Rafael Scapini do Almeida, alias Rafinha, lid van AA Gent, schiet spontaan in een lach als we hem vragen naar zijn eerste ervaringen met de bal.
...

Rafael Scapini do Almeida, alias Rafinha, lid van AA Gent, schiet spontaan in een lach als we hem vragen naar zijn eerste ervaringen met de bal. Rafinha: "Ik was een nul! Mijn eerste geschenk bij de geboorte was een bal en een voetbaltruitje. Zo gaat dat bij ons. Zodra we konden lopen, werd het direct ook voetballen. Elke dag. Overal. Later voor school, op school, na school, op het veldje achter de building waar we woonden. Vaak futsal ook. Elke school heeft wel een terrein." We zitten in het spelershome van AA Gent. Renato Cardoso Porto Neto is mee aangeschoven. Hij knikt enthousiast: "Overal in Brazilië starten ze zo: met de vrienden voetballen vanaf het moment dat je kunt lopen. En dan wachten op een kans om bij een club te voetballen." Niet zo ver hier vandaan verdient Sergio Dutra Junior zijn centen. Hij staat in de spits van Lokeren. Dutra komt uit Santos, in de staat São Paulo. De ploeg van Pelé, later Robinho en Neymar. "A minha terra, mijn land, ik ben er gek van. Ik leerde voetballen op het strand. Brazilianen leren op drie verschillende ondergronden te voetballen: de straat, het strand en de harde braakliggende terreinen. Ik ben een strandvoetballer. Mijn vrienden gingen in het weekend studeren, ik voetballen. Ik miste zelfs verjaardagsfeestjes van de familie omdat er moest worden gespeeld. Een tweede optie in mijn leven? Nooit gehad. A bola, a bola, a bola. De bal. 's Morgens in de zaal, 's middags op het veld en 's avonds nog eens in zaal. (lacht) In die periode was ik gek." Het is een verhaal waarin Fernando Canesin Matos, lid van Anderlecht maar voetballend voor KV Oostende, zich kan herkennen: "Ik ben opgegroeid in een voetbalfamilie. De vader van mijn mama voetbalde ook, maar is moeten stoppen door blessures. Mijn papa had de middelen niet, hij moest al jong gaan werken om zijn ouders financieel te ondersteunen. Hij werkte in een bakkerij, maar heel mijn familie zegt altijd dat mijn papa, die overleed vlak voor ik naar België kwam, buitengewoon veel talent had. Mijn zus was zijn eerste kind, maar hij wilde absoluut een tweede, een jongen. Om er een voetballer van te maken. Op mijn vierde speelde ik al in de zaal." Dat er zelfs in België behoorlijk wat Brazilianen in de zaal voetballen, merkte ook Ederson Tormena, met Charleroi na Genk en Germinal Beerschot al aan zijn derde Belgische club toe. Ederson woont op wandelafstand van Mambourg, te midden van een heuse enclave Braziliaanse zaalvoetballers. "Futebol is voor ons religie, ik trap daarmee wellicht een open deur in. Iedereen die ik ken, speelt minimaal twee, drie keer per week zelf, op elke mogelijke plaats. Strand, zaal, straat, PlayStation..." Rafinha lacht: "We zijn met 200 miljoen. Laat ons zeggen dat er 100 miljoen voetballer willen worden. In eerste klasse zijn er 20 ploegen... (grijnst) De plaatsjes zijn beperkt." En dat leidt soms tot zeer opmerkelijke odysseeën. Ederson reisde in het spoor van zijn vader-profvoetballer het hele land af. "Hij speelde in derde klasse, maar wel als prof. Ik heb altijd bij hem gewoond en ben dus redelijk veel verhuisd. (lacht) Toen ik zelf in het zuiden voetbalde en we voor een match naar het Amazonegebied moesten, namen we meerdere vluchten en waren we twee tot drie dagen onderweg voor één match. Stel je dan een profritme voor, met zeer veel wedstrijden van februari tot december, vaak twee per week... Je bent de hele tijd voor het voetbal onderweg. Ander klimaat, andere leefgewoontes, het reizen. Maar al dat gehos in het spoor van mijn pa heeft het mij wel makkelijker gemaakt om me in Europa aan te passen." Niet iedereen blijft in familiekring. Renato Neto komt uit Bahia, in het noordoosten, maar