Onlangs hield een Frans blad een poll. Wie wordt de nieuwe landskampioen? Net geen 58 procent stemde voor PSG. De rest koos voor Lyon (19,3 procent), Olympique Marseille (12,3 procent) en een op de tien zag Rijsel zijn titel verlengen.
...

Onlangs hield een Frans blad een poll. Wie wordt de nieuwe landskampioen? Net geen 58 procent stemde voor PSG. De rest koos voor Lyon (19,3 procent), Olympique Marseille (12,3 procent) en een op de tien zag Rijsel zijn titel verlengen. PSG? In zijn bestaan tot dusver nog maar twee keer landskampioen, in 1986 en 1994. Vorig jaar nog vierde. Een ploeg met vooral theoretisch potentieel, de enige eersteklasser uit de Franse hoofdstad, toch twaalf miljoen inwoners en in de top vijf van 's werelds meest bezochte steden. Een slapende reus, resultaat van een fusie in 1979 tussen Paris FC en het Stade Saint-Germain. Parijs, vonden Franse politici destijds, moest een echte topclub hebben. Als ze goed dertig jaar later achterom kijken, moeten ze constateren dat het niet gelukt is. Weinig hoofdsteden doen slechter qua voetbalpalmares. Ook financieel, PSG diende voor dit seizoen slechts een budget van tachtig miljoen euro in, dat is het vierde van de Ligue 1 en heel ver achter Lyon (150 miljoen) en Marseille (140 miljoen). Om de zoveel jaar kwam PSG vooral in de belangstelling vanwege alweer een overname, vijf seizoenen geleden nog investeerde Colony Capital en daarvoor was er Canal+. Al te vaak haalde de club ook door supportersrellen de media. En ook de PSG-fans zelf komen niet overeen, aangezien de twee tribunes , Boulogne en Auteuil, totaal verschillende politieke opvattingen hebben. In februari 2010 leidden rellen zelfs nog tot de dood van een thuissupporter. Waarom dan toch dat plotse vertrouwen in het succes van PSG, dat een tekort van twintig miljoen euro heeft? Omdat de club opnieuw in handen is van een nieuwe investeerder. Op 30 juni kocht Qatar Investment Authority (QSA) zeventig procent van de aandelen. QSA is het investeringvehikel van de Qatarese overheid. Die zit op de derde grootste gasvoorraad van de wereld en is nog jarenlang verzekerd van oliedollars. Ongeveer tegelijkertijd kocht Al Jazeera, een tegenhanger van het Amerikaanse CNN, een deel van de rechten op de Franse competitie. De in Doha opgerichte zender, in handen van de Qatarese overheid, had zich eerder al verzekerd van de internationale rechten op de Ligue 1. Naast Canal+, dat het grootste deel van het nieuwe contract financiert, speelt Al Jazeera nu dus ook mee op de interne Franse markt. De Arabische nieuwszender, in 1996 gestart toen de BBC haar Arabische uitzendingen stopte, heeft intussen ook een sportkoepel, met maar liefst veertien zenders, die op ongeveer alle topsport de rechten hebben. We have no limits is de slogan. Het is de baas van die groep, Nasser Al-Khelaifi - een 37-jarige gewezen proftennisser die voor zijn land nog Daviscup speelde -, die naar Parijs gestuurd werd om er de club te leiden. Al-Khelaifi past wel in het rijtje van PSG-topmannen, die vaak uit de media komen. De vorige, Robin Leproux, had een verleden bij M6 en RTL, en daarvoor waren er toplui van Canal+. Ook de mythische Francis Borelli was zakelijk actief in de uitgeverswereld. Maar de grote patron achter dit project is sjeik Tamim Al-Thani, 31 pas, de officiële troonopvolger en al sinds 2002 lid van het Internationaal Olympisch Comité. QSA betaalde volgens de Franse media zo'n veertig miljoen euro voor de overname. Daarvan ging er slechts tien naar Colony Capital, want de Parijse club heeft vooral schulden. Na hun streekgenoten uit Abu Dhabi, die investeerden in Manchester City, hebben dus ook de Qatari het Europese voetbal ontdekt. Zes maanden geleden haalde het land het WK van 2022 binnen. Omstreden, niet alleen wegens het extreme klimaat, maar vooral wegens de manier waarop. Zo werd Mohammed Bim Hammam, Qatari en onlangs nog even rivaal voor Sepp Blatter in de verkiezingen voor FIFA-voorzitter, door