Sanne schoenmakers: 'Paasmaandag was één van mijn eerste vrije dagen sinds ik op 1 april werd ingezet. Ik ben legerarts, maar nu algemeen militair af. Ik werd beschikbaar gesteld, in het geval het patiëntenaanbod te groot zou worden voor het civiele systeem. Sinds de uitbreiding van de intensivecarecapaciteit werd ik ingezet ter ondersteuning van het UMC ( Universitair Medisch Centrum, nvdr) in Utrecht, waar ik aan de slag ben in het calamiteitenhospitaal.

'Door de toename van het aantal bedden op de intensivecareafdeling kunnen we nu nog meer ernstige patiënten opnemen die echt beademing nodig hebben. Ik heb weinig angst. Vorige week werd ik net 27 jaar, in die leeftijdsgroep is het risico heel laag. In zo'n unit vertoeven voelt wel vreemd aan, omdat het niet je natuurlijke omgeving is. Het is absoluut niet te vergelijken met iemand verzorgen bij het leger, in een kazerne met allemaal jonge militairen. Je moet echt je mindset volledig aanpassen. Gelukkig zijn er voldoende IC verpleegkundigen, die van grote waarde zijn om ons bij te staan.'

1 op 3 sterfgevallen

'Mentaal mag je dit niet onderschatten, want van de binnengebrachte personen sterft er minstens 1 op 3. In het slechtste geval zitten we zelfs aan 1 op 2 overlijdens. Je moet omgaan met de harde confrontatie met de dood. Dat is soms stevig, hoor.

'Wij tellen nu in Nederland 1900 intensivecarebedden. Onze maximale capaciteit bedraagt 2400. In normale omstandigheden is er een aanbod van 1100 bedden. Momenteel draaien we dag- of avonddiensten van minstens negen uur. In het calamiteitenhospitaal van Utrecht gebeurt dat continu in volledig beschermende kledij, met een speciale schort, handschoen, bril en een FFP2-masker. Niet echt ideaal. Het voelt ook wat ongemakkelijk aan. Door de warmte verlies je bijzonder veel vocht. De bedoeling is puur theoretisch om elke twee tot twee en een half uur uit dat pak te kruipen, maar in de realiteit lukt dat niet altijd. We moeten dus veel drinken. Van het olympisch team kregen we koelvesten. Dat voelt veel fijner aan.

Voetbal is nu echt het allerlaatste waar ik aan denk. Ik wil mensenlevens redden.' Sanne Schoenmaekers

'Nu pas besef ik heel goed wat je in het zweet werken betekent als zorgverlener. In vergelijking daarmee is een training of wedstrijdje maar een simpel spel. Als ik sport, wil ik altijd winnen. Dit is een heel andere strijd, eentje op leven en dood. Voetbal is nu echt het allerlaatste waar ik aan denk. Ik wil mensenlevens redden.

'Natuurlijk wil je iedereen met raad en daad bijstaan, maar dat lukt nooit. Dat is het moeilijkste aspect. Sowieso ben ik tot 1 juni verbonden aan de intensive care. Tot die tijd mag ik mijn ouders, zestigplussers, en oma niet zien. Daarom kijk ik zo hard uit naar het moment dat ik hen weer mag en kan knuffelen. Een eenvoudig gebaar dat ik heel erg mis.'

Depannage-geneeskunde

Michaël Dick: 'Mijn taken zijn sinds het coronavirusverhaal wat heringericht. Ik doe nu een soort van depannagegeneeskunde. Door de niet-dringendheid van raadplegingen als sport- en fysiekgeneesheer werden mijn consultaties gedeeltelijk opgeschort. En zo worden wij nu sinds de derde week van maart ook voor een stuk ingezet op de wachtdienst van de spoedopname, waar wij traumatologiepatiënten opvangen en zien. Daarnaast doe ik ook triage op de huisartsenwachtposten. Daar stellen we vast of mensen potentieel besmet zijn met het virus.

'Ik moest dus wat uit mijn comfortzone treden, maar dat is ook leerrijk. Je wordt gedwongen om veel sneller en anders informatie te verwerken. Gelukkig wordt dat goed gestuurd, via korte opleidingen, met duidelijke aandachtspunten. En een beetje bijstuderen kan nooit kwaad.

