Een week voor de start van de competitie verzamelde Cercle Brugge de media voor de traditionele persconferentie. Dat gebeurde in de onbevangen en ongedwongen sfeer die Cercle zo kenmerkt. Er werden ambities uitgesproken, zij het op een getemperde toon, ergens vroeg iemand zich af of play-off 1 niet tot de mogelijkheden behoorde.
...

Een week voor de start van de competitie verzamelde Cercle Brugge de media voor de traditionele persconferentie. Dat gebeurde in de onbevangen en ongedwongen sfeer die Cercle zo kenmerkt. Er werden ambities uitgesproken, zij het op een getemperde toon, ergens vroeg iemand zich af of play-off 1 niet tot de mogelijkheden behoorde. Dat klonk niet eens overdreven. Cercle had die het seizoen daarvoor in extremis gemist en op Nuno Reis en in mindere mate Amido Baldé na waren de belangrijkste spelers gebleven. Bovendien leken er goeie aankopen te zijn verricht. Stef Wils moest met de ervaring van meer dan 250 wedstrijden in eerste klasse de defensie verstevigen, de Nigeriaanse jeugdinternational Michael Uchebo leek een veelbelovende targetspits en Tim Smolders is wel niet van de snelste, maar de middenvelder moest met zijn vista lijn in het spel brengen. De nieuwe voorzitter Paul Vanhaecke keek de toekomst al even rooskleurig tegemoet als trainer Bob Peeters. Net zoals zijn voorganger Frans Schotte benadrukte Vanhaecke nog maar eens waar het bij Cercle om draait: het is een vereniging met een sociale missie, een kweekvijver voor pril talent. De samenstelling van de selectiegroep illustreerde dat alleen maar: van de 24 spelers uit de A-kern waren er 14 onder de 23 jaar, onder wie 6 spelers uit de eigen jeugd. Zes maanden later is Cercle Brugge gezakt naar de bodem van het klassement. Het zag zich zeer tegen zijn gewoonte in genoodzaakt om de radeloze trainer Bob Peeters door te sturen, er werd wat ervaring aangetrokken, maar onrust en paniek sijpelde er naar buiten niet door. Paul Vanhaecke probeert in deze donkere tijden te relativeren, ook al is het voor een aantal mensen een sociaal drama als Cercle effectief zou degraderen. En ook al is het dan de vraag hoe snel je uit tweede klasse kan terugkeren. Toch blijven de missie en de visie van Cercle dezelfde en wordt het familiale karakter verder gekoesterd als een kostbaar relikwie: geen gezaag en gezeur, geen patserigheid, geen uitvluchten, geen drang van bestuurders om zich te profileren. Het levert groen-zwart overal in het land een sympathiek imago op. Het is een vreemde paradox: als Cercle Brugge degradeert, gebeurt dat met een visie. Daarin verschilt het van Beerschot en Lierse, de twee andere clubs die in de kelder van het klassement belandden. Beerschot is met Jacky Mathijssen aan zijn derde trainer toe en stelde deze competitie al 32 spelers op. Het trok in het begin van het seizoen met Adrie Koster een trainer aan die alleen kan functioneren in een ploeg die dominant voetbal brengt en met een groep die gedragen wordt door een grote mate van (zelf)discipline. Je vraagt je soms af hoe clubs trainers screenen. Niet veel beter is het wat dat betreft bij Lierse, waar de almachtige Maged Samy ongehinderd de blunders mag blijven opstapelen. Zijn ingreep om Chris Janssens te vervangen door Hany Ramzy leverde niets op. Onduidelijk is op grond van welke kwaliteiten Ramzy daar is neergezet. Zijn selectiepolitiek is ondoorzichtig en een toonbeeld van discipline blijkt hij ook niet te zijn. Met weemoed moeten de supporters terugdenken aan de tijden dat ook Lierse van de jeugdwerking zijn hoogste prioriteit maakte, aan de periode dat de ploeg onder Erik Gerets kampioen werd. Met ook spelers die op het Lisp waren gevormd en gekneed. En met de warme sfeer die nu altijd bij Cercle Brugge heerst. Het is op lange termijn nooit een zegen voor een club als figuren die het voetbal niet kennen de macht grijpen. Tenzij ze zich omringen door competentie en de bereidheid tonen te luisteren. Bizar is wel dat Maged Samy in tijden van nood geen extra investeringen in Lierse doet, terwijl hij daartoe wel de mogelijkheden heeft. Beerschot daarentegen is verre van schuldenvrij, maar maakte tijdens de winterstop toch weer fondsen los. Het is de omgekeerde wereld. Maar het levert wellicht de redding op: als er zaterdag in een echt overlevingsgevecht tegen Lierse wordt gewonnen, lijkt de veilige veertiende plaats een zekerheid. Maar de club is geen stap verder geraakt. In een seizoen dat, zo viel vooraf te beluisteren, in het teken moest staan van de sportieve stabiliteit. Dat soort kreten zal je bij Cercle Brugge nooit horen. In een opgeblazen wereld blijft het zichzelf. In goede en slechte tijden. DOOR JACQUES SYSJe vraagt je af hoe clubs trainers screenen.