'Voor de club en iedereen errond is het goed dat ze met die bekerfinale weer iets hebben om naar uit te kijken. Mijn teammanager Thierry Falda had tranen in de ogen toen we de finale bereikten. Dat toont welk belang dit heeft. De mensen in Charleroi zijn zo gepassioneerd. Of we nu winnen of verliezen, ze staan er altijd voor ons. Echt super.'
...

'Voor de club en iedereen errond is het goed dat ze met die bekerfinale weer iets hebben om naar uit te kijken. Mijn teammanager Thierry Falda had tranen in de ogen toen we de finale bereikten. Dat toont welk belang dit heeft. De mensen in Charleroi zijn zo gepassioneerd. Of we nu winnen of verliezen, ze staan er altijd voor ons. Echt super.' Aan het woord is Sam Rotsaert, die deze zomer BC Oostende inruilde voor een job als assistentcoach bij grote rivaal Spirou Charleroi. Een bommetje was dat. Want meer kustjongen dan Rotsaert rollen ze nog maar zelden van de band. Hij leerde er basketballen in de Ajaxschool van BC Oostende, maakte daar zijn debuut als prof en wanneer hij op zijn 29e voortijdig een einde moest maken aan zijn spelerscarrière vanwege aanslepende knieperikelen werd hij er aangesteld als hoofd van de geroemde jeugdopleiding. Aan de zijde van succescoach Dario Gjergja, die de kustploeg sinds zijn komst in 2011 naar acht landstitels op rij loodste, scherpte Rotsaert zijn trainerstalenten verder aan. Een passie die hem met de paplepel werd meegegeven door zijn vader Werner Rotsaert, een icoon in het Belgische basketbal en op zijn 66e nog steeds coachend bij Avanti Brugge in eerste provinciale. Al sinds zijn achttiende coacht ook zoon Sam, aanvankelijk in de lagere reeksen, maar wel bij volwassenen. Als broekje leerde hij al mannen van 34 jaar basketten. Na acht jaar uitstekend werk bij de jeugd van Oostende koos hij afgelopen zomer voor een nieuwe uitdaging. 'Ik was toe aan iets nieuws', zegt Sam Rotsaert. ' Gabriel Jean, de voorzitter van Spirou, belde mij en ik heb die kans gegrepen. Bij Oostende doorgroeien was op dat moment niet aan de orde. Aanvankelijk had ik het wel moeilijk om hier mijn rol te vinden. Als ik eerlijk ben, moet ik concluderen dat ik geen goeie assistent was. Het was wel een leerzame stap, ik weet nu zeker: ik ben een hoofdcoach.' Het was midden oktober, amper vier speeldagen ver in het nieuwe seizoen, toen Spiroucoach Pascal Angillis besliste om een stap opzij te zetten. Dat deed hij om zijn achtjarige zoontje Sidy bij te staan in zijn gevecht tegen kanker. 'Een moeilijke periode', vertelt Rotsaert. 'Ik was al even op de hoogte van de privéproblemen die Pascal kende. Hij had het zwaar om zowel voor zijn zoontje te zorgen als op het basketbal te concentreren. Hij vroeg me zelf om over te nemen. Dat was vlak voor we naar Gent moesten in de beker. Ik had al ervaring als hoofdcoach dus ik stemde in. Maar het is niet de manier waarop je je kans wilt krijgen. 'Dat Pascals zoontje weer gezond wordt, blijft het allerbelangrijkste. Ze verblijven nu in Duitsland, omdat daar de enige kliniek is waar ze zo een speciaal toestel hebben voor de bestraling van de tumor achter de oogkas. Daarna volgt een derde behandeling in België en dan een scan. Wellicht blijf ik dus hoofdcoach tot eind dit seizoen. Pascal probeert wel te helpen wanneer hij kan, hij neemt bijvoorbeeld de scouting van de tegenstrevers op zich. 'Ik heb aan Pascal wel meteen gezegd dat ik mijn eigen accenten wilde leggen als hoofdcoach, dat begreep hij ook. Kort nadien volgde dan een probleem met onze spelverdeler Joe Rahon, die plots vertrok naar het Duitse Skyliners Frankfurt. Maar in plaats van frustraties zie ik uitdagingen. We hebben onze tijd genomen om het juiste profiel te vinden als vervanger.' Dat werd Kenneth Speedy Smith, die zijn bijnaam niet gestolen heeft. Met zijn ritmeversnellingen past de Amerikaanse spelverdeler perfect in het plaatje dat Sam Rotsaert voor ogen heeft. 