'De grootste verandering dit seizoen is dit nieuwe oefencentrum. Alles is hier top. Het is echt wel super en nodigt uit om te werken. Als je dit vergelijkt met Jan Breydel, dan was dat daar eigenlijk een kleine schande. Alles was er oud, er was te weinig plaats, er hing een muffe geur en in de zomer was het in de kleedkamer en in de fitnessruimte veel te warm omdat er geen ventilatie was. Hier is er bovendien superveel daglicht, terwijl er ginder alleen maar een klein venstertje was om zonlicht binnen te laten.

'Je zou hier verdwalen in de ene ruimte na de andere. Na de rondleiding van de coach begin dit seizoen wist ik mij niet meer te oriënteren.

'Voor ons is de fitnesszaal het belangrijkste. Al wat daar aan toestellen staat, is het nieuwste van het nieuwste. Je ziet dat er hier meer jongens gebruik van maken en het ook met meer plezier doen, voor en na de training. Op Jan Breydel zat de fitness bij wijze van spreken al vol als je er met vijf man tegelijk bezig was.

'Hier is er meer goesting om te werken en er wordt ook langer nagebleven. Om extra te trainen, om samen in de sauna of de jacuzzi te gaan of om te biljarten. Alles is er om optimaal te kunnen recupereren en meteen de focus op de volgende wedstrijd te kunnen leggen. Met ons drukke programma dit seizoen is dat heel belangrijk.

'Er liggen hier ook twee supervelden, er is een indoorhal en een zwembad. Op Jan Breydel moesten we de tactische meetings doen in het kleine perszaaltje, waar eerst de stoelen gedraaid moesten worden en je allemaal op elkaar zat.

'Ze blijven hier maar verder professionaliseren en op alle vlakken stappen vooruit zetten. Het enige wat nu nog niet mee evolueerde met al wat ze intussen al realiseerden, is het stadion. Je weet dat het er ook ooit van komt, maar nog altijd niet wanneer precies. Hopelijk maak ik het nog mee, want ik droom ervan om ooit in het nieuwe stadion van Club te spelen. Ik groeide op bij Club, dus voor mij zou dat heel speciaal zijn.

'Dit oefencentrum is echt het begin van een nieuw tijdperk. Ik maakte nooit iets anders mee dan Jan Breydel en ik moet zeggen: het is fantastisch om elke dag naar hier te komen. Ik werk graag extra en de omstandigheden om dat te doen, zijn hier ideaal.'

DE COACH

'Met Philippe Clement is er ook een nieuwe coach. Maar we kennen elkaar al van toen hij beloftecoach was van Club. Toen ik hem hier begin dit seizoen voor het eerst weer ontmoette, was het alsof hij nooit was weggeweest.

'Natuurlijk, als hoofdcoach moet je je anders opstellen dan wanneer je hier - zoals Clement - zolang assistent-coach bent geweest. Misschien is het ook wel goed dat er intussen al veel spelers uit die periode verdwenen zijn. Want met een assistent heb je toch een andere band dan met een hoofdcoach. Als assistent was hij bijna een ploegmaat voor ons.

'Als hoofdtrainer moet je uit die vroegere rol kunnen stappen en een enorme klik maken. Je moet nog wel vriendelijk zijn, maar op het gepaste moment moet je ernstig zijn en kunnen zeggen: 'Nu moet er gewerkt worden!' Je staat niet meer zo tussen de spelers, hoewel Clement nog altijd tussen de groep staat, maar niet meer op diezelfde vriendelijke manier. Hij is de baas nu, dus in die functie moet hij erboven staan.

'Maar hij is wel nog altijd dezelfde persoon. Als je met iets zit, kun je nog altijd met hem gaan praten. Alleen mogen we nu geen Phille meer zeggen. Dat zei hij in het begin duidelijk tegen Ruud Vormer: 'Geen Phille meer, het is nu coach.' ( lacht) Ruud is een van de weinige spelers die onder hem werkte toen hij assistent was, ook toen was de omgang met de trainer heel amicaal.

