Of hij geen schrik heeft om met dat T-shirt van Antwerp door de stad te lopen? ' Nei meneir, da's van de juste ploeg, hei.' Onze vraag wordt met de glimlach beantwoord door een sympathieke Sinjoor, terwijl hij rustig verder van zijn pint drinkt op het zonovergoten terras van horecazaak Cabron, hartje Antwerpen. Zijn drinkgezel nuanceert meteen: 'Eigenlijk leeft het voetbal niet zo in het stadscentrum. Je hebt wel cafés waar Beerschotfans verzamelen en andere cafés waar eerder Antwerpfans zitten, maar de echte voetbalsfeer blijft toch beperkt tot de omgeving rond de stadions. In Deurne en Wilrijk.' Een discussie ontspint zich, andere stamgasten moeien zich. In Zurenborg draag je toch best een Antwerpshirt, oordeelt de ene. Niks van, riposteert de andere: 'Dat is puur bakfietsenland, met voetbal zijn ze daar niet bezig.' Enfin, het werd nog een gezellige namiddag daar op het terras van Cabron.

In Gent hebben winkelhouders geen angst om een blauw-witte sjaal in de etalage te leggen. In Antwerpen vind je amper verwijzingen naar Antwerp of Beerschot.

Net voordien zijn we op de nabijgelegen Grote Markt het visitor center van de stad Antwerpen een bezoekje gaan brengen. In de souvenirwinkel geen spoor van voetbalgadgets. Of toch: een postkaartje met een Kielse rat op en eentje met nen roejd-witte nongt. Maar geen boek, sjaal of shirt te vinden dat verwijst naar de heropleving van The Great Old. 'Dat proberen we inderdaad te vermijden', vertelt de kassierster. 'Je hebt altijd wel onnozelaars die daar denken grappig mee te moeten doen of de boel op stelten te zetten. En in Antwerpen geldt: als je voor de ene club iets organiseert, moet je dat voor de andere ook. Dat ligt dus moeilijk. Alleen toen vorig jaar de promotie naar eerste gevierd werd op de Grote Markt stond er een merchandisekraampje voor onze deur. Daar was door de mensen van Antwerp toelating voor gevraagd.'

In de aanpalende ruimte, de dienst toerisme, erkennen ze dat het toch wat delicaat ligt om Antwerpen te promoten als voetbalstad. 'In het centrum zal je weinig merken van voetbalcultuur, behalve dan bij titelvieringen of in bepaalde cafés', bevestigt de man achter het loket. De enige bezoekers die soms iets komen vragen over Antwerp FC zijn de Britten. 'Het gebeurt wel dat er Engelse toeristen komen vragen waar de Bosuil precies ligt, hoe ze daar geraken en of het mogelijk is daar een geleide rondgang te krijgen. Meestal zijn dat Manchester Unitedsupporters.' Dat de Bosuil een belletje doet rinkelen bij de Engelsen valt makkelijk te verklaren: sinds 1998 onderhoudt The Great Old een samenwerkingsverband met Man U en de Britten zijn sowieso gek van alles wat traditie uitademt.

Uitspraken over welke de Ploeg van 't Stad is, zijn al helemaal uit den boze in de buurt van 't Schoon Verdiep. De rivaliteit tussen Beerschot en Antwerp heeft een verlammend effect op de voetbalbeleving in het stadscentrum, merken we al snel. Heel anders dan bijvoorbeeld in Gent, waar AA Gent geen concurrentie heeft en winkelhouders geen angst kennen om een blauw-witte sjaal of andere merchandise van de Buffalo's in de etalage te plaatsen. In Antwerpen vind je amper verwijzingen naar Antwerp of Beerschot. Ook cafébazen profileren zich liever niet als sympathisant voor deze of gene ploeg. In Den Bengel, waar vroeger nochtans geregeld supportersbijeenkomsten werden gehouden van Antwerp en op het eerste verdiep een zaaltje afgehuurd werd bij de titelviering vorig jaar, zegt de uitbater afgemeten: 'Wij zijn open voor iedereen. Ik ben zelfs niet eens zo voetbalminded. De supporterscafés bevinden zich rond de stadions.'

