'Smaakt 'm, je hotdog?'
...

'Smaakt 'm, je hotdog?' - ( met volle mond) 'Ja, chef.' - 'Wel, ga 'm dan maar opeten in de tribune.' Zo ongeveer verliep op een zomeravond in 1983 de dialoog tussen Robert Waseige, de kersverse trainer van FC Liège, en André Binet, de jonge beloftevolle spelmaker van de rood-blauwen. De scène speelt zich af in Bressoux, waar de Luikenaars tijdens de voorbereiding een vriendschappelijke wedstrijd spelen. Met andere woorden: heel lang voor er sprake was van het hamburgerincident van Eden Hazard. Ze vat perfect de filosofie samen van de man die 'de tovenaar van Rocourt' zou worden. Een man die zijn succes baseerde op hard werk, een open geest en een pittig gevoel voor humor. Die eigenschappen zorgden ervoor dat het nieuws van zijn overlijden op 17 juli alleen maar uitingen van diep respect veroorzaakte, zelfs bij degenen die ooit een van zijn opmerkingen moesten incasseren. Want meer dan dertig jaar lang drukte hij zijn stempel op een tijdperk.Dit verhaal start op de hoogvlakte van Rocourt, want daar begon alles voor Robert Waseige. Bij Football Club Liégeois, waar hij moest liegen over zijn leeftijd om zich te kunnen aansluiten en uiteindelijk in de eerste ploeg belandde tussen een aantal vedetten. 'Ik speelde vanaf de kadetten met Robert en we werden samen bij de A-kern genomen', weet Emile Lejeune nog. 'In de kleedkamer had je Sulon, Delhasse en anderen. Luidruchtige types. Wij, de jongeren, durfden geen woord te zeggen, maar Robert vond altijd een manier om zich in hun conversatie te mengen. Hij werd weleens afgesnauwd, maar hij bleef glimlachen.' Het was diezelfde ietwat ironische glimlach waarmee hij André Binet en diens hotdog naar de tribune stuurde. Binet, een grote belofte van de club ( Edhem Sljivo noemde hem zelfs zijn opvolger), had dan nog niet begrepen dat bij FC Liège, een club die jaarlijks vocht om te overleven in eerste klasse, alles ging veranderen met de komst van Waseige. FC Liège had de reputatie dat het goeie jongeren opleidde, maar het gebeurde zelden dat er eentje doorbrak in de eerste ploeg en geregeld moest de club hen ook snel verkopen om schulden af te lossen en een schrapping te vermijden. Waseige zou ervoor zorgen dat dat veranderde. Op een vriendelijke manier, maar toch ook met harde hand. 'Er zaten daar een paar figuren...', vertelt Emile Lejeune. 'Er werd soms wat afgelachen in de kleedkamer. Robert deed dan de deur open en kwam met een brede glimlach binnen. Dat was het moment waarop het gevaarlijk werd. Je kon dan een speld horen vallen. Ze waren bang van hem. Iemand die zich ergens op liet betrappen, wist dat hij een moeilijk kwartiertje tegemoet zag. 'Zelfs ik, die zijn assistent was, had schrik van hem. Want in zijn drang om alles te controleren kon hij soms onvoorspelbaar zijn. Maar ik ben blij dat ik hem gekend heb, want hij heeft mijn ogen geopend over veel dingen. Zonder hem zouden gasten als Giusto, Habrant of Ernes nooit Europees gespeeld hebben.' Luc Ernes geeft dat graag toe. 'Ik denk dat ik de speler ben die hem het langst als trainer heeft gehad. Negen jaar in Luik en een jaar in Charleroi. Hij is mijn voetbalvader en ik heb erg veel aan hem te danken, ook al kon hij je krenken tot op het bot. Of misschien net daardoor... 'Nu ik zelf trainer ben ( bij Faimes in de tweede provinciale van Luik, nvdr), besef ik dat hij gelijk had. Tot op het einde van zijn leven zei hij me dat ik zijn favoriete speler was, maar dat hij me streng moest aanpakken. 'Op een keer kreeg ik de dag voor de match op Standard te horen dat ik op de bank zou zitten. Ik protesteerde niet, maar toch zei hij me tijdens de theorie drie keer dat ik maar naar huis moest gaan als ik niet tevreden was. Ik fluisterde tegen een medespeler dat als hij dat nog één keer zou herhalen, ik effectief mijn zak zou pakken en vertrekken.'Hij zei niks meer en de dag nadien, toen ik mocht invallen, zou ik het gras opgevreten hebben! Ik maakte de gelijkmaker en ik zei hem: 'Nog chance dat ik niet vertrokken ben!' Maar hij was dat al vergeten... 'Ik heb alles meegemaakt met hem, behalve een handgemeen. Alhoewel, op een dag dreef hij me zover dat ik opstond en hem bijna bij zijn kraag had gevat. Gelukkig bedacht ik me nog net op tijd. 'Ik heb zoveel respect voor hem dat ik hem nooit met 'jij' heb durven aan te spreken. Hij is me komen halen in eerste provinciale, bij Oreye, en na een matig eerste seizoen zei hij dat ze me toch moesten houden. Enkele jaren geleden verloor ik op korte tijd mijn beide ouders en hij is me toen komen steunen.' Meer dan twintig jaar na de bekerzege van Club Liégeois, kaartten Robert Waseige, Ernes, Quaranta, Drouguet en zijn zoon Frédéric nog vaak na bij Sljivo of Giusto.Vriendschap, dat was voor hem: er op het juiste moment zijn, zoals een vader. Het is geen toeval dat veel spelers nu zeggen dat ze zonder hem geen carrière hadden gemaakt in het voetbal. Ook Vince Briganti, met een snik in zijn stem, bevestigt dat. Hij was vorige week woensdag onderweg naar het Hôpital de la Citadelle toen hij een telefoontje kreeg dat hij helaas te laat kwam. Briganti kenden Waseige al van in 1971, toen die speler-trainer werd van Winterslag. 