Wat moeten we ondertussen van Rune Lange denken ?
...

Wat moeten we ondertussen van Rune Lange denken ? Met dezelfde stelligheid waarmee de Noorse topschutter als het groot lot voor Brugge werd aangekondigd, wordt de doodbrave jongen sedert hij het shirt van Club draagt met de grond gelijkgemaakt. Als er nog vragen resten, krijg je de indruk, zijn het louter cynische. Heeft Rune zich van sport vergist ? Had hij zoals zijn oudste broer op basket moeten overschakelen ? Was hij op zijn vijftiende niet beter doorgegaan met handballen - waar hij toch zo goed in was ? Zou ook langlaufen hem niet beter hebben gelegen, eventueel in combinatie met karabijnschieten ? Als Club zaterdagavond ter gelegenheid van de Brugse Metten tegen Rayo Vallecano zijn aanhang de opvolger van Sven Vermant presenteert, zal meer nog dan op Nastja Ceh de aandacht gericht zijn op de genaamde Rune Lange. Zelfs met goeie wil viel er sedert de landing van de Noorse spits eind april laatstleden dan ook nauwelijks iets positiefs over hem in kolommen te drukken. Te vaak raakte Rune de bal niet, of raakte hij hem niet goed. Snel noch wendbaar bleek Rune, en bovendien won het lange en sterke lichaam van Rune zowel in de lucht als over de grond te weinig duels. Als onvoldoende klasseren, denk je stilaan, was het niet dat het goede nieuws dat zijn komst voorafging uit de mond kwam van de weinigen in België die hem al lang en zeer goed kennen. Rune Lange is niet een of andere exotische voetballer die in Brugge terechtkwam op doorslaggevende voorspraak van een buitenlandse collega van de garagist van de secretaresse van een bestuurslid dat graag iets speciaals doet dat niet veel geld kost. Rune Lange is er juist gekomen omdat trainer Trond Sollied, die net als hij van Tromsö afkomstig is, met zekerheid weet dat hij een spits is die zijn ploeg sterker kan maken. Die mening wordt gedeeld door Chris Van Puyvelde, die Lange de voorbije jaren ter gelegenheid van scoutingsopdrachten in Noorwegen meer dan eens bij Tromsö aan het werk zag, én door Ole-Martin Årst, die bij Tromsö met Lange samenspeelde. Dwalen zij ? Zeker is alleszins dat Rune Lange geen spits is die het individueel kan forceren. Hij is een collectieve spits. Lange is geen dribbelaar, noch is Lange een spurter. Laat je hem geïsoleerd centraal voorin staan en/of stuur je hem diep, dan krijg je - pijnlijk duidelijk soms - een spits te zien die (daarvoor) alle explosiviteit mist. Wellicht is het geen toeval dat Lange vrijdagavond in Rostock zijn tot nu toe beste wedstrijd speelde. Met spurterstypes als Josip Simic of Andrés Mendoza naast zich (in een tweemansvoorhoede) én het loopwonder Ebou Sillah infiltrerend vanuit zijn rug, wist hij er zich omringd door flitsende mannen die voor beweging rond hem zorgden. Lange was vaker aanspeelbaar, hield makkelijker de bal vast, won meer duels en scoorde een knap doelpunt toen hij clever anticipeerde op een steekbal, gepast schuin inliep om de buitenspelval te omzeilen en koel afwerkte. Voor doel, zei René Verheyen, heb ik er hem dan ook nog niet veel zien missen. Tiens, dat is dan warempel goed nieuws. Tenslotte werd Club vorig seizoen geen kampioen omdat het met gelijke spelen tegen Mechelen, Harelbeke, Aalst en La Louvière acht punten verloor tegen de laatste vier ploegen uit de klassering. Het waren wedstrijden die het domineerde en waarin het ook doelkansen creëerde, maar er geen of onvoldoende omzette. Misschien dat eens de diesel Rune Lange helemaal in zijn ritme is geraakt, hij de vice-kampioen toch nog van enig nut kan zijn. (CV).