Brandon Mechele, hier met Abdoulaye Sissako van Zulte Waregem: 'Ik had niet verwacht dat Clement voor zo'n voetballende filosofie zou kiezen.', INGE KINNET
Brandon Mechele, hier met Abdoulaye Sissako van Zulte Waregem: 'Ik had niet verwacht dat Clement voor zo'n voetballende filosofie zou kiezen.' © INGE KINNET

'De coach is iemand die heel goed is in het onderhouden van goeie relaties met mensen. Hij probeert iedereen tevreden te houden. Er zijn wel bepaalde spelers met wie hij meer praat, de mannen die hij als leiders ziet, die het naar anderen moeten overbrengen, hen moeten meetrekken in het verhaal.

'Bij het begin van het seizoen zei hij meteen: 'We hebben geen vijftien of zestien spelers, heel de groep zal belangrijk zijn.' Dat maakte hij vanaf de eerste wedstrijd duidelijk. 'Het is niet omdat je nu niet speelt, dat je geen kansen meer gaat krijgen in het verdere verloop van het seizoen.' Dat is ook gebleken: hij roteert veel en gebruikt zijn volledige kern. Niet iederéén vindt roteren plezant. Voor wie voorheen altijd speelde, is dat even aanpassen. Maar hij geeft vertrouwen en ook een duidelijke uitleg waarom hij roteert. Hij zegt ook: 'Mijn deur staat altijd open, als er iets is, kun je langskomen.' Gemakkelijk is het niet om in zo'n groep iedereen tevreden te houden, want iedereen wil spelen. Het vraagt heel veel mensenkennis, om iedereen telkens op de juiste manier te behandelen, maar dat heeft de coach wel.

Simon Mignolet, INGE KINNET
Simon Mignolet © INGE KINNET

' Ivan Leko deed het vorig seizoen anders. Hij zei: 'Ik heb veertien, vijftien spelers en daarmee doe ik het.' De kern was toen wel minder sterk in de breedte, maar hij roteerde toch minder. Philippe Clement probeert er meer iedereen bij te betrekken. Dat is voor mij het grote verschil tussen de twee. Leko was ook impulsiever. Maar wanneer hij in zijn reactie naar jou persoonlijk eens fout zat, kwam hij zich achteraf excuseren. Hij is absoluut ook een goeie coach en heeft een goed hart.'

DE SPELERSKERN

'Ik denk wel dat dit de beste kern is die ik hier al meemaakte, de sterkste in de breedte vooral. Zie bijvoorbeeld onze weelde in de spits. Vorig seizoen waren er eigenlijk alleen Wesley en Jelle Vossen als gevestigde waarden. Nu zijn er vijf of zes met wie geroteerd kan worden. Dat is nodig om op drie fronten te strijden. Van spitsen wordt veel verwacht, dus is het belangrijk om ze fris te kunnen houden. Er is nu voorin vooral veel snelheid, explosiviteit en techniek. Daarom werd er in januari met Michael Krmencik een ander type gehaald, ter vervanging van Mbaye Diagne eigenlijk: iemand die meer de bal kan bijhouden en voor ons hoger in het veld een aanspeelpunt kan zijn.

Maxim De Cuyper, INGE KINNET
Maxim De Cuyper © INGE KINNET

'Met Simon Deli is er een centrale verdediger met veel ervaring bijgekomen en ook Federico Ricca en Edoeard Sobol op links en Eder Balanta voor de verdediging zijn jongens die al wat meemaakten, international zijn en intussen bij ons al hun kwaliteiten toonden.

'In het begin was het achterin een beetje zoeken naar elkaar, maar nu zijn we wel al vrij goed op elkaar ingespeeld. Met Clinton Mata klikte het sowieso al. We vullen elkaar allemaal goed aan. Misschien staan we verdedigend wel het best sinds lange tijd. Het ligt ook aan de manier waarop heel de ploeg verdedigt. De coach vraagt veel pressing van de spitsen, die zo voor ons al een eerste buffer vormen en het de tegenstander moeilijk maken om uit te verdedigen. Ook de restverdediging is verbeterd. Daar hamert de coach enorm op. Het zijn accenten die ons beter maken. Dat we zo weinig doelpunten tegen krijgen en al zo vaak de nul hielden, is een grote verdienste van de ploeg.

