Het geklater van de fontein overstemt het autogeraas van de naastgelegen weg. Over het pad langs het strakke gazon loopt Bram Nuytinck naar zijn appartement. De automatische poort sluit achter hem, de straat achter zich latend. Daar waar uitlaatgassen de lucht grauw kleuren en de verf van de hoge gebouwen veelal is afgebladderd. Waar auto's voor elkaar door schieten of op routine uitwijken voor de voorligger die plots midden op straat parkeert.
...

Het geklater van de fontein overstemt het autogeraas van de naastgelegen weg. Over het pad langs het strakke gazon loopt Bram Nuytinck naar zijn appartement. De automatische poort sluit achter hem, de straat achter zich latend. Daar waar uitlaatgassen de lucht grauw kleuren en de verf van de hoge gebouwen veelal is afgebladderd. Waar auto's voor elkaar door schieten of op routine uitwijken voor de voorligger die plots midden op straat parkeert. Die weg waaraan Nuytinck woont, snijdt door Sint-Jans-Molenbeek en leidt het centrum van Brussel in. Vierenhalf jaar woont de verdediger hier inmiddels, in de deelgemeente die veelal in het nieuws kwam na de aanslagen in Brussel exact een jaar geleden. Maar van onrust of criminaliteit heeft Nuytinck geen last. Bovendien: zijn route leidt vooral naar zijn club, RSC Anderlecht. 'Er zijn mooie delen in Brussel, maar ik zoek de stad niet gauw op. Ik wilde hier graag wonen omdat het dicht bij de club is. Ik focus me volledig op het voetbal, wil beter worden. Elke dag.' In de voorgaande vier seizoenen was Nuytinck elke ochtend als eerste op de club. Waar zijn teamgenoten zich om negen uur bij de topclub meldden, was de Nederlander er een uur eerder. 'Ik stond om kwart over zeven op en ging aan de slag met de fysiektrainer. Die heeft me zóveel beter gemaakt. Sterker, leniger, mijn loopje is veranderd. Nu doe ik dat 's middags. Na de training ga ik naar huis, dan slaap ik even en 's avonds ga ik terug naar de club, dan train ik een uur of anderhalf uur in mijn eentje. Ik voel me daar lekker bij. In de jeugd bij mijn eerste club NEC bleef ik ook altijd langer om nog wat te trappen. Twintig minuutjes maar of zo. Maar goed, elke dag twintig minuten. Word je beter van.' Al gauw was Nuytinck daar in het krachthonk te vinden. 'Ik houd van een goede uitstraling, het is belangrijk hoe je je presenteert. Ik zeg niet dat je voor een wedstrijd voor de spiegel moet gaan staan om een lading gel in je haar te smeren. Uitstraling is niet iets waarmee ik een ander wil overtuigen, maar iets waarnaar ik voor mezelf op zoek ga. Waar ik me lekker bij voel en met zelfvertrouwen het duel kan ingaan. Als verdediger moet je er staan.' Nuytinck is geen kleine jongen meer. De bos haren waarmee hij Nederland verliet, zijn er inmiddels vanaf. 'Ik werd wat kaler. Niemand die het zag, maar ik wel.' Zijn getrimde baardje en brede kaken versterken zijn karakteristieke kop en met zijn gespierde bouw staat hier een man met een zelfbewuste uitstraling. Hij is bezig aan zijn vijfde seizoen bij Anderlecht. 'Ik deed het bij NEC goed, bij Jong Oranje ook; daar zag ik jongens stappen maken bij een topclub. Dat wilde ik ook. Ajax, Feyenoord, PSV. Toen Anderlecht kwam, moest ik omschakelen. Naar België had ik nooit gekeken. In Nederland volgen we het voetbal hier gewoon minder. Maar ik weet nu dat het een competitie is die wij niet naar waarde schatten. Dat heeft met de uitstraling te maken. Het is hier wat oubollig, of zo. In het begin dacht ik: oef, wat oud. Nu zie ik de charme ervan in. Omdat je de sfeer voelt die het met zich meebrengt. Je zit er middenin en dan ga je ervan houden. Bovendien denk ik dat de competitie hier beter is dan in Nederland. Mijn keuze voor Anderlecht was de goede, weet ik nu. Ik voel me hier heerlijk. Ook als mens.' Tweehonderd kilometer ten zuiden van zijn geboortedorp Malden brachten hem in een andere wereld. Een Nederlander tussen de Belgen, het mentaliteitsverschil voelde hij meteen. 