zijn eerste club was er eentje in de staat Santa Catarina, in het zuiden. Neto: "Een vriendje voetbalde daar al en toen hij tussendoor even met vakantie was, raakten we aan de praat. Hij vroeg na zijn terugkeer aan zijn coach of ik mocht komen testen. Die knikte en zo belandde ik in het zuiden. Op mijn eentje. Ik was twaalf en had het zeer moeilijk. Het voetbal was veel harder en ik had last van de kou. Na anderhalf jaar kon ik al naar Portugal. Een vriend van mijn coach was Portugees en kwam jong talent scouten. Toen ik verhuisde naar Portugal was ik veertien. En van Portugal belandde ik bij Cercle, daarna werd het even Hongarije en nu zit ik in Gent." Neto werd in september 22. Rafinha lacht. Zijn pad liep via Finland. Rafinha: "Het was wel puur voor het voetbal. Hadden de Finnen mij een job als vrachtwagenchauffeur aangeboden, ik was nooit gegaan. Maar in het voetbal had ik slechts één optie." Datzelfde geldt voor Dutra. Vijf jaar bij Santos, van zijn tiende tot zijn vijftiende. Daar nog ploegmaat van Robinho. Vervolgens op zoek naar een profcontract en beland in Japan. Dutra: "Ook niet direct mijn eerste keuze, maar het was een optie. Ik dacht: geef het zes maanden. Lukt het niet, dan kun je nog terug. Uiteindelijk bleef ik er drie jaar. Veel geleerd in een competitie van een zeer goed niveau. Fantastische stadions, veel fans, zeer veilig, professioneel, correcte betalingen, geen geweld. Japan is een voorbeeld voor de rest van de wereld." Fernando Canesin herkent de verhalen: "Het probleem van Brazilië is dat er onvoldoende plaats is voor alle voetballers. Voor ik naar Anderlecht kwam, heb ik nog een half jaar bij Corinthians gevoetbald, bij de U16 en U17. Wel, in die zes maanden heb ik zeker duizend testers zien passeren. Alle dagen stonden ze 's morgens aan te schuiven, in een file. Wie binnen raakte, moest alle dagen het uiterste geven of een ander nam je plaats in." Het land is immens en kent grote cultuurverschillen, ook op voetbalvlak. Een voetballer uit Bahia (noorden) is anders dan eentje uit Rio (midden) of zijn collega uit Porto Alegre (zuiden). Robson Severino da Silva (OHL) komt uit Recife, in het noordoosten. "Zoals de meesten uit een zeer eenvoudige grote familie. Veel jongens met een voetbaldroom zien de sport als dé manier om een beter leven te krijgen. Ergens voel ik een privilege, dat het is gelukt. Dat heeft ook met betrokkenheid te maken. Wie uit de financiële zorgen wil, is harder gefocust. Spelers uit Rio zijn technisch vaak getalenteerder. Zaalvoetbal, strandvoetbal, meer structuur, meer clubs, een betere opleiding. Bij ons is het op dat vlak precair. De spelers uit het zuiden zijn dan weer fysiek sterker, omdat ze opgroeien in omstandigheden die meer op Europa lijken. Klimatologisch is het er anders, kouder." Canesin: "Ik kom uit de staat São Paulo. Neymar ook. Op tv zou je zeggen dat hij sterk is, maar wie hem al in het echt zag, ziet dat hij zeer mager is." Dutra: "Overal zit talent, maar in onze staat, São Paulo, willen ze allemaal voetballen. Daar ligt toch wel het zwaartepunt, de kampioenschappen die het felst worden betwist. Kampioenschappen waar kracht niet alleen zaligmakend is. Neymar, Robinho, zelfs ik, wij zijn geen krachtpatsers. Vroeger was ik klein en vooral technisch zeer sterk." "In Bahia", vult Neto aan, "voetbalden we ook op het strand, maar niet zo veel als in Rio. Daar heb je heuse strandkampioenschappen. Bij ons is voetbal op het strand alleen ter ontspanning." De beste trainers komen dan weer uit het zuiden, zeggen ze in koor. Rafinha: "De coaches zijn er veel bezig met tactiek. Elders steunen coaches toch wat meer op de individuele kwaliteiten van de spelers." Ederson: "Treinadores uit het zuiden, zoals Felipão (Brazilianen spreken nooit over bondscoach Luiz Felipe Scolari, nvdr), houden van spelers die