Onze taxichauffeur waant zich een reïncarnatie van Ayrton Senna. Nelson Piquet was van oordeel dat in Rio rijden gevaarlijker was dan op de Nürburgring en het verhaal gaat dat Jackie Stewart ooit lijkbleek uit zo'n gele auto stapte.
...

Onze taxichauffeur waant zich een reïncarnatie van Ayrton Senna. Nelson Piquet was van oordeel dat in Rio rijden gevaarlijker was dan op de Nürburgring en het verhaal gaat dat Jackie Stewart ooit lijkbleek uit zo'n gele auto stapte. De eerste blik op de kolossale arena valt tegen. Het stadion oogt helemaal niet zo indrukwekkend en het zicht wordt belemmerd door de enorme tenten die opgetrokken zijn om de gasten van de Confederations Cup op te vangen. Maracanã is echter geen iconisch stadion vanwege zijn afmetingen, maar vanwege zijn geschiedenis. Het werd gebouwd voor het WK '50 als een monumentale metafoor voor de ambities en de ongeëvenaarde passie voor voetbal van de Brazilianen. Europa kreunde nog onder de verwoestingen van de oorlog en Brazilië was de enige kandidaat om de wereldbeker te organiseren. Maracanã moest aantonen dat het land ernstig moest worden genomen op de internationale scène. "Vandaag heeft Brazilië het grootste en modernste stadion ter wereld", schreef de krant O Mondo uit Rio. "Het bewijs van de competentie van zijn inwoners op alle gebieden van menselijke activiteit." Mario Filho had het in Jornal des Sports over "een bouwwerk dat Brazilië een nieuwe ziel zou geven, een slapende reus wakker zou schudden en het land een plaats in de moderne wereld geven". De bouw van Maracanã begon in 1948 en het stadion werd officieel geopend op 16 juni 1950, acht dagen voor de eerste partij van het WK, met een testmatch tussen een selectie uit Rio de Janeiro en een selectie uit São Paulo. De eerste goal in de nieuwe tempel was van de voet van Didi. Het applaus kwam van de bouwvakkers, die nog massaal aan de slag waren. Voor de eerste wedstrijd van het WK - door Brazilië met 4-0 gewonnen van Mexico - had de FIFA een openingsshow met vuurwerk bedacht. Toen als onderdeel van de ceremonie 21 kanonschoten werden gelost, viel er een regen van schilfers op de hoofden van de 81.649 toeschouwers neer, omdat de muren nog onvoldoende gehard waren. Bij de tweede partij van Brazilië werd het nog erger. De Joegoslavische aanvoerder Rajko Mitic liep in de spelerstunnel een hoofdwonde op door een ijzeren uitsteeksel. De scheidsrechter stelde de aftrap uit, maar het duurde nog twintig minuten vooraleer Mitic zich bij het elftal kon voegen. En dan was er natuurlijk nog 'de Noodlottige Finale' van het WK van 1950. Een echte finale was het niet. Het was gewoon de laatste match van de wereldbeker en Brazilië had tegen Uruguay voldoende aan een gelijkspel om de wereldkroon te veroveren. Een probleem kon dat niet zijn. De Brazilianen hadden in de tweede groepsfase gehakt gemaakt van Zweden (7-1) en Spanje ( 6-1). Die laatste partij zorgde voor een nieuwigheid. Het thuispubliek zwaaide met witte zakdoekjes om de Spanjaarden uit te wuiven en scandeerde bij elke baltoets van het eigen team 'olé', zoals bij een stierengevecht. Uruguay had tegen Zweden moeizaam gewonnen en tegen Spanje slechts gelijkgespeeld. De thuisploeg kwam in het slotduel van het WK '50 net voor de rust op voorsprong en toen leek de buit helemaal binnen. De eerste editie van de krant A Norte rolde al van de persen met op de voorpagina een ploegfoto en de kop: 'Deze jongens werden wereldkampioen'. Maar Uruguay had in de eerste groepsronde vanwege enkele forfaits slechts één wedstrijd moeten spelen (8-0-winst tegen Bolivia) en was veel frisser. Juan Alberto Schiaffino stelde gelijk en elf minuten voor tijd ging in heel het land het licht uit toen Alcides Ghiggia voor 1-2 zorgde. "Slechts drie mensen kregen Maracanã stil", vertelde Ghiggia vele jaren later. "Frank Sinatra, paus Johannes Paulus II en ik." De dag na de nederlaag begon het zwartepieten. Letterlijk. De drie zondebokken waren Bigode, Juvenal en Barbosa. Niet toevallig de drie gekleurde spelers van het team. Bigode werd een lafaard genoemd en Juvenal een drinkebroer. De hoofdschuldige was doelman Moacir Barbosa, die bij de beslissende treffer tegenvoets in de korte hoek werd geklopt. Een oud verhaal werd weer opgerakeld. Bij zijn debuut in 1945 tegen Rusland incasseerde hij twee doelpunten in tien minuten. De goalie zou nadien zo bang geweest zijn dat hij even het veld moest verlaten om een nieuw broekje aan te trekken. Barbosa werd tot het einde van zijn dagen behandeld als een paria en stierf in 2000 als een berooide stakker. Hij kreeg nooit de kans die dag in juni 1950 te vergeten. Toen hij in 1994 bij het Braziliaanse trainingskamp in Teresopolis langsliep, werd hem de toegang geweigerd omdat hij ongeluk zou brengen. "Het ergste wat ik ooit meemaakte, was twintig jaar na de finale", vertelde hij ooit. "In de supermarkt hoorde ik een vrouw tegen haar zoontje zeggen: dat is de man die heel Brazilië deed huilen." De Argentijnen noemen het debacle van 1950 'Maracanãzo', de optater van Maracanã, en wrijven zich daarbij in de handen. "In de