In The Great Old wordt voor elke thuiswedstrijd verzamelen geblazen. Deurne is het kloppende hart van de rood-witte supportersbeleving., belgaimage - james arthur gekiere
In The Great Old wordt voor elke thuiswedstrijd verzamelen geblazen. Deurne is het kloppende hart van de rood-witte supportersbeleving. © belgaimage - james arthur gekiere

De goede oude tijd

Het was ooit anders. Die rivaliteit tussen de Ratten en Honden is voornamelijk iets van de laatste decennia. Zo getuigen alvast enkele habitués van de trainingen aan de Bosuil. Zeventigers en tachtigers die de rise and fall van The Great Old van dichtbij hebben meegemaakt. Wanneer de zon schijnt, springen ze op hun fiets om vanuit Schoten, Merksem of andere omringende districten naar de Bosuil te pedaleren. 'We kunnen hier onder vrienden bijpraten en het zorgt ervoor dat ik in beweging blijf', legt Willy (72) uit. Een abonnement heeft hij niet langer: 'In de nieuwe tribune geraak ik die trappen niet meer op.' Zijn kompaan, een rechtse rakker van 84 jaar die liever niet met voornaam in ons blad verschijnt, smijt zich meteen mee in het verhaal: 'De sfeer van vroeger is weg. Ja, er wordt gezongen en gedanst, maar het is allemaal agressiever dan in onze tijd. Wij stonden in de tribunes naast en tussen de supporters van de tegenstander. We dronken samen een pint. Tegenwoordig smijten ze vooral met pinten. De laatste keer dat ik in het stadion zat, vroeg ik aan een jongeman om te gaan zitten. Hij draaide zich om en riep: ' Wa is 't jong?!' Als je niet oplet, krijg je meppen van clubgenoten.' De matchen laat hij dus liever aan zich voorbijgaan, maar de trainingen zijn dagelijkse prik.

Willy sust: 'Het gaat om enkelingen. Maar het klopt: vroeger stonden wij naast mannen van RWDM of zelfs Beerschot. Dat vormde geen enkel probleem. Pas de laatste jaren zijn ze onnozel beginnen doen. Waarom? Tja, die jonge gasten willen zich manifesteren. En als er eentje met iets gooit, komt er een reactie. Pas op, ook van de andere ploegen, hè. Triestig.'

Zijn rechtse makker is na een ommetje van drie meter teruggekeerd tot bij ons. Ondertussen enigszins tot kalmte gekomen. 'De goede oude tijd komt nooit meer terug. Toen Vic Mees hier nog zijn café had aan het Albertkanaal ( café De Sportwereld,nvdr), bruiste deze wijk. Iedere Antwerpsupporter passeerde daar voor zijn pintje. Dokwerkers, vrouwen en notabelen. Ook spelers zaten daar vaak. Of we troffen elkaar in het centrum, in Den Ami aan de Sint-Katelijnevest. Daar zaten dikwijls spelers van zowel Beerschot, Berchem als Antwerp. Rik Coppens onder andere.' Zijn van enthousiasme spattende ogen verraden een rijke historie in Den Ami, ondertussen een opgekuist eetcafé geworden. Het volkse interieur vanuit die roemrijke jaren veertig en vijftig bleef echter goed bewaard.

Willy heeft nog met Rik Coppens op het veld gestaan, vertelt hij. 'Af en toe vroegen ze me mee te doen in een oefenmatch, als Beerschot een keeper tekort kwam. Coppens heeft mij pinten leren drinken. Bij mijn eerste match zei hij meteen: 'Cola gaat ge hier niet krijgen, makker .' Hij maakte er ook een sport van om bij iedereen de plastron door te knippen.'

Met een stuk of tien zijn ze, het collectief der trainingsbezoekers, in wisselende bezettingen. 'De zageventen', noemen ze zichzelf. Een halfuurtje luistervinken leert ons dat ze over heel wat meer zagen dan louter over voetbal. Naast een analyse van de transfers die Luciano D'Onofrio deed tot nog toe, volgen nog pittige discussies over het boerkiniverbod en de gemeenteraadsverkiezingen die in oktober plaatsvinden. Hun Vlaamse karakter komt bovendrijven, wat best ironisch is gezien het feit dat op het trainingsveld tien meter verder de voertaal Frans blijkt te zijn. Met de intrede van László Bölöni en Luciano D'Onofrio is den Antwaarp flink verfranst, geeft een supporter ons mee die beweert nauwe banden te hebben met de oude garde bestuursleden binnen de club. 'D'Onofrio en Paul Gheysens zie je hier haast nooit, daardoor heerst er een beetje chaos, omdat er zo weinig controle is doet iedereen maar op', geeft hij ons nog mee.