Charles De Ketelaere, INGE KINNET
Charles De Ketelaere © INGE KINNET

'Er is enorm veel concurrentie en iedereen moet zorgen dat hij op elk moment klaar is, want je weet: er zal worden geroteerd en ik moet zorgen dat ik er sta.

'Misschien is het ook wel goed dat de coach bij de beloften is begonnen. Hij weet hoe hij met jeugd moet werken, weet in te schatten wanneer ze er klaar voor zijn en ze op het goeie moment hun kans te geven. Dat is zowel met Charles De Ketelaere als met Maxim De Cuyper gebleken. En ook Ignace Van Der Brempt debuteerde al. Dat toont dat er niet alleen in Genk en Anderlecht goeie jeugd zit. Het is wel goed dat de U18 en de beloften ook in dit nieuwe oefencomplex trainen. Wij zaten destijds op Olympia in containers langs het veld.' ( lacht)

DE SPELSTIJL

'Ik moet toegeven dat toen Philippe Clement hoofdcoach werd, ik niet verwachtte dat hij voor zo'n voetballende filosofie zou kiezen. Hij wil dat we altijd voor de voetballende oplossing kiezen. Dat proberen we te doen en dat lukt nog altijd. Het helpt wel dat we regelmatig op looplijnen trainen om de ruimtes en de afspeelmogelijkheden te vinden.

'Veel is er in onze spelwijze eigenlijk niet veranderd in vergelijking met vorig seizoen. Voor de verdedigers is het in principe hetzelfde systeem. Het zijn kleine accenten die het verschil maken tussen achterin met drie of met vier spelen. Het is gewoon één verdediger die wat hoger opschuift. Daar trainen we dan de dag voor de wedstrijd even op. De coach kan dat ook heel duidelijk overbrengen, wat hij per positie van de spelers verwacht, zodat iedereen het begrijpt en het blijft hangen. Dat maakt het makkelijker voor ons en dat vertaalt zich op het veld.

'Voor de middenvelders is het wel iets veranderd. Voor hen is er meer vrijheid en meer afwisseling mogelijk: ze mogen diep gaan, in de bal komen en van kant wisselen. Bij Leko was het strakker georganiseerd. Er waren meer regels die gevolgd moesten worden.

'In de groepsfase van de Champions League pakten we vorig seizoen zes punten en nu drie, maar dit seizoen voetbalden we beter. Dat kwam door de extra kwaliteit in de kern, maar ook door de ervaring die we opdeden tegen Atlético Madrid, Borussia Dortmund en AS Monaco. Die zorgde ervoor dat we nu met nog meer geloof in onszelf voetbalden. Vorig seizoen kwamen we in Madrid en Dortmund niet veel verder dan verdedigen. Nu speelden we op het veld van Real en PSG fantastisch, maar werden we onvoldoende beloond. Het zijn natuurlijk absolute topclubs waartegen je weinig of niets te verliezen heb, dus speel je eigenlijk vrank en vrij. Dat pakte bijna goed uit.

'In de beker staan we in de finale en in de competitie staan we al heel het seizoen aan de leiding met redelijk veel voorsprong. Ook toen kleinere ploegen ons spel op alle mogelijke manier probeerden af te breken en het voor ons moeilijker voetballen werd, bleven we punten pakken. Maar door de halvering van de punten is het in play-off 1 toch weer bijna van nul beginnen. Het zal erop aankomen nog eens alles te geven om voor de zestiende keer kampioen te kunnen worden.'

'Ook met Horvath achter mij voelde ik mij goed'

Brandon Mechele: 'Toen er geruchten waren dat Simon Mignolet zou komen, dachten we: die kunnen ze niet betalen. Maar opeens stond hij hier. ( lacht) Als je ziet hoeveel en hoe goed er geïnvesteerd werd in nieuwe spelers, besef je: twee keer kort na elkaar kampioen spelen en vorig jaar zes punten halen in de Champions League levert veel inkomsten op. Voorheen was de mogelijkheid er niet om zoveel in nieuwe spelers te investeren.