'De afgelopen tijd werd ik het meest verbaasd door de onvoorzichtigheid en het gebrek aan inzicht bij veel mensen. Ze beseffen niet altijd even goed tegen welke ziekte we kampen. Sommigen wanen zich echt onaantastbaar. Dit is natuurlijk dan ook een oorlog tegen een onzichtbare vijand, wat het zo hard en moeilijk maakt. Zolang mensen zich niet ziek voelen, denken ze automatisch dat het hen niet kan overkomen. Terwijl ik vanuit de intensieve zorgdienst kan getuigen dat we in het OLV van Aalst overstroomden van het werk en werkelijk tegen ons maximum aan zaten. Maar liefst 44 van de 48 beschikbare intensivecarebedden werden zo eens ingenomen. En dan waren we al van 24 opgeschaald naar het dubbele aantal. We hadden toen niet veel marge meer.'

Dichtbij

'De meeste voldoening haal ik door in de eerste lijn te staan en de mensen juist te helpen met advies. Het gaat om belangrijke en vaak ingrijpende beslissingen bij de raadpleging. Dat zorgt voor een zekere vorm van gezonde spanning. Want je bent een radertje in de grote machine die het coronavirus probeert af te stoppen.

'Zelf ging ik skiën in Italië tijdens de krokusvakantie. Toen was alles nog de ver-van-ons-bedshow. De dag na onze thuiskomst kreeg ik van een vriend al een telefoontje met de melding dat de skileraar besmet was. Dan schrik je. In het ziekenhuis wou ik me preventief laten testen. Dat bleek toen niet echt nodig. Een van mijn ooms, die in ons reisgezelschap was, werd echter twee dagen later gediagnosticeerd met het virus, om een week later opgenomen te worden. Hij was één van de eersten in België die effectief werden getest. Gelukkig viel alles goed mee. Dan ben je wel opgelucht, want plots kwam het dichtbij.

'Het is niet door anders te gaan leven, dat we plots virussen, ziekten, plagen en epidemieën gaan vermijden. Dit is gewoon iets des mensen. Zo eenvoudig is het.'

'Een gemiste kans om iets bij te leren'

Red Flame Elena Dhont (22) studeert verpleegkunde, maar de flankaanvalster van KAA Gent Ladies moet gedwongen thuisblijven. 'Voor de eerste- en tweedejaarsstudenten is het niet mogelijk om stage te lopen, bij mij specifiek dan in het UZ van Gent', beweert de zestienvoudige international. 'Ik zit daardoor in mijn kot. Vervelend, want ik ben graag actief bezig. Bijzonder jammer is het dat we ons niet op de een of andere manier nuttig kunnen maken in de zorgsector. Een gemiste kans om iets bij te leren.'

Haar dagen zien er nu heel anders uit. 'Enkel wat balletjes trappen met mijn hond in de tuin, dat knaagt wel. Meestal ga ik in de voormiddag lopen, met later nog een korte work-out', vertelt Dhont. 'Om me bezig te houden, hielp ik onlangs mijn papa in de moestuin met het planten van prei. Ik doe onze boodschappen en die van mémé. Op die manier maak ik me toch nuttig.'

