Sommige voetballers nemen wel een heel lange omweg naar de top. Neem Guillaume Hubert, de doelman van seizoensrevelatie KV Oostende. Hij is de zoon van een keeper, die nog voor Anderlecht en later Standard voetbalde. Je zou zeggen: logisch dus, die positie. Niet in zijn geval. Hubert zal in de loop van het gesprek toegeven: 'Mijn papa was tégen. Ik zal je zelfs meer zeggen: als ik een zoon zou hebben die ook wil voetballen, zal ik ook tegen zijn. Waarom? Omdat het een heel ondankbare rol is. Ik vind het fantastisch, maar elke dag doe je je pijn. Fysiek en mentaal.'
...

Sommige voetballers nemen wel een heel lange omweg naar de top. Neem Guillaume Hubert, de doelman van seizoensrevelatie KV Oostende. Hij is de zoon van een keeper, die nog voor Anderlecht en later Standard voetbalde. Je zou zeggen: logisch dus, die positie. Niet in zijn geval. Hubert zal in de loop van het gesprek toegeven: 'Mijn papa was tégen. Ik zal je zelfs meer zeggen: als ik een zoon zou hebben die ook wil voetballen, zal ik ook tegen zijn. Waarom? Omdat het een heel ondankbare rol is. Ik vind het fantastisch, maar elke dag doe je je pijn. Fysiek en mentaal.' Dat dacht zijn vader ook en daarom spoorde hij hem aan op het veld te beginnen. Helaas ontbrak het Guillaume daar aan talent. Hubert: 'De trainer zag snel dat ik niet goed genoeg was. 'Ga maar in doel staan.' Ik wilde dat ook, en uiteindelijk bond mijn papa in. Met véél tegenzin.' Het parcours van zijn jeugd leest als een Ronde van België: Hornu, Frameries, Mons, Charleroi, Standard, Valenciennes in Frankrijk, terug naar Standard. Hubert: 'Dat had een paar redenen. Eén: de verhuis van mijn ouders. Zo kwamen we in Charleroi terecht. Daar pikte Standard me dan weer op. De tweede reden was: ik studeerde nogal makkelijk. Toen ik in Luik belandde, volgde ik een economische richting en wilde ik niet overstappen naar sport. Het probleem was dat ik daardoor weinig faciliteiten kreeg. Ik miste vaak twee uur les 's ochtends en een uurtje na de middag. Het was veel om alles 's avonds in te halen, zonder leraar. Ik herinner me nog dat mijn cursus wiskunde op het einde van het schooljaar eens flinterdun was. Op twee weken tijd moest ik de stof van een heel jaar studeren. Omdat ik in die periode bij de nationale jeugd zat, kende Valenciennes me en kwamen ze me halen. Hun centre de formation was veel beter afgestemd op de combinatie studie-topsport. Vandaar dat ik een Frans diploma heb van de secundaire school.' Hubert probeerde vervolgens verder te studeren, maar die combinatie bleek alsnog te moeilijk. Daarop keerde hij terug naar Luik, waar hij in de A-kern terechtkwam. Vier jaar woont hij inmiddels in Vlaanderen, in het Brugse. Samen met zijn vriendin. Bij Standard leerden we hem kennen toen de ploeg, onder Guy Luzon, het moeilijk had en op een gegeven moment zelfs laatste stond. In 2015 zette de Israëlische coach de youngster, toen 21, in doel. Hubert trok zijn streng, maar wist al snel hoe laat het was toen de Rouches later op het seizoen Víctor Valdés naar Sclessin haalden. Hubert: 'Die strijd kon ik nooit winnen. Víctor was misschien niet klaar, fysiek dan, maar hij had de naam en de ervaring. Misschien was ik sportief beter dan Valdés, dat kunnen ze bij Standard inmiddels toegeven, maar de rest speelde ook mee. Ik heb geprobeerd om daar het positieve uit te halen en veel gekeken naar hoe hij het deed.' Toen de Spanjaard vertrok, haalden de Rouches een andere naam: Jean-François Gillet, die nog met België op het EK in Frankrijk zat toen hij voor de Luikse club tekende. Opnieuw wist Hubert: dat wordt toekijken. Zes maanden lang verbeet hij zijn geduld, wat niet zó moeilijk was, want hij speelde nog geregeld: drie keer Europees en een handvol