'Mignolet is natuurlijk een topkeeper en een topkerel. Hij geeft je vertrouwen, want je weet: als er eens iemand doorkomt, staat hij er nog. Op training en in wedstrijden toont hij dat hij heel moeilijk te kloppen is. Soms denk ik: die zit binnen. Maar dan steekt hij er toch nog zijn hand tussen. Het maakt het voor de tegenstanders extra moeilijk om tegen ons iets te rapen. Op training bespreken we wat we van elkaar kunnen verwachten, in de opbouw of bij een voorzet bijvoorbeeld. Maar ik moet wel zeggen dat ik mij met Ethan Horvath achter mij ook goed voelde. Hij is ook een toffe kerel, iemand die rustig is en niet zit te schreeuwen. Dat klikte wel. Er was tussen ons een goeie band. Maar Mignolet is nog van een ander niveau natuurlijk. Het is jammer voor Ethan, maar het toont de ambitie van de club. Mignolet pakt punten en met hem is er ook een persoonlijkheid en een leider bijgekomen. Iemand met veel ervaring, die hij in de groep deelt. Hij stelt zich bovendien niet boven de groep, is een harde werker en een voorbeeld voor iedereen. Dus hij past echt in de cultuur van Club.'

'De grootste verandering dit seizoen is dit nieuwe oefencentrum. Alles is hier top. Het is echt wel super en nodigt uit om te werken. Als je dit vergelijkt met Jan Breydel, dan was dat daar eigenlijk een kleine schande. Alles was er oud, er was te weinig plaats, er hing een muffe geur en in de zomer was het in de kleedkamer en in de fitnessruimte veel te warm omdat er geen ventilatie was. Hier is er bovendien superveel daglicht, terwijl er ginder alleen maar een klein venstertje was om zonlicht binnen te laten. 'Je zou hier verdwalen in de ene ruimte na de andere. Na de rondleiding van de coach begin dit seizoen wist ik mij niet meer te oriënteren. 'Voor ons is de fitnesszaal het belangrijkste. Al wat daar aan toestellen staat, is het nieuwste van het nieuwste. Je ziet dat er hier meer jongens gebruik van maken en het ook met meer plezier doen, voor en na de training. Op Jan Breydel zat de fitness bij wijze van spreken al vol als je er met vijf man tegelijk bezig was. 'Hier is er meer goesting om te werken en er wordt ook langer nagebleven. Om extra te trainen, om samen in de sauna of de jacuzzi te gaan of om te biljarten. Alles is er om optimaal te kunnen recupereren en meteen de focus op de volgende wedstrijd te kunnen leggen. Met ons drukke programma dit seizoen is dat heel belangrijk. 'Er liggen hier ook twee supervelden, er is een indoorhal en een zwembad. Op Jan Breydel moesten we de tactische meetings doen in het kleine perszaaltje, waar eerst de stoelen gedraaid moesten worden en je allemaal op elkaar zat. 'Ze blijven hier maar verder professionaliseren en op alle vlakken stappen vooruit zetten. Het enige wat nu nog niet mee evolueerde met al wat ze intussen al realiseerden, is het stadion. Je weet dat het er ook ooit van komt, maar nog altijd niet wanneer precies. Hopelijk maak ik het nog mee, want ik droom ervan om ooit in het nieuwe stadion van Club te spelen. Ik groeide op bij Club, dus voor mij zou dat heel speciaal zijn. 'Dit oefencentrum is echt het begin van een nieuw tijdperk. Ik maakte nooit iets anders mee dan Jan Breydel en ik moet zeggen: het is fantastisch om elke dag naar hier te komen. Ik werk graag extra en de omstandigheden om dat te doen, zijn hier ideaal.''Met Philippe Clement is er ook een nieuwe coach. Maar we kennen elkaar al van toen hij beloftecoach was van Club. Toen ik hem hier begin dit seizoen voor het eerst weer ontmoette, was het alsof hij nooit was weggeweest. 