Soms denk ik met weemoed terug aan Valerij Lobanovskyj. Ik heb hem nooit bezig gezien als speler, maar als trainer des te meer. In die hoedanigheid won hij met Dynamo Kiev dertien titels, tien bekers, twee keer Europacup II en de Europese supercup, lees ik op Wikipedia. Maar ik herinner mij hem vooral van het EK in 1988, waar hij met de Sovjet-Unie de finale van het EK bereikte (en verloor van Nederland). Als de man in beeld kwam tijdens de wedstrijd, dacht je dat er iets haperde aan je tv-scherm: het beeld leek wel bevroren. Je zag een man, meestal met gekruiste armen, doodstil op de bank zitten. Hij knipperde zelfs niet met zijn ogen, zijn norse gelaatsuitdrukking leek als gebeeldhouwd uit marmer. Of zijn ploeg nu scoorde of een tegendoelpunt kreeg, hij bleef gewoon zitten. Alsof hij dacht: ik heb jullie voorbereid op deze match, nu is het aan jullie.

Wat een verschil met het gedrag van sommige hedendaagse trainers! Dat je als coach fanatiek bezig bent met je eigen ploeg, dat kan ik nog hebben. Zo'n Pep Guardiola die met hand en tand zijn zoveelste geniale ingeving probeert diets te maken aan zijn spelers, dat heeft zijn charme. In België heb je zo Ivan Leko, die ook altijd de indruk geeft dat hij nog aan het meevoetballen is. Of zo'n Jürgen Klopp die een imitatie van het betere smoelenwerk van Jacques Vermeire opvoert, dat kan ik ook nog wel smaken. Maar de Oscarwaardige acteerprestaties van coaches als Diego Simeone of Ricardo Sá Pinto, daar word ik onpasselijk van. Zulke mannen hitsen met hun theatraal gedrag ook nog eens een deel van het publiek op. Elk van hun twijfelachtige acties lokt een tegenreactie uit, zeker in een voetbalstadion waar sommige met bier overgoten sujetten hun frustraties komen afreageren. Daarom: trainer, houd je bezig met je eigen ploeg, laat de scheidsrechter zijn werk doen en behoud je waardigheid en je gevoel voor fair play. En als dat niet lukt: doe de Lobanovskyj.

Al uw reacties en sportgerelateerde zoekertjes zijn welkom bij Sport/Voetbalmagazine, Raketstraat 50 bus 5, 1130 Brussel of via e-mail : sportmagazine@roularta.be. De redactie behoudt zich het recht voor teksten in te korten of te weigeren. De schrijver moet zijn naam en woonplaats vermelden.

Soms denk ik met weemoed terug aan Valerij Lobanovskyj. Ik heb hem nooit bezig gezien als speler, maar als trainer des te meer. In die hoedanigheid won hij met Dynamo Kiev dertien titels, tien bekers, twee keer Europacup II en de Europese supercup, lees ik op Wikipedia. Maar ik herinner mij hem vooral van het EK in 1988, waar hij met de Sovjet-Unie de finale van het EK bereikte (en verloor van Nederland). Als de man in beeld kwam tijdens de wedstrijd, dacht je dat er iets haperde aan je tv-scherm: het beeld leek wel bevroren. Je zag een man, meestal met gekruiste armen, doodstil op de bank zitten. Hij knipperde zelfs niet met zijn ogen, zijn norse gelaatsuitdrukking leek als gebeeldhouwd uit marmer. Of zijn ploeg nu scoorde of een tegendoelpunt kreeg, hij bleef gewoon zitten. Alsof hij dacht: ik heb jullie voorbereid op deze match, nu is het aan jullie. Wat een verschil met het gedrag van sommige hedendaagse trainers! Dat je als coach fanatiek bezig bent met je eigen ploeg, dat kan ik nog hebben. Zo'n Pep Guardiola die met hand en tand zijn zoveelste geniale ingeving probeert diets te maken aan zijn spelers, dat heeft zijn charme. In België heb je zo Ivan Leko, die ook altijd de indruk geeft dat hij nog aan het meevoetballen is. Of zo'n Jürgen Klopp die een imitatie van het betere smoelenwerk van Jacques Vermeire opvoert, dat kan ik ook nog wel smaken. Maar de Oscarwaardige acteerprestaties van coaches als Diego Simeone of Ricardo Sá Pinto, daar word ik onpasselijk van. Zulke mannen hitsen met hun theatraal gedrag ook nog eens een deel van het publiek op. Elk van hun twijfelachtige acties lokt een tegenreactie uit, zeker in een voetbalstadion waar sommige met bier overgoten sujetten hun frustraties komen afreageren. Daarom: trainer, houd je bezig met je eigen ploeg, laat de scheidsrechter zijn werk doen en behoud je waardigheid en je gevoel voor fair play. En als dat niet lukt: doe de Lobanovskyj.