werken, van organisatie." O jogo bonito. Voor nostalgici het Braziliaanse voetbal uit de jaren zeventig en tachtig, want het is er niet meer, dat sprankelende. Rafinha: "Oudere Brazilianen zullen altijd zeggen dat er geen betere ploegen waren dan de selecties uit die jaren. Deze generatie is er een van het Europese Brazilië. Fysiek en hard. Toen ze vorige zomer de Confederations Cup wonnen, waren ze op het middenveld fysiek zo sterk dat ze Spanje helemaal hebben vernietigd. Felipão komt niet voor niks uit het zuiden. " Dutra: "Veel hangt af van de trainer, want niet elke ploeg in Brazilië is zo. Maar Felipão (die Brazilië in 2002 in Japan al wereldkampioen maakte, nvdr) heeft veel ervaring in Europa en weet dat het nodig is. Vroeger zette Brazilië bij balverlies ook druk, maar niet zo veel. Onder Felipão doet iedereen dat." Ederson: "De Europese invloed is groot. Wij hebben technisch schitterende spelers, maar ze werken allemaal zéér hard in de dekking. Dat laatste is in mijn ogen essentieel om straks wat te halen. Het jogo bonito moet worden afgewisseld met fysiek voetbal en efficiëntie." Dutra blijft wel een spits. Dromerig zegt hij: "O jogo bonito, daar versta ík onder: attractief spel dat leidt tot goals én resultaten. Voetbal waarmee je het verschil kunt maken. Niet noodzakelijk vol dribbels, het kan ook simpel, rechtdoor. Anderzijds: als het snel twee, drie, vier-nul staat, vind ik er ook weinig aan. Ik hou van speciaal. Mooie goals, leuke combinaties. Voor mij is het geen synoniem van dribbel. Alleen daarmee raak je nergens. Soms is het voetbal in Brazilië nog zo, vandaag zijn er nog steeds Brazilianen die het van hun dribbel moeten hebben, zoals Neymar. Maar er zijn er ook andere. Mensen met kracht. De Hulken van deze wereld. " Maakt Scolari een goeie mix? De artiest in het gezelschap, Fernando Canesin, vindt van wel: "Ja. Techniek moet primeren - juist dat is typisch voor het Braziliaanse voetbal - maar het mag niet alleen dat zijn. De spelers die straks voor Brazilië titularis zijn, zullen allemaal voor Europese ploegen uitkomen. Zij hebben naast techniek ook fysiek en vooral tactische discipline. Wie vanuit Brazilië naar hier komt, heeft het op dat laatste vlak moeilijk. Het zijn uitzonderingen, de Brazilianen die van nature tactisch sterk zijn." Ederson: "Scolari met zijn Europese ervaring aanstellen was een zeer goeie zet van de Braziliaanse voetbalbond." Robson: "Wegens de verdieping die Europa brengt. Fysiek en compact spel." Canesin: "Daarom ben ik blij dat Neymar naar Barcelona kwam net voor het toernooi. Als hij nóg een seizoen in Santos was gebleven, dan weet ik niet of hij het niveau had gehaald om top te zijn op het WK. Je loopt in Brazilië toch nooit zo goed en zo veel als hier, waar het ook nog eens veel slimmer gebeurt." Dutra beaamt: "In Brazilië worden spelers in balbezit ontzettend beschermd. Eén duwtje en er wordt gefloten. Dat is hier niet zo. Daar moet je je aan aanpassen." Ederson: "Neymar zal zeer veel opsteken in dat ene jaar." Opvallend: Neymar is al jaren een toptalent, maar maakte pas op zijn 21e de overstap naar Europa. Jonge Braziliaanse toptalenten hoeven niet langer als prille tieners - Pato was 18 toen hij voor Milan tekende - uit hun land te vertrekken nu het voetbal er boomt en de economie, die fors investeert, al jaren een van de sterkste is in Zuid-Amerika. Dutra knikt: "De spelers hebben een goed salaris - de sterren verdienen evenveel als in Europa - maar ik denk niet dat de besten ooit voor altijd in Brazilië zullen blijven. Naast het salaris, de vrienden en het weer, is er ook de sportieve eer. Een plaats bij een topclub in de Champions League staat dan toch nog een trapje hoger." Ederson: "Dat Neymar zo lang bleef, had met andere dingen te maken. Zijn salaris werd niet door Santos betaald, maar door patrocinadores, mensen