de ethische commissie van de Wereldvoetbalbond vanwege corruptie voor het leven geschorst. Ook de Zuid-Spaanse club Málaga kwam in de loop van vorig seizoen in handen van Qatari. En last, but zeker not least: de Qatar Foundation kocht voor 150 miljoen euro het recht om haar logo op het shirt van FC Barcelona te plaatsen. Officieel - meerdere clubs bezitten mag niet van de UEFA - hebben de drie geen banden met elkaar, maar ze zijn wel verweven met de koninklijke familie. Het lijkt een heus Qatarees offensief met het oog op 2022. "Een investering op de lange termijn", gaven de nieuwe bewindslui al aan. Een investering ook in kennis? De Qatari probeerden de voorbije jaren hun eigen voetbalniveau op te krikken. Het land staat nu 90e op de FIFA-ranking, een half jaar geleden was dat nog 114e. Pogingen om sterren naar de eigen competitie te halen mislukten veelal, toeschouwers zagen vaak sloffende, overbetaalde vedetten. De stadions zijn schitterend, maar veel volk zit er niet, tenzij tijdens de bekerfinale, als gastarbeidende Indiërs of Pakistani hopen om de dure tombolaprijzen te winnen. Een keer werden die aan de rust al uitgedeeld. De tweede helft was er haast niemand meer ... Om over elf jaar op het eigen WK een goed figuur te slaan, wordt er nu geïnvesteerd. Wetenschappelijk hebben ze een topproject (Aspire) en in allerlei landen is al een tijdje een soort Qatar Idol bezig, geïnspireerd op de Amerikaanse versie voor het ontdekken van onbekend zangtalent. Football Dreams heet het. Overal worden jonge spelers getest en de besten komen naar Doha, de hoofdstad van Qatar. Football Dreams is een idee van Josep Colomer, ooit aan de slag bij FC Barcelona en in Clairefontaine, het Franse nationale opleidingsinstituut. Colomer heet de ontdekker van Lionel Messi te zijn. Overal ter wereld - van Kenia tot Guatemala - zoekt hij nu talent. Ongetwijfeld stromen die voor een verdere opleiding straks door naar PSG, Málaga of wie weet ook naar de voetbalkeuken van Barcelona, La Masía. Qatar moet wel op buitenlanders mikken, want zelf heeft het emiraat volgens de recentste volkstelling amper een goede 1,7 miljoen inwoners en slechts een op de zeven bezit het officiële staatsburgerschap. Vijf jaar geleden, in 2006, probeerde de koninklijke familie uit Qatar via de oudere broer van Tamim, Jassem, al een eerste keer PSG over te nemen. Politieke onwil - de club is al van oudsher verstrengeld met de lokale politiek - blokkeerde dat toen. Nu ontving de politiek de investeerders met open armen. En daar speelt ongetwijfeld president Nicolas Sarkozy zijn rol in. Sarkozy, in 2007 president geworden, is een fan van PSG. Een echte, ook in barre tijden vond je hem op de tribunes. De president van Frankrijk staat al heel lang op goede voet met de Qatari. Onderhield zijn voorganger Jacques Chirac nauwe banden met Saudi-Arabië, dan koos Sarkozy al in 2005, toen hij nog minister van Binnenlandse Zaken was en de inwoners van de Parijse banlieus racaille (uitschot) noemde, de kant van Qatar. Hij bezocht officieel het land - zijn enige buitenlandse verplaatsing ooit als minister - en toen hij president werd, was de eerste buitenlandse gast op het Élysée de emir van Qatar. Die vulde prompt het orderboekje van Airbus met een bestelling van zestien miljard dollar. De Qatari investeerden de voorbije jaren fors in Franse bedrijven (Lagardère, Cegelec, Vinci, Veolia), in legermateriaal (tachtig procent is van Franse makelij) en in luxevastgoed in Parijs, dat weleens glimlachend Doha-sur-Seine genoemd wordt. Sterrenhotels als Evreux, Lambert, Majestic of Royal Monceau zijn in hun handen. De nieuwe eigenaar van PSG werd in 2010 door Sarkozy benoemd tot groot officier in het Légion d'honneur. Die man mag nu zijn PSG op de Europese voetbalkaart zetten. Niks is toeval in deze wereld. DOOR PETER T'KINT De Franse politici ontvingen de Qatarese investeerders met open armen. En daar speelt ongetwijfeld president Nicolas Sarkozy zijn rol in.