'Op advies van Jef Vliers, die zijn trainer was geweest bij White Star', herinnert hij zich. 'Winterslag was een familie en Robert is er een god. Hij maakte van de dorpsclub een club voor eerste klasse en later een club voor de Europabeker. Met een basis van veel plaatselijke spelers. Hij kon geweldig met mensen omgaan en aarzelde niet om zelf het goede voorbeeld te geven. 'Om goed begrepen te worden had hij Nederlands geleerd. Omdat Vanlessen en ik een beetje Frans spraken, vroeg hij ons voortdurend om hem nieuwe woorden te leren. Om hem te helpen pasten we onze grammatica aan de zijne aan.' Maar beweren dat Waseige zijn carrière te danken heeft aan het feit dat hij zo'n goeie peoplemanager is, zou te kort door de bocht zijn. 'Hij kon een ploeg organiseren zodat ze elke tegenstander deed twijfelen', zegt Briganti. En vooral: in een tijd dat er nog geen sprake was van hartslagmeters of wyscout, had Waseige al een grote voorsprong op veel anderen. 'Hij loodste FC Liège van het amateurisme naar het professionele tijdperk', zegt Raphaël Quaranta, die door Waseige aanvoerder werd gemaakt op Rocourt. 'Hij las veel en probeerde dat in het dagelijks werk toe te passen. Hij haalde diëtisten, psychologen en hij legde een parcours voor fysieke training aan in de tribune.' Toen hij vertrok naar het Portugese Sporting, stuurde hij Briganti Europa rond op zoek naar spelers. 'Wat alle topclubs nu doen, deed hij al in 1996. ' De carrière van Robert Waseige had meer verdiend dan één collectieve trofee. Als drievoudig Trainer van het Jaar won hij alleen een Belgische beker, met FC Liège. Misschien omdat hij eerder koos voor bouwwerven dan voor een sleutel-op-de-deurproject. Kansen om zijn naam in gouden letters te schrijven kreeg hij vooral bij Standard. In 1978 verliet hij Sclessin na drie jaar waarin hij veel beter deed dan de andere vijf trainers die Standard versleet in de drie jaren na René Hauss. Waseige kwalificeerde Standard telkens voor een Europacup en lanceerde spelers als Helmut Graf en Michel Preud'homme. Maar Standard faalde in de beker van België en sterke man Roger Petit, die de hegemonie van Club Brugge wou breken, greep de gelegenheid om Ernst Happel aan te werven. Waseige was ontgoocheld. Hij wilde terug naar Winterslag en zelfs voorstellen van Anderlecht en PSG deden hem niet van gedacht veranderen. 'Hij was een man van zijn woord', zegt Briganti. 'Die dag zei hij me dat hij wist dat Constant Vanden Stock geen tweede keer meer zou bellen.' Ironisch genoeg was het net in het Vanden Stockstadion dat Waseige op 30 april 1995 met Standard een gooi kon doen naar de titel. Eén punt volstond en Anderlecht stond met zijn tienen. Hij koos voor de zekerheid, zoals negen op de tien coaches zouden doen. Maar Standard kon niet verdedigen en ging ten onder (2-1). Uiteindelijk keerde hij in 2002, na het WK, terug naar Sclessin. Luciano D'Onofrio, die hij gelanceerd had bij Winterslag, wilde hem een wederdienst bewijzen. Standard, dat in acht jaar dertien keer van trainer was gewisseld, leek eindelijk stabiliteit te hebben gevonden. Men hoopte dat de komst van Waseige de nodige ervaring bracht om na twintig jaar nog eens een titel te pakken. Het omgekeerde gebeurde: Standard begon met 0 op 15 en Waseige werd ontslagen. Niemand begreep hoe het is kunnen gebeuren, ook nu nog niet. 'De groep was jong en gewend aan de dynamische trainingen van Michel Preud'homme. Opeens werd er weer overgegaan naar de oude school', zegt Gonzague Vandooren. 'We hadden allemaal veel respect voor hem, maar de dag dat hij zelf de opwarming wilde doen om het goede voorbeeld te geven, wisten we dat het over en uit was.' Een controlefreak, dat was Robert Waseige. Maar Eric Van Meir denkt terecht dat hij door het WK niet genoeg tijd had om dat seizoen goed voor te bereiden. Hoe dan ook, sinds Guy Thys weten we dat de grootsheid van een trainer, en nog minder die van eens mens, valt af te meten aan zijn palmares. Dat bewijst ook de hommage die hij kreeg, tot in Portugal, waar hij nochtans maar zes maanden gewerkt heeft. Zijn overlijden was er een item in het tv-journaal van 20 uur. 'Een gentleman', zegt Otávio Machado, de assistent die Waseige opvolgde toen die de club verliet. 'Hij werd niet ontslagen. Hij nam zelf het besluit om te vertrekken toen hij begreep dat het bestuur totaal incompetent was.' Onder zijn spelers toen: een zeker Ricardo Sá Pinto, die vorige week een bloemstuk liet afgeven bij de familie Waseige. 'Hij was direct, maar wel hartelijk. Alle spelers waren er het hart van in toen hij vertrok. Ik zag hem terug bij Standard, waar hij een van de weinigen was die mijn werk waardeerden en het onterecht vonden dat mijn contract niet werd vernieuwd.'