die hem een miljoen euro per maand gaven. In Brazilië verdienen wat in Europa kan, is nog steeds zeer moeilijk. Bovendien zijn er ook betalingsproblemen, clubs die tot drie maanden achterstand hebben. In de periode van Neymar zag je wel dat anderen ook wat langer bleven, omdat hij de competitie uitstraling bezorgde. Toen hij vertrok, volgden ze." Wordt zijn verhaal in Europa een successtory? Dutra: "Ik ben benieuwd, hij is alleszins niet de meest krachtige. Zijn voordeel is wel dat hij wat volwassener was toen hij het land verliet. Hij won prijzen, was klaar. Niet af, maar voorbereid op de stap hogerop. Veel heeft te maken met focus. De Adriano die gefocust was, speelde hier zeer goed. Als een keizer. Wat nadien gebeurde... ik vind het moeilijk om er wat over te zeggen, omdat ik niet dagelijks met die man leefde. Misschien verloor hij zijn focus. Adriano was fysiek sterk, dat kon het probleem niet zijn. Pato en Robinho waren fragieler. Misschien had dat er bij hen mee te maken. Robinho had goeie momenten, maar te weinig standvastigheid." Is ook dat Braziliaans, focus durven verliezen? Rafinha: "Ik denk eerder dat het van alle landen is. Misschien speelt ook de achtergrond een rol. De meeste spelers komen uit eenvoudige families en als je dan alles toegegooid krijgt, het grote geld: dat kan gevaarlijk zijn." Neto: "Wie dan geen goede adviseur heeft, iemand die je zegt wat je moet doen..." Robson: "Discipline blijft toch iets wat de gemiddelde Braziliaanse voetballer mist. Dat is wat ze ons hier in Europa leren, denk ik. Een man zijn, iemand met verantwoordelijkheden. Gedisciplineerd. In Brazilië heb je niet zo veel regels, zo veel focus... Jullie zijn gefascineerd door tijd, discipline, afspraken. Daaraan passen wij ons aan, want ondanks alle tekortkomingen zijn wij zeer gewild. Ik weet niet of er op dit moment een land is waar in het voetbal geen Brazilianen zijn. Wij zitten overal, omdat we ons kunnen aanpassen." Rafinha ziet nog een ander verschil met Europa. "Ik denk dat de Braziliaanse competitie de enige ter wereld is waar bij de start wel twaalf ploegen kampioen kunnen worden. Allemaal ongeveer evenveel geld, gekke fans, goeie spelers. En nu nieuwe stadions. Het gaat nóg beter worden. Ik ben ooit langsgegaan in São Paulo. Vijf terreinen, een gym, een school, huizen op het domein waar spelers logeren... Indrukwekkend!" Neto: "De begeleiding is top, wie in Europa geblesseerd raakt, laat zich vaak bij ons verzorgen." Globaal gezien doet de economie het goed, maar het blijft een reusachtig land en dus heeft niet iedereen het voor elkaar. Dat zagen we nog duidelijk tijdens de Confederatiebeker, toen dat forum werd aangegrepen door actiegroepen om hun ongenoegen te uiten. Canesin: "Brazilië 2014 zal een toporganisatie zijn. Mét, vrees ik, manifestaties. Er zijn nog steeds mensen die wat er gebeurt niet kunnen accepteren. Er is zeer veel geïnvesteerd in stadions en infrastructuur, ten koste van gezondheid of sociaal welzijn. Mensen sterven nog steeds van de honger, of hebben geen medicamenten. Er is ondanks alle investeringen nog steeds een groot verschil tussen de sociale klassen. Hier in Europa heeft iedereen, denk ik, zelfs zij die arm zijn, nog steeds middelen om te overleven, of krijgen ze hulp aangeboden. Dat is in Brazilië anders. Ze proberen er wat aan te doen, maar ik weet niet of ze ooit echt alle problemen zullen kunnen verhelpen." Rafinha zucht: "Brazilië is zo groot dat ze nooit voor iedereen goed kunnen doen. Bovendien is de structuur er zeer complex. We hebben het federale niveau, de deelstaten, de grote steden. En elk heeft eigen regels. De man in de straat weet dat hij met zijn stem macht heeft en als er iets groots gebeurt, laten ze zich horen. Het is goed dat de mensen vechten voor hun rechten, maar geweld gebruiken..." Neto