© belgaimage
Sanne schoenmakers: 'Paasmaandag was één van mijn eerste vrije dagen sinds ik op 1 april werd ingezet. Ik ben legerarts, maar nu algemeen militair af. Ik werd beschikbaar gesteld, in het geval het patiëntenaanbod te groot zou worden voor het civiele systeem. Sinds de uitbreiding van de intensivecarecapaciteit werd ik ingezet ter ondersteuning van het UMC ( Universitair Medisch Centrum, nvdr) in Utrecht, waar ik aan de slag ben in het calamiteitenhospitaal. 'Door de toename van het aantal bedden op de intensivecareafdeling kunnen we nu nog meer ernstige patiënten opnemen die echt beademing nodig hebben. Ik heb weinig angst. Vorige week werd ik net 27 jaar, in die leeftijdsgroep is het risico heel laag. In zo'n unit vertoeven voelt wel vreemd aan, omdat het niet je natuurlijke omgeving is. Het is absoluut niet te vergelijken met iemand verzorgen bij het leger, in een kazerne met allemaal jonge militairen. Je moet echt je mindset volledig aanpassen. Gelukkig zijn er voldoende IC verpleegkundigen, die van grote waarde zijn om ons bij te staan.' 'Mentaal mag je dit niet onderschatten, want van de binnengebrachte personen sterft er minstens 1 op 3. In het slechtste geval zitten we zelfs aan 1 op 2 overlijdens. Je moet omgaan met de harde confrontatie met de dood. Dat is soms stevig, hoor. 'Wij tellen nu in Nederland 1900 intensivecarebedden. Onze maximale capaciteit bedraagt 2400. In normale omstandigheden is er een aanbod van 1100 bedden. Momenteel draaien we dag- of avonddiensten van minstens negen uur. In het calamiteitenhospitaal van Utrecht gebeurt dat continu in volledig beschermende kledij, met een speciale schort, handschoen, bril en een FFP2-masker. Niet echt ideaal. Het voelt ook wat ongemakkelijk aan. Door de warmte verlies je bijzonder veel vocht. De bedoeling is puur theoretisch om elke twee tot twee en een half uur uit dat pak te kruipen, maar in de realiteit lukt dat niet altijd. We moeten dus veel drinken. Van het olympisch team kregen we koelvesten. Dat voelt veel fijner aan. 'Nu pas besef ik heel goed wat je in het zweet werken betekent als zorgverlener. In vergelijking daarmee is een training of wedstrijdje maar een simpel spel. Als ik sport, wil ik altijd winnen. Dit is een heel andere strijd, eentje op leven en dood. Voetbal is nu echt het allerlaatste waar ik aan denk. Ik wil mensenlevens redden. 'Natuurlijk wil je iedereen met raad en daad bijstaan, maar dat lukt nooit. Dat is het moeilijkste aspect. Sowieso ben ik tot 1 juni verbonden aan de intensive care. Tot die tijd mag ik mijn ouders, zestigplussers, en oma niet zien. Daarom kijk ik zo hard uit naar het moment dat ik hen weer mag en kan knuffelen. Een eenvoudig gebaar dat ik heel erg mis.' Michaël Dick: 'Mijn taken zijn sinds het coronavirusverhaal wat heringericht. Ik doe nu een soort van depannagegeneeskunde. Door de niet-dringendheid van raadplegingen als sport- en fysiekgeneesheer werden mijn consultaties gedeeltelijk opgeschort. En zo worden wij nu sinds de derde week van maart ook voor een stuk ingezet op de wachtdienst van de spoedopname, waar wij traumatologiepatiënten opvangen en zien. Daarnaast doe ik ook triage op de huisartsenwachtposten. Daar stellen we vast of mensen potentieel besmet zijn met het virus. 'Ik moest dus wat uit mijn comfortzone treden, maar dat is ook leerrijk. Je wordt gedwongen om veel sneller en anders informatie te verwerken. Gelukkig wordt dat goed gestuurd, via korte opleidingen, met duidelijke aandachtspunten. En een beetje bijstuderen kan nooit kwaad. 'De afgelopen tijd werd ik het meest verbaasd door de onvoorzichtigheid en het gebrek aan inzicht bij veel mensen. Ze beseffen niet altijd even goed tegen welke ziekte we kampen. Sommigen wanen zich echt onaantastbaar. Dit is natuurlijk dan ook een oorlog tegen een onzichtbare vijand, wat het zo hard en moeilijk maakt. Zolang mensen zich niet ziek voelen, denken ze automatisch dat het hen niet kan overkomen. Terwijl ik vanuit de intensieve zorgdienst kan getuigen dat we in het OLV van Aalst overstroomden van het werk en werkelijk tegen ons maximum aan zaten. Maar liefst 44 van de 48 beschikbare intensivecarebedden werden zo eens ingenomen. En dan waren we al van 24 opgeschaald naar het dubbele aantal. We hadden toen niet veel marge meer.' 'De meeste voldoening haal ik door in de eerste lijn te staan en de mensen juist te helpen met advies. Het gaat om belangrijke en vaak ingrijpende beslissingen bij de raadpleging. Dat zorgt voor een zekere vorm van gezonde spanning. Want je bent een radertje in de grote machine die het coronavirus probeert af te stoppen. 'Zelf ging ik skiën in Italië tijdens de krokusvakantie. Toen was alles nog de ver-van-ons-bedshow. De dag na onze thuiskomst kreeg ik van een vriend al een telefoontje met de melding dat de skileraar besmet was. Dan schrik je. In het ziekenhuis wou ik me preventief laten testen. Dat bleek toen niet echt nodig. Een van mijn ooms, die in ons reisgezelschap was, werd echter twee dagen later gediagnosticeerd met het virus, om een week later opgenomen te worden. Hij was één van de eersten in België die effectief werden getest. Gelukkig viel alles goed mee. Dan ben je wel opgelucht, want plots kwam het dichtbij. 'Het is niet door anders te gaan leven, dat we plots virussen, ziekten, plagen en epidemieën gaan vermijden. Dit is gewoon iets des mensen. Zo eenvoudig is het.'