De Bosuil

Persverantwoordelijke Thomas Deckers beseft dat de 'oude' Antwerpsupporter zich vragen stelt bij de stormachtige revolutie die zijn geliefde club beleeft sinds de promotie naar eerste klasse. Hij legt uit dat het een bewuste strategie is van de nieuwe clubleiding om bij de vernieuwing van de Bosuil in eerste instantie in te spelen op het businessgedeelte. 'Als je de grote sponsors wil aanspreken, moet je ze deftig kunnen ontvangen. Sponsors als BASF of Coca-Cola zijn belangrijk om de balans in evenwicht te krijgen. Maar we vergeten de gewone supporter niet, daar zullen we dit seizoen op inspelen.'

In het stadscentrum vallen er amper verwijzingen naar Antwerp of Beerschot te zien. In de souvenirshop van de Stad Antwerpen zijn twee postkaartjes de enige, discreet uitgestalde memorabilia., belgaimage - james arthur gekiere
In het stadscentrum vallen er amper verwijzingen naar Antwerp of Beerschot te zien. In de souvenirshop van de Stad Antwerpen zijn twee postkaartjes de enige, discreet uitgestalde memorabilia. © belgaimage - james arthur gekiere

Een terechte bezorgdheid, vindt Danny Bartholomeeusen, voorzitter van supportersvereniging Number One en de communitywerking Act As One. 'Je moet mee met je tijd, maar persoonlijk vind ik het jammer dat we de charme van de oude Bosuil kwijt zijn. Die houten bankjes. Daarvoor kwamen voetbalfans vanuit het buitenland naar Deurne afgereisd. Het volkse maakt nu toch stilaan plaats voor de meer zakelijke benadering, merken we.'

Een pintje drinken gebeurt dezer dagen vooral buiten het stadion. The Great Old, de Sjantjee, de Royal, café Rivieren... allemaal gelegen in de nabije omgeving van de Bosuil in Deurne. Het kloppende hart van Royal Antwerp FC. Daar waar er op matchdagen verzameld wordt voor de wedstrijd en van waaruit er supportersmarsen georganiseerd worden vanaf de Ter Heydelaan. Met de tram komen ze hier vanuit het centrum aangespoeld om dan het café in te duiken of blikjes bier te halen in de aanpalende Delhaize. Die doen gouden zaken op wedstrijddagen. Vroeger, zo horen we, gebeurde ook het omgekeerde en trokken veel Antwerpfans naar het centrum, om daar te verzamelen, 'in te pilsen' en samen de trein te nemen voor matchen op verplaatsing. Sinds alle uitwedstrijden via supportersverenigingen en per bus moeten gebeuren, verdwenen die initiatieven.

Openbaar vervoer en fietsengebruik worden wel steeds meer gepromoot, merkt Ilse op. Ze is mama van twee kleine bengels die bij Antwerp FC voetballen, is er actief als teambegeleidster bij de jeugd en gaat al meer dan dertig jaar naar het voetbal kijken op de Bosuil, waar ze op een boogscheut vandaan woont. 'Er komt geen paars in ons huis binnen. Onze kinderen hebben geen kleding met die kleur en ik heb zelfs eens paarse bloemen geweigerd', illustreert Ilse haar liefde voor rood-wit. In Deurne leeft Antwerp wel heel erg, weet ze. Dat zit soms in kleine dingen. 'Zoals onze bakker die na de promotie naar eerste speciale eclairs maakte in de kleuren van Antwerp.'

Beloning

De Bosuil is al sinds 1923 de thuishaven van Antwerp FC, dat ironisch genoeg wel zijn oorsprong kende aan de Wilrijkse Pleinen, later de bakermat van grote concurrent Beerschot. Er is ook nog Berchem Sport, een vergane glorie, en tegenwoordig aanzien als het sympathieke kleine broertje binnen het Antwerpse voetbal. Grosso modo wordt Antwerpen opgedeeld in twee voetbalgebieden: alles ten zuiden en westen is Beerschot, alles ten noorden en richting Nederland is voor Antwerp. Den oeverkaant van 't woater, zo wordt vanuit Deurne gesproken over alles wat naar Beerschot neigt.