wedstrijden in de competitie. Een duel tegen Club Brugge, 0-3 voor eigen publiek, werd zijn laatste optreden in de trui van Standard. Een halfjaar later wisselde hij van kamp en van landsgedeelte. De jonge, boomlange Hubert werd door Michel Preud'homme naar de Brugse landskampioen gehaald. Op zijn passage bij Club blikt hij nu met gemengde gevoelens terug. Hij heeft er wel veel geleerd, zegt hij: 'Bij Club ben ik echt als een prof gaan leven. Ik lette al op mijn voeding bij Standard, maar in Brugge werd ik nog fanatieker. Ik lette op alles: het voorbereiden van de training, de vooropwarming, de opwarming, het fysieke werk, de rust erna. Ik probeerde daar het positieve in te zoeken, om te compenseren voor het feit dat ik amper speelde.' Want op het veld zag je weinig van Hubert. Verstrikt in de grote keeperswals trapte hij er op de eigen tenen. Nooit het vertrouwen gekregen, nooit een serie wedstrijden in de basis. Momentopnamen, zoals we die ook kregen van Butelle, Horvath, Letica, Gaboelov en Vermeer. Af en toe was hij eerste doelman, af en toe tweede, veelal zelfs pas derde, zodat hij wedstrijden moest bekijken vanuit de tribune. Het meest frustrerende wellicht: je leeft een heel weekend met de groep mee naar een match, maar de beloning van een selectie komt er niet. Hubert: 'Bizarre omstandigheden, die vaak niks met voetbal te maken hadden. Er deden allerlei verhalen de ronde. Welke? Ach. Ik geef niet graag kritiek, maar het was een zeer moeilijke situatie.' Ook tijdens een uitleenbeurt aan Cercle Brugge, vorig seizoen, vond hij geen stabiliteit. Er werden hem allerlei beloftes gedaan, bijvoorbeeld dat iedereen op dezelfde lijn zou vertrekken. Maar dat was niet zo. Hubert: 'Er zijn geen geheimen. Cercle staat onder invloed van Monaco. Op gelijke voet vertrek je er nooit. Achteraf bekeken was dat een slechte keuze, maar ik betreur die niet.' Geen stabiliteit bij Cercle, Club, noch op Standard. Hubert: 'Dat is, tot voor dit seizoen, de juiste samenvatting van mijn carrière: een gebrek aan stabiliteit.' Daar stond hij dan, vorige zomer: 26 jaar oud, veel talent, maar nagenoeg geen ervaring als eerste doelman. Een paar weken voor de start van de competitie klopte KV Oostende aan. De kustclub is sterk in het zoeken naar jongens met groeimarge. KVO zette in op jonge verdedigers en zocht een hongerige doelman met ervaring aan de top (check), lengte (check) en coachingkwaliteiten (check). Hubert: 'Er waren veel onzekerheden. Ik kwam en zag allemaal nieuwe gezichten. Het is de verdienste van de hele staf dat ze jongens kozen met honger. Jongeren die iets wilden laten zien, of die hun carrière opnieuw wilden lanceren. Dat is goed in elkaar geklikt, er zitten persoonlijkheden tussen die aan de hele ploeg denken, niet alleen aan zichzelf.' Met de staf ging hij zelf hard aan de slag. Hubert: 'Een jaar zonder matchen, dat schaadt. Je probeert dat wel te compenseren in partijtjes op training - dat zijn dan jouw wedstrijden - maar het is niet altijd evident. Met de keeperstrainer ben ik hier meteen op bepaalde lacunes beginnen te werken: voetenspel, diepte op het veld, uitkomen, me manifesteren op centers, afstanden inschatten... We hebben niet direct gefocust op de start. Rond match vier of vijf moest ik er echt klaar voor zijn, zei men.' Vertrouwen, daar draait het om. In de aanloop naar het eerste duel van het seizoen kreeg hij dat. Alexander Blessin stapte op hem af en zei: 'Jij bent mijn eerste doelman.' De competitie begon met een afknapper: slecht uitvoetballen, een misverstand met Arthur Theate en al na één minuut scoorde Tarik Tissoudali. Om door de grond te zakken. Hubert: 'Veel slechter kun je niet beginnen, maar goed, we hadden nog negentig minuten om te reageren.' Als hij