'Ik was bij NEC gewend om met een harde mentaliteit op te groeien. Je werd gewoon voor je kloten gescholden op de training. Ook ik trok mijn bek open, dan gooi je de emoties eruit en ga je verder. Dan kún je ook verder. Als je niks zegt, sta je stil.' Bij Anderlecht keken ze de eerste paar keer wat vreemd op toen hij met diezelfde mentaliteit het veld opstapte. 'Begon ik te roepen en te schelden op de training, ook tegen de jongere spelers. Dat brengt mijn fanatisme met zich mee. Ik zag die oudere gasten geschrokken kijken. Zij zijn dat niet gewend. Mensen in België zijn wat zachter, introverter. Die verschillen zullen blijven. Ik voel me hier na vierenhalf jaar nog altijd echt een Hollander. Niet dat ik me niet heb kunnen aanpassen, juist wel. Die zachtheid maakt het een omgeving waarin dat gemakkelijk gaat. Het is geen kille cultuur, juist een warme, een gevoelscultuur. Die past bij mij. Ik houd van mensen om me heen, zoek graag de buitenwereld op. Ik heb hier mensen leren kennen en mijn vriendin, familie en vrienden komen vaak over. Dan gaan we lekker uit eten.' Zo ook deze middag als hij zijn Mercedes van de club de garage uit stuurt en richting het westen rijdt. Tien minuten later bestelt hij een plat water. De serveerster lacht verlegen als ze hem herkent. 'Ik word hier vaak aangesproken. Anderlecht is de grootste club van België, mensen herkennen je. Ook in de moeilijke tijd spraken ze me aan om een gezellig praatje te maken. Dat ik vol moest houden, mijn kans wel weer zou komen. Daar had ik veel steun aan.' Aan een tafeltje achter in de hoek kijkt Nuytinck terug op zijn leven als voetballer. Eerst was er de blessure, daarna het lange wachten op een nieuwe basisplek en toen hij die weer had, was er begin dit seizoen de kritiek. 'Op sommige punten was die terecht. Natuurlijk heb ik foutjes gemaakt, maar iedereen maakt fouten. En bij mij zijn die heel erg uitvergroot. Ik had mezelf de druk opgelegd: dit seizoen wordt jouw seizoen. Dit jaar moet je presteren, je mag niet geblesseerd raken en je moet veel wedstrijden spelen. 'In het begin ging dat heel goed. Toen kreeg ik last van mijn voet, maar omdat ik niet geblesseerd mocht raken, speelde ik door. Ik wilde niet het risico lopen dat iemand anders mijn plek zou overnemen. Dan kon alles weer veranderen. Daarom ging het een paar wedstrijden minder en kwam er kritiek. Dan kun je erin blijven hangen, gaan zeuren en in kranten gaan lopen vertellen over de dingen die zijn gebeurd, maar je kunt ook gewoon hard blijven werken. Gewoon je mond houden en het bij jezelf houden. Nu zeggen mensen weer dat ik aan een topjaar bezig ben. Ach, ik ben er blij om: de kritiek heeft me sterker gemaakt.' De druk die hij zichzelf voor dit seizoen oplegde, kwam voort uit de twee jaar daarvoor waarin Nuytinck nauwelijks speelde. Na zijn eerste twee seizoenen als basisspeler van kampioensploeg Anderlecht ging de rem er noodgedwongen op door een slepende teenblessure. 