'Natuurlijk, als hoofdcoach moet je je anders opstellen dan wanneer je hier - zoals Clement - zolang assistent-coach bent geweest. Misschien is het ook wel goed dat er intussen al veel spelers uit die periode verdwenen zijn. Want met een assistent heb je toch een andere band dan met een hoofdcoach. Als assistent was hij bijna een ploegmaat voor ons. 'Als hoofdtrainer moet je uit die vroegere rol kunnen stappen en een enorme klik maken. Je moet nog wel vriendelijk zijn, maar op het gepaste moment moet je ernstig zijn en kunnen zeggen: 'Nu moet er gewerkt worden!' Je staat niet meer zo tussen de spelers, hoewel Clement nog altijd tussen de groep staat, maar niet meer op diezelfde vriendelijke manier. Hij is de baas nu, dus in die functie moet hij erboven staan. 'Maar hij is wel nog altijd dezelfde persoon. Als je met iets zit, kun je nog altijd met hem gaan praten. Alleen mogen we nu geen Phille meer zeggen. Dat zei hij in het begin duidelijk tegen Ruud Vormer: 'Geen Phille meer, het is nu coach.' ( lacht) Ruud is een van de weinige spelers die onder hem werkte toen hij assistent was, ook toen was de omgang met de trainer heel amicaal. 'De coach is iemand die heel goed is in het onderhouden van goeie relaties met mensen. Hij probeert iedereen tevreden te houden. Er zijn wel bepaalde spelers met wie hij meer praat, de mannen die hij als leiders ziet, die het naar anderen moeten overbrengen, hen moeten meetrekken in het verhaal. 'Bij het begin van het seizoen zei hij meteen: 'We hebben geen vijftien of zestien spelers, heel de groep zal belangrijk zijn.' Dat maakte hij vanaf de eerste wedstrijd duidelijk. 'Het is niet omdat je nu niet speelt, dat je geen kansen meer gaat krijgen in het verdere verloop van het seizoen.' Dat is ook gebleken: hij roteert veel en gebruikt zijn volledige kern. Niet iederéén vindt roteren plezant. Voor wie voorheen altijd speelde, is dat even aanpassen. Maar hij geeft vertrouwen en ook een duidelijke uitleg waarom hij roteert. Hij zegt ook: 'Mijn deur staat altijd open, als er iets is, kun je langskomen.' Gemakkelijk is het niet om in zo'n groep iedereen tevreden te houden, want iedereen wil spelen. Het vraagt heel veel mensenkennis, om iedereen telkens op de juiste manier te behandelen, maar dat heeft de coach wel. ' Ivan Leko deed het vorig seizoen anders. Hij zei: 'Ik heb veertien, vijftien spelers en daarmee doe ik het.' De kern was toen wel minder sterk in de breedte, maar hij roteerde toch minder. Philippe Clement probeert er meer iedereen bij te betrekken. Dat is voor mij het grote verschil tussen de twee. Leko was ook impulsiever. Maar wanneer hij in zijn reactie naar jou persoonlijk eens fout zat, kwam hij zich achteraf excuseren. Hij is absoluut ook een goeie coach en heeft een goed hart.' 'Ik denk wel dat dit de beste kern is die ik hier al meemaakte, de sterkste in de breedte vooral. Zie bijvoorbeeld onze weelde in de spits. Vorig seizoen waren er eigenlijk alleen Wesley en Jelle Vossen als gevestigde waarden. Nu zijn er vijf of zes met wie geroteerd kan worden. Dat is nodig om op drie fronten te strijden. Van spitsen wordt veel verwacht, dus is het belangrijk om ze fris te kunnen houden. Er is nu voorin vooral veel snelheid, explosiviteit en techniek. Daarom werd er in januari met Michael Krmencik een ander type gehaald, ter vervanging van Mbaye Diagne eigenlijk: iemand die meer de bal kan bijhouden en voor ons hoger in het veld een aanspeelpunt kan zijn. 'Met Simon Deli is er een centrale verdediger met veel ervaring bijgekomen en ook Federico Ricca en Edoeard Sobol op links en Eder Balanta voor de verdediging zijn jongens die al wat meemaakten, international zijn en intussen bij ons al hun kwaliteiten toonden. 