Royal Antwerp FC heeft zich altijd de titel van Ploeg van 't Stad toegeëigend. En terecht, vindt Ilse. 'Er zijn de clubkleuren rood en wit, die dezelfde zijn als van de stad. Er is uiteraard de naam en er is onze geschiedenis. Beerschot Wilrijk heeft ondertussen zoveel fusies en stamnummerveranderingen ondergaan dat je je kunt afvragen welke authenticiteit er nog rest. Wij zijn nog altijd stamnummer 1. Ondanks alle miserie en mindere jaren die we gekend hebben. Ook dat verbindt de Antwerpsupporters. Al merk je wel dat er na de promotie vorig jaar een heel pak nieuwe fans zijn bijgekomen. Het volstaat meestal te vragen of ze erbij waren op Wembley om het onderscheid tussen de nieuwe en oude generatie supporters vast te stellen.'

Ook persverantwoordelijke Thomas Deckers merkt de opflakkerende populariteit van Royal Antwerp FC. Hij organiseert voetbalkampen voor jongeren in en rond Antwerpen. 'Vroeger zag je daar meer kinderen met een truitje van Beerschot dan van Antwerp. Sinds vorig jaar is dat omgekeerd', vertelt hij. 'Daarom is dit zo een belangrijk momentum voor deze club. We kunnen nu een voorsprong nemen op Beerschot Wilrijk, zolang zij niet in eerste klasse aantreden. De kinderen van nu zijn onze supporters van later. Ik denk dat Beerschot Wilrijk zichzelf wat de das omdeed met al die fusies. Je kan veel zeggen van Antwerp, maar ook in de miserie is deze club blijven volharden. Dat maakt de band tussen supporters en ploeg zo sterk. Velen zien deze heropleving als de beloning van dat doorzettingsvermogen.'

Port of Antwerp FC?

Het havengebied van Antwerpen ligt veel dichter bij de Bosuil dan bij het Kiel. Mag R. Antwerp FC daarom ook de titel claimen van havenploeg? 'Er zijn sowieso veel meer Antwerp- dan Beerschotfans, dus het lijkt me logisch dat er aan de haven ook meer sympathisanten van The Great Old werken', oordeelt Danny Bartholomeeusen, zelf 33 jaar actief bij een havenbedrijf en voorzitter van supportersclub Number One. 'Uiteraard gebeuren er veel plagerijen op de dokken. Kasten worden volgeplakt met artikels over Antwerp. Stickers van Antwerp worden geplakt op de auto van een Beerschotfan. Dat blijft allemaal ludiek, wij moeten samenwerken dus je moet ook samen een pint kunnen pakken.'

Port of Antwerp zelf houdt de kerk in het midden en sponsort zowel Beerschot Wilrijk als Antwerp. Bartholomeeusen verwacht toch iets meer: 'Zeker nu we in eerste klasse aantreden. Dan mag je toch iets meer doen als haven en stad. Wij kunnen de regio extra uitstraling geven, zeker als we Europees voetbal zouden halen. Vroeger trokken wij zelfs voor een oefenmatch met meer dan duizend mensen naar Engeland. Daar waren ze dikwijls onder de indruk van de sfeer die wij brengen. Wij hebben supportersclubs in Benidorm en Thailand, daar mag je best wat trotser op zijn.'