'Ik voelde me tot die tijd zó lekker, zó sterk. Nu speelde ik bijna een seizoen niet, ik raakte uit beeld. In België, in Nederland. Dan hoor je niks meer van Bram Nuytinck, zo werkt het gewoon. Terwijl als je zo lekker speelt, komen er zelfs verhalen over het Nederlands elftal waarop veel mensen denken: België... Hmm, is dat wel hetzelfde als Nederland? Dat is het absoluut. Anderlecht is echt niet minder dan Ajax of PSV. Kijk naar Stefano Denswil of Ruud Vormer, die doen het goed. Zijn toch niet in beeld. Maar dat de Belgische competitie niet gewaardeerd wordt, interesseert me geen reet. Ik ben met mezelf bezig, met Anderlecht. Aan het Nederlands elftal denk ik niet. Aan andere clubs ook niet. Echt niet. Je kunt het gewoon niet plannen. Kijk naar mij, twee jaar geleden. Ik had mezelf ook toen die druk opgelegd in de hoop dat er dan misschien wel een mooie club zou komen voor een volgende stap. Ineens is alles weg omdat ik geblesseerd raakte.' Dat alles in een dag kan veranderen, wist Nuytinck. Zich echt realiseren, deed hij het nooit. 'Ik kon er daardoor niet zo goed mee omgaan. Enerzijds wilde ik leren van de tegenslag, er beter van worden en dat is uiteindelijk ook gelukt. Maar tijdens die periode zat ik er daardoor continu mee in mijn hoofd. Ik was zó kwaad over hoe het was gelopen. De fouten die gemaakt zijn in de diagnose van mijn blessure. Zo liep ik ook rond op de club. Nee, als het tegenzit, ben ik geen superfijn persoon. Ik laat merken wat ik vind. Vorig jaar ook, toen ik niet speelde. Ik ben een emotioneel mens en aan mij zie je hoe ik me voel. Meestal ben ik blij. Ik sta dus bekend als vrolijke jongen. Maar toen was ik niet blij. Dat kan tot discussies leiden, irritaties. Mensen van de staf zeiden weleens dat ik het van me af moest zetten. Ik heb de knop moeten omdraaien, hard werken en doorzetten.' Nuytinck lacht schalks. Hij beseft dat hij nu nuchter kan bezien hoe hij die tijd doormaakte, nu de emoties zijn humeur niet meer bepalen en hij weer basisspeler is onder René Weiler. 'Ik voel me weer supergoed, heel sterk. En ik speel alweer een langere tijd stabiel. Daar ben ik trots op, na twee zulke moeilijke jaren. Maar als de trainer was gebleven, weet ik niet of ik hier nog had gespeeld. Hasi en ik... Dat liep gewoon niet. Hij heeft zijn eigen methodes, zijn eigen denkbeelden, die strookten niet met de mijne. We hebben ook twee jaar geen prijzen gepakt. We waren gewoon geen team. De sfeer is nu veel beter in de kleedkamer. Vorig jaar was er meer afstand onderling, minder samenhang tussen de spelers. Nu gaat iedereen veel beter met elkaar om. 'Bovendien: ik werkte keihard, elke dag. Nog altijd steeds mezelf opladen voor die extra trainingen, in mijn eentje. Ik deed er alles aan om mijn kans te krijgen en het leek niets uit te maken. Want ik speelde toch niet. Dat voelde oneerlijk. Omdat ik me wil bewijzen. Ik ben nogal een gedreven ventje. Ik kan niet tegen mijn verlies. De blessure en daarna niet spelen, niet terugkomen, voelden óók als een verlies. Ik voel zó'n drang om me te laten gelden. Ik voer een continue strijd met het vooruitwillen. Dus als ik hier was weggegaan zonder me die laatste jaren te hebben bewezen... Dat had ik verschrikkelijk gevonden.' Waar die drang vandaan komt, weet Nuytinck wel. 'Mijn vader', zegt hij meteen. 'Mijn moeder stimuleerde ons om te sporten. Zij stond altijd langs de lijn, meestal samen met mijn broer. Mijn vader had niks met voetbal. Hij wist niet eens wat buitenspel was.' Maar met de jaren dat Nuytinck junior zich steeds meer liet gelden op het voetbalveld, stond ook Nuytinck senior wat vaker langs de lijn. 