'In het begin was het achterin een beetje zoeken naar elkaar, maar nu zijn we wel al vrij goed op elkaar ingespeeld. Met Clinton Mata klikte het sowieso al. We vullen elkaar allemaal goed aan. Misschien staan we verdedigend wel het best sinds lange tijd. Het ligt ook aan de manier waarop heel de ploeg verdedigt. De coach vraagt veel pressing van de spitsen, die zo voor ons al een eerste buffer vormen en het de tegenstander moeilijk maken om uit te verdedigen. Ook de restverdediging is verbeterd. Daar hamert de coach enorm op. Het zijn accenten die ons beter maken. Dat we zo weinig doelpunten tegen krijgen en al zo vaak de nul hielden, is een grote verdienste van de ploeg. 'Er is enorm veel concurrentie en iedereen moet zorgen dat hij op elk moment klaar is, want je weet: er zal worden geroteerd en ik moet zorgen dat ik er sta. 'Misschien is het ook wel goed dat de coach bij de beloften is begonnen. Hij weet hoe hij met jeugd moet werken, weet in te schatten wanneer ze er klaar voor zijn en ze op het goeie moment hun kans te geven. Dat is zowel met Charles De Ketelaere als met Maxim De Cuyper gebleken. En ook Ignace Van Der Brempt debuteerde al. Dat toont dat er niet alleen in Genk en Anderlecht goeie jeugd zit. Het is wel goed dat de U18 en de beloften ook in dit nieuwe oefencomplex trainen. Wij zaten destijds op Olympia in containers langs het veld.' ( lacht) 'Ik moet toegeven dat toen Philippe Clement hoofdcoach werd, ik niet verwachtte dat hij voor zo'n voetballende filosofie zou kiezen. Hij wil dat we altijd voor de voetballende oplossing kiezen. Dat proberen we te doen en dat lukt nog altijd. Het helpt wel dat we regelmatig op looplijnen trainen om de ruimtes en de afspeelmogelijkheden te vinden. 'Veel is er in onze spelwijze eigenlijk niet veranderd in vergelijking met vorig seizoen. Voor de verdedigers is het in principe hetzelfde systeem. Het zijn kleine accenten die het verschil maken tussen achterin met drie of met vier spelen. Het is gewoon één verdediger die wat hoger opschuift. Daar trainen we dan de dag voor de wedstrijd even op. De coach kan dat ook heel duidelijk overbrengen, wat hij per positie van de spelers verwacht, zodat iedereen het begrijpt en het blijft hangen. Dat maakt het makkelijker voor ons en dat vertaalt zich op het veld. 'Voor de middenvelders is het wel iets veranderd. Voor hen is er meer vrijheid en meer afwisseling mogelijk: ze mogen diep gaan, in de bal komen en van kant wisselen. Bij Leko was het strakker georganiseerd. Er waren meer regels die gevolgd moesten worden. 'In de groepsfase van de Champions League pakten we vorig seizoen zes punten en nu drie, maar dit seizoen voetbalden we beter. Dat kwam door de extra kwaliteit in de kern, maar ook door de ervaring die we opdeden tegen Atlético Madrid, Borussia Dortmund en AS Monaco. Die zorgde ervoor dat we nu met nog meer geloof in onszelf voetbalden. Vorig seizoen kwamen we in Madrid en Dortmund niet veel verder dan verdedigen. Nu speelden we op het veld van Real en PSG fantastisch, maar werden we onvoldoende beloond. Het zijn natuurlijk absolute topclubs waartegen je weinig of niets te verliezen heb, dus speel je eigenlijk vrank en vrij. Dat pakte bijna goed uit. 'In de beker staan we in de finale en in de competitie staan we al heel het seizoen aan de leiding met redelijk veel voorsprong. Ook toen kleinere ploegen ons spel op alle mogelijke manier probeerden af te breken en het voor ons moeilijker voetballen werd, bleven we punten pakken. Maar door de halvering van de punten is het in play-off 1 toch weer bijna van nul beginnen. Het zal erop aankomen nog eens alles te geven om voor de zestiende keer kampioen te kunnen worden.'