Of hij geen schrik heeft om met dat T-shirt van Antwerp door de stad te lopen? ' Nei meneir, da's van de juste ploeg, hei.' Onze vraag wordt met de glimlach beantwoord door een sympathieke Sinjoor, terwijl hij rustig verder van zijn pint drinkt op het zonovergoten terras van horecazaak Cabron, hartje Antwerpen. Zijn drinkgezel nuanceert meteen: 'Eigenlijk leeft het voetbal niet zo in het stadscentrum. Je hebt wel cafés waar Beerschotfans verzamelen en andere cafés waar eerder Antwerpfans zitten, maar de echte voetbalsfeer blijft toch beperkt tot de omgeving rond de stadions. In Deurne en Wilrijk.' Een discussie ontspint zich, andere stamgasten moeien zich. In Zurenborg draag je toch best een Antwerpshirt, oordeelt de ene. Niks van, riposteert de andere: 'Dat is puur bakfietsenland, met voetbal zijn ze daar niet bezig.' Enfin, het werd nog een gezellige namiddag daar op het terras van Cabron. Net voordien zijn we op de nabijgelegen Grote Markt het visitor center van de stad Antwerpen een bezoekje gaan brengen. In de souvenirwinkel geen spoor van voetbalgadgets. Of toch: een postkaartje met een Kielse rat op en eentje met nen roejd-witte nongt. Maar geen boek, sjaal of shirt te vinden dat verwijst naar de heropleving van The Great Old. 'Dat proberen we inderdaad te vermijden', vertelt de kassierster. 'Je hebt altijd wel onnozelaars die daar denken grappig mee te moeten doen of de boel op stelten te zetten. En in Antwerpen geldt: als je voor de ene club iets organiseert, moet je dat voor de andere ook. Dat ligt dus moeilijk. Alleen toen vorig jaar de promotie naar eerste gevierd werd op de Grote Markt stond er een merchandisekraampje voor onze deur. Daar was door de mensen van Antwerp toelating voor gevraagd.' In de aanpalende ruimte, de dienst toerisme, erkennen ze dat het toch wat delicaat ligt om Antwerpen te promoten als voetbalstad. 'In het centrum zal je weinig merken van voetbalcultuur, behalve dan bij titelvieringen of in bepaalde cafés', bevestigt de man achter het loket. De enige bezoekers die soms iets komen vragen over Antwerp FC zijn de Britten. 'Het gebeurt wel dat er Engelse toeristen komen vragen waar de Bosuil precies ligt, hoe ze daar geraken en of het mogelijk is daar een geleide rondgang te krijgen. Meestal zijn dat Manchester Unitedsupporters.' Dat de Bosuil een belletje doet rinkelen bij de Engelsen valt makkelijk te verklaren: sinds 1998 onderhoudt The Great Old een samenwerkingsverband met Man U en de Britten zijn sowieso gek van alles wat traditie uitademt. Uitspraken over welke de Ploeg van 't Stad is, zijn al helemaal uit den boze in de buurt van 't Schoon Verdiep. De rivaliteit tussen Beerschot en Antwerp heeft een verlammend effect op de voetbalbeleving in het stadscentrum, merken we al snel. Heel anders dan bijvoorbeeld in Gent, waar AA Gent geen concurrentie heeft en winkelhouders geen angst kennen om een blauw-witte sjaal of andere merchandise van de Buffalo's in de etalage te plaatsen. In Antwerpen vind je amper verwijzingen naar Antwerp of Beerschot. Ook cafébazen profileren zich liever niet als sympathisant voor deze of gene ploeg. In Den Bengel, waar vroeger nochtans geregeld supportersbijeenkomsten werden gehouden van Antwerp en op het eerste verdiep een zaaltje afgehuurd werd bij de titelviering vorig jaar, zegt de uitbater afgemeten: 'Wij zijn open voor iedereen. Ik ben zelfs niet eens zo voetbalminded. De supporterscafés bevinden zich rond de stadions.' Het was ooit anders. Die rivaliteit tussen de Ratten en Honden is voornamelijk iets van de laatste decennia. Zo getuigen alvast enkele habitués van de trainingen aan de Bosuil. Zeventigers en tachtigers die de rise and fall van The Great Old van dichtbij hebben meegemaakt. Wanneer de zon schijnt, springen ze op hun fiets om vanuit Schoten, Merksem of andere omringende districten naar de Bosuil te pedaleren. 