valt direct in: "Dat is het, de manier waarop! Alles stukmaken. De straat op gaan is één, maar plunderen, of geweld gebruiken... Ik hoop dat het WK een feest wordt." Ederson: "Ik hoop ook dat het meevalt, maar manifestaties zullen er komen, daar ben ik nagenoeg zeker van. Straks tijdens de Winterspelen in Sotsji ongetwijfeld ook. Brazilië is geen land van gelijkheid en ongetwijfeld zullen er vragen komen. Op de lange termijn kan dit best een zeer goeie investering blijken. Als alles straks goed georganiseerd is, krijgt het land een nieuwe dynamiek." Robson is optimistisch: "Brazilië is een land waarvan de leiders, op vele niveaus, corrupt zijn. Een maatschappij accepteert zoiets terecht niet. De Confederations Cup was een forum om dat ongenoegen te uiten. Een WK is evenwel nog wat anders. Een feest, de fans gaan zingen, hun land steunen, de ploeg steunen. Ik denk niet dat er veel grote protestmarsen komen." En zingen kunnen ze, a torcida brasileira, de fans. Robson: "Winnen we, dan is iedereen vrolijk - wordt er verloren, dan weent iedereen. Voetbal is voor velen synoniem met hoop. Sommigen hebben het financieel zeer lastig en voetbal brengt mensen dan een lach, een moment van geluk. Ze geven zich helemaal. Heel sterke beelden levert dat op. Die passie heeft ook een schaduwkant. Bij de clubs kunnen fans zeer moeilijk omgaan met nederlagen. Dus wordt weleens vernield of gaat men spelers aanvallen. Passie kan snel omslaan in agressie. In Europa zijn mensen ook euforisch, maar is het toch allemaal iets meer gecontroleerd. Wij hebben meer adrenaline." Ederson: "Ik voetbalde ooit voor 60.000 man tegen Cruzeiro en dat was toch speciaal. Iedereen zong, je kon amper praten met je ploegmaats. De adrenaline die dan vrijkwam. Tien jaar geleden ging het er in Brazilië op sommige plaatsen zo hard aan toe als nu in Argentinië. Geweld, vernielingen, wapens. Daar zijn wij vanaf. Toen ik nog voor Juventude speelde, kwamen ooit twee supporters om, bij een incident met een bom die iemand in het stadion had gesmokkeld. " Tot slot: hebben ze er vertrouwen in? Robson: "De druk gaat groot zijn, op elke speler. Beeld je in dat elke stap op een veld of naar de bus gevolgd zal worden door televisie, fotografen, radio, supporters. Ik geloof nooit dat het de selectie uit evenwicht zal brengen. De spelers zullen zich geprivilegieerd voelen, in dat shirt mogen rondlopen, op dat moment. Weten dat het hele land achter hen staat..." Brazilië dus topfavoriet? Robson: "Wat dacht je? Totalmente! Ik vrees alleen dat de eerste wedstrijden niet al te mooi zullen zijn. Dat het tests worden, waarin winst het allerbelangrijkste is. Maar het zou kunnen dat de ploeg mettertijd aan het spektakel gaat denken en we meer mooi spel te zien krijgen. Brazilië weet dat het dit WK niet mag verliezen. Het resultaat zal altijd vooropstaan. Strijd, discipline, fysiek, tactiek. Maar na een tijdje gaan de kwaliteiten van Neymar en Oscar bovendrijven. Het wordt een steeds mooiere Mundial." Rafinha: "Ik kan me niet herinneren wanneer Brazilië nog eens een wedstrijd verloor in eigen land. Als ik zie hoe ze Portugal verpletterden, hoe Nederland amper over de middellijn raakte..." Ook Dutra is vol vertrouwen: "Het zal een succes worden. Een van de mooiste kampioenschappen ooit." DOOR PETER T'KINT - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Spelers uit Rio zijn technisch vaak getalenteerder, door het zaal- en strandvoetbal. Die uit het zuiden zijn dan weer fysiek sterker." Robson "We zijn met 200 miljoen Brazilianen. Laat ons zeggen dat er 100 miljoen voetballer willen worden." Rafinha "Goed dat Neymar al een seizoen voor het WK naar Europa gekomen is, hij gaat hier veel leren." Fernando Canesin "Brazilië is favoriet, maar we moeten ook rekening houden met Spanje, Colombia, Frankrijk, Duitsland en België." Kanu