tragedie van 1950 betaalden we voor alle zonden van de laatste 45 generaties", noteerde toneelschrijver en voetbaljournalist Nelson Rodrigues. "Elk land heeft een nationale ramp die met niets uit te wissen valt, iets zoals Hiroshima. Onze catastrofe, ons Hiroshima, is de nederlaag tegen Uruguay van 1950. Veel van de Brazilianen van vandaag waren nog niet geboren, maar het verlies blijft nazinderen omdat voetbal zo'n cruciale rol speelde bij het tot stand komen van de moderne Braziliaanse identiteit." Ook de antropoloog Roberto DaMatta noemde het de grootste tragedie in de hedendaagse geschiedenis van Brazilië. "Omdat het een collectieve ervaring was en tot het verenigde besef leidde dat een historische kans werd gemist. Het gebeurde bovendien aan het begin van een decennium waarin Brazilië zichzelf een mooie toekomst voorspelde. Het resultaat was een eindeloze zoektocht naar een verklaring en de schuld voor deze schandelijke nederlaag." Meer dan 200.000 toeschouwers woonden de dramatische finale bij. Dat aantal werd later officieel gecorrigeerd tot 174.000, nog altijd tien procent van de toenmalige bevolking van Rio. Maracanã heeft overigens ook het record van het drukst bijgewoonde clubduel op zijn naam staan. Op 12 december 1963 zagen 194.603 fans het 0-0-gelijkspel tussen Vasco da Gama en FC Santos. Al meer dan zestig jaar worden hier niet alleen de wedstrijden van het Braziliaanse elftal afgewerkt, maar ook alle topwedstrijden van de vier groten van Rio. Vasco da Gama, Botafogo, Fluminense en Flamengo hebben immers kleine stadions. Maracanã was ook het decor van onvergetelijke derby's en wonderlijke doelpunten. Pelé maakte hier op 19 november 1969 zijn duizendste goal - helaas 'slechts' een strafschop. Voor het stadion staat een plaque om de mooiste goal uit de carrière van 'O Rei' (de Koning) te herdenken. Met Santos begon hij tegen Vasco da Gama halfweg de eigen speelhelft een dribbel en gaf zes tegenspelers het nakijken vooraleer hij de bal aan de overkant in het net deponeerde. In de volgende decennia geraakte het beton van Maracanã compleet in verval. Niet het minst vanwege de urine van duizenden supporters die geen minuut van de wedstrijd wilden missen. Als gevolg van hooliganisme werd het stadion ook geplaagd door dodelijk geweld en fatale ongevallen. In 1992 vielen er drie doden en vijftig gewonden toen een hoger gelegen deel van de tribunes instortte. De huidige verbouwing is al de vierde sindsdien. Telkens werd de capaciteit verlaagd, voor een totaal kostenplaatje van 650 miljoen euro. De maximumcapaciteit werd herleid van 200.000 naar 76.000 plaatsen. Allemaal zitplaatsen en voor het eerst werd het stadion helemaal vernieuwd. Alleen de schelp werd behouden. Nieuw zijn de loges, businessseats, eetstandjes, merchandisingshops en propere toiletten. Het nieuwe Maracanã is vooral mooi en imposant aan de binnenkant. De gigantische kom heeft kleur gekregen met gele en daarboven hemelsblauwe zitjes. De kleuren van Brazilië, maar ook van het zand en de lucht boven Copacabana. Het valt me voor het duel tussen Mexico en Italië op dat het vrij stil is in het stadion. Is dat omdat er geen Braziliaans team op het veld staat of omdat het sambaritme van de bateria ontbreekt, omdat de FIFA alle instrumenten heeft verboden? Of heeft ex-coryfee Romario gelijk? "De ziel is uit het stadion gehaald", sakkerde de ex-speler van PSV en Barcelona. Een verwijzing naar het verdwijnen van de geral, de staanplaatsen ter hoogte van het veld, waar de exotisch uitgedoste fans voor minder dan een euro naar een wedstrijd konden kijken. De geraldinhos waren de toeschouwers met het minste geld die het meeste lawaai maakten. "Zonde", meende ook Christoph Gaffney, professor aan de Federale Fluminense Universiteit. "Maracanã was de meest democratische plek in Rio. Alle lagen van de bevolking kwamen hier samen. Dat is nu het verleden." Voor de oefeninterland van begin deze maand tegen Engeland kostte het goedkoopste toegangskaartje 36 euro, dat is twintig keer duurder dan tien jaar terug. 'Het vak voor het volk' verdween echter al bij de verbouwing van 2005. "Ik vind het prachtig", vertelde Zico, de heerlijke linkspoot uit de jaren 80. "Dit is onze tempel. Omdat dit stadion alleen voor voetbal wordt gebruikt, heeft het een grote zuiverheid als locatie. Maracanã moest veranderen. De toeschouwers hebben voortaan een beter zicht en zitten dichter bij het veld." "Maracanã is voor ons wat het Sint-Pietersplein is voor Rome", stelde viceminister van Sport Luis Fernandes. "Het is de thuishaven van onze nationale religie en het decor van vele dromen van de Brazilianen. Dit stadion betekent zo veel voor ons allemaal en is ook belangrijk voor de ontwikkeling van Brazilië." Mexico en Italië betreden het heilige gras. Een orkaan van lawaai breekt los. Koude rillingen lopen over je rug. Maracanã blijft pure magie. DOOR FRANÇOIS COLIN IN RIO DE JANEIRO"Slechts drie mensen kregen Maracanã stil: Frank Sinatra, paus Johannes Paulus II en ik." Alcides Ghiggia "Maracanã is voor ons wat het Sint-Pietersplein is voor Rome." Luis Fernandes