'We kunnen hier onder vrienden bijpraten en het zorgt ervoor dat ik in beweging blijf', legt Willy (72) uit. Een abonnement heeft hij niet langer: 'In de nieuwe tribune geraak ik die trappen niet meer op.' Zijn kompaan, een rechtse rakker van 84 jaar die liever niet met voornaam in ons blad verschijnt, smijt zich meteen mee in het verhaal: 'De sfeer van vroeger is weg. Ja, er wordt gezongen en gedanst, maar het is allemaal agressiever dan in onze tijd. Wij stonden in de tribunes naast en tussen de supporters van de tegenstander. We dronken samen een pint. Tegenwoordig smijten ze vooral met pinten. De laatste keer dat ik in het stadion zat, vroeg ik aan een jongeman om te gaan zitten. Hij draaide zich om en riep: ' Wa is 't jong?!' Als je niet oplet, krijg je meppen van clubgenoten.' De matchen laat hij dus liever aan zich voorbijgaan, maar de trainingen zijn dagelijkse prik. Willy sust: 'Het gaat om enkelingen. Maar het klopt: vroeger stonden wij naast mannen van RWDM of zelfs Beerschot. Dat vormde geen enkel probleem. Pas de laatste jaren zijn ze onnozel beginnen doen. Waarom? Tja, die jonge gasten willen zich manifesteren. En als er eentje met iets gooit, komt er een reactie. Pas op, ook van de andere ploegen, hè. Triestig.' Zijn rechtse makker is na een ommetje van drie meter teruggekeerd tot bij ons. Ondertussen enigszins tot kalmte gekomen. 'De goede oude tijd komt nooit meer terug. Toen Vic Mees hier nog zijn café had aan het Albertkanaal ( café De Sportwereld,nvdr), bruiste deze wijk. Iedere Antwerpsupporter passeerde daar voor zijn pintje. Dokwerkers, vrouwen en notabelen. Ook spelers zaten daar vaak. Of we troffen elkaar in het centrum, in Den Ami aan de Sint-Katelijnevest. Daar zaten dikwijls spelers van zowel Beerschot, Berchem als Antwerp. Rik Coppens onder andere.' Zijn van enthousiasme spattende ogen verraden een rijke historie in Den Ami, ondertussen een opgekuist eetcafé geworden. Het volkse interieur vanuit die roemrijke jaren veertig en vijftig bleef echter goed bewaard. Willy heeft nog met Rik Coppens op het veld gestaan, vertelt hij. 'Af en toe vroegen ze me mee te doen in een oefenmatch, als Beerschot een keeper tekort kwam. Coppens heeft mij pinten leren drinken. Bij mijn eerste match zei hij meteen: 'Cola gaat ge hier niet krijgen, makker .' Hij maakte er ook een sport van om bij iedereen de plastron door te knippen.' Met een stuk of tien zijn ze, het collectief der trainingsbezoekers, in wisselende bezettingen. 'De zageventen', noemen ze zichzelf. Een halfuurtje luistervinken leert ons dat ze over heel wat meer zagen dan louter over voetbal. Naast een analyse van de transfers die Luciano D'Onofrio deed tot nog toe, volgen nog pittige discussies over het boerkiniverbod en de gemeenteraadsverkiezingen die in oktober plaatsvinden. Hun Vlaamse karakter komt bovendrijven, wat best ironisch is gezien het feit dat op het trainingsveld tien meter verder de voertaal Frans blijkt te zijn. Met de intrede van László Bölöni en Luciano D'Onofrio is den Antwaarp flink verfranst, geeft een supporter ons mee die beweert nauwe banden te hebben met de oude garde bestuursleden binnen de club. 'D'Onofrio en Paul Gheysens zie je hier haast nooit, daardoor heerst er een beetje chaos, omdat er zo weinig controle is doet iedereen maar op', geeft hij ons nog mee. Persverantwoordelijke Thomas Deckers beseft dat de 'oude' Antwerpsupporter zich vragen stelt bij de stormachtige revolutie die zijn geliefde club beleeft sinds de promotie naar eerste klasse. Hij legt uit dat het een bewuste strategie is van de nieuwe clubleiding om bij de vernieuwing van de Bosuil in eerste instantie in te spelen op het businessgedeelte. 'Als je de grote sponsors wil aanspreken, moet je ze deftig kunnen ontvangen. Sponsors als BASF of Coca-Cola zijn belangrijk om de balans in evenwicht te krijgen. Maar we vergeten de gewone supporter niet, daar zullen we dit seizoen op inspelen.' Een terechte bezorgdheid, vindt Danny Bartholomeeusen, voorzitter van supportersvereniging Number One en de communitywerking Act As One. 