod van Auxerre, dat was een trein die maar één keer passeerde.''De punten die ik kreeg tijdens de eerste stembeurt waren een beloning voor mijn knalperiode bij de Rouches, waar ik meer dan twintig keer scoorde. Ik eindigde als tweede in het topschuttersklassement', herinnert Mémé Tchité, momenteel aan de slag bij WS Bruxelles, zich nog goed. 'In alle eerlijkheid moet ik toegeven dat ik ervan overtuigd was de Gouden Schoen te veroveren. Ik was dan ook heel verbaasd en ontgoocheld. Nu durf ik nog luidop te zeggen dat ik de prijs evenveel verdiende als Mbark Boussoufa. Maar ik heb me daarna niet in zelfmedelijden gewenteld. De dag nadien op training slaagde Frankie Vercauteren erin me op te peppen, met als gevolg dat ik zowat alles won: de titel, de Ebbenhouten Schoen voor beste Afrikaanse voetballer in België, de trofee van Profvoetballer van het Jaar. Het bewijs dat ik mentaal tegen een stootje kon.' In 2006 was de top tien samengesteld uit heel wat spelers van paars-wit, met ereplaatsen voor Nicolás Frutos (3e), Lucas Biglia (4e), Daniel Zitka (6e) en Pär Zetterberg (9e). 'Mooi, maar het blijft toch vooral een individuele bekroning', besluit Tchité. 'Ik kreeg de Gouden Schoen niet, maar dat stond mijn transfer naar Racing Santander niet in de weg. Mijn loopbaan zou niet anders zijn geweest door die prijs. Mijn carrière zou er wél volledig anders uitgezien hebben, als ik voor de Rode Duivels had mogen uitkomen.' DOOR PIERRE DANVOYE, FRÉDÉRIC VANHEULE, MATTHIAS STOCKMANS, PETER T'KINT & CHRISTIAN VANDENABEELE - FOTO'S BELGAIMAGE