er nu op terugkijkt, mag die wedstrijd symbool staan voor het seizoen van KV Oostende: een slechte start (twee punten na vier speeldagen) en daarna een goeie reeks. Net zoals de kustboys zich die maandagavond tegen Beerschot herpakten, deden ze dat ook in de competitie. Op een energieke manier. Hubert: 'De groep heeft zichzelf na die nederlaag in vraag gesteld en is niet onderuitgegaan. Op zich opmerkelijk, gezien de leeftijd van veel spelers. Het heeft te maken met mentaliteit, hard werk. Dit is een van de eerste keren dat ik voel dat een hele groep samen iets wil bereiken.' Er is talent, mentaliteit, jeugdig enthousiasme én er is de coach die voortdurend stuwt en niet bang is om dingen bij naam te noemen. Hubert: 'De coach staat heel dicht bij zijn spelers en is direct in zijn communicatie. Als er iets is, hoor je dat onmiddellijk. Het vertrouwen dat hij geeft, is een factor in dit succes. Niet alleen vertrouwen in mij, maar in heel de ploeg.' In november kende KVO een terugval: vier nederlagen en een gelijkspel in vijf duels. Toen leek het een ploeg met spelers die niet underperformen maar overperformen en met hun fysieke inspanningen andere tekortkomingen compenseerden. Hubert: 'Zo voelde ik het niet. Wie boven zijn kunnen presteert, heeft het op den duur lastig, dat blijft niet doorgaan. Wij hadden een dip, maar konden ons herpakken. Die terugval had eerder met fysiek te maken, niet met kwaliteiten. Het kwam eropaan de opeenvolging van wedstrijden te leren beheersen, net als het tempo in een match. Toen we dat beter onder de knie hadden, hebben we ons herpakt. December en januari waren intens maar goed.' Ook mentaal leren volhouden speelde mee. Hubert: 'September en oktober waren goed, maar zonder afscheiding van de rest onderin. Daarna kwam die afscheiding er wel en hebben we het misschien wat losgelaten. Maar dan begon je te zien, toen we ons herpakten: ha, misschien zit er nog iets méér in. Meer dan de redding. Waarom geen play-offs? Niet dat de doelstellingen plots werden bijgesteld, maar de gedachte leefde toch: waarom dit werk niet afmaken?' Dat was dan nog niet play-off 1, top vier. Hubert: 'Dat is iets heel recents. In ons hoofd zat de top acht, daar konden we blij mee zijn. Maar een topvoetballer wil uiteindelijk altijd méér. En dan kom je uit bij play-off 1. Waarom niet? We zijn sportlui, je moet het hoogste willen. Misschien zou het ook niet slecht zijn dat het kleine Oostende daar de groten wat gaat ambeteren. De titelstrijd is beslecht, in mijn ogen toch, maar voor de rest kan alles. Het zal niet makkelijk worden, maar ons lot ligt in onze handen.' Waarom is het zo spannend? Hubert: 'De competitie is dit jaar genivelleerd, vind ik. Er steken geen drie, vier ploegen bovenuit. Iedereen heeft al slechte periodes gehad, ook de grote clubs. Door de coronamaatregelen zijn er ook meer uitoverwinningen, ik denk dat de factor supporters daar een grote rol in speelt. Kijk naar Club Brugge. Die hebben dat bijgesteld, na een moeilijk begin met twee opeenvolgende thuisnederlagen. Zulke ploegen hebben vaak spelers die adrenaline nodig hebben, de druk van de fans, om op topniveau te presteren. Geen vocale steun betekent geen beïnvloeding van de refs. Ik zal niet zeggen dat het dit seizoen 'makkelijk' was op verplaatsing, maar toch iets gemakkelijker. En dan hebben wij veel kwaliteiten: snelheid, balvastheid, complementariteit. Op elke positie kunnen we het verschil maken.' En zo is aan zee ook zijn carrière eindelijk op koers geraakt. Hubert: 'Ik heb altijd gezegd dat ik nooit écht een kans heb gekregen. Deze coach heeft me die wel gegeven. Veel mensen beseffen nu dat ik nuttig kan zijn voor een ploeg. Ik ben blij dat het hier gebeurt, omdat ik vertrouwen voel.'