'Je moet mee met je tijd, maar persoonlijk vind ik het jammer dat we de charme van de oude Bosuil kwijt zijn. Die houten bankjes. Daarvoor kwamen voetbalfans vanuit het buitenland naar Deurne afgereisd. Het volkse maakt nu toch stilaan plaats voor de meer zakelijke benadering, merken we.' Een pintje drinken gebeurt dezer dagen vooral buiten het stadion. The Great Old, de Sjantjee, de Royal, café Rivieren... allemaal gelegen in de nabije omgeving van de Bosuil in Deurne. Het kloppende hart van Royal Antwerp FC. Daar waar er op matchdagen verzameld wordt voor de wedstrijd en van waaruit er supportersmarsen georganiseerd worden vanaf de Ter Heydelaan. Met de tram komen ze hier vanuit het centrum aangespoeld om dan het café in te duiken of blikjes bier te halen in de aanpalende Delhaize. Die doen gouden zaken op wedstrijddagen. Vroeger, zo horen we, gebeurde ook het omgekeerde en trokken veel Antwerpfans naar het centrum, om daar te verzamelen, 'in te pilsen' en samen de trein te nemen voor matchen op verplaatsing. Sinds alle uitwedstrijden via supportersverenigingen en per bus moeten gebeuren, verdwenen die initiatieven. Openbaar vervoer en fietsengebruik worden wel steeds meer gepromoot, merkt Ilse op. Ze is mama van twee kleine bengels die bij Antwerp FC voetballen, is er actief als teambegeleidster bij de jeugd en gaat al meer dan dertig jaar naar het voetbal kijken op de Bosuil, waar ze op een boogscheut vandaan woont. 'Er komt geen paars in ons huis binnen. Onze kinderen hebben geen kleding met die kleur en ik heb zelfs eens paarse bloemen geweigerd', illustreert Ilse haar liefde voor rood-wit. In Deurne leeft Antwerp wel heel erg, weet ze. Dat zit soms in kleine dingen. 'Zoals onze bakker die na de promotie naar eerste speciale eclairs maakte in de kleuren van Antwerp.' De Bosuil is al sinds 1923 de thuishaven van Antwerp FC, dat ironisch genoeg wel zijn oorsprong kende aan de Wilrijkse Pleinen, later de bakermat van grote concurrent Beerschot. Er is ook nog Berchem Sport, een vergane glorie, en tegenwoordig aanzien als het sympathieke kleine broertje binnen het Antwerpse voetbal. Grosso modo wordt Antwerpen opgedeeld in twee voetbalgebieden: alles ten zuiden en westen is Beerschot, alles ten noorden en richting Nederland is voor Antwerp. Den oeverkaant van 't woater, zo wordt vanuit Deurne gesproken over alles wat naar Beerschot neigt. Royal Antwerp FC heeft zich altijd de titel van Ploeg van 't Stad toegeëigend. En terecht, vindt Ilse. 'Er zijn de clubkleuren rood en wit, die dezelfde zijn als van de stad. Er is uiteraard de naam en er is onze geschiedenis. Beerschot Wilrijk heeft ondertussen zoveel fusies en stamnummerveranderingen ondergaan dat je je kunt afvragen welke authenticiteit er nog rest. Wij zijn nog altijd stamnummer 1. Ondanks alle miserie en mindere jaren die we gekend hebben. Ook dat verbindt de Antwerpsupporters. Al merk je wel dat er na de promotie vorig jaar een heel pak nieuwe fans zijn bijgekomen. Het volstaat meestal te vragen of ze erbij waren op Wembley om het onderscheid tussen de nieuwe en oude generatie supporters vast te stellen.' Ook persverantwoordelijke Thomas Deckers merkt de opflakkerende populariteit van Royal Antwerp FC. Hij organiseert voetbalkampen voor jongeren in en rond Antwerpen. 'Vroeger zag je daar meer kinderen met een truitje van Beerschot dan van Antwerp. Sinds vorig jaar is dat omgekeerd', vertelt hij. 'Daarom is dit zo een belangrijk momentum voor deze club. We kunnen nu een voorsprong nemen op Beerschot Wilrijk, zolang zij niet in eerste klasse aantreden. De kinderen van nu zijn onze supporters van later. Ik denk dat Beerschot Wilrijk zichzelf wat de das omdeed met al die fusies. Je kan veel zeggen van Antwerp, maar ook in de miserie is deze club blijven volharden. Dat maakt de band tussen supporters en ploeg zo sterk. Velen zien deze heropleving als de beloning van dat doorzettingsvermogen.'