Grote consternatie in het Nederlandse veldrijden. Het Nederlandse Olympische Comité (NOC) schrapte het veldrijden uit de lijst van erkende topsporten, wat betekent dat de cyclocross per 1 januari 2009 niet meer op overheidssubsidies kan rekenen voor bijvoorbeeld stages en reiskosten voor wedstrijden. Aan de grond ligt een nieuwe regelgeving die stelt dat er op het WK van een sporttak bij de mannen deelnemers uit minstens 24 verschillende landen moeten opdagen. Op het WK in Treviso begin dit jaar tekenden slechts 22 landen present.
...

Grote consternatie in het Nederlandse veldrijden. Het Nederlandse Olympische Comité (NOC) schrapte het veldrijden uit de lijst van erkende topsporten, wat betekent dat de cyclocross per 1 januari 2009 niet meer op overheidssubsidies kan rekenen voor bijvoorbeeld stages en reiskosten voor wedstrijden. Aan de grond ligt een nieuwe regelgeving die stelt dat er op het WK van een sporttak bij de mannen deelnemers uit minstens 24 verschillende landen moeten opdagen. Op het WK in Treviso begin dit jaar tekenden slechts 22 landen present. Door de degradatie wordt het veldrijden in Nederland op gelijke hoogte gesteld met rolstoeldansen, aangepast mennen en onderwaterhockey, terwijl dammen, driebanden en korfbal wel in de lijst van topsporten blijven staan. Dit ondanks het feit dat het met de populariteit van de cyclocross in Nederland almaar beter meevalt. Zo keken op zondag 9 november 732.000 mensen naar de uitzending van de wereldbekercross van Pijnacker. Ter vergelijking: op diezelfde dag haalde de wereldbeker schaatsen maximaal 849.000 kijkers en Studio Voetbal 829.000 kijkers. In België keken op 9 november 344.965 mensen naar het rechtsstreekse verslag van de cross in Pijnacker op Sporza. Het nieuws over de degradatie van het veldrijden komt bijzonder ongelukkig, gezien Nederland net in januari 2009 het wereldkampioenschap cyclocross organiseert in Hoogerheide en met Lars Boom en Marianne Vos een wereldkampioen bij de elite en een vicewereldkampioen bij de dames heeft rondrijden. Lars Boom stelde al voor om zijn regenboogtrui te veilen en dat geld te gebruiken om de kosten van andere leden van de nationale selecties te drukken, maar zo ver hoeft het voorlopig niet te komen. Joop Atsma, voorzitter van de Nederlandse wielerbond en tevens Kamerlid voor de CDA, bracht de politieke discussie op gang en noemde het verlies van het topsportstatuut in De Volkskrant "een belediging voor de sporters en alle organisatoren, en een miskenning van wat we in het verleden in Nederland voor deze sport hebben gedaan. Ik moet bijna met een zonnebril naar de veldritten in België, want ik schaam me voor mijn land." Over de regel dat er 24 landen moeten deelnemen aan het WK, zegt Atsma: "Je kunt makkelijk dertig landen aan het WK laten deelnemen. Maar het veldrijden heeft ervoor gekozen dat juist niet toe te laten. Niemand zit te wachten op deelnemers die al na drie ronden worden ingehaald." Na de interpellatie van Atsma in de Kamer, tussenkomst van UCI-voorzitter Pat McQuaid en een hoop onvrede en dreigementen vanwege de renners en rensters zelf werd een overgangsregeling uitgewerkt, waarbij het veldrijden nog twee jaar in aanmerking komt voor subsidies. Hoe het daarna verder moet, is vooralsnog niet duidelijk.