'Toen ik bij het eerste van NEC kwam, zag mijn pa wat voor aandacht het profvoetbal met zich meebrengt. In mijn tweede wedstrijd scoorde ik twee keer. Toen hij dat zag, was hij verkocht. Hij was zó trots. Sindsdien kijkt hij thuis voetbal. Alleen. In het begin wist ik niet wat ik zag of hoorde. Wist-ie ineens wat buitenspel was of kwam hij met een nieuwtje aan. Had-ie dan ergens gelezen. Na de wedstrijd stuurt hij me een appje hoe hij me vond. Dan moet ik altijd lachen. Vroeger keek hij niets en nu heeft hij er op tv een sportabonnement voor genomen. Geniaal toch?' Nuytinck leerde al vroeg zelfstandig te zijn. Zijn oudere broers en zus vertrokken uit huis toen ze gingen studeren. Op zijn achttiende vond hij de tijd ook voor zichzelf rijp. 'De studententijd leek me prachtig, die wilde ik niet missen. Ik voetbalde weliswaar dicht bij huis maar ik wilde die zelfstandigheid ervaren. Die tijd maakte me volwassener. Koken, wassen, boodschappen doen. De afstand met thuis deed me terugkijken op mijn jeugd. Dan pas zie je hoe mooi het is wat je ouders voor je gedaan hebben. Ze hebben me alle vrijheid gegeven. Mijn broers en zus richtten zich op een universitaire opleiding, ik op het voetbal. Ik geloof best dat mijn ouders dachten: wat gaat het toch met Bram worden?' Ook zijn vader kende maar één doel in zijn leven: hard studeren, hard werken. Dat doet André Nuytinck nog altijd als hoogleraar recht op de universiteit van Nijmegen. Toch was híj het die zijn zoon het laatste zetje gaf zijn studie Recht en later Economie, Management en Recht af te breken. 'Ik kwam thuis met het nieuws dat ze op school vonden dat ik me te weinig liet zien; zo kon het niet verder, zeiden ze. Mijn pa zei: 'Bram, luister, je lijkt op mij. Je werkt hard voor je passie. Maar... ook ik kan geen twee dingen tegelijk. Focus je op dat waar je voor wilt gaan, het voetbal. Houd wel je verstand erbij. Wordt het niks, dan ga je weer studeren.' Dat vind ik nog altijd bijzonder. Mijn vader had totaal geen voeling met voetbal, maar hij herkende iets van zichzelf in mij. Dat ik ergens voor ga en alles aan de kant zet voor dat ene doel, net als hij. En mijn moeder zorgde ervoor dat ons gezin de juiste basis had en ieder de ruimte kreeg om zich te ontwikkelen. Omdat mijn vader altijd aan het werk was, stopte zij als fysiotherapeute om ons op te voeden. Ze bracht ons ontzettend veel liefde. Ze deed echt alles voor ons. Dat maakt dat we thuis ongelooflijk hecht zijn, de warmte die we daar voelen... Uniek. Wij zijn alles voor elkaar.' Toch kreeg hij alle ruimte waardoor hij zich kon ontplooien. 'Ik vind het heerlijk dat ik alles zelf heb kunnen ontdekken. De droom van de ouder zie je vaak terug bij de droom van het kind. Bij mijn jeugdclub zag ik die ouders ook langs de lijn staan. En maar schreeuwen. Dat vond ik zo overdreven. Ik heb vaak genoeg bij jongens in de auto gezeten terwijl hun vader tekeerging na een slechte wedstrijd. De druk van het moeten heb ik nooit gekend. Ik wíl gewoon. Altijd gehad. Als kind kwam ik na twee trainingen om half vijf thuis en ging ik met mijn beste vriend verder op straat spelen. Keken we filmpjes en deden de trucjes na. Daar krijg je zó'n goede techniek van. Pas later komt het bewustzijn dat als je écht verder wilt, je ook mentaal sterk moet zijn. Dat is het voetbal, daar moeten we niet over zeuren. Het is weleens zwaar aan de top, maar geloof me, wij voetballers kunnen net doen alsof het allemaal heel moeilijk is. Het is juist mooi, dit leven. Er zijn zo veel andere dingen in het leven die écht moeilijk zijn. Dat moet je beseffen.' DOOR MAYKE WIJNEN - FOTO'S KOEN BAUTERS'Anderlecht is echt niet minder dan Ajax of PSV, maar dat de Belgische competitie niet gewaardeerd wordt, interesseert me geen reet.' - BRAM NUYTINCK 'Ik heb vaak genoeg bij jongens in de auto gezeten terwijl hun vader tekeerging na een slechte wedstrijd. De druk van het moeten heb ik nooit gekend.' - BRAM NUYTINCK