'Ik wilde een spelverdeler die eerst aan het team denkt en niet elke wedstrijd zijn twintig punten wil maken. Zulke old skool-spelers zijn tegenwoordig moeilijk te vinden. Dat maakt Dusan Djordjevic bijvoorbeeld zo een topper bij Oostende.' In tegenstelling tot zijn mentor Gjergja, die vooral bouwt op defensieve intensiteit en doordachte setplays, kiest Rotsaert voor sneller transitiebasketbal. Met ook Belgian Lion Khalid Boukichou, die Rotsaert nog onder zijn hoede had bij de jeugd van Oostende, werden de ontbrekende puzzelstukjes gevonden en ging Charleroi aan het draaien.'Maar we missen nog regelmaat', beseft de architect van de Spirourevival. 'Onze kern is nu veel evenwichtiger dan bij het begin van het seizoen, maar nu komt het erop aan keihard te trainen. Alleen zo creëer je automatismen. Soms spelen we bijvoorbeeld nog té snel. Door het Europese parcours, waarbij we soms zeven matchen op twintig dagen op het programma kregen, gebeurde dat te weinig. Door de uitschakeling in de tweede pouleronde krijgen we daar de komende weken wel tijd voor. Ik beschouw ons zeker nog niet op het niveau van Oostende, Antwerp of zelfs van Mons, wat mij betreft de favorieten op de landstitel.' Charleroi en Rotsaert kunnen wel bogen op de ervaring en persoonlijkheid van Axel Hervelle. De 134-voudige Belgische international werd door ex-bondscoach Eddy Casteels recent nog omschreven als 'beste Belgische basketballer ooit'. Naar impact in het buitenland is dat zeker waar. Bij Real Madrid (vijf jaar) en Bilbao (acht jaar) groeide hij uit tot een grote naam in de sterke Spaanse competitie. Vandaag is Hervelle 37 jaar oud en besliste hij dat dit sowieso zijn laatste seizoen is als speler. Daarna wordt hij sportief directeur van Spirou. 'Ik denk niet dat hij daarop terugkomt en ik ben ervan zeker van dat hij door zijn ervaring en netwerk in die nieuwe functie een meerwaarde zal betekenen, maar ergens is het ook jammer', oordeelt Rotsaert. 'Als speler kan hij zeker nog een paar jaren mee en blijft hij een zegen voor elke coach. Hij is het hart van de ploeg. Als er iemand niet intens genoeg traint, pakt hij die speler bij de kraag. Daardoor hoef ik eigenlijk amper energie te steken in dat aspect. Axel is bovendien makkelijk te coachen. Leerzaam voor andere spelers én voor mij. Hij heeft met toptrainers gewerkt, zoals Ettore Messina en Sito Alonso. Ik vraag hem soms om tactisch advies.' Rotsaert is ervan overtuigd dat Hervelle als sportief directeur de club de stabiliteit kan brengen die het al zo lang zoekt. De voorbije tien jaar was Spirou een stuurloos schip, met tal van bestuurs-, trainers- en spelerswissels. Weg was de dominantie van de jaren negentig en 2000 onder voorzitter Eric Somme, waarin de club tien landstitels en vijf Belgische bekers op het palmares mocht schrijven. Maar Rotsaert heeft geen kwaad woord over voor huidig voorzitter Gabriel Jean: 'Ik heb onze voorzitter leren kennen als een zeer correcte en joviale man. Een Luxemburger die heel wat bedrijven leidt en een succesvolle hamburgerketen bezit. Hij is eerder timide, in die zin lijkt hij wel een West-Vlaming. ( lacht) We kunnen het goed vinden met elkaar.' Samen willen ze de ooit zo kolkende Spiroudôme opnieuw tot leven wekken. Rivaal Oostende het vuur aan de schenen leggen, zoals dat vroeger gebeurde. Rotsaert glimlacht: 'Dat stond gelijk aan Club Brugge - Anderlecht, hè. Wallonië heeft toch zijn eigen beleving. Emotioneler en luider. Zowel supporters als mensen binnen de club. Die sfeer in de Spiroudôme was uniek in België. Ik hoop dat we de tijd terugbrengen dat tegenstanders denken: oei, naar Charleroi. Die schrik voor onze reputatie voel je nu te weinig. Maar je kunt dit Spirou ook niet meer vergelijken met het Spirou van tien jaar geleden, het budget is nog maar een vijfde van toen. 'Ondanks de mindere jaren blijft dit een grote club', stelt Rotsaert toch vast. 'Met zoveel personeel dat hier werkt, een eigen restaurant, cateringdienst, evenementendienst. Dit seizoen waren we twee keer uitverkocht, stilaan keren toeschouwers terug. Ik voel dat die bekerfinale iets losmaakt. Zelfs bij mijn vrienden in Oostende, die hebben beloofd te komen kijken, maar dan in een geel T-shirt. ( lacht) Een